Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BT8480

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
11-10-2011
Datum publicatie
18-10-2011
Zaaknummer
115094 / KG ZA 10-255
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Afgifte computer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 115094 / KG ZA 10-255

datum vonnis: 11 oktober 2011 (ps)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[eiseres]

wonende te [plaats]

eiseres,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. L. de Widt te Enschede,

tegen

[gedaagde]

wonende te [plaats],

gedaagde,

verder te noemen: de man,

in persoon verschenen.

Het procesverloop

De vrouw heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 21 oktober 2010. Ter zitting zijn verschenen: de vrouw, bijgestaan door mr. De Widt en de man in persoon. De procedure is geschorst in afwachting van de resultaten van mediation en verwezen naar de rol van 26 januari 2011 voor uitlating partijen.

Op 26 januari 2011 heeft de vrouw een akte uitlating partijen ingediend.

Op 31 augustus 2011 heeft de vrouw een akte verzoek toewijzing gebruik roerende zaak ingediend. Deze akte is op 22 augustus 2011 aan de man betekend.

De zaak is wederom behandeld ter terechtzitting van 27 september 2011. Ter zitting is de vrouw, bijgestaan door mr. De Widt, verschenen. De man is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. De aanvullende vordering van de vrouw is toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

Feiten

1.1 In deze zaak staat het navolgende vast.

1.2 Partijen zijn op 31 augustus 1984 gehuwd.

1.3 Partijen werken door middel van een maatschap samen in een boerenbedrijf.

1.4 De vrouw is bewindvoerder van de zoon van partijen.

Vordering van de vrouw, zoals vermeld in de dagvaarding

2.1 Bij dagvaarding heeft de vrouw gevorderd bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. de man te veroordelen om op zeer korte termijn de vrouw toegang te verstrekken tot de echtelijke woning, waarbij zij de in de dagvaarding genoemde zaken kan meenemen zonder hierin belet te worden door de man. Tevens heeft de vrouw gevorderd een dwangsom aan de man op te leggen voor iedere overtreding van € 1.000,- per dag waarop hij niet voldoet aan het te wijzen vonnis en de vrouw te machtigen om ten behoeve van de uitvoering van het te wijzen vonnis de hulp van de sterke arm van politie en justitie in te roepen;

II. de man te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure.

2.2 Daartoe heeft de vrouw – kort en zakelijk weergegeven- verklaard dat zij voornemens is een echtscheidingsverzoek in te dienen en dat de man haar geen toegang tot de echtelijke woning verstrekt. De vrouw heeft er belang bij om een aantal zaken uit de echtelijke woning mee te nemen. Ten aanzien van de zakelijke computer heeft de vrouw gesteld dat het spoedeisend belang gelegen is in fiscale verplichtingen. Aangezien de zoon van partijen in verband met zijn handicap afhankelijk is van zijn pc, heeft de vrouw ook spoedeisend belang met betrekking tot deze pc en toebehoren. De vrouw heeft gesteld dat zij ook spoedeisend belang heeft bij de overige zaken (waaronder een privécomputer, foto’s, koelkast en wasmachine), omdat zij die zaken per direct wil gebruiken en de man zijn toezegging dat de vrouw de zaken kan ophalen niet nakomt.

Standpunt van de man

3.1 De man heeft verweer gevoerd en heeft –kort en zakelijk weergegeven- gesteld dat hij een aantal van de door de vrouw genoemde zaken al aan haar heeft doen toekomen. De pc van de zoon van partijen heeft de man naar eigen zeggen in de schuur van een broer gezet. De man heeft ter zake een aantal zaken, waaronder de perforator en privécomputer, gesteld dat deze van de maatschap zijn. Voorts heeft de man te kennen gegeven zelf de administratie te willen verrichten.

Aanvullend verzoek van de vrouw

4.1 Bij akte verzoek toewijzing gebruik roerende zaak heeft de vrouw de rechtbank verzocht vervangende toestemming te geven aan de vrouw om toegang te krijgen, volledige inzage te krijgen, alsmede gebruik te kunnen maken van de gegevens uit de computer die inmiddels al ruim 9 maanden bij de accountant staat.

4.2 De vrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het noodzakelijk is dat zij toegang krijgt tot de zakelijke computer die bij de accountant staat om een financiële afwikkeling te kunnen maken inzake de ontbinding van het huwelijk alsmede de beëindiging van de maatschap. De vrouw heeft deze gegevens ook nodig voor het verrichten van de belastingaangifte 2010. Op de computer bevinden zich enkel financiële gegevens over de periode dat de maatschap nog bestond. Het kopiëren van de gegevens op bijvoorbeeld een harde schijf is onvoldoende, omdat de vrouw dan geen beschikking heeft over de daarbij behorende programma’s. Zij zal dan nieuwe inlogcodes moeten aanvragen voor de programma’s, hetgeen geld zal kosten. De man heeft volgens de vrouw nog een computer in zijn bezit waar dezelfde gegevens en programma’s opstaan.

