Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BT8473

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
12-10-2011
Datum publicatie
18-10-2011
Zaaknummer
123467 / KG ZA 11-197
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Artikel 700 lid 3 Rv. Geen eis in hoofdzaak ingediend. Conservatoir beslag is vervallen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 123467 / KG ZA 11-197

datum vonnis: 12 oktober 2011 (ps)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[eiser],

wonende te [plaats],

eiser,

verder te noemen: de man,

advocaat: mr. M. de Jonge te Apeldoorn,

tegen

[gedaagde],

wonende te [plaats],

gedaagde,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. S.H.G. Swennen te Schalkhaar.

Het procesverloop

De man heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 5 oktober 2011. Ter zitting zijn verschenen: de man vergezeld door mr. S.H.O. Schaapherder, kantoorgenote van mr. De Jonge en de vrouw vergezeld door mr. Swennen. De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

Feiten

1.1 In deze zaak staat het navolgende vast.

1.2 Partijen zijn op 3 maart 2000 onder huwelijkse voorwaarden gehuwd.

1.3 Op 20 december 2010 heeft de vrouw conservatoir derdenbeslag doen leggen onder ABN AMRO Bank N.V. (verder: ABN AMRO) en Stichting Grafische Bedrijfsfondsen op alle vorderingen en/of roerende zaken die geen registergoederen zijn en die de derdebeslagene onder zich heeft en of uit een reeds nu bestaande rechtsverhouding zal of mocht verkrijgen, onder zijn/haar berusting heeft en/of mocht krijgen ten behoeve van [X]

1.4 Bij beschikking van 4 mei 2011 heeft de rechtbank Almelo de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en partijen bevolen om, zodra de echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, met elkaar over te gaan tot afwikkeling van de tussen hen geldende huwelijkse voorwaarden, alsmede met elkaar over te gaan tot verdeling van een eventueel tussen partijen bestaande gemeenschap. Tevens heeft de rechtbank een notaris en onzijdig persoon benoemd.

1.5 Voornoemde beschikking is nog niet ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand. Tegen deze beschikking is hoger beroep ingesteld.

Vordering van de man

2.1 De man heeft gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

i. primair te verklaren voor recht dat de gelegde conservatoire beslagen van rechtswege zijn komen te vervallen en de vrouw te veroordelen al het nodige in het werk te stellen om ervoor zorg te dragen dat de man weer toegang krijgt tot zijn rekeningen;

ii. subsidiair de vrouw te veroordelen om binnen een dag na betekening van het te wijzen vonnis, de door haar ten laste van de man gelegde conservatoire beslagen op te (laten) heffen op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag of dagdeel dat zij dit verzuimt;

iii. de vrouw te veroordelen in de kosten van het geding.

2.2 Ter zitting heeft de man de eis gewijzigd in die zin dat waar ‘de gelegde conservatoire beslagen’ staat, thans gelezen dient te worden ‘het onder ABN AMRO gelegde conservatoire beslag’, nu Stichting Grafische Bedrijfsfondsen de gelden inmiddels heeft vrijgegeven.

2.3 De man heeft daarnaast ter zitting het primair gevorderde nader geconcretiseerd in die zin dat hij heeft gevorderd de vrouw te veroordelen om een bericht te sturen aan ABN AMRO waarin wordt bericht dat het conservatoir beslag is vervallen.

2.4 Daartoe heeft de man gesteld dat de vrouw geen eis in de hoofdzaak heeft ingesteld, zodat het gelegde beslag van rechtswege is komen te vervallen. De vrouw heeft beslag gelegd omdat zij meent een vordering van € 55.000,- te hebben op de man op grond van artikel 3 van de huwelijkse voorwaarden. Deze vordering is gebaseerd op door de vrouw gestelde vergoedingsrechten over de periode 2005 tot en met 2010. In het kader van de echtscheidingsprocedure heeft de vrouw niet verzocht om toewijzing van deze vermeende vordering, enkel om een verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap te gelasten met veroordeling uitvoering te geven aan de huwelijkse voorwaarden.

2.5 Voorts heeft de man gesteld dat ABN AMRO de man pas toegang tot zijn rekeningen verstrekt wanneer zij bericht van de vrouw heeft ontvangen dat de man daadwerkelijk weer toegang mag krijgen.

2.6 De man heeft gesteld spoedeisend belang bij de vordering te hebben. Hij heeft nauwelijks financiële middelen om over te beschikken.

Het verweer van de vrouw

3.1 De vrouw heeft verweer gevoerd tegen de vordering van de man en heeft gevorderd hem te veroordelen in de kosten van dit geding. Primair heeft de vrouw zich op het standpunt gesteld dat de verrekening valt onder het verzoek tot verdeling zoals dat door haar is ingediend en door de rechtbank is toegewezen. Indien de verrekening daar niet onder zou vallen, is het beslag inderdaad van rechtswege vervallen. De onderhavige procedure is dan onnodig. De man had in dat geval ABN AMRO moeten dagvaarden.

