Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BV0958

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
21-12-2011
Datum publicatie
16-01-2012
Zaaknummer
117801 / HA ZA 11-76
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Zorgverlening in het kader van een PGB. Dubbele functie als zorgbemiddelaar en zorgverlener. Zorgplicht en verantwoordingsplicht opdrachtnemer, afhankelijke relatie zorgontvanger en zorgbemiddelaar, mondelinge opdracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 117801 / HA ZA 11-76

datum vonnis: 21 december 2011 (n)

Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BalanSzorg B.V.,

gevestigd te Enschede,

eiseres,

verder te noemen Balanszorg,

advocaat: mr. A.C.M. Scharenborg te Almelo,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde],

advocaat: mr. P. Weenink te Enschede.

1. Het procesverloop

1.1 De rechtbank heeft op 22 juni 2011 een tussenvonnis gewezen. De rechtbank neemt over hetgeen onder procesverloop in dat vonnis is overwogen. In het tussenvonnis is een comparitie van partijen bevolen. Balanszorg heeft ter voorbereiding van de comparitie producties overgelegd. Op 1 augustus 2011 heeft de comparitie van partijen plaatsgevonden. Van deze comparitie is een proces-verbaal opgemaakt dat zich bij de stukken bevindt.

1.2 Het verdere verloop van de procedure blijkt uit de navolgende stukken:

- conclusie van repliek;

- conclusie van dupliek.

1.3 Het vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten

2.1 De rechtbank neemt over hetgeen in voormeld tussenvonnis is overwogen en beslist. Voor zover relevant staat in aanvulling op dit tussenvonnis het navolgende vast.

2.2 De zorg die Balanszorg in de periode 1 januari 2009 tot en met 15 maart 2009 aan [gedaagde] heeft geleverd, is betaald. Balanszorg heeft ten aanzien van deze periode niets meer te vorderen.

3. De beoordeling

3.1 [Gedaagde] heeft vanaf 2007 begeleiding ontvangen van mevrouw [X] en later van Balanszorg. Balanszorg is in 2008 door mevrouw [X] opgericht. In 2009 heeft [gedaagde] een persoonsgebonden budget (PGB) ontvangen voor de periode van 1 januari 2009 tot en met 15 maart 2009 en de periode van 9 september 2009 tot en met 8 december 2009.

3.2 Ten aanzien van de door Balanszorg verrichte werkzaamheden in 2009 zijn vier periodes zijn te onderscheiden:

1. 1 januari 2009 tot en met 15 maart 2009. Vaststaat dat Balanszorg ten aanzien van deze periode niets meer te vorderen heeft.

2. 16 maart 2009 tot 9 september 2009. Balanszorg heeft zich op het standpunt gesteld dat [gedaagde] wist dat zij geen PGB ontving, maar dat zij wel aan Balanszorg heeft verzocht om zorg te verlenen.

3. 9 september 2009 tot en met 8 december 2009. In deze periode heeft [gedaagde] een PGB ontvangen.

4. Vanaf 9 december 2009. Vanaf 9 december 2009 ontving [gedaagde] geen PGB. Balanszorg heeft gesteld dat zij tot 31 december 2009 zorg heeft verleend aan [gedaagde].

3.3 De factuur waarvan Balanszorg betaling vordert, ziet volgens Balanszorg op zowel geïndiceerde als niet-geïndiceerde zorg. Als grondslag van de vordering voert Balanszorg aan dat zij in 2009 een schriftelijke zorgovereenkomst heeft gesloten met [gedaagde]. Voordien verleende Balanszorg zorg op basis van een mondelinge overeenkomst.

Zorgplicht van Balanszorg

3.4 Balanszorg en voorheen [X] hebben vanaf 2007 op verschillende wijzen en in verschillende hoedanigheden begeleiding gegeven aan [gedaagde]. Aan de zijde van Balanszorg heeft zich een professionalisering voorgedaan. Daarbij heeft Balanszorg ten opzichte van [gedaagde] steeds meer taken op zich genomen. Balanszorg had ten aanzien van [gedaagde] een dubbele functie. Ten eerste had Balanszorg de functie van zorgbemiddelaar. Balanszorg heeft de belangen van [gedaagde] behartigd ter verwezenlijking van de hulpvraag van [gedaagde]. Balanszorg heeft in dit kader onder andere een PGB aangevraagd voor [gedaagde]. Ten tweede had Balanszorg ook de functie van zorgverlener.

