Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:1219

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
12-12-2012
Datum publicatie
11-03-2014
Zaaknummer
130001 / ES RK 12-793 en 133481 / ES RK 12-1478
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank bepaalt dat de vrouw teveel ontvangen partner- en kinderalimentatie dient terug te betalen aan de man. De vrouw had vanaf het moment dat zij met inkomen in haar eigen behoefte kon voorzien, kunnen dan wel moeten weten, dat zij vanaf dat moment gelet op de eerder vastgestelde behoefte teveel aan alimentatie ontving. Dat zij er ondanks dat toch voor heeft gekozen om de teveel ontvangen alimentatie uit te geven en niet te reserveren komt voor haar risico.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 130001 / ES RK 12-793 en 133481 / ES RK 12-1478 (LH)

beschikking van 12 december 2012.

In de zaak van:

[verzoekster],

verder ook de vrouw te noemen,

wonende te [woonplaats], [adres],

verzoekster,

advocaat: mr. A. van Dijk te Almelo,

tegen

[belanghebbende],

verder ook de man te noemen,

wonende te [woonplaats], [adres],

belanghebbende,

advocaat: mr. A.M. Kuipers te Oldenzaal.

De procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de inhoud van de navolgende stukken.

- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 27 juni 2012;

- het betekeningsexploit d.d. 9 juli 2012;

- het verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 19 september 2012;

- het aanvullend verweerschrift op het verzoek tot echtscheiding tevens houdende zelfstandige verzoeken;

- de brief met bijlagen van 14 november 2012, van mr. Kuipers;

- de brief met bijlagen van 16 november 2012, van mr. Van Dijk;

- de faxberichten met bijlagen van 19 november 2012, van mr. Kuipers;

- de aantekeningen van de behandeling ter terechtzitting op 26 november 2012, waar zijn verschenen:
de vrouw bijgestaan door mr. Van Dijk,
de man bijgestaan door mr. Kuipers;

de heer De Vries namens de Raad voor de Kinderbescherming (verder te noemen: de raad).

De beschikking is bepaald op heden.

De vaststaande feiten

Partijen zijn op [1999] te [plaats] in algehele gemeenschap van goederen gehuwd.

De minderjarige kinderen van partijen zijn:

[minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [2002],

[minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [2003].

Partijen bezitten de Nederlandse nationaliteit.

Tussen partijen gelden voorlopige voorzieningen, welke door deze rechtbank zijn bepaald bij beschikking van 31 mei 2012 en 30 juli 2012. De voorlopige voorzieningen zijn gewijzigd bij beschikking van deze rechtbank van 8 november 2012. In deze laatste beschikking is de voorlopige bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw met ingang van 24 mei 2012 op nihil gesteld en de voorlopige bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen met ingang van 24 mei 2012 vastgesteld op € 132,50 per kind per maand. Tevens is in deze beschikking een voorlopige zorg- en contactregeling vastgelegd, welke regeling partijen in het kader van Mets (mediation tijdens schorsing) zijn overeengekomen. Deze regeling houdt in dat de omgang in de weekenden per week is vastgelegd, waarbij sprake is van een langzame opbouw. Voor de omgang tijdens de vakanties en feestdagen wordt het door de vrouw ingediende ouderschapsplan aangehouden.

De standpunten

De vrouw heeft in haar verzoekschrift verzocht:

  • -

    de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;

  • -

    te verstaan dat het gezamenlijk ouderlijk gezag wordt voortgezet;

  • -

    te bepalen dat het door de vrouw opgestelde ouderschapsplan deel uitmaakt van de beschikking;

  • -

    de man te veroordelen om met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift aan de vrouw te voldoen een bedrag van € 208,-- per kind per maand als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen;

  • -

    de man te veroordelen om met ingang van de totstandkoming van de echtscheiding een bedrag van € 113,-- bruto per maand te voldoen als bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw, voor het geval het arbeidscontract van de vrouw niet wordt verlengd;

  • -

    de afwikkeling van de tussen partijen bestaande huwelijksgoederengemeenschap vast te stellen conform het voorstel van de vrouw.

De man heeft verweer gevoerd tegen het verzoek van de vrouw om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar te bepalen (zoals opgenomen in het ouderschapsplan) en heeft een zelfstandig verzoek ingediend om de hoofdverblijfplaats bij de man te bepalen. Verder heeft de man verweer gevoerd tegen de door de vrouw in het ouderschapsplan opgenomen omgangsregeling, de verzochte kinder- en partneralimentatie en tegen de voorgestelde afwikkeling van de huwelijksgoederengemeenschap. De man heeft bij wijze van zelfstandig verzoek, voor het geval de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw zal zijn, een omgangsregeling verzocht.

