Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BU9387

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
23-12-2011
Datum publicatie
27-12-2011
Zaaknummer
391991 EJ VERZ 11-6460
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst. Disfunctionerende projectleider (60 jaar) van een aannemingsbedrijf krijgt een vergoeding van € 9.000,00 bruto. Geen rekening wordt gehouden met de financiële situatie waarin het aannemingsbedrijf stelt te verkeren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0010
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Kanton

Locatie Enschede

Zaaknummer: 391991 EJ VERZ 11-6460

Beschikking d.d. 23 december 2011 in de zaak van:

[verzoekende partij]

statutair gevestigd te [plaats]

hierna te noemen: [verzoekster]

gemachtigde: mr. M.A.M. Oude Breuil,

advocaat te Enschede

tegen

[verwerende partij]

wonende te [plaats]

verwerende partij

hierna te noemen: [verweerder]

gemachtigde: mr. E.S. van Essen,

verbonden aan Stichting Univé Rechtshulp te Assen

1. Het verloop van de procedure:

1.1 Bij verzoekschrift, dat op 22 november 2011 is ingekomen ter griffie van de rechtbank Almelo, sector kanton, locatie Enschede, vraagt [verzoekster] haar arbeidsovereenkomst met [verweerder] zo spoedig mogelijk te ontbinden. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend De zaak is op 16 december 2011 mondeling behandeld en de griffier heeft daarvan proces-verbaal opgemaakt.

2. De feiten:

2.1 [verzoekster] is een aannemingsbedrijf dat tot voor kort circa 37 werknemers in dienst had. In verband met onvoldoende werk is 10 van deze werknemers in december 2011 meegedeeld dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen toestemming wordt gevraagd de arbeidsverhouding met hen op te zeggen. In 2010 heeft [verzoekster] bij een omzet van om en nabij de € 11.000.000,00 een winst gerealiseerd van € 154.000,00. Voor 2011 is volgens recente gegevens een omzet begroot van € 9.000.000,00 en een verlies van € 116.000,00.

2.2 Bij [verzoekster] zijn twee projectleiders in dienst, onder wie [verweerder]. [verweerder] is geboren op [geb.datum] 1951 en op basis van een arbeidsovereenkomst op 21 januari 2009 als projectleider in dienst getreden van [verzoekster]. Zijn salaris bedraagt nu € 5.033,55 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag.

2.3 Op 12 september 2011 wordt [verweerder] door [verzoekster] vrijgesteld van zijn werkzaamheden en wordt hem meegedeeld dat [verzoekster] de arbeidsovereenkomst met hem wil beëindigen. Een en ander wordt in een uitvoerige brief van 13 september 2011 door [verzoekster] aan [verweerder] bevestigd.

2.4 Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft [verweerder] te kennen gegeven dat in verband met zijn psychische toestand het voor hem beter is dat er een einde aan de arbeidsovereenkomst komt.

3. Het standpunt van [verzoekster]:

3.1 Gaandeweg blijkt tijdens het dienstverband dat [verweerder] in veel opzichten disfuncioneert. De mailwisselingen tussen de directeur van [verzoekster] en [verweerder] geven daarvan een goede illustratie. [verweerder] draait om de werkelijkheid heen en liegt soms over de bij hem onder handen zijnde projecten. Hij is niet in staat te delegeren en hij houdt zich niet aan afgesproken interne procedures. Door toedoen van [verweerder] dreigen relaties [verzoekster] de rug toe te keren en is [verzoekster] verwikkeld geraakt in juridische procedures. Op projecten waarmee [verweerder] van doen heeft, lopen de faalkosten uit de hand waardoor deze projecten met aanzienlijke verliezen worden opgeleverd. Het voorgaande betekent dat zich veranderingen in de omstandigheden voordoen, welke van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst van partijen billijkheidshalve zo spoedig mogelijk behoort te eindigen.

3.2 Met het oog op de omstandigheden van het geval kan het niet billijk zijn [verweerder] een vergoeding toe te kennen. Zijn disfunctioneren heeft [verzoekster] al vele honderdduizenden euro's gekost. Daarenboven is [verzoekster] niet in staat een vergoeding toe te kennen. Zij heeft daarvoor onvoldoende financiële middelen. Wrang is dat mede door [verweerder]'s disfunctioneren [verzoekster] genoopt is 10 goed functionerende werknemers te ontslaan. Aan deze werknemers is een vergoeding voorgesteld die erop neerkomt dat zij slechts 7,5% ontvangen van de neutrale vergoeding conform de kantonrechtersformule (C= 0,075).

4. Het verweer:

4.1 In zijn verweerschrift geeft [verweerder] aan dat het verzoek moet worden afgewezen, maar zoals onder 2.4 is vermeld heeft hij dat standpunt verlaten. Indien het tot een ontbinding komt wil hij een vergoeding van € 65.234,80 bruto, althans een vergoeding die de kantonrechter redelijk voorkomt.