3.5 Ten aanzien van beide functies heeft Balanszorg zich opgesteld als opdrachtnemer van [gedaagde]. In dat kader had Balanszorg een zorgplicht jegens [gedaagde]. Als uitgangspunt voor de invulling van de zorgplicht geldt dat bij de vervulling van een opdracht de opdrachtnemer zich als een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsbeoefenaar dient te gedragen. De zorgplicht wordt in dit geval verder ingekleurd door de omstandigheid dat Balanszorg zelf heeft aangeboden om een aanvraag voor een PGB voor [gedaagde] in te dienen. Daarnaast is Balanszorg een professionele onderneming die zich richt op het verlenen van zorg en zorgbemiddeling aan mensen die aanmerking komen voor een PGB. Voorts neemt de rechtbank in overweging dat de opdrachtgever een persoon is die, blijkens de beslissing op bezwaar van het CIZ (productie 2 bij conclusie van antwoord), beschikt over beperkte verstandelijke vermogens en sociale redzaamheid. [Gedaagde] verkeerde in een sociaal isolement en was de Nederlandse taal niet machtig.

3.6 Er was sprake van een aanmerkelijke afhankelijkheid van [gedaagde] ten opzichte van Balanszorg. In een dergelijke situatie rust op Balanszorg een grote verantwoordelijkheid om aan de cliënt duidelijk te maken wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn ten aanzien van het verkrijgen van financiering voor zorg. Tevens dient Balanszorg duidelijk te maken wat de risico’s en consequenties zijn wanneer de zorg niet in aanmerking komt voor financiering en de zorg uit eigen middelen moet worden betaald. De opdrachtnemer dient zich ervan te vergewissen dat de opdracht wordt verricht in overeenstemming met wat de opdrachtgever verlangt. Dit te meer wanneer tijdens de zorgrelatie de financieringsconstructie ten aanzien van de te verlenen zorg verandert. Ook zal de opdrachtnemer uit eigen beweging informatie moeten verschaffen aan de opdrachtgever waarvan de opdrachtnemer weet dat deze informatie relevant is voor een juist inzicht in de stand van zaken. Vooral in een situatie waarin het gevaar bestaat van belangenverstrengeling omdat de opdrachtnemer optreedt als zorgbemiddelaar en als zorgverlener, dient de opdrachtnemer extra zorgvuldig te zijn bij de opdrachtverlening tot het geven van zorg.

Periode van 16 maart 2009 tot 9 september 2009

3.7 Ten aanzien van de periode van 16 maart 2009 tot 9 september 2009 overweegt de rechtbank dat [gedaagde] in deze periode geen PGB ontving. Balanszorg heeft gesteld dat [gedaagde] op de hoogte was van de omstandigheid dat ze geen PGB ontving, omdat ze dat kon zien op haar bankrekening en omdat dit aan haar in de Turkse taal is medegedeeld. Wat daar ook van zij, niet is gebleken dat [gedaagde] expliciet is gewezen op de omstandigheid dat de hulp die in deze periode zou worden geboden, niet langer voor vergoeding in aanmerking kwam en [gedaagde] zelf voor de betaling van de zorg moest zorg dragen.

3.8 Voorts had Balanszorg had gezien haar dubbele functie van zorgbemiddelaar en zorgverlener nader moeten onderbouwen op welke wijze zij de betaling van de zorg (nu er geen PGB was) en de opdrachtverlening tot het geven van zorg heeft afgestemd met [gedaagde]. Balanszorg heeft gesteld dat in de periode van 16 maart 2009 tot 9 september 2009 zorg is veleend op basis van een mondelinge opdracht. Balanszorg heeft niet nader onderbouwd wat de inhoud was van deze overeenkomst. Balanszorg had minimaal moeten onderbouwen op welke wijze [gedaagde] geïnformeerd is over de inhoud van de te verlenen hulp, de duur en het tarief ervan.

3.9 In de onderhavige zaak, waarbij de particuliere opdrachtgever zich in een kwetsbare en afhankelijke positie bevindt ten opzicht van een professionele zorgverlener, is Balanszorg in ernstige mate tekortgeschoten in de uitvoering van haar opdracht als zorgbemiddelaar en de daaruit voortvloeiende zorgplicht. Indien zou komen vast te staan dat een mondelinge overeenkomst tot het verlenen van zorg tot stand is gekomen, dan zou het in strijd met de redelijkheid en billijkheid zijn indien [gedaagde] gehouden zou zijn om de rechtsgevolgen van de overeenkomst te dragen. Niet is gebleken dat [gedaagde] voldoende is geïnformeerd door Balanszorg over de omvang van de overeenkomst en de omstandigheid dat zij zelf voor de betaling van de verleende zorg diende zorg te dragen. [Gedaagde] kan in redelijkheid niet door Balanszorg worden aangesproken tot betaling van de verleende zorg in de periode van 16 maart 2009 tot 9 september 2009.