De beoordeling van het verzoek

Bij de betekening van het verzoekschrift zijn de wettelijke termijnen en formaliteiten in acht genomen.

De in artikel 815 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) gemelde bescheiden zijn als bijlagen bij het verzoekschrift gevoegd.

Nu de vrouw stelt en de man niet betwist dat het huwelijk van partijen duurzaam is ontwricht, staat deze duurzame ontwrichting in rechte vast. Het verzoek tot echtscheiding kan daarom worden toegewezen.

De rechtbank overweegt dat hoofdregel is dat ouders na de scheiding het ouderlijk gezag gezamenlijk blijven uitoefenen. Partijen hebben niet verzocht hiervan af te wijken. Hieruit vloeit voort dat personen die beroepshalve bij de minderjarigen betrokken zijn volgens de wet verplicht zijn om aan beide ouders dezelfde informatie te verstrekken.

Hoofdverblijfplaats minderjarige kinderen en zorg- en contactregeling

Tijdens de voorlopige voorzieningen zijn partijen in het kader van Mets een voorlopige zorg- en contactregeling overeengekomen. De eerste week van deze gefaseerde opbouwregeling is gestart in de week van 3 november 2012. Ter zitting heeft de man naar voren gebracht dat, mocht de omgang de komende tijd goed verlopen en moeder hieraan blijft meewerken, hij te zijner tijd zijn verzoek om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem te bepalen wellicht zal intrekken. Daar is het volgens de man nu nog te vroeg voor en de man heeft verzocht om een aanhouding van de beslissingen over de hoofdverblijfplaats en de zorg- en contactregeling.

Beide ouders hebben tijdens de mondelinge behandeling verklaard zich zo spoedig mogelijk te zullen aanmelden bij ‘All in the family’ (centrum voor: psychologie, orthopedagogie, familymediation en omgangsbemiddeling) met als doel de onderlinge communicatie tussen partijen te verbeteren en toe te werken naar een definitieve omgangsregeling.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de heer De Vries namens de raad voorgesteld dat de raad onderzoek zal verrichten naar de meest wenselijke omgangsregeling voor het geval het traject bij ‘All in the Family’ niet positief zou worden afgerond. Verder heeft de raad aangegeven dat een hele week omgang tijdens de kerstvakantie (zoals is opgenomen in het ouderschapsplan) niet echt past bij de voorlopige regeling die partijen zijn overeengekomen, welke nog in de aanloopfase zit.

De rechtbank zal de beslissing over de hoofdverblijfplaats en de zorg- en contactregeling aanhouden. De voorlopige omgangsregeling die partijen zijn overeengekomen, is nog maar net van start gegaan, zodat nog onvoldoende informatie beschikbaar is over het verloop van de omgang om nu al een definitieve beslissing hierover te kunnen nemen. De rechtbank deelt het standpunt van de raad dat een hele week omgang met vader tijdens de kerstvakantie nog een stap te ver is en niet past bij de voorlopige omgangsregeling zoals partijen die voor de weekenden zijn overeengekomen. In de negende week, dat is in de week van 29 december 2012, vindt er volgens de afgesproken regeling voor het eerst een overnachting plaats in het weekend bij vader. De rechtbank acht het dan niet in het belang van de kinderen en ook niet in overeenstemming met de opbouwfase van de regeling, dat zij in de kerstvakantie een hele week bij vader zouden logeren. De rechtbank zal daarom de regeling zoals partijen in de voorlopige voorzieningen zijn overeengekomen (vanaf week 6) als voorlopige regeling in deze beschikking opnemen en in afwijking daarvan de omgang gedurende de vakanties en feestdagen achterwege laten. Uiteraard staat het de ouders vrij om in onderling overleg afspraken te maken voor omgangsmomenten tijdens de kerstvakantie als ze het erover eens zijn dat de kinderen hier aan toe zijn. De rechtbank gaat ervan uit dat de omgang tijdens de vakanties en feestdagen, waaronder de omgang tijdens de naderende kerstvakantie, eveneens in het traject bij ‘All in the Family’ wordt meegenomen.

Tijdens de mondelinge behandeling is afgesproken dat beide ouders de belevenissen van de kinderen wekelijks zullen opnemen in een omgangsschriftje. Dit schriftje zal in de tas van de kinderen worden meegenomen van en naar de andere ouder.

De rechtbank zal het advies van de raad volgen en de raad alvast verzoeken een onderzoek in te stellen, met dien verstande dat dit onderzoek pas zal worden gestart indien is gebleken dat het traject bij ‘All in the family’ niet positief is afgerond.

