Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BU4007

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
02-11-2011
Datum publicatie
10-11-2011
Zaaknummer
120570 / HA ZA 11-410
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verdeling gemeenschap; verkoop en levering echtelijke woning. Vordering vrouw te bepalen dat het vonnis in de plaats zal treden van de notariele akte van levering. Vrouw geen belang bij haar vordering nu zij reeds met het vonnis van 18 maart 2009 kan bereiken wat zij wil nu daarin reeds is verklaard dat het vonnis in de plaats kan treden van de wilsverklaring van de man. Daartoe dient zij door haar notaris een akte van levering te laten opstellen, die mede door de man dient te worden ondertekend. Indien de man hieraan niet meewerkt, kan het vonnis van 18 maart 2009 in de plaats worden gesteld van de rechtshandeling van de man, waarna de akte van levering (en dus niet het vonnis als zodanig) kan worden ingeschreven in de openbare registers

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RFR 2012/34

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 120570 / HA ZA 11-410

datum vonnis: 2 november 2011 (AF)

Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

[eiseres],

wonende te [plaats],

eiseres,

verder te noemen de vrouw,

advocaat: mr. H.C. van der Sijs te Enschede,

tegen

[gedaagde],

wonende te [plaats],

gedaagde,

verder te noemen de man,

advocaat: mr. R. Kaya te Enschede.

Het procesverloop

1.1 Op 13 juli 2011 heeft de rechtbank een tussenvonnis gewezen. De rechtbank neemt over hetgeen in voormeld vonnis is overwogen.

1.2 Op de rolzitting van 27 juli 2011 heeft de vrouw een memo betreffende ‘Inschrijfbaarheid vonnis’ van een notaris en kandidaat-notaris alsmede en een artikel uit het tijdschrift WNPR in het geding gebracht, op welke stukken de vrouw zich tijdens de comparitiezitting heeft beroepen. Bij brief van 9 september 2011 heeft de man eveneens enkele stukken in het geding gebracht, waarop hij zich tijdens de comparitiezitting heeft beroepen

1.3 Op 21 september 2011 heeft de comparitie van partijen plaatsgevonden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.

1.4 Het vonnis is bepaald op heden.

2. De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

2.1 De vordering van de vrouw om te bepalen dat onderhavig vonnis in de plaats zal treden van de notariële akte van levering is ingegeven door het volgende. Hoewel de rechtbank in een eerder vonnis (van 18 maart 2009) heeft bepaald dat dat vonnis zo nodig in de plaats zal treden van de voor het passeren van de akte van levering vereiste wilsverklaring van de man, is volgens de vrouw gebleken dat dit onvoldoende is om de woning zonder de medewerking van de man te leveren.

2.2 De vrouw is bij tussenvonnis gevraagd ter comparitiezitting te onderbouwen hoe en waarom het vonnis van 18 maart 2009 onvoldoende is gebleken. De vrouw heeft daartoe reeds voor de comparitie een memo in het geding gebracht van [X](kandidaat-notaris) en [Y] (notaris) van 19 juli 2011. In dat memo is onder meer het volgende opgenomen

“Het is niet mogelijk dit vonnis (van 18 maart 2009, Rb) rechtstreeks in te schrijven bij het kadaster, omdat hetgeen is bepaald in het vonnis, niet voldoet aan de eisen gesteld in de artikel 3:300 en 3:301 BW en artikel 20 en 25 Kadasterwet.”

Voorts wordt in het memo uitgelegd aan welke eisen het vonnis dient te voldoen om in de openbare registers te kunnen worden ingeschreven.

In het artikel uit het tijdschrift WNPR, genaamd Reële executie: “Vonnis vervangt akte”’ van mr. R.L. Albers-Dingemans, wordt beschreven dat uitspraken waarin is bepaald dat deze in de plaats treden van de medewerking van de betreffende persoon dan wel in de plaats van de vereiste notariële akte, aanleiding geven tot lastig op te lossen problemen. In het artikel worden de problemen en oplossingen uitgelicht voor zover het gaat om de vraag of de notaris een rol moet vervullen bij het inschrijven van een rechterlijke uitspraak in de openbare registers van het Kadaster op grond van het feit dat de rechter heeft bepaald dat zijn uitspraak de vereiste notariële akte vervangt. De conclusie in dat artikel is dat beter gekozen kan worden voor “vonnis vervangt wilsverklaring”.

2.3 In aanvulling hierop is namens de vrouw ter comparitiezitting verklaard dat het Kadaster niet wil meewerken, omdat het Kadaster het vonnis niet wil inschrijven.

2.4 De rechtbank is van oordeel dat de vrouw met de stellingen in de dagvaarding, de in het geding gebracht stukken en haar verklaring tijdens de comparitiezitting niet heeft onderbouwd waarom het vonnis van 18 maart 2009 onvoldoende zou zijn om in haar wensen te voorzien. De rechtbank acht daartoe het volgende redengevend.

2.5 Al hetgeen de vrouw heeft aangedragen, ziet op gestelde problemen met het rechtstreeks inschrijven van een vonnis in de openbare registers (zoals omschreven in artikel 3:300, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW)). Het is echter nimmer de bedoeling geweest dat de vrouw zou trachten het vonnis van 18 maart 2009 rechtstreeks in te schrijven. Bepaald is dat dit vonnis zo nodig in de plaats kan treden van de wilsverklaring van de man (zoals omschreven in artikel 3:300, eerste lid, van het BW). Voor het in het geding gebrachte tijdschriftartikel geldt eveneens dat dit niet als onderbouwing van de vordering van de vrouw kan gelden, nu ook daarin slechts de problematiek van het inschrijven van een vonnis in de registers wordt behandeld. In de conclusie in dat artikel wordt zelfs als oplossing aangedragen hetgeen de rechtbank in het vonnis van 18 maart 2009 heeft bepaald, namelijk dat het vonnis in de plaats kan treden van de wilsverklaring van de man.

2.6 De rechtbank is van oordeel dat de vrouw geen belang heeft bij onderhavige vordering, nu zij reeds met het vonnis van 18 maart 2009 kan bereiken hetgeen zij wenst. Daartoe dient zij door haar notaris een akte van levering te laten opstellen, die mede door de man dient te worden ondertekend. Indien de man hieraan niet meewerkt, kan het vonnis van 18 maart 2009 in de plaats worden gesteld van de rechtshandeling van de man, waarna de akte van levering (en dus niet het vonnis als zodanig) kan worden ingeschreven in de openbare registers. De vordering zal om die reden worden afgewezen.

2.7 Als de overwegend in het ongelijk gestelde partij zal de vrouw worden veroordeeld in de kosten van dit geding. De kosten aan de zijde van de man worden begroot op

- vast recht € 71,00

- salaris advocaat € 904,00 (2 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 975,00.

3. De beslissing

De rechtbank:

I. Wijst de vordering van de vrouw af.

II. Veroordeelt de vrouw in de proceskosten. De kosten aan de zijde van de man worden begroot op € 975,00.

III. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Flos en is op 2 november 2011 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.