Periode van 9 september 2009 tot en met 8 december 2009

3.10 In de periode van 9 september 2009 tot en met 8 december 2009 is aan [gedaagde] een PGB toegekend. Indien ervan wordt uitgegaan dat er gedurende deze periode sprake was van een overeenkomst tussen [gedaagde] en Balanszorg tot het verlenen van zorg, diende deze overeenkomst in overeenstemming met de Regeling subsidies AWBZ de clausule te bevatten dat de zorgverlener binnen zes weken na het verlenen van de zorg een factuur indient bij de verzekerde ([gedaagde]). Vaststaat dat de factuur waarvan Balanszorg betaling vordert op 20 januari 2010 is opgemaakt. Gezien de dubbele functie van Balanszorg als zorgbemiddelaar en zorgverlener en de omstandigheid dat Balanszorg zelf heeft aangeboden om de PGB voor [gedaagde] aan te vragen en te beheren, past het Balanszorg niet om ter afwering van een beroep op de wettelijke termijn voor het indienen van de declaratie, te verwijzen naar de eigen verantwoordelijkheid van [gedaagde]. De vordering van Balanszorg voor, zover deze ziet op de zorg die meer dan zes weken voor 20 januari 2010 is verleend, zal worden afgewezen.

3.11 Voor zover de vordering betrekking heeft op zorg die in deze periode is verleend binnen de termijn van zes weken voor 20 januari 2010, overweegt de rechtbank het volgende. Balanszorg heeft gesteld dat zij in 2009 in het kader van de aan [gedaagde] verleende PGB een Overeenkomst Zorgverlening heeft gesloten met [gedaagde]. Deze overeenkomst, die Balanszorg heeft overgelegd als productie 11, is op punten niet duidelijk. De overeenkomst is niet gedateerd, zodat uit dit stuk niet volgt wanneer de overeenkomst is ondertekend. Ook blijkt niet uit de overeenkomst of partijen zijn overeengekomen dat de zorg gedurende twee uren of gedurende twee dagdelen per week zal worden verleend. Daarnaast is de verantwoording van de door Balanszorg verleende zorg onvoldoende.

3.12 Op Balanszorg rust als zorgverlener naast een zorgplicht ook een verantwoordingsplicht. Deze verantwoordingsplicht strekt er mede toe om aan de opdrachtgever inzicht te verschaffen in het hoe en waarom van de verrichtingen van de opdrachtnemer. De factuur van 20 januari 2010 geeft geen inzicht in de opbouw van de declaratie. De factuur geeft evenmin duidelijkheid over de periodes waarin de hulp is verleend, noch op grond van welke overeenkomst de kosten worden gedeclareerd. Ook is niet duidelijk welk deel van de factuur ziet op geïndiceerde zorg en welk deel van de factuur ziet op niet-geïndiceerde zorg. De overgelegde registratieformulieren (productie 8 en 9) bieden eveneens onvoldoende duidelijkheid. Op een groot aantal van de werkbriefjes is geen jaartal vermeld. Voorts laten de urenoverzichten zien dat in bepaalde weken meer dan de in de overeenkomst opgenomen twee uren of twee dagdelen aan verleende zorg is geregistreerd. De rechtbank overweegt dat Balanszorg de declaratie van de door haar verrichte werkzaamheden onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt, zodat [gedaagde] niet de mogelijkheid heeft om te controleren of, waarom en op grond waarvan Balanszorg kosten heeft gemaakt. Ook dit deel van de vordering van Balanszorg zal worden afgewezen.

De periode vanaf 9 december 2009

3.13 Balanszorg heeft gesteld dat zij tot 31 december 2009 zorg heeft verleend op grond van een schriftelijke overeenkomst. De rechtbank overweegt dat de enige overeenkomst die daarvoor in aanmerking zou kunnen komen de Overeenkomst Zorgverlening is. Deze Overeenkomst Zorgverlening ziet op de verlening van zorg in het kader van een PGB die is verleend aan [gedaagde]. Dit PGB is op 8 december 2009 geëindigd. Hieruit volgt dat de Overeenkomst Zorgverlening geen grondslag biedt voor de zorg die is verleend na 8 december 2009. Dit gegeven, in onderling verband gezien met de verklaring van [X] ter comparitie dat Balanszorg tot 23 december 2009 zorg heeft verleend en de stelling van [gedaagde] dat zij vanaf 25 oktober 2009 een andere zorgbemiddelaar heeft gecontracteerd, leidt tot het oordeel dat Balanszorg onvoldoende heeft onderbouwd dat vanaf 9 december 2009 een overeenkomst tot het verlenen van zorg bestond. De vordering van Balanszorg die ziet op de periode vanaf 9 december 2009 zal worden afgewezen.

Proceskosten

3.14 De rechtbank zal Balanszorg als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de kosten van dit geding. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- vast recht € 71,00

- salaris advocaat € 1.152,00 (3 punten tarief I ad € 384,00)

- totaal € 1.223,00

4. De beslissing

De rechtbank:

I. wijst de vordering van Balanszorg af;

II. veroordeelt Balanszorg in de proceskosten. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op € 71,00 aan verschotten en € 1.152,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf veertien dagen na dagtekening van dit vonnis, indien Balanszorg niet binnen deze termijn de proceskosten aan [gedaagde] heeft betaald;

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. A.E. Zweers en is op 21 december 2011 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.