Kinder- en partneralimentatie

De vrouw heeft in haar verzoekschrift verzocht een door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen vast te stellen van € 208,-- per kind per maand en een door de man te betalen voorwaardelijke bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud van € 113,-- bruto per maand.

Partijen zijn het erover eens dat de behoefte van de kinderen op € 208,-- per kind per maand kan worden gesteld.

Partijen zijn het er verder over eens dat de netto behoefte van de vrouw € 975,-- per maand bedraagt, gebaseerd op een netto gezinsinkomen van € 2.041,-- per maand, verminderd met de behoefte van de kinderen van € 208,-- per kind per maand x 60%. De vrouw heeft in haar verzoekschrift gesteld dat zij op dit moment in haar eigen behoefte kan voorzien, nu zij sinds 24 mei 2012 werkzaam is in loondienst. Omdat ten tijde van het indienen van het verzoekschrift niet duidelijk was of de vrouw haar inkomen zal behouden, heeft de vrouw een voorwaardelijk verzoek tot het vaststellen van partneralimentatie ingediend van € 113,-- bruto per maand. Tijdens de mondelinge behandeling ter zitting heeft de vrouw verklaard dat zij verwacht dat haar arbeidscontract zal worden verlengd. Haar contract zou officieel op

23 november 2012 zijn beëindigd, maar de vrouw had ten tijde van de mondelinge behandeling op 26 november 2012 nog niets vernomen en was op dat moment nog steeds aan het werk. De rechtbank gaat er daarom van uit dat haar arbeidscontract zal worden verlengd en ziet geen redenen om een voorwaardelijk bedrag aan partneralimentatie vast te stellen.

Ten aanzien van de draagkracht hebben partijen verklaard dat er niets is veranderd in de financiële situatie ten opzichte van de situatie ten tijde van de voorlopige voorzieningen van

8 november 2012. De rechtbank heeft daarom de draagkrachtberekeningen die aan de beschikking van 8 november 2012 ten grondslag liggen als uitgangspunt genomen.

Bij de berekening van de draagkracht van de man en de vrouw gaat de rechtbank uit van de richtlijnen zoals die zijn opgenomen in het rapport alimentatienormen (Tremarapport). De rechtbank merkt op dat alle hierna vermelde bedragen zijn afgerond op hele euro’s.

Uit de draagkrachtberekening van de man, welke als bijlage is toegevoegd, blijkt dat de man een beschikbare draagkracht heeft van € 521,-- per maand (exclusief fiscaal voordeel).

Ten aanzien van de draagkrachtberekening van de vrouw verschillen partijen slechts van mening over de door de vrouw opgevoerde herinrichtingskosten van € 125,-- per maand. Ter onderbouwing van het standpunt van de vrouw, heeft zij op 16 november 2012 nadere stukken ingediend. Uit het Tremaraport volgt dat met de meeste, bij de vaststelling van partneralimentatie te accepteren overige lasten (waaronder herinrichting en advocaatkosten), in geval van kinderalimentatie geen rekening wordt gehouden. De rechtbank is van oordeel dat de vrouw, ook met de nader ingediende stukken, de noodzaak van herinrichting niet voldoende heeft aangetoond. De man heeft als verweer gevoerd dat de vrouw een bedrag heeft ontvangen na verkoop van de auto en caravan, waarmee ze de herinrichting van de nieuwe woning had kunnen betalen en zij bovendien recht heeft op de helft van de inboedel. Rekening houdende met deze gemotiveerde betwisting, is de rechtbank van oordeel dat de vrouw de noodzaak voor het afsluiten van een lening voor de aanschaf van een nieuwe inboedel onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Met het bedrag van € 125,-- per maand wordt dan ook, temeer daar het om kinderalimentatie gaat, geen rekening gehouden.

Uit de bijgevoegde draagkrachtberekening van de vrouw blijkt dat de vrouw een beschikbare draagkracht heeft van € 352,-- per maand.

Uit de draagkrachtvergelijking, die eveneens als bijlage is toegevoegd, volgt dat het aandeel van de man in de kosten van de kinderen € 265,-- per maand bedraagt, aldus € 132,50 per kind per maand, zodat dienovereenkomstig zal worden beslist.

Terugbetalingsverplichting

De man heeft in zijn aanvullend verweerschrift terugbetaling van de door de vrouw teveel ontvangen partner- en kinderalimentatie verzocht.