4.3 De man is niet ter zitting van 27 september 2011 verschenen en heeft het aanvullend verzoek van de vrouw niet betwist.

Overwegingen van de voorzieningenrechter

4.1 Ter zitting van 21 oktober 2010 heeft de voorzieningenrechter bepaald dat de zakelijke computer en alle bijbehorende financiële bescheiden, benodigd voor het indienen van de BTW-aangifte voor het derde kwartaal 2010, op vrijdag 22 oktober 2010 worden afgeleverd ten kantore van De Jong en Laan, waarbij namens de maatschap opdracht wordt verleend aan De Jong en Laan om de BTW-aangifte te verzorgen. Voor het verdere verloop van de procedure hebben partijen ingestemd met verwijzing naar een mediator.

4.2 Uit de akte verzoek toewijzing gebruik roerende zaak blijkt dat de man er voor zorg heeft gedragen dat de accountant de beschikking kreeg over de computer om BTW-aangifte te doen.

4.3.1 Ten aanzien van het in de dagvaarding gevorderde overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

4.3.2 De vrouw heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat ten aanzien van alle door haar opgesomde zaken, met uitzondering van de zakelijke pc, de financiële bescheiden en de pc van de zoon van partijen, sprake is van een dermate spoedeisend belang dat de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden of de verdeling van de eventueel tussen partijen bestaande gemeenschap in het kader van een echtscheidingsprocedure niet zou kunnen worden afgewacht. De voorzieningenrechter zal de vorderingen van de vrouw die betrekking hebben op deze zaken dan ook afwijzen.

4.3.3 Voldoende aannemelijk is dat de vrouw spoedeisend belang heeft bij de zakelijke computer, financiële bescheiden en de pc van de zoon van partijen.

4.3.4 Nu de vrouw de stelling van de man dat hij de pc van de zoon in de schuur van de broer heeft gezet niet heeft betwist, gaat de voorzieningenrechter uit van de juistheid van die stelling. Niet gesteld of gebleken is dat de vrouw de pc niet bij de broer zou kunnen ophalen, zodat de voorzieningenrechter ook dit gedeelte van de vordering zal afwijzen.

4.3.5 Nu de zakelijke computer en financiële bescheiden inmiddels kennelijk aan de accountant ter beschikking zijn gesteld, ontbreekt een belang voor de vrouw om toegang te krijgen tot de woning om die zaken mee te nemen. De voorzieningenrechter zal derhalve ook tot afwijzing van dit gedeelte van de vordering overgaan.

4.4.1 De rechtbank begrijpt de akte verzoek toewijzing gebruik roerende zaak van de vrouw als een vermeerdering van eis. De vermeerdering van eis is tijdig bij exploot aan de man kenbaar gemaakt.

4.4.2 Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voldoende aannemelijk geworden dat de vrouw spoedeisend belang heeft bij deze vordering. De vrouw heeft de gegevens immers nodig om onder meer de belastingaangifte 2010 te kunnen doen.

4.4.3 Uit hetgeen de vrouw ter zitting heeft verklaard is de voorzieningenrechter gebleken dat zij afgifte van de zakelijke computer heeft bedoeld te vorderen, opdat zij deze kan gebruiken.

4.4.4 Nu de man deze stelling niet heeft betwist, gaat de voorzieningenrechter uit van de juistheid van de stelling van de vrouw dat de man zelf over een andere computer beschikt met daarop een dezelfde programmatuur en data. Dit geldt ook voor de stelling van de vrouw dat de BTW-aangifte inmiddels is verricht en dat de accountant de computer (inclusief de programmatuur en de data) niet meer nodig heeft.

4.4.5 Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voldoende aannemelijk geworden dat het belang van de vrouw bij afgifte van de computer thans zwaarder weegt dan het belang van de man. De man beschikt over een computer met dezelfde programmatuur/gegevens en heeft de onderhavige computer niet meer nodig voor de BTW-aangifte. De vrouw daarentegen heeft de computer nodig om onder meer haar eigen belastingaangifte 2010 te kunnen verzorgen. De rechtbank zal de man dan ook veroordelen om de computer (met daarop de huidige programmatuur en data) daartoe af te geven aan de vrouw. De voorzieningenrechter acht een termijn om tot afgifte over te gaan van zeven dagen na betekening van dit vonnis redelijk.

4.4.6 Ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter dat met de veroordeling tot afgifte van de computer in kort geding op geen enkele wijze is vooruitgelopen op de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden, de verdeling van de eventueel tussen partijen bestaande gemeenschap dan wel de vereffening van het vermogen van de maatschap.

4.5 Omdat partijen echtelieden zijn, worden de proceskosten tussen hen gecompenseerd.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. veroordeelt de man om binnen zeven dagen na de datum van betekening van dit vonnis de zakelijke computer, die thans bij de accountant staat, aan de vrouw af te geven opdat zij daarmee haar belastingaangifte 2010 kan doen;

II. compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;

III. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

IV. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. A.R. van der Winkel, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 oktober 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.