Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BU7749

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
23-11-2011
Datum publicatie
13-12-2011
Zaaknummer
124378 KG ZA 232/11
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Veroordeling om woningstichting en aannemer toegang tot de woning en kruipruimte te verschaffen om glasvezelkabel te leggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 124378 KG ZA 232/11

datum vonnis: 23 november 2011 (ck)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

De stichting Woningstichting De Woonplaats,

gevestigd te Enschede,

eiseres,

verder ook te noemen: De Woonplaats,

advocaat: mr. R.J. Leijssen te Enschede,

tegen

[gedaagde],

wonende te [plaats],

gedaagde, niet verschenen,

verder ook te noemen: [gedaagde].

Het procesverloop

Eiseres heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 14 november 2011. Van hetgeen besproken is aantekening gemaakt.

Ter zitting zijn verschenen: [X], namens eiseres, vergezeld door mr. R.J.Leijssen.

Gedaagde is te dienende dage niet in rechte verschenen, waarna tegen hem verstek is verleend.

De vordering is toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. Bij de dagvaarding zijn de wettelijke formaliteiten in acht genomen.

2. In deze zaak staat het volgende vast.

De Woonplaats heeft vanaf 7 oktober 2010 de woning aan [adres] te [plaats] verhuurd aan [gedaagde]. De Woonplaats heeft opdracht gegeven om in het complex van woningen, waartoe de door [gedaagde] gehuurde woning behoort, glasvezelkabelnet aan te leggen. Om dit glasvezelkabelnet aan te leggen in het naast de woning van [gedaagde] gelegen appartement dient de opdrachtnemer door [gedaagde] toegang te worden verleend tot de woning van [gedaagde] en in het bijzonder tot de bij deze woning behorende kruipruimte. [gedaagde] heeft geen toegang verleend tot de kruipruimte, hoogstwaarschijnlijk omdat hij laminaat over de toegang tot de kruipruimte heeft gelegd.

3. De Woonplaats heeft de volgende acties ondernomen om toegang tot de woning en de kruipruimte te krijgen:

• brief van 20 juli 2011 waarin is vastgelegd dat [gedaagde] vóór 29 juli 2011 een afspraak zal maken met de opdrachtnemer voor uitvoering van de werkzaamheden en dat De Woonplaats [gedaagde] op 29 juli 2011 om 16:00 uur zal bezoeken om te controleren of hij de afspraak met de opdrachtnemer heeft gemaakt;

• bezoek op en brief van 10 augustus 2011 naar aanleiding waarvan en op grond waarvan [gedaagde] de kruipruimte zal vrijmaken en De Woonplaats [gedaagde] op 15 september 2011 om 13:00 uur zal bezoeken;

• brief van 29 september 2011 van mr. R.J. Leijssen waarin [gedaagde] is gesommeerd binnen 3 dagen na verzending van de brief van mr. Leijssen een afspraak te maken met De Woonplaats om de glasvezelkabel via de kruipruimte van de woning van [gedaagde] te leggen.

[gedaagde] is geen van de afspraken nagekomen en heeft niet gereageerd op de sommatie van mr. Leijssen. De Woonplaats heeft vervolgens het onderhavige kort geding aanhangig gemaakt.

4. De Woonplaats vordert - zakelijk weergegeven - in het onderhavige kort geding:

- De Woonplaats binnen vijf dagen na betekening van het vonnis toegang te verschaffen tot de woning van [gedaagde] aan [adres] te [plaats] en de door De Woonplaats ingeschakelde aannemer in de gelegenheid te stellen de werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van het glasvezelkabelnet uit te voeren;

- een en ander op grond van een schriftelijk verzoek van De Woonplaats, inhoudende dat [gedaagde] twee dagen na het verzoek op een door De Woonplaats genoemde datum en tijdstip zijn woning moet openstellen voor De Woonplaats en haar aannemer en de aannemer toegang moet verschaffen tot de kruipruimte;

- een en ander op straffe van een dwangsom van € 100,-- voor elke dag dat [gedaagde] nalaat De Woonplaats en de aannemer toe te laten tot zijn woning, gerekend vanaf het tijdstip waarop [gedaagde] naar aanleiding van een schriftelijk verzoek van De Woonplaats toegang moet verlenen;

- De Woonplaats te vergunnen, bij gebreke van de medewerking van [gedaagde], zich toegang te verschaffen tot de woning en de gemelde werkzaamheden uit te voeren;

- gedaagde te veroordelen in de kosten van dit geding.