4.2 [verweerder] heeft niet gedisfunctioneerd. Hij heeft goed gewerkt, waarbij de kanttekening dient te worden gemaakt dat hij moeite heeft met delegeren. [verzoekster] heeft onvoldoende gedaan het delegeren van [verweerder] te verbeteren. De faalkosten bij zijn projecten heeft hij naar beste kunnen in de hand weten te houden. Niet uit het oog mag worden verloren dat de werkvoorbereider op de projecten dikwijls vele steken liet vallen, hetgeen tot faalkosten leidde. [verzoekster] handelt jegens [verweerder] verwijtbaar door een ontbindingsverzoek in te dienen, zonder hem in de gelegenheid te stellen zijn functioneren te verbeteren. Daarom is de verzochte vergoeding billijk. De vergoeding komt neer op het toepassen van de kantonrechtersformule, met dien verstande dat de C factor 2 is toegepast.

5. De beoordeling van het verzoek:

5.1 Weliswaar heeft de kantonrechter zich ervan vergewist of het verzoek van [verzoekster] verband houdt met het bestaan van enig opzegverbod, maar nu [verweerder] het standpunt inneemt dat het beter voor hem is dat aan het bestaan van de arbeidsovereenkomst een einde komt, behoeft dit vergewissen geen verdere bespreking.

5.2 Nu beide partijen een ontbinding van de arbeidsovereenkomst willen, betekent deze gang van zaken dat zich veranderingen in de omstandigheden voordoen op grond waarvan de arbeidsovereenkomst kan worden ontbonden met ingang van 1 februari 2012.

5.3 [verweerder] voert aan dat hij niet heeft gedisfunctioneerd. Hij heeft niet, althans onvoldoende, weersproken dat hij zich niet houdt aan intern afgesproken procedures. Een goede projectleider houdt zich wel aan procedureafspraken. Partijen hebben ieder voor zich uitvoerig allerlei onderhanden of inmiddels voltooide projecten toegelicht waarmee [verweerder] van doen had. Uit de correspondentie daarover en de daarop betrekking hebbende gespreksverslagen komt een beeld naar voren dat de directeur van [verzoekster] uitermate ongerust is over de wijze waarop [verweerder] zijn werk uitoefent. Hij kreeg er, zo is vermeld, buikpijn van. [verzoekster] heeft een dossier aangelegd over de wijze van werken van [verweerder] en grote delen daarvan zijn in deze procedure aan de orde gekomen. [verweerder] heeft daarop afgedongen, maar hij heeft dat in onvoldoende mate gedaan. [verzoekster] heeft aannemelijk gemaakt dat [verweerder] niet functioneerde als van hem mocht worden verwacht.

5.4 De kantonrechter is niet onder de indruk van de door [verzoekster] verstrekte financiële cijfers. Het had op de weg van [verzoekster] gelegen inzicht te geven van haar vermogenspositie. Dat heeft zij niet gedaan. Het door [verzoekster] ingenomen standpunt dat zij onvoldoende financiële middelen heeft aan [verweerder] een vergoeding toe te kennen wordt daarom niet door de kantonrechter gedeeld. Niet is te beoordelen of de voorgestelde vergoeding die aan de 10 werknemers, die op de nominatie staan te worden ontslagen, reëel is.

5.5 De slotsom is dat, gelet op onder meer de wijze waarop [verweerder] zijn werk heeft verricht, zijn leeftijd en de duur van zijn dienstverband, het billijk is hem een vergoeding toe te kennen van € 9.000,00 bruto.

5.6 Aan [verzoekster] zal tot uiterlijk 20 januari 2012 de gelegenheid worden gegeven haar verzoekschrift in te trekken. Indien zij daartoe overgaat, zal zij als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Indien het niet tot een intrekking komt zijn voldoende termen aanwezig de proceskosten te compenseren in dier voege dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Beslissing:

Stelt [verzoekster] in de gelegenheid haar verzoek in te trekken door dit uiterlijk 20 januari 2012 schriftelijk aan de griffier van de rechtbank Almelo, sector kanton, locatie Enschede te berichten.

Veroordeelt in het geval het verzoekschrift wordt ingetrokken [verzoekster] in de kosten van de procedure aan de zijde van [verweerder] gevallen en tot op heden begroot op € 400,00 voor salaris gemachtigde.

Indien het niet tot een intrekking komt:

a. Ontbindt de tussen paritjen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 februari 2012;

b. Kent aan [verweerder] ten laste van [verzoekster] een vergoeding toe van

€ 9.000,00 bruto;

c. Compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven te Enschede door mr. M.H. van Rhijn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2011 in aanwezigheid van de griffier.