Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BV0289

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
19-12-2011
Datum publicatie
06-01-2012
Zaaknummer
125075 / KG ZA 11-252
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ontruiming woning wegens overlast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 125075 / KG ZA 11-252

datum vonnis: 19 december 2011 (ls)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de stichting Woningstichting De Woonplaats,

gevestigd te Enschede,

eiseres,

verder ook te noemen: De Woonplaats,

advocaat: mr. R.J. Leijssen te Enschede,

tegen

[gedaagde],

wonende te Enschede,

gedaagde,

verder ook te noemen: [gedaagde],

advocaat: mr. M. Rijs te Enschede.

Het procesverloop

De Woonplaats heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 12 december 2011. Van hetgeen besproken is, zijn aantekeningen gemaakt.

Ter zitting zijn verschenen: de heer [X] en mevrouw [Y], namens De Woonplaats, vergezeld door mr. Leijssen, en [gedaagde], vergezeld door mr. Rijs.

De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. Bij de dagvaarding zijn de wettelijke formaliteiten in acht genomen.

2. In deze zaak staat het volgende vast.

De Woonplaats verhuurt sedert 12 juni 2005 de woning aan de [adres] te Enschede aan [gedaagde]. De Woonplaats is tevens verhuurster van nabij en naastgelegen woningen in de straat. Op de huurovereenkomst zijn van toepassing de door De Woonplaats gehanteerde algemene voorwaarden.

3.1 De Woonplaats heeft voorts het volgende gesteld. [Gedaagde] veroorzaakt ernstige

(geluids)overlast jegens de omwonenden, die ook huurders zijn van De Woonplaats. De overlast bestaat uit herhaaldelijk geschreeuw, ruzie tussen [gedaagde] en haar bezoekers, schulden, drugsgebruik en het verkopen van drugs in en rond de woning. Met name vanaf juni 2011 ontvangt De Woonplaats doorlopend klachten van omwonenden over de door [gedaagde] en haar bezoekers veroorzaakte overlast. Ook maken de omwonenden melding van de overlast bij de politie.

3.2 De wijkagent heeft in een rapport van 16 november 2011 geconstateerd dat [gedaagde]

ernstige overlast veroorzaakt. Er heerst een onveilig gevoel in de straat en bewoners zijn bang om incidenten te melden. Het perceel [adres] staat, evenals het naastgelegen perceel [adres], bekend als overlast- en drugspand. Volgens de rapportage is er vanuit de huurwoning van [gedaagde] veel geluidsoverlast door harde muziek, schreeuwen en schelden. [Gedaagde] is hier tijdens een gesprek in haar woning door de politie op aangesproken.

3.3 De rapportage van de wijkagent wordt ondersteund door diverse klachten die over [gedaagde] zijn geuit door omwonenden. Omwonenden hebben per e-mail (herhaaldelijk) bij zowel De Woonplaats als de politie geklaagd over de door [gedaagde] veroorzaakte (geluids)overlast, met name ook ’s avonds en ‘s nachts. Uit angst voor represailles, zo blijkt uit diverse e-mails, wensen deze omwonenden anoniem te blijven en zijn hun verklaringen geanonimiseerd.

Op 4 juli 2011 heeft een omwonende per e-mail klachten geuit over de geluidsoverlast die in de voorgaande week is veroorzaakt door [gedaagde] en/of haar bezoekers. Ook na de arrestatie van de partner van [gedaagde], [B], is volgens deze omwonenden allerminst sprake van ongestoord woongenot en liggen zij nog vrijwel iedere nacht wakker van de nachtelijke activiteiten in en rondom de huurwoning van [gedaagde] .

In juli 2011 is bij de politie geklaagd over het feit dat er ook na de inval van de politie in juni 2011 nog steeds veel aanloop is van jongeren die overlast veroorzaken. Ook klaagt deze omwonende op 29 augustus 2011 over luid geschreeuw door [gedaagde] .

Op 8 augustus 2011 klaagt een omwonende per e-mail bij de Woonplaats dat de geluids- en drugsoverlast vanuit de huurwoning van [gedaagde] onverminderd doorgaat. Volgens de verklaring zou er onder andere sprake zijn van harde muziek, geschreeuw en drank- en drugsgebruik.

Bij de politie is op 11 september 2011 per e-mail door omwonenden geklaagd over de door [gedaagde] veroorzaakte (geluids)overlast.

