Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BV3717

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
08-09-2011
Datum publicatie
13-02-2012
Zaaknummer
08/004694-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Afwijzing vordering verlenging TBS.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer 08/004694-01

BESLISSING VERLENGING T.B.S.

De rechtbank te Almelo, meervoudige raadkamer voor strafzaken:

Gezien de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, d.d. 31 mei 2011, strekkende tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling van:

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [1960],

verblijvende in FPC De Kijvelanden, Poortugaal,

die bij vonnis van deze rechtbank d.d. 4 juni 2002 -na bewezenverklaring van de misdrijven:

- Bedreiging met brandstichting en

- Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en

- Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd en

- Diefstal, meermalen gepleegd en

- Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd en opzettelijk niet voldoen aan een bevel of een vordering krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar belast met of bevoegd verklaard tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten,

ter beschikking werd gesteld, teneinde van overheidswege te worden verpleegd en die bij beschikking van 16 juli 2009 door deze rechtbank werd omgezet in voorwaardelijke terbeschikkingstelling en waarvan de termijn, behoudens nadere voorziening, zal eindigen op 22 juli 2011;

De terbeschikkinggestelde diende zich aan de navolgende voorwaarden te houden: - - betrokkene zal niet van adres veranderen zonder toestemming van FPC De Kijvelanden en van de reclassering.

- Betrokkene zorgt voor een goede dagbesteding. Hij zal niet van werk veranderen zonder toestemming van de reclassering.

- Betrokkene werkt mee aan het Forensisch Psychiatrisch Toezicht. Betrokkene houdt zich aan de (behandel-)afspraken met de medewerkers van FPC De Kijvelanden.

- Betrokkene houdt zich aan aanwijzingen en voorschriften van de reclassering. - - Betrokkene onthoudt zich van middelengebruik (alcohol en drugs); hij verleent zijn medewerking aan urinecontroles en af te nemen blaastesten.

- Betrokkene neemt zijn medicatie in conform de medicatievoorschriften, verleent medewerking als bloedonderzoek noodzakelijk is en volgt aanwijzingen van zijn behandelaar(s) op.

- Betrokkene maakt zijn financiële situatie inzichtelijk.

- Betrokkene bespreekt zijn dagelijkse functioneren met de reclassering.

De vordering is op de openbare terechtzitting van 25 augustus 2011 door de raadkamer van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn gehoord: de officier van justitie, de terbeschikkinggestelde bijgestaan door zijn raadsman D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp, alsmede mevrouw H.C. Nagtegaal, reclasseringswerker en de psychiater L.J.M. van Seggelen als getuige-deskundige.

Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:

Het advies van de forensisch psychiater L.J.M. van Seggelen d.d. 20 juni 2011 en

Het advies d.d. 15 augustus 2011 van mevrouw H.C. Nagtegaal, van de reclassering Nederland, unit Rotterdam-Dordrecht en

Het persoon- en strafdossier betreffende terbeschikkinggestelde.

Uit de adviezen van de forensisch psychiater L.J.M. van Seggelen en de reclasseringswerker mevr. H.C. Nagtegaal, komt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende naar voren.

Er is sprake van persoonlijkheidsproblematiek bij een voorgeschiedenis van verwaarlozing en ernstige ontregeling vanaf vroege leeftijd. Het middelengebruik debuteert eveneens op vroege leeftijd en leidt tot excessief gebruik van in ieder geval cocaïne met bijgebruik van heroïne en alcohol. Er is sprake van langdurige en in ernst toenemende sociaal maatschappelijk ontwrichting door het voortduren van de verslavingsproblematiek en het (althans deels) hiermee samenhangende onvermogen te breken met criminele activiteiten.

Op 29 juni 2010 werd de terbeschikkingstelling met een 1 jaar verlengd en de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging onder dezelfde voorwaarden als geformuleerd in het vonnis uit 2009 gecontinueerd.

Sinds 4 juli 2001 verblijft betrokkene weer in de FPC "De Kijvelanden". Hij werd teruggeplaatst wegens ernstig drugsgebruik en daarmee gepaard gaand delictgedrag. Uit de gesprekken met betrokkene komt naar voren dat hij zijn zucht naar middelen niet in bedwang kan houden. Ook niet met hulp van de medicijnen methadon of suboxone.

De behandelaars menen dat betrokkene een ander resocialisatietraject zal moeten ondergaan. Hoewel jaren van abstinentie van drugs, blijkt betrokkene's verslaving veel ernstiger te zijn dan tijdens de afgelopen TBS periode duidelijk was geworden. Bovendien is de kans op recidive zeer groot wanneer het betrokkene niet lukt zijn zucht naar middelen de baas te worden.

Psychiater L.J.M. van Seggelen gaf aan dat bij betrokkene slechts gedacht kan worden aan hervatting van de dwangverpleging.

