Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BV3710

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
26-05-2011
Datum publicatie
13-02-2012
Zaaknummer
08/004238-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Verlenging TBS.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/004238-04

SASnummer: 11/167

BESLISSING VERLENGING T.B.S.

De rechtbank te Almelo, meervoudige raadkamer voor strafzaken:

Op 15 april 2011 is ter griffie van deze rechtbank ingekomen een vordering

d.d. 12 april 2011 van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, strekkende tot verlenging met één jaar van de termijn van terbeschikkingstelling van:

[betrokkene]

geboren te [geboorteplaats] op [1975],

thans verblijvende in De Woenselse Poort te Eindhoven.

Bij vonnis van deze rechtbank d.d. 8 maart 2005, na bewezenverklaring van het geweldsmisdrijf “poging tot afpersing” is de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd. De maatregel is laatstelijk verlengd bij beslissing van voornoemde rechtbank d.d. 25 juni 2009 en deze termijn zal behoudens nadere voorziening eindigen op 8 juni 2011;

De vordering is op de openbare terechtzitting van 26 mei 2011 door voormelde raadkamer behandeld. Hierbij zijn gehoord:

de officier van justitie, de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman

mr. R.F. Speijdel, advocaat te Enschede. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:

- het op 5 april 2011 op grond van artikel 509o Wetboek van Strafvordering uitgebrachte advies, opgemaakt door K.V. van der Auwera, psychiater/behandelaar en R.J. van Montfoort, psychiater/directeur Behandelzaken/hoofd van de inrichting, beiden werkzaam bij De Woenselse Poort te Eindhoven;

- het op 23 maart 2011 op grond van artikel 509o Wetboek van Strafvordering uitgebrachte advies, opgemaakt door J.L.M. Dinjens, psychiater;

- het op 28 maart 2011 op grond van artikel 509o Wetboek van Strafvordering uitgebrachte advies, opgemaakt door P.A.E.M.T. Cremers, GZ-psycholoog;

- de in artikel 509o Wetboek van Strafvordering bedoelde wettelijke aantekeningen.

Uit het advies van de kliniek in samenhang met de wettelijke aantekeningen, komt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende naar voren.

“Betrokkene is een 35-jarige man met een voorgeschiedenis van schizofrenie, zwakbegaafdheid en een antisociale persoonlijkheidsstoornis. In de komende behandelperiode zal meer gestalte gegeven worden aan het concreet uitwerken van het resocialisatietraject. Er is vooruitgang geboekt in het bewerken van de risicofactoren. Nog steeds echter is het risico van gewelddadige recidive, wanneer betrokkene zich vrij in de maatschappij zou bewegen, als hoog te beschouwen.

Behandeldoelen voor de komende periode zijn verdere uitbreiding van de autonomie en verhoging van de sociale en maatschappelijke redzaamheid (binnen de mogelijke kaders). Dit gebeurt nu in overleg en met concrete ondersteuning van “Begeleid Wonen”. Voor de verdere uitwerking van dit traject en consolidatie in deze nieuwe woonvorm, denkt de kliniek nog een jaar tijd nodig te hebben. Hierbij dient gekeken te worden of betrokkene zijn vooruitgang vast zal kunnen houden wanneer de holding en structuur van de kliniek minder op de voorgrond staan. Als uitstroomdoel wordt verder gewerkt aan resocialisatie via “De Woningen” op het terrein van de GGzE (buiten de beveiligde zone). Betrokkene werd na recentelijk overleg op de wachtlijst voor “De Woningen” geplaatst.

Gezien bovengenoemde overwegingen adviseren wij de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar te verlengen om de resocialisatie volledig rond te krijgen.”

Tijdens de behandeling van de vordering door de raadkamer heeft de getuige-deskundige Van der Auwera, zakelijk weergegeven, het volgende toegevoegd:

“Betrokkene heeft zich voorbeeldig gedragen. Er zijn geen incidenten geweest sinds ik betrokkene ken. Van de vorige behandelaar heb ik evenmin klachten over betrokkene vernomen. Betrokkene staat bovenaan de wachtlijst voor plaatsing in “De Woningen”. Dat betrokkene onlangs is teruggeplaatst, was alleen vanwege een verbouwing en staat volledig los van zijn functioneren binnen de instelling.”

Uit het advies van de psychiater, Dinjens, voornoemd, komt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende naar voren.

“Betrokkene is een zwakbegaafde 35-jarige man. De in de ambulante Pro Justitia rapportage en de contra-expertise door het Pieter Baan Centrum vastgestelde zwakbegaafdheid, chronisch psychotische kwetsbaarheid en antisociale gedragingen dienen naar de stellige mening van onderzoeker als één geheel te worden beschouwd. In de diagnostiek staat de zwakbegaafdheid (emotionele onrijpheid) centraal. Er is daarnaast sprake van een psychotische stoornis NAO en antisociale persoonlijkheidskenmerken. Betrokkene heeft vanaf het begin meegewerkt en beschouwt de kaders van de TBS maatregel als een nieuwe kans. Hij is adequaat ingesteld op antipsychotische medicatie waardoor de ‘scherpe kantjes’ in zijn psychoticiteit (achterdocht, prikkelbare stemming, vijandigheid) naar de achtergrond zijn verdwenen. Betrokkene heeft geen terugval meer gekend in impulsieve handelingen, druggebruik en/of conflicten binnen het behandelklimaat. Betrokkene heeft gezien zijn beperkingen weliswaar een beperkt ziektebesef en inzicht. De motivatie is vooral extrinsiek bepaald maar betrokkene toont zich leerbaar en groeit daarmee in zelfvertrouwen en copingvaardigheden. Transmuraal verlof is gehonoreerd en betrokkene zal op korte termijn gaan wonen op het terrein van de GGzE.