3.2 Voorts heeft de vrouw zich op het standpunt gesteld dat de man geen spoedeisend belang heeft bij zijn vordering. De man heeft een netto besteedbaar inkomen van

€ 1.018,83 per maand, derhalve een bedrag boven de bijstandsnorm.

3.3 Het primair gevorderde kan niet worden toegewezen, omdat een verklaring voor recht in kort geding niet mogelijk is. Voorts is de vordering te vaag.

Overwegingen van de voorzieningenrechter

4.1 Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft de man voldoende aannemelijk gemaakt spoedeisend belang te hebben bij de onderhavige vordering. In hoeverre de man over andere gelden kan beschikken, is voor de beoordeling van het spoedeisend belang van minder belang. Duidelijk is dat de man in zijn bestedingsvrijheid wordt beperkt als gevolg van het feit dat ABN AMRO zijn gelden niet vrijgeeft. De voorzieningenrechter zal overgaan tot de materiële beoordeling.

4.2 De vraag ligt voor of het verzoek tot echtscheiding, zoals dat door de vrouw is ingediend, heeft te gelden als een eis in de hoofdzaak in de zin van artikel 700 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.). Daartoe is vereist dat de vordering strekt tot het verkrijgen van een voor tenuitvoerlegging vatbare veroordeling tot voldoening aan de vordering ter verzekering waarvan het conservatoir beslag is gelegd (zie ook: HR 26 februari 1999, NJ 1999, 717).

4.3 De vrouw heeft een verzoekschrift ingediend betreffende de echtscheiding en een aantal nevenvoorzieningen. In dit verzoekschrift heeft de vrouw verzocht de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap voor zover aanwezig te gelasten met veroordeling uitvoering te geven aan de huwelijkse voorwaarden en benoeming van een notaris en onzijdig persoon.

4.4 Voornoemd verzoek van de vrouw kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet als een eis in de hoofdzaak in de zin van artikel 700 lid 3 Rv. worden aangemerkt, nu toewijzing van dit verzoek niet een rechtstreeks voor executie vatbare titel oplevert. Indien partijen er onverhoopt niet in mochten slagen buiten de rechter om tot afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden en verdeling van een eventuele gemeenschap te geraken, zal de vrouw immers een afzonderlijke procedure bij de rechter aanhangig moeten maken om een executoriale titel te verkrijgen met betrekking tot de door haar gepretendeerde vordering op de man.

4.5 Nu geen eis in de hoofdzaak is ingesteld, is het conservatoir beslag krachtens artikel 700 lid 3, laatste zin Rv. vervallen.

4.6 De door de man gevorderde verklaring voor recht is een voorziening die de rechtstoestand tussen partijen vaststelt. Een dergelijke verklaring is naar haar aard niet voorlopig. Dit gedeelte van de primaire vordering zal derhalve worden afgewezen.

4.7 Nu het conservatoir beslag is vervallen en tussen partijen niet ter discussie staat dat ABN AMRO zal overgaan tot het vrijgeven van de gelden na ontvangst van een bericht van de vrouw, zal de voorzieningenrechter de vrouw veroordelen om een bericht aan ABN AMRO te sturen waarin staat dat het conservatoir beslag van rechtswege is vervallen. Dat de man de vrouw in kort geding heeft gedagvaard in plaats van ABN AMRO, is in zoverre begrijpelijk nu tussen partijen nog in geschil was of het conservatoir beslag was komen te vervallen. De voorzieningenrechter overweegt dat, nu duidelijk is dat het beslag is vervallen, van de man niet kan worden gevergd nogmaals een kortgedingprocedure te entameren, met de bijbehorende kosten, om ervoor te zorgen dat ABN AMRO overgaat tot het vrijgeven van de gelden.

4.8 De voorzieningenrechter zal bepalen dat een dwangsom zal worden verbeurd indien de vrouw verzuimt om een bericht aan ABN AMRO te sturen. De gevorderde dwangsom zal gematigd worden tot € 100,- per overtreding, met een maximum van € 20.000,-.

4.9 Omdat partijen echtelieden zijn, worden de proceskosten tussen hen gecompenseerd.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. veroordeelt de vrouw om aan ABN AMRO een bericht te sturen waarin staat dat het op 20 december 2010 onder ABN AMRO gelegde conservatoir beslag van rechtswege is vervallen, onder verbeurte van een dwangsom van € 100,- per dag dat de vrouw verzuimt aan deze veroordeling te doen, met een maximum van € 20.000,-;

II. compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;

III. verklaart onderdeel I. van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

IV. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. A.E. Zweers, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 oktober 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.