De rechtbank overweegt dat tijdens de behandeling van de vordering door de raadkamer de getuige-deskundige Nagtegaal heeft volhard bij het advies; en daaraan, zakelijk weergegeven, het volgende heeft toegevoegd: Er is een forse terugval van betrokkene geweest en daardoor is bij ons het inzicht gekomen dat er anders geresocialiseerd zou moeten worden. Er zijn eerder incidenten geweest en die zijn ook gemeld bij het openbaar ministerie, maar die waren kortstondig van aard. De getuige deskundige Van Seggelen heeft het volgende nog toegevoegd:

Betrokkene resocialisatie zal moeilijker zijn dan wij in eerste instantie dachten. Er is sprake van een psychopathologie en impulsiviteit en die combinatie maakt het moeilijk om te resocialiseren.

De officier van justitie heeft aangegeven zijn vordering te willen handhaven nu er is voldaan aan het criterium van artikel 38e lid 1 van het Wetboek van Strafrecht. Echter, in de onderhavige zaak zijn door betrokkene slechts verbale bedreigingen geuit richting het slachtoffer zonder dat deze voorafgegaan, vergezeld of gevolgd zijn door niet-verbaal handelen dat naar zijn aard agressief was tegen het slachtoffer. Dit betekent volgens de officier van justitie dat aan betrokkene de maatregel van terbeschikkingstelling niet is opgelegd ter zake van een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen als bedoeld in artikel 38e, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht en derhalve is er sprake van een gemaximeerde termijn van de terbeschikkingstelling van vier jaar zoals gedefinieerd door het Hof Arnhem op 30 mei 2011 (LJN: BQ6616) en op 25 juli 2011 (LJN: BR3759).

Subsidiair heeft de officier van justitie gevorderd dat de dat de TBS van betrokkene verlengd moet worden met één jaar met dien verstande dat de TBS met voorwaarden wordt omgezet in een TBS met dwangverpleging nu betrokkene de voorwaarden heeft overtreden.

De raadsman en betrokkene verzetten zich tegen een verlenging met één jaar waarbij betrokkene van overheidswege zal worden verpleegd waarbij wordt verwezen naar de eerder genoemde arresten van het Hof Arnhem.

De rechtbank overweegt dat uit het onderzoek in raadkamer en ook uit de rapportage van reclasseringsmedewerker Nagtegaal, voornoemd is gebleken dat de terbeschikkinggestelde meerdere van de gestelde voorwaarden niet heeft nageleefd en anderszins, gelet op de aard van de delicten waarvoor de terbeschikkingstelling aan hem is opgelegd, dat het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist -op grond van vorenbedoelde bijzondere redenen- dat bevel wordt gegeven dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.

De rechtbank is, gelet op voormelde adviezen, respectievelijk gelet op de toelichting van de getuige-deskundigen ter zitting en gehoord de officier van justitie, de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman, van oordeel dat de algemene veiligheid van personen verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling, vereist, met name nu de terbeschikkinggestelde vorig jaar een allerlaatste kans heeft gekregen zich te houden aan de gestelde voorwaarden die hoorden bij zijn voorwaardelijke terbeschikkingstelling.

Betrokkene heeft deze kans niet benut, maar is opnieuw tot een (serieuze) overtreding van de gestelde voorwaarden gekomen.

De rechtbank overweegt voorts dat, voor verlenging van een TBS-maatregel die een totale duur van vier jaren te boven gaat, ingevolge artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht vereist is dat de terbeschikkingstelling is op gelegd ter zake van een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. In onderhavige zaak is de terbeschikkingstelling opgelegd onder meer ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, strafbaar gesteld in artikel 285, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

De bedreigingen die in het vonnis van 4 juni 2020 ten aanzien van veroordeelde bewezen zijn verklaard zijn niet gepaard gegaan met, of gevolgd of voorafgegaan door niet-verbaal handelen dat naar zijn aard agressief is jegens de bedreigde. Dit maakt, conform de hierboven vermelde afspraken van het Hof Arnhem, dat geen sprake is geweest van een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.

De rechtbank oordeelt dan ook dat er in deze sprake is van een gemaximeerde TBS en dat, hoezeer een hervatting van de dwang verpleging gezien bovenvermelde omstandigheden in de rede zou liggen en vanuit veiligheidsoogpunt wenselijk wordt bevonden, verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling niet mogelijk is. De vordering van de officier van justitie, strekkende tot verlenging dien te worden afgewezen.

Gelet op artikelen 38d, 38e van het Wetboek van Strafrecht, alsmede de artikelen 509o, 509p, 509s (juncto 5091, 509m) en 509t van het Wetboek van Strafvordering;

BESLISSENDE:

Wijst de vordering ter verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling af.

Aldus gewezen door mr. Blomhert, voorzitter, mrs. Vogel en van der Lecq, rechters, in tegenwoordigheid van Veldhuis, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2011.

Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.