Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BT8353

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
10-10-2011
Datum publicatie
17-10-2011
Zaaknummer
386522 CV EXPL 11-1027
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Werknemer is sinds 1 mei 2010 als monteur in dienst bij een bedrijf dat zich richt op de verkoop van autobanden en velgen. Het bedrijf is door de broer van de werknemer, samen met een andere compagnon opgericht. In 2009 heeft die compagnon de aandelen in de onderneming verkocht aan de beide huidige aandeelhouders. De broer van de werknemer heeft van deze transactie niet geprofiteerd en bleef in eerste werkzaam voor het bedrijf. Die relatie is beëindigd vanwege verstoorde verhoudingen. Werknemer wordt thans door werkgever verweten dat hij 'de kant' van diens broer heeft gekozen. Werknemer wordt na een gesprekt volgens hem op vakantie gestuurd, werkgever stelt dat hij vrijwillig naar huis is gegaan hetgeen door haar als een beëindiging van de arbeidisovereenkomst wordt aangemerkt. Hij vordert thans achterstallig loon, vakantiegeld en wedertewerkstelling. Werkgever erkent de loonvordering. Van wedertewerkstelling kan geen sprake zijn nu het door de werknemer gedane aanbod om weer aan de slag te gaan door werkgever als niet reeël wordt beschouwd omdat de werknemer concurrerende werkzaamheden voor zijn broer zou verrichten. Complicerende factor is dat werknemer samen met zijn broer woont in de woning boven het bedrijf van werkgever. De broer heeft gedreigd vanuit die woning het bedrijf concurrentie te willen aandoen. Om die reden vordert werkgever in reconventie ontruiming van de bovenwoning.

De kantonrechter oordeelt dat onaannemelijk dat in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat werknemer bij werkgever het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat hij geen aanspraak meer zou maken op het voortzetten van het dienstverband. Loonvordering wordt toegewezen. De wedertewerkstelling wordt afgewezen omdat partijen over en weer al te kennenhebben gegeven niet met elkaar verder te willen. De reconventionele vordering wordt afgewezen nu daarvoor geen rechtsgrond aanwezig is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0851
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Kanton

Locatie Enschede

Zaaknummer : 386522 CV EXPL 11-10270

Uitspraak : 10 oktober 2011 (m.j.)

Vonnis in kort geding in de zaak van:

[eiser]

wonende te [plaats]

eiser in kort geding, verweerder in reconventie

hierna ook wel [eiser] te noemen

gemachtigde: mr. C.M.J. Ruijters,

jurist bij FNV Bondgenoten

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Trend Wheels B.V.

gevestigd en kantoorhoudende te Oldenzaal

gedaagde in kort geding, eiseres in reconventie

hierna ook wel Trend Wheels te noemen

gemachtigde: mr. H.G.M. van Zutphen,

advocaat te Almelo

1. procedure

[eiser] heeft gesteld en gevorderd als staat vermeld in de dagvaarding van 21 september 2011.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van maandag 3 oktober 2011. De gemachtigde van Trend Wheels heeft bij faxbericht d.d. 3 oktober 2011 producties in het geding gebracht en daarbij tevens een reconventionele vordering ingesteld.

[eiser] heeft zijn standpunt doen toelichten door zijn gemachtigde.

Trend Wheels, verschenen bij haar interim-manager de heer [J], heeft tegen de vordering verweer gevoerd en haar vordering in reconventie toegelicht, waartoe haar gemachtigde een pleitnota heeft gebruikt.

Het vonnis is bepaald op heden.

2. feiten

2.1 Bij de beoordeling van dit geschil wordt uitgegaan van de navolgende feiten. Deze worden voorshands als vaststaand beschouwd omdat zij door een van partijen zijn gesteld en door de andere partij onvoldoende of niet zijn betwist of zijn erkend.

2.2 Trend Wheels is een bedrijf dat zich richt op de verkoop van autobanden en velgen. Het bedrijf is door de broer van [eiser], [N], samen met een andere compagnon opgericht.

2.3 In 2009 heeft de compagnon van [N] de aandelen in de onderneming verkocht aan de beide huidige aandeelhouders van Trend Wheels, de heren [M] en [S].

2.4 [N] heeft van deze transactie niet geprofiteerd en bleef werkzaam voor Trend Wheels. Inmiddels is de verhouding tussen Trend Wheels en [N] verstoord geraakt.

2.5 [eiser] is op 1 mei 2010 voor onbepaalde tijd als monteur bij Trend Wheels in dienst getreden tegen een salaris van € 1.500,00 netto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag. Op de arbeidsovereenkomst zijn van toepassing de bepalingen van de Collectieve Arbeidsovereenkomst in de Banden- en Wielenbranche.

2.6 [eiser] heeft tot 24 augustus 2011 de overeengekomen arbeid bij Trend Wheels tot volle tevredenheid uitgevoerd.

2.7 Op 24 augustus 2011 heeft de interim-manager van Trend Wheels, de heer [J], een gesprek gevoerd met [eiser] over o.a. de handelwijze van [N] jegens Trend Wheels, waarna [eiser] vrijwillig dan wel op verzoek van [J] met vakantie naar huis is gegaan. Het bedrijf was vervolgens wegens vakantie gesloten tot omstreeks 2 september 2011.

2.8 Trend Wheels heeft sinds 1 augustus 2011 de betaling van het salaris van [eiser] gestaakt. Tevens is de vakantietoeslag over het aan 1 mei 2011 voorafgaande jaar onbetaald gebleven, zijnde € 1.440,00 netto.

2.9 Trend Wheels huurt haar bedrijfsruimte van de heer [P], directeur van [B] te Enschede.

2.10 [eiser] heeft als woonruimte de woning boven de bedrijfsruimte van Trend Wheels, zonder dat daartoe een (onderver-)huurovereenkomst is gesloten. Het gaat om een zelfstandige woonruimte met een eigen opgang. [N] verblijft daar incidenteel.

3. geschil

de vordering

3.1 [eiser] vordert bij wege van voorlopige voorziening de veroordeling van Trend Wheels tot betaling aan hem van:

? een bedrag van € 1.500,00 netto verschuldigd wegens loon per maand, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50%, te rekenen vanaf 1 augustus 2011 tot de datum van rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst;

? een bedrag van € 1.440,00 netto verschuldigd wegens vakantietoeslag;

? een bedrag van € 720,00 verschuldigd wegens wettelijke verhoging van de gevorderde vakantietoeslag;

? de wettelijke rente over alle hiervoor gevorderde bedragen vanaf de dag dat die bