Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BU6646

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
01-12-2011
Datum publicatie
02-12-2011
Zaaknummer
124650 / KG ZA 11-242
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Bijdrage in hypothecaire lasten van de gezamenlijk in eigendom toebehorende woning na verbreken van de relatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 124650 / KG ZA 11-242

datum vonnis: 1 december 2011 (ps)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[eiseres],

wonende te [plaats]

eiseres,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. D. Beuving te Wierden,

tegen

[gedaagde],

wonende te [plaats]

gedaagde,

verder te noemen: de man,

advocaat: mr. S.L. Geeraths te Almelo.

Het procesverloop

De vrouw heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

Op 21 november 2011 heeft de vrouw aanvullende stukken in het geding gebracht.

Op 22 november 2011 heeft de man producties in het geding gebracht.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 23 november 2011. Ter zitting zijn verschenen: de vrouw bijgestaan door mr. De Witte, kantoorgenote van mr. Beuving, en de man bijgestaan door mr. Geeraths. De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op heden.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

Feiten

1.1 In deze zaak staat het navolgende vast.

1.2 Partijen hebben een affectieve relatie gehad, welke relatie is geëindigd in juli 2010.

1.3 Partijen zijn bij helfte eigenaar van de woning staande en gelegen aan [adres] en [plaats] (verder: de woning).

Standpunt van de vrouw

2.1 De vrouw heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad de man te veroordelen:

a. tot nakoming van hetgeen partijen met elkaar zijn overeengekomen, te weten vanaf 1 oktober 2010 tot en met 14 maart 2011 betaling van € 1.050,- netto per maand, te weten € 5.775,- waarop de reeds door de man betaalde bijdrage van € 5.300,- in mindering kan worden gebracht, zodat resteert € 475,- op de privé bankrekening van de vrouw;

b. tot betaling van de helft van de hypotheeklast vanaf 14 maart 2011 tot en met 31 oktober 2011 ad € 575,- per maand, te weten totaal € 4.312,50 op de privé bankrekening van de vrouw;

c. tot betaling vanaf 1 november 2011 van de helft van de hypotheeklast ad € 575,- per maand, op de privé bankrekening van de vrouw dan wel op de ABN AMRO bankrekening met nummer [nr.] ten name van ABN AMRO Bank N.V.;

d. in de kosten van het onderhavige geding.

2.2 Daartoe heeft de vrouw - kort weergegeven - gesteld dat partijen zijn overeengekomen dat de man de woning zou blijven bewonen, totdat de woning is verkocht en geleverd. Tevens zijn partijen overeengekomen dat de vrouw met ingang van oktober 2010, zolang haar financiële en woonsituatie niet zou wijzigen, een bedrag ad € 940,- op de gezamenlijke rekening zou storten als bijdrage in de gezamenlijke lasten. De man zou een bedrag van

€ 1.050,- per maand op de gezamenlijke rekening storten.

2.3 Voorts heeft de vrouw gesteld dat met ingang van 14 maart 2011 haar financiële en woonsituatie is gewijzigd, zodat haar maandelijkse bijdrage ook is veranderd. De man dient vanaf 14 maart 2011 maandelijks bij te dragen in de hypothecaire lasten van de woning met een bedrag van € 575,- per maand.

2.4 De vrouw heeft gesteld dat de man zijn verplichtingen niet nakomt. Zij vreest dat de hypotheekhouder acties zal gaan ondernemen nu de kosten van de hypothecaire geldlening niet worden voldaan.

Standpunt van de man

3.1 De man heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen. Daartoe heeft de man - kort weergegeven - gesteld dat het de bedoeling was dat met het bedrag van € 1.990,- (€ 1.050,- plus € 940,-) alle vaste lasten zouden worden betaald. Toen diverse lasten door toedoen van de vrouw niet meer van de gezamenlijke bankrekening, maar van de privé-bankrekening van de man werden afgeschreven, was de man niet meer in staat om het overeengekomen bedrag van € 1.050,- te voldoen. De financiële situatie was reeds toen gewijzigd en de man kon niet langer worden gehouden aan de afspraken. De man heeft voorts gesteld dat hij immer zorg heeft gedragen voor betaling van de helft van de hypotheeklasten.

Overwegingen van de voorzieningenrechter

4.1 Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voldoende aannemelijk dat de vrouw spoedeisend belang bij de vorderingen heeft. Overigens heeft de man ook geen verweer gevoerd ter zake het spoedeisend belang. De voorzieningenrechter zal overgaan tot de materiële beoordeling.

4.2 De voorzieningenrechter begrijpt de vordering van de vrouw om de man te veroordelen tot betaling van de helft van de hypothecaire lasten als een vordering gegrond op artikel 3:172 Burgerlijk Wetboek (BW). Op grond van dit artikel delen de deelgenoten, tenzij een regeling anders bepaalt, naar evenredigheid van hun aandelen in de vruchten en andere voordelen die het gemeenschappelijke goed oplevert, en moeten zij in dezelfde evenredigheid bijdragen in de uitgaven betreffende dit gemeenschappelijke goed.

4.3 Partijen stellen beiden dat zij na het verbreken van de relatie zijn overeengekomen dat de man met € 1.050,- en de vrouw met € 940,- zal bijdragen in de vaste lasten, maar dat deze afspraak is gewijzigd nadat zich op enig moment gewijzigde omstandigheden hebben voorgedaan. De voorzieningenrechter gaat er gelet op de stellingen van partijen ter zitting voorlopig van uit dat er op dit moment geen sprake is van een duidelijke regeling tussen partijen over de kosten van de woning. De voorzieningenrechter neemt daarom het regime van artikel 3:172 BW als uitgangspunt. Partijen dienen naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter zodoende naar evenredigheid, in dit geval voor de helft, bij te dragen in de hypothecaire lasten van de woning. De voorzieningenrechter zal de man dan ook veroordelen om een bedrag van € 575,- per maand, zijnde de helft van de hypothecaire lasten van de woning, te voldoen op de bankrekening met nummer [nr.] ten name van ABN AMRO Bank N.V.

4.4 De overige vorderingen van de vrouw, zoals onder 2.1 a en b staan vermeld, betreffen geldvorderingen. Voor toewijzing van een vordering tot betaling van een geldsom in kort geding is slechts dan aanleiding, indien het bestaan (en de omvang) van de vordering in hoge mate aannemelijk is, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is. Partijen verschillen van mening over de vraag of de man tot op heden voldoende heeft bijgedragen. Onduidelijk is vanaf welk moment de afspraak tussen partijen is gewijzigd dan wel is komen te vervallen. Nu dit niet duidelijk is, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter de omvang van de geldvordering onvoldoende aannemelijk, zodat niet tot veroordeling in kort geding over kan worden gegaan. De voorzieningenrechter zal deze vorderingen van de vrouw zodoende afwijzen. De voorzieningenrechter doet hiermee uitdrukkelijk geen uitspraak over hetgeen partijen mogelijkerwijs over en weer nog van elkaar te vorderen hebben in het kader van de verdeling.

4.5 Aangezien partijen een affectieve relatie hebben gehad, worden de proceskosten tussen hen gecompenseerd.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Veroordeelt de man om met ingang van 1 november 2011 een bedrag van € 575,- per maand, zijnde de helft van de hypothecaire lasten van de woning aan de [adres] en [plaats] te voldoen op de bankrekening met nummer [nr.] ten name van ABN AMRO Bank N.V.

II. Compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

III. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

IV. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. W. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 december 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.