Op 18 september 2011 hebben omwonenden geklaagd bij zowel De Woonplaats als de politie over geluids- en drugsoverlast die wordt veroorzaakt door [gedaagde] en haar bezoekers.

3.4 [Gedaagde] is door De Woonplaats herhaaldelijk gewaarschuwd en bij brief van 19 september 2011 heeft De Woonplaats aan [gedaagde] laten weten dat de huurovereenkomst door De Woonplaats zal worden beëindigd indien de overlast voortduurt. Onder verwijzing naar de op 24 september 2007 ondertekende bijlage van de huurovereenkomst heeft De Woonplaats gesteld dat het [gedaagde] niet is toegestaan om overlast te veroorzaken aan omwonenden en in haar woning verdovende middelen te hebben en/of daarin te handelen. Volgens De Woonplaats is de overlast stelselmatig en ernstig, zodat de situatie niet langer kan voortduren en ontruiming van de woning spoedig is geboden. Het veroorzaken van overlast is een onherroepelijke wanprestatie. Ook het hebben of handelen in verdovende middelen in de huurwoning is op grond van de algemene huurvoorwaarden verboden, en levert een toerekenbare tekortkoming op die ontbinding rechtvaardigt. De Woonplaats heeft gesteld dat, gelet op de ernst van de overlast, een bodemprocedure niet kan worden afgewacht, zodat ontruiming in kort geding geboden is.

4. Op grond van het voorgaande vordert De Woonplaats - zakelijk weergegeven -:

- [gedaagde] te veroordelen om met al het hare en de haren binnen zeven dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis de woning aan de [adres] te verlaten en te ontruimen;

- De Woonplaats te vergunnen de ontruiming te bewerkstelligen met de sterke arm;

- [gedaagde] te veroordelen in de kosten van dit geding.

5. [Gedaagde] heeft verweer gevoerd. [Gedaagde] heeft erkend dat zij tot 27 juni 2011

(geluids)overlast heeft veroorzaakt, maar betwist dat er na deze datum nog sprake is geweest van overlast. Volgens [gedaagde] was in de periode vóór 27 juni 2011 sprake van overlast vanuit haar woning aan [adres], maar is hieraan een einde gekomen toen haar partner, [B], op 27 juni 2011 door de politie is opgepakt. Haar partner zit nog steeds vast en [gedaagde] heeft gesteld dat sindsdien geen sprake meer is van overlast. Uit de geanonimiseerde verklaringen van omwonenden zou bovendien niet blijken dat na 27 juni 2011 nog sprake is geweest van overlast. [Gedaagde] heeft verklaard dat zij graag een gesprek met de omwonenden zou aangaan en de kans zou krijgen om gedurende een periode van drie à zes maanden te laten zien dat zij geen overlast meer veroorzaakt.

6. De voorzieningenrechter verwerpt dit verweer. De gestelde overlast tot 27 juni 2011

is door [gedaagde] uitdrukkelijk erkend. Dat de overlast ook na 27 juni 2011 is blijven voortduren, blijkt uit de rapportage van 16 november 2011 van de wijkagent en de na 27 juni 2011 onverminderd door omwonenden geuite klachten over (geluids)overlast. Hiertegenover heeft [gedaagde] geen andere feiten gesteld die aannemelijk maken dat de overlast na die datum sterk is afgenomen.

7. Het langdurig veroorzaken van overlast is een ernstige tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst. Gelet op de ernst van de door [gedaagde] erkende overlast en het voortduren daarvan na 27 juni 2011 is de voorzieningenrechter van oordeel dat van De Woonplaats niet verwacht mag worden dat zij de huur door [gedaagde] laat voortduren en een uitspraak in een bodemprocedure moet afwachten. De voorzieningenrechter veroordeelt [gedaagde] dan ook om haar woning te verlaten en ontruimen.

8. De voorzieningenrechter ziet aanleiding de ontruimingstermijn te verruimen. De termijn

wordt gesteld op drie weken.

9. De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp

van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Rv overbodig is.

10. [Gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden

veroordeeld.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. veroordeelt [gedaagde] om binnen drie weken na de rechtsgeldige betekening van dit

vonnis de woning aan de [adres] te Enschede te verlaten en te ontruimen, met al het hare en de haren;

II. veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van

eiseres begroot op € 659,14 aan verschotten en € 527,00 aan salaris van de advocaat;

III. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

IV. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.