Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BU7770

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
01-12-2011
Datum publicatie
13-12-2011
Zaaknummer
: 124479 KG ZA 237-1
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Afwijzing vordering tot afgifte auto, omdat eiser eigendom niet aannemelijk heeft gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 124479 KG ZA 237-11

datum vonnis: 1 december 2011 (ck)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[eiser],

wonende te [plaats],

eiser,

verder ook te noemen: [eiser],

advocaat: mr. D. Beuving te Wierden,

tegen

[gedaagde],

wonende te [plaats],

gedaagde,

verder ook te noemen: [gedaagde],

advocaat: mr. C.M. de Jonge te Emmen.

Het procesverloop

Eiser heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 24 november 2011. Van hetgeen besproken is, zijn aantekeningen gemaakt.

Ter zitting zijn verschenen: eiser, vergezeld door mr. D. Beuving, en gedaagde, vergezeld door mr. C.M. de Jonge.

De vordering is toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. Bij de dagvaarding zijn de wettelijke formaliteiten in acht genomen.

2. In deze zaak staat het volgende vast. [eiser] en [gedaagde] zijn van 28 november 1991 tot en met 28 april 2011 gehuwd geweest onder huwelijkse voorwaarden. Uit het huwelijk zijn drie kinderen geboren, die hun hoofdverblijf hebben bij [gedaagde]. [gedaagde] heeft een auto van het merk Audi met kenteken [nr.], verder te noemen: de auto, onder zich, die volgens [eiser] aan hem toebehoort. Ten bewijze van zijn eigendom heeft [eiser] het kentekenbewijs, dat op zijn naam is geregistreerd, overgelegd. Aangezien [eiser] inmiddels anderhalf jaar geleden uit de voormalige echtelijke woning is vertrokken, wenst [eiser] de auto terug te ontvangen. [eiser] heeft de auto in eerste instantie aan [gedaagde] gelaten, onder ander omdat [gedaagde] de zorg heeft voor hun drie kinderen. [eiser] heeft echter het vermoeden dat [gedaagde] de auto in gebruik heeft gegeven aan haar nieuwe partner. Voorts heeft [eiser] gemerkt dat de auto niet APK-gekeurd is, aangezien hij hiervoor boetes heeft ontvangen, en zijn er, volgens [eiser], verkeersboetes veroorzaakt met de auto, die niet zijn voldaan. [eiser] heeft verschillende keren verzocht de auto aan hem af te geven, maar [gedaagde] is hiertoe niet overgegaan.

3. [eiser] vordert - zakelijk weergegeven - in het onderhavige kort geding:

I. [gedaagde] te veroordelen de Audi met kenteken [nr.] aan [eiser] af te geven binnen acht dagen na dagtekening van het vonnis op straffe van een dwangsom van € 500,-- voor iedere dag dat [gedaagde] hiermee na betekening van het vonnis in gebreke blijft;

II. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van het onderhavige geding.

4. [eiser] heeft aangevoerd dat het kenteken van de auto vanaf begin 2007 op zijn naam is geregistreerd. [eiser] heeft verklaard dat hij in april 2011 een adreswijziging van het kenteken heeft laten doorvoeren en dat hij beschikt over het meest recent afgegeven kentekenbewijs. Volgens [eiser] zijn er begin 2007 drie Audi’s aangeschaft, waarvan er één voor [gedaagde] bestemd was. [eiser] heeft verklaard dat de Audi die voor [gedaagde] bestemd was uit het huishoudelijk privébudget is voldaan. De andere twee Audi’s zijn zakelijk geleased. Eén van de geleasde auto’s werd vanaf levering door [eiser] bereden. [eiser] heeft verklaard dat hij de motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremie van de auto voldoet.

5. [gedaagde] heeft voorafgaande aan de behandeling ter zitting stukken ingediend waaruit blijkt dat de Belastingdienst op 9 april 2011 executoriaal beslag heeft gelegd op de auto voor een schuld van [eiser] aan de Belastingdienst van € 30.688,-- exclusief kosten en rente. Voorts heeft [gedaagde] een bewijs van betaling d.d. 8 juli 2011 van € 74,-- aan het CJIB overgelegd.

[gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat er begin 2007 drie Audi’s zijn aangeschaft in één zakelijke ‘deal’, waarvan er één aan [gedaagde] is geleverd. Volgens [gedaagde] is de auto, die aan haar is geleverd, uit privé middelen betaald. [gedaagde] heeft de auto vanaf de levering tot begin juni 2011 gereden. Volgens [gedaagde] heeft de Belastingdienst haar toegestaan de auto ook na het beslag te berijden, maar moet zij er rekening mee houden dat deze op enig moment tot zich wordt genomen door de Belastingdienst. Op het moment dat [gedaagde] de auto heeft aangeboden bij een autobedrijf voor een APK-keuring is gebleken dat het kenteken op een ander adres geregistreerd staat dan op de aan [gedaagde] ter beschikking staande kentekenpapieren is vermeld. De auto kon dientengevolge niet APK worden gekeurd en is sindsdien door [gedaagde] gestald. Volgens het autobedrijf heeft er op 11 april 2011 een adreswijziging plaatsgevonden ten aanzien van de kentekenregistratie van de auto.

6. [eiser] stelt eigenaar van de auto te zijn en vordert de auto op grond daarvan terug van [gedaagde]. [eiser] baseert de eigendom van de auto op het feit dat het kenteken van de auto op naam van [eiser] is geregistreerd. De voorzieningenrechter overweegt dat de tenaamstelling op het kentekenbewijs geen bewijs van eigendom van de auto oplevert. Ook houderschap kan niet worden afgeleid uit de tenaamstelling. De voorzieningenrechter stelt vast dat [gedaagde] vanaf de levering van de auto, begin 2007, de feitelijke macht over de auto heeft uitgeoefend. [gedaagde] bereed de auto immers, voor het merendeel om de kinderen te vervoeren, terwijl [eiser] vanaf begin 2007 over een eigen auto beschikte. Het uitoefenen van de feitelijke macht door [gedaagde] wijst op houderschap. De houder van een goed wordt, gelet op artikel 3:109 in samenhang met artikel 3:119 Burgerlijk Wetboek, vermoed rechthebbende te zijn. Het is aan [eiser] om dit rechtsvermoeden te weerleggen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiser] hierin niet is geslaagd. Het enkele feit dat het kenteken op naam van [eiser] is geregistreerd en dat de motorrijtuigenbelasting en verzekering door [eiser] worden voldaan, is niet voldoende om eigendom aan te nemen. [eiser] heeft geen aanvullende gronden aangevoerd waaruit zijn eigendom zou moeten blijken. De voorzieningenrechter zal de vordering van [eiser] om de auto af te geven dan ook afwijzen.

Indien en voorzover uit de stellingen van partijen moet worden afgeleid dat de auto valt in een onverdeeldheid, nu partijen na hun echtscheiding nog niet tot scheiding en deling zijn overgegaan, dan zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen termen aanwezig om de auto, vooruitlopend op die scheiding en deling, reeds toe te wijzen aan [eiser].

De rechtbank wijst [eiser] erop dat hij door [gedaagde] het kentekenbewijs van de meest recente datum ter beschikking te stellen, [gedaagde] in de gelegenheid stelt een APK-keuring te laten plaatsvinden, zodat er geen boetes wegens het ontbreken van de vereiste APK-keuring meer ontstaan. De voorzieningenrechter gaat er vanuit dat, indien [gedaagde] beschikt over de vereiste kentekenpapieren, zij per ommegegaande een APK-keuring laat plaatsvinden.

7. Nu partijen een affectieve relatie hebben gehad, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de kosten te compenseren, aldus dat elke partij de eigen kosten draagt.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. wijst het gevorderde af;

II. compenseert de kosten van het geding aldus dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. G.G. Vermeulen, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 december 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.