5. De Woonplaats heeft aangevoerd dat [gedaagde], op grond van artikel 6.5 van de standaard algemene huurvoorwaarden betreffende de huurovereenkomst voor zelfstandige woonruimte van 12 maart 2004, verder te noemen: de huurvoorwaarden, die deel uit maken van de huurovereenkomst, gehouden is om zich te gedragen naar de mondelinge of schriftelijke aanwijzingen van de verhuurder, die worden gegeven in het belang van een behoorlijk gebruik van het gehuurde, de ruimte-installaties en de voorzieningen van het gebouw of complex waarvan het gehuurde deel uitmaakt. Op basis van artikel 6.12 van de huurvoorwaarden is de huurder verplicht de verhuurder in het gehuurde toe te laten in verband met uit te voeren werkzaamheden in het gehuurde. Op grond van de artikelen 9.10 en 9.11 van de huurvoorwaarden komen kosten voor (tijdelijke) verwijdering, eventuele opslag en het opnieuw aanbrengen van door de huurder aangebrachte zaken ten behoeve van door de verhuurder te verrichten onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan het gehuurde, voor rekening en risico van de huurder. Wanneer de huurder geen toestemming verleent voor het aanbrengen van de veranderingen, kan de verhuurder de rechter verzoeken haar te machtigen. De Woonplaats heeft aangevoerd dat [gedaagde] ook op grond van de wet gehouden is zijn medewerking te verlenen in het geval De Woonplaats ten behoeve van de naast de gehuurde woning gelegen woningen werkzaamheden moet laten verrichten.

6. Nu gedaagde niet ter zitting is verschenen, moeten deze feiten en omstandigheden als vaststaand worden aangenomen.

7. De voorzieningenrechter overweegt dat een huurder op grond van artikel 7:220 Burgerlijk Wetboek (BW) gelegenheid moet geven dringende werkzaamheden aan het gehuurde uit te voeren. De voorzieningenrechter acht niet aannemelijk dat het aanleggen van een glasvezelnetwerk als dringende werkzaamheid moet worden aangemerkt. Het in artikel 7:220 lid 1 BW genoemde artikel 5:56 BW ziet op de situatie dat een eigenaar van onroerende zaak het tijdelijk gebruik van zijn onroerende zaak moet toestaan voor het verrichten van werkzaamheden aan een andere onroerende zaak. Aangezien [gedaagde] geen eigenaar is van de onroerende zaak is artikel 5:56 BW niet van toepassing op de onderhavige situatie.

8. Hoewel er, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, geen sprake is van dringende werkzaamheden, is de voorzieningenrechter echter wel van oordeel dat de aanleg van het glasvezelnetwerk De Woonplaats voldoende belang geeft, afgewogen tegen de relatief geringe inbreuk op de rechten van [gedaagde], om toegang tot de woning en de kruipruimte te krijgen om de benodigde werkzaamheden te verrichten en acht de voorzieningenrechter

De Woonplaats hiertoe ook op grond van de huurvoorwaarden gerechtigd. In artikel 6.12 van deze voorwaarden is immers bepaald dat de huurder verhuurder in verband met door de verhuurder uit te voeren werkzaamheden tot het gehuurde toe moet laten. Onder verhuurder wordt mede verstaan de door of namens verhuurder aangewezen personen. In hetzelfde artikel is bepaald dat de verhuurder in noodgevallen gerechtigd is ook zonder overleg en/of buiten genoemde tijdstippen het gehuurde te betreden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat een in artikel 6.12 van de huurvoorwaarden genoemde situatie zich hier voordoet. [gedaagde] dient De Woonplaats en haar aannemer op grond van dit artikel toe te laten tot zijn woning om de glasvezelkabel ten behoeve van de naast de woning van [gedaagde] gelegen woning te leggen.

9. De voorzieningenrechter is van oordeel dat De Woonplaats optimale zorgvuldigheid, onder andere gelet op het tijdpad dat in acht is genomen, heeft betracht in haar pogingen zonder rechterlijke machtiging toegang tot woning en de kruipruimte onder de woning te verkrijgen. Nu deze zorgvuldige aanpak niet heeft geleid tot het verkrijgen van toegang tot de woning en de kruipruimte, zal de voorzieningenrechter De Woonplaats dan ook machtigen, indien [gedaagde] na het uitspreken van het onderhavige vonnis, alsnog zijn medewerking onthoudt aan het verlenen van toegang tot zijn woning en de kruipruimte, zich eigenhandig toegang tot de woning en de kruipruimte te verschaffen.

10. Gelet op de na te noemen beslissing kan De Woonplaats zich met dit vonnis al zelfstandig toegang tot de woning en de kruipruimte verschaffen, zodat oplegging van een dwangsom niet nodig is. De vordering tot oplegging hiervan zal dan ook worden afgewezen.

11. De vorderingen komen ook voor het overige onrechtmatig noch ongegrond voor en kunnen daarom worden toegewezen.

12. Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Veroordeelt gedaagde om eiseres en haar aannemer binnen vijf dagen na de rechtsgeldige betekening van dit vonnis de toegang tot de woning aan de [adres] te [plaats]te verschaffen en de door eiseres ingeschakelde aannemer in de gelegenheid te stellen de werkzaamheden ten behoeve van het aanleggen van het glasvezelkabelnet uit te voeren, waaronder de toegang te verschaffen tot de kruipruimte, op grond van een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van eiseres aan gedaagde, deze toegang, na afloop van een termijn van twee dagen van een door De Woonplaats genoemde dag en tijdstip te verschaffen;

II. Machtigt eiseres om bij gebreke van voldoening aan het hiervoor onder I. genoemde, zich de toegang tot de woning aan de [adres] te [plaats] te verschaffen en de onder I. genoemde werkzaamheden uit te voeren;

III. Veroordeelt gedaagde in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van eiseres begroot op € 659,14 aan verschotten en € 527,00 aan salaris van de advocaat.

IV. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

V. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.L.J. Koopmans, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 november 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.