De rechtbank is van oordeel dat de man ontvankelijk is in dit verzoek nu het gaat om een zaak van levensonderhoud, verschuldigd krachtens boek 1 Burgerlijk Wetboek en in dergelijke zaken het volgen van een verzoekschriftprocedure als dwingend voorgeschreven moet worden beschouwd.

De vrouw heeft als verweer gevoerd dat een eventuele terugbetalingsverplichting ingrijpende gevolgen zal hebben voor de vrouw en verzoekt primair om afwijzing van dit verzoek van de man. De vrouw beschikt niet over de financiële middelen om het bedrag terug te betalen. De draagkracht van de vrouw is beperkt en zij wordt ook nog geacht daaruit een deel van de kosten van de kinderen te voldoen. In de afgelopen periode heeft de vrouw de alimentatie in overeenstemming met de behoefte tot levensonderhoud (van haar zelf en de kinderen) uitgegeven. Hierdoor kan terugbetalen in redelijkheid niet van de vrouw worden verlangd. Verder wist de man al vanaf 27 juni 2012 dat de vrouw inkomsten uit arbeid ontving. De man heeft nooit eerder aan de vrouw kenbaar gemaakt dat hij de voorlopige vastgestelde alimentatie om deze reden zou willen wijzigen. De man heeft hierdoor het vertrouwen gewekt dat de vrouw de alimentatie niet op een later moment zou hoeven terugbetalen. Subsidiair verzoekt de vrouw om het door haar aan de man te betalen bedrag aan te passen en te verminderen. De man heeft namelijk in de maand november geen partneralimentatie aan de vrouw betaald en twee keer een bedrag van € 132,50 aan kinderalimentatie betaald. Over de maand november is de vrouw dus geen terugbetaling aan de man verschuldigd.

De rechtbank is van oordeel dat uit de beschikking voorlopige voorzieningen van

8 november 2012 reeds voortvloeit dat er sprake is van een terugbetalingsverplichting op grond van onverschuldigde betaling. De partneralimentatie is met terugwerkende kracht tot 24 mei 2012 op nihil gesteld en de kinderalimentatie op een lager bedrag van € 132,50 per maand. In deze beschikking is reeds overwogen dat de vrouw vanaf 24 mei 2012, de datum waarop zij met haar werkzaamheden is begonnen, in haar eigen levensonderhoud kon voorzien en dus geen behoefte meer had aan partneralimentatie en rekening heeft kunnen houden met een wijzing van het bedrag aan kinderalimentatie. Het verweer van de vrouw dat de man het vertrouwen zou hebben gewekt dat zij de teveel ontvangen alimentatie niet terug zou hoeven te betalen houdt geen stand. Vanaf het moment dat de vrouw eigen inkomsten uit arbeid ging verwerven was het haar verantwoordelijkheid om dit aan de man te berichten en het alimentatiebedrag overeenkomstig de gewijzigde situatie te wijzigen, dan wel om rekening te houden met een terugbetalingsverplichting. Zij wist immers, dan wel had moeten weten, dat zij vanaf dat moment gelet op de eerder vastgestelde behoefte teveel aan alimentatie ontving. Dat zij er ondanks dat toch voor heeft gekozen om de teveel ontvangen alimentatie uit te geven en niet te reserveren komt voor haar risico.

Dat de man voor de maand november het aangepaste bedrag heeft betaald, is door de man ter zitting niet betwist, zodat voor die maand geen terugbetalingsverplichting geldt.

De terugbetalingsverplichting van de vrouw bedraagt dan:

Partneralimentatie: € 1.372,35, te weten:

- 24 mei – 31 mei 2012: € 261,-- : 31 x 8 dagen = € 67,35

- juni 2012 tot en met oktober 2012: 5 maanden x € 261,-- per maand = € 1.305,--

Kinderalimentatie: € 678,29, te weten:

- 24 mei - 31 mei 2012: € 394,-- minus € 265,-- = € 129,-- : 31 x 8 dagen = € 33,29

- juni 2012 tot en met oktober 2012: € 394,-- minus € 265,-- = € 129,-- x 5 maanden =

€ 645,--.

Verdeling huwelijksgoederengemeenschap

Partijen zijn het er over eens dat de huwelijksgoederengemeenschap tussen hen verdeeld dient te worden. Zij verschillen van mening over de daadwerkelijke verdeling. De rechtbank zal de beslissing over deze voorziening daarom aanhouden en de behandeling hiervan conform artikel 9 van het echtscheidingsreglement afsplitsen van deze procedure.

Voor de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap wordt een aparte zitting bepaald. Partijen dienen uiterlijk 10 dagen voor deze zitting aan te geven wat volgens hen de overige boedelbestanddelen zijn die voor verdeling in aanmerking komen, alsmede een voorstel tot verdeling te doen.

