Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BU3415

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
01-11-2011
Datum publicatie
04-11-2011
Zaaknummer
123165 / KG ZA 11-186
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verlenen medewerking aan verkoop gezamenlijke woning en betaling helft van de woonlasten na beëindigen relatie. Toewijzing vordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 123165 / KG ZA 11-186

datum vonnis: 1 november 2011 (sjs)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[eiseres],

wonende te [plaats],

eiseres,

verder te noemen [eiseres],

advocaat: mr. D.F. Briedé te Almelo,

tegen

[gedaagde],

verblijvende te [plaats],

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde],

verschenen in persoon.

1. Het procesverloop

1.1 [eiseres] heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

1.2 De zaak is behandeld ter terechtzitting van 18 oktober 2011. Ter zitting zijn verschenen: [eiseres], vergezeld door mr. D.F. Briedé, en [gedaagde]. De standpunten zijn toegelicht.

1.3 Ter zitting heeft [gedaagde] verzocht om aanhouding van de zaak, omdat hij een advocaat wenst te raadplegen. Hij stelt daartoe dat hij zeer kort van tevoren op de hoogte is geraakt van de zitting. Nu aannemelijk is geworden dat [gedaagde] op grond van tussen partijen verstuurde sms-berichten al sinds 5 oktober 2011 op de hoogte was van de zitting en er sprake is van een aanmerkelijk financieel belang aan de zijde van [eiseres], heeft de voorzieningenrechter het aanhoudingsverzoek afgewezen. Het vonnis is bepaald op vandaag.

2. De vaststaande feiten

2.1 In deze zaak staat het navolgende vast.

2.2 [eiseres] en [gedaagde] hebbende gedurende 9 jaar samengewoond. Zij zijn mede-eigenaar van een woning aan [adres] en [plaats], kadastraal bekend als [plaats], sectie [..], nummers [….] en [….].

2.3 De hypotheeklasten voor de woning bedragen netto € 350,00 per maand. De overige kosten voor de verzekeringen, het vastrecht voor drinkwater en elektra en de onroerend zaak belasting bedragen in totaal € 935,10 per jaar. Sinds februari 2011 heeft [gedaagde] niet meer bijgedragen in voornoemde lasten.

2.4 [gedaagde] heeft tot op heden geen medewerking verleend aan de verkoop van de woning, ondanks verzoeken daartoe door of namens [eiseres].

3. De standpunten van partijen

3.1 [eiseres] vordert - kort weergegeven - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. [gedaagde] te veroordelen zijn medewerking te verlenen aan de verkoop en overdacht van voornoemde woning, via een door [gedaagde] aan te wijzen notaris;

II. te bepalen dat [eiseres] vervangende toestemming wordt verleend voor hetgeen onder I is gevorderd, indien [gedaagde] niet op eerste verzoek van [eiseres] medewerking verleent en te bepalen dat dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 2 BW mede in de plaats zal treden van de door de notaris op te stellen akte van levering met betrekking tot de woning, voor zover het betreft het verlenen van toestemming van [gedaagde] tot die levering;

III. te bepalen dat partijen de overwaarde van de woning minus kosten op datum transport bij helfte delen;

IV. [gedaagde] bij wijze van voorschot te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 3.092,55, alsmede tot betaling van € 175,00 per maand ingaande oktober 2011 totdat de woning zal zijn overgedragen aan een derde;

V. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de achterstallige maandtermijnen vanaf februari 2011 en over een bedrag van € 1.692,55 vanaf 31 augustus 2011 tot de dag der voldoening;

VI. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ad € 800,00;

VII. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.

3.2 [eiseres] stelt daartoe dat [gedaagde] als mede-eigenaar van de woning aan de [adres] en [plaats] de helft van de kosten voor de woning dient bij te dragen. Nu [gedaagde] sinds februari 2011 niets meer heeft bijgedragen, zijn de kosten niet meer voor [eiseres] (alleen) op te brengen. Zij wenst de woning te verkopen, maar [gedaagde] verleent daaraan geen medewerking.