Naar de mening van de onderzoeker zal voor betrokkene ook in de toekomst externe structuur noodzakelijk blijven, doch kunnen de stappen richting voorwaardelijke beëindiging (en op termijn mogelijk een civielrechtelijke machtiging) worden ingezet. De blijvende inname van antipsychotische medicatie om de ‘scherpe randjes’ blijvend te verminderen is hierbij een belangrijke voorwaarde. Geadviseerd wordt om de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege voor de periode van één jaar te verlengen. Deze periode kan dan worden aangewend om te trainen in transmuralisering en contacten te leggen met de reclassering als voorbereiding op een eventuele voorwaardelijke beëindiging.”

Uit het advies van de psycholoog, Cremers, voornoemd, komt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende naar voren.

“Betrokkenes psychose NAO heeft betrekking op zijn paranoidie en zijn wanen. Deze wanen zijn voor een groot gedeelte ten gevolge van de medicatie en de (veiligheidbiedende) structuur naar de achtergrond gedrongen. Betrokkenes zwakbegaafdheid en zijn emotionele beperkingen, welke overigens in belangrijke mate verantwoordelijk zijn voor zijn gebrekkig inlevend vermogen, worden naar mijn mening door de kliniek terecht als een blijvende handicap gezien. Dat betekent dat er hooguit op het niveau van het ontwikkelen van (sociale) vaardigheden wat winst is te boeken, doch aangezien daar al de nodige aandacht aan is besteed zijn verdere spectaculaire verbeteringen op dat gebied niet te verwachten. Betrokkenes antisociale trekken behoren tot zijn persoonlijkheidsuitrusting en zullen dat ook blijven. Ze lijken overigens binnen de bestaande structuur zeker niet de boventoon te voeren. Betrokkene zal naar verwachting blijvend afhankelijk zijn van een zekere mate van structuur en begeleiding en nog langdurig van antipsychotische medicatie.

Ondanks betrokkenes goede bedoelingen en de positieve ontwikkelingen in de behandeling is het van belang om de komende nieuwe ontwikkelingen (overplaatsing naar ‘De Woningen’) nauwlettend te volgen. Betrokkene heeft weinig zicht op zijn beperkingen om te overzien dat een te verwachten toename van stress (ten gevolge van verandering van omgeving en structuur in combinatie met zijn kwetsbare persoonlijkheidsstructuur) mogelijk kan leiden tot een opleving van psychotische klachten, ondanks de antipsychotische medicatie, waardoor achterdocht en daardoor minder transparant gedrag mogelijk zijn. Het risico op delictgedrag wordt daarmee wel iets groter, maar plaatsing in ‘De Woningen’ in het kader van een transmuraal verlof lijkt het risico echter voldoende af te dekken in de bestaande TBS-structuur, temeer nu de risicofactoren bekend en bij de kliniek in beeld zijn. Gunstig is overigens dat betrokkene een duidelijk besef heeft dat volledige zelfstandigheid niet tot de mogelijkheden behoort. Misschien nog gunstiger is het gegeven dat betrokkene zijn toekomstverwachtingen geheel daarop heeft afgestemd.

Gezien de vorderingen in de behandeling met betrekking tot de stoornissen in combinatie met het ingeschatte delictgevaar lijkt het erop dat de TBS, voor wat betreft de verpleging, op niet al te lange termijn voorwaardelijk zou kunnen worden beëindigd. Het is dan wel van belang dat betrokkene de aanstaande ontwikkelingen goed doorstaat, zodat nu nog een verlenging van de TBS inclusief de dwangverpleging voor de duur van één jaar is aangewezen.”

De officier van justitie heeft volhard bij zijn vordering.

De raadsman mr. Speijdel, voornoemd en betrokkene verzetten zich niet tegen een verlenging van de termijn.

De maatregel tot terbeschikkingstelling met dwangverpleging is destijds toegepast terzake voormeld geweldsmisdrijf, dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank neemt de bevindingen van de kliniek en de deskundigen mee en maakt die tot de hare. Op grond van hetgeen hiervoor is uiteengezet, komt de rechtbank tot de conclusie dat de terbeschikkingstelling –die terzake bovengenoemd misdrijf is opgelegd en langer dan vier jaar heeft geduurd- behoort te worden verlengd, omdat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, deze verlenging eist. De termijn van verlenging zal op één jaar worden gesteld.

Gelet op de artikelen 38d, 38e van het Wetboek van Strafrecht, alsmede de artikelen 509o, 509p, 509s (juncto 509l, 509m) en 509t van het Wetboek van Strafvordering;

B E S L I S S E N D E :

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene], voornoemd, voor de tijd van één jaar.

Aldus gewezen door mr. Blomhert, voorzitter, mrs. Verdoold en Van der Lecq, rechters, in tegenwoordigheid van Brockötter, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2011.

De voorzitter is niet in de gelegenheid om deze beschikking te ondertekenen. Derhalve is deze beschikking ondertekend door mr. Verdoold en de griffier.