Als peildatum voor de omvang van de te verdelen huwelijksgoederengemeenschap geldt, tenzij anders is overeengekomen, het tijdstip van indiening van het verzoek tot echtscheiding. Partijen dienen zich tevens uit te laten over de peildatum voor de waardering.

Daarnaast dienen partijen de informatie te verschaffen die wordt gevraagd in de bijlage bij deze beschikking. Dit staat er niet aan in de weg dat partijen een eigen verantwoordelijkheid hebben om hun standpunt te onderbouwen.

De stukken dienen naar de rechtbank en de tegenpartij te worden gezonden.

Indien de gevraagde stukken niet (tijdig) zijn overgelegd, kan de rechtbank besluiten dat de geplande behandeling geen doorgang vindt.

Indien partijen behoefte hebben aan een zogenaamde regiezitting, dan is dat in principe mogelijk. Partijen dienen dat gelijktijdig met de overlegging van verhinderdata kenbaar te maken aan de rechtbank

De beslissing

De rechtbank:

Inzake de zaak met dossiernummer: 130001 ES RK 2012-793

1.

Spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [1999] te [plaats] gehuwd.

2.

Verstaat dat de ouders gezamenlijk belast blijven met de uitoefening van het ouderlijk gezag over:

[minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [2002],

[minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [2003].

3.

Bepaalt de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen:

[minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [2002],

[minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [2003]

met ingang van 27 juni 2012 vast op een bedrag van € 132,50 (honderd tweeëndertig 50/100) per kind per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.

4.

Bepaalt dat de vrouw aan de man een bedrag van € 1.372,35 dient te voldoen ter zake teveel ontvangen partneralimentatie.

5.

Bepaalt dat de vrouw aan de man een bedrag van € 678,29 dient te voldoen ter zake teveel ontvangen kinderalimentatie.

6.

Treft inzake het recht van de minderjarigen op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders de navolgende voorlopige regeling tussen de man en de kinderen:

In het weekend van 15 december 2012 is er omgang op zaterdag van 9.00 tot 19.00 uur,

In het weekend van 22 december 2012 is er geen omgang,

In het weekend van 29 december 2012 is er omgang van zaterdag 9.00 tot zondag 19.00 uur,

In het weekend van 5 januari 2013 is er geen omgang.

Vanaf het weekend van 12 januari 2013 zal er eens per veertien dagen omgang tussen de man en de kinderen plaatsvinden van zaterdag 9.00 tot zondag 19.00 uur.

De man haalt de kinderen bij de vrouw thuis op en brengt ze daar terug.

7.

De rechter verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming om, indien en zodra aan de raad uit mededeling van ‘All in the family’ of (een van) de advocaten blijkt, dat ondanks de aangeboden hulp en begeleiding een omgangsregeling in onderling overleg niet tot de mogelijkheden behoort, onderzoek te doen inzake het omgangsrecht van de niet dagelijks verzorgende ouder en de kinderen en omtrent dat onderzoek rapport uit te brengen en de rechtbank te adviseren over de voor de minderjarigen meest wenselijke zorg- en contactregeling alsmede over de hoofdverblijfplaats van de kinderen.

8.

Houdt de beslissing over de verzoeken tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats en de definitieve zorg- en contactregeling aan en verwijst de zaak naar de rol van

woensdag 6 maart 2013 voor uitlating partijen.

Inzake de zaak met dossiernummer: 133481 ES RK 2012-1478:

9.

Beveelt partijen in persoon en bijgestaan door hun advocaten om op een nader te bepalen dag te verschijnen in het gerechtsgebouw te Almelo voor mr. A.E. Zweers om inlichtingen te verstrekken en een vereniging te beproeven.

10.

Verwijst de zaak naar de rol van woensdag 19 december 2012 voor dagbepaling comparitie en draagt de verzoekende partij op om ervoor zorg te dragen dat uiterlijk de vrijdag voordien schriftelijk bericht ter griffie is ontvangen betreffende de verhinderdata van beide partijen. Indien partijen de behoefte hebben aan een regiezitting dan dienen zij dat gelijktijdig kenbaar te maken.

11.

Draagt partijen op om ervoor zorg te dragen dat de ter gelegenheid van de comparitie over te leggen stukken uiterlijk 10 dagen voor de comparitiedatum in fotokopie aan de advocaat van de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank zijn toegestuurd.

12.

Houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven te Almelo door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2012 in tegenwoordigheid van G.H. Mensink-Heuver, griffier.