3.3 [gedaagde] heeft gewezen op zijn slechte financiële omstandigheden. Voorts heeft hij aangevoerd niet in te zien waarom hij dient bij te dragen in de kosten, nu [eiseres] in de woning verblijft met haar kinderen. Hij is wel bereid mee te werken aan de verkoop van de woning.

4. De beoordeling

4.1 Partijen zijn gezamenlijk eigenaar van de woning aan de [adres] en [plaats], zodat er sprake is van gemeenschap. In die gemeenschap dienen beide partijen de helft van de kosten te dragen, tenzij zij daaromtrent anders zijn overeengekomen, maar dat is niet gesteld of gebleken. Als niet of onvoldoende betwist is komen vast te staan dat de kosten voor de woning € 350,00 per maand bedragen wegens hypotheeklasten en € 935,10 per jaar wegens overige door [eiseres] gestelde kosten. [gedaagde] heeft sinds februari 2011 niet meer in deze kosten bijgedragen. De vordering tot betaling van de helft van de kosten voor de hypotheek ad € 1.400,00 (berekend tot en met september 2011) en tot betaling van de helft van de overige kosten ad € 476,55, te vermeerderen met de wettelijke rente, kan dan ook worden toegewezen. Wel zal de voorzieningenrechter mede gelet op de vermoedelijke financiële positie van [gedaagde] de veroordeling tot betaling van dit bedrag niet op drie dagen na betekening van het vonnis stellen, maar op veertien dagen. De voorzieningenrechter ziet geen rechtsgrond voor toewijzing van een ‘voorschot schadevergoeding’.

4.2 Voorts is tussen partijen niet in geschil dat de woning verkocht dient te worden. [gedaagde] heeft dit ter terechtzitting uitdrukkelijk erkend. Tot op heden heeft [gedaagde] hieraan echter zijn medewerking niet verleend. De gevorderde veroordeling tot medewerking aan de verkoop en de vervangende toestemming op grond van artikel 3:300 lid 2 BW zal daarom eveneens worden toegewezen. Dit geldt ook voor de vordering tot verdeling bij helfte van de (eventuele) overwaarde van de woning minus de kosten op de transportdatum.

4.3 De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. [eiseres] heeft niet gesteld dat zij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan werkzaamheden die behoren tot de voorbereiding van deze procedure.

4.4 Omdat tussen partijen een affectieve relatie heeft bestaan, zullen de kosten van dit kort geding worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. veroordeelt [gedaagde] tot het verlenen van medewerking aan de verkoop en overdacht van de woning aan de [adres] en [plaats], kadastraal bekend als [plaats], sectie [..], nummers [….] en [….], via een door [gedaagde] aan te wijzen notaris, waarbij onder verkoop mede moet worden begrepen het aanstellen van een makelaar door [eiseres] en het tekenen van het koopcontract door [gedaagde];

II. verleent [eiseres] vervangende toestemming voor hetgeen waartoe [gedaagde] onder I. is veroordeeld, indien [gedaagde] niet op eerste verzoek van [eiseres] medewerking verleent, en bepaalt dat dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 2 BW mede in de plaats zal treden van de door de notaris op te stellen akte van levering met betrekking tot voornoemde woning, voor zover het betreft het verlenen van toestemming van [gedaagde] tot die levering;

III. bepaalt dat partijen de overwaarde van voornoemde woning minus de kosten op datum transport bij helfte delen;

IV. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van het thans reeds verschuldigde bedrag van € 1.876,55 en van € 175,00 per maand ingaande oktober 2011 totdat de woning zal zijn overgedragen aan een derde;

V. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente over de achterstallige maandtermijnen vanaf februari 2011 en de wettelijke rente over € 1.692,55 vanaf 31 augustus 2011 tot de dag der voldoening;

VI. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

VII. compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

VIII. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 november 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.