Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BU4349

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
08-11-2011
Datum publicatie
15-11-2011
Zaaknummer
08/710661-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voorhanden hebben vuurwapen in casu niet verwijtbaar

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2012/35

Uitspraak

Rechtbank Almelo

Sector strafrecht

Parketnummer: 08/710661-10

Datum vonnis: 8 november 2011

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo tegen:

[verdachte]

geboren op [1992] in [plaats]

wonende [plaats] en [adres]

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 oktober 2011. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.A.P.J.J. Lousberg en van hetgeen door de verdachte en haar raadsman

mr. J.H. Niemans, advocaat te Hengelo (O), naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

in de periode van 22 september 2010 tot en met 23 september 2010 een gaspistool voorhanden heeft gehad.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

zij in of omstreeks de periode van 22 september 2010 tot en met 23 september

2010 in de gemeente Enschede, een wapen van categorie III, te weten een gaspistool (merk Umarex, model Walther P88-9, kal. 9 mm), voorhanden heeft gehad.

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis waarvan 34 uren subsidiair 17 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van het voorarrest, te waarderen op 2 uren per dag.

4. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De beoordeling van het bewijs

5.1 De vaststaande feiten

De onderstaande feiten volgen rechtstreeks uit de bewijsmiddelen en hebben bij de behandeling van de zaak niet ter discussie gestaan. Het vaststellen van deze feiten behoeft daarom geen andere motivering door de rechtbank dan een verwijzing naar de betreffende bewijsmiddelen .

In de periode van 22 september 2010 tot en met 23 september 2010 heeft verdachte een gaspistool, merk Umarex, Walther P88-9, in haar schoudertas gehad.

5.2 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van oordeel dat verdachte, toen [X] het wapen bij haar in de tas had weggedaan en was weggelopen, de politie had moeten bellen om te vertellen dat zij een wapen in haar tas had. Nu zij dat niet gedaan heeft, heeft verdachte het wapen voorhanden gehad zoals bedoeld in de Wet wapens en munitie.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt dat, verdachte het wapen niet voorhanden had, omdat zij niets met het wapen durfde te doen en geen macht daarover kon uitoefenen. Op grond daarvan dient verdachte te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.

5.3 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Het voorhanden hebben

De rechtbank overweegt het volgende.

De rechtbank stelt vast dat [X] het wapen bij verdachte in de schoudertas heeft gedaan en daarna is weggelopen. Verdachte is daarna richting haar huis gelopen. Ze heeft op zeker moment een politieauto gezien, maar die reed weg. Na een half uur gelopen te hebben stopte er een politieauto bij haar. Zij heeft de agenten medegedeeld dat zij een wapen in haar tas had en het wapen afgegeven

Tussen het moment dat het wapen bij verdachte in de tas werd gedaan en het moment waarop zij het wapen aan de politie overhandigde is meer dan 30 minuten verlopen. In die tijd had verdachte de beschikking over het wapen. Naar het oordeel van de rechtbank was er daarom sprake van voorhanden hebben van het vuurwapen.

5.4 De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij in de periode van 22 september 2010 tot en met 23 september

2010 in de gemeente Enschede, een wapen van categorie III, te weten een gaspistool (merk Umarex, model Walther P88-9, kal. 9 mm), voorhanden heeft gehad.

De rechtbank heeft de eventueel in de bewezenverklaring voorkomende schrijffouten verbeterd. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.

6. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 55 van Wet wapens en munitie Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte zal worden ontslagen van rechtsvervolging op grond van afwezigheid van alle schuld dan wel op grond van psychische overmacht.

Het standpunt van de officier van justitie

Er was geen sprake van psychische overmacht. Verdachte had de politie moeten en kunnen bellen.

De rechtbank

Verdachte heeft een half uur over straat gelopen met het wapen in haar tas. De rechtbank vindt het aannemelijk geworden dat verdachte, nadat het wapen in haar tas werd gestopt, in paniek is geraakt en niet wist wat ze ermee moest doen. Die paniek wordt ook bevestigd door de politie die haar op straat aantreft. Wellicht had zij kunnen bellen met de politie. Maar gelet op de omstandigheid dat verdachte het wapen tegen wil en dank voorhanden kreeg, de paniek waarin verdachte verkeerde, de omstandigheid dat zij op het moment dat zij in direct contact met politieagenten kwam het wapen spontaan heeft ingeleverd en haar jeugdige leeftijd, is de rechtbank van oordeel dat verdachte niets te verwijten valt.

Verdachte zal op grond van afwezigheid van alle schuld worden ontslagen van rechtsvervolging.

8. De inbeslaggenomen voorwerpen

De officier van justitie heeft ter zitting niet gevorderd dat het voorwerp, vermeld op de beslaglijst, dient te worden verbeurdverklaard dan wel te worden onttrokken aan het verkeer.

De rechtbank zal de onttrekking aan het verkeer van dat voorwerp, zijnde een wapen, uitspreken, aangezien met betrekking tot dat voorwerp het tenlastegelegde is begaan en het voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

9. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht.

10. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

- verklaart bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt haar daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

het misdrijf: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

- verklaart verdachte niet strafbaar voor het bewezenverklaarde en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging;

Beslag

- verklaart ontrokken aan het verkeer het onder verdachte inbeslaggenomen voorwerp, zijnde een wapen.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.J.C. Geeve, voorzitter, mr. G.J. Stoové en mr. J. Wentink, rechters, in tegenwoordigheid van R.E. Groot, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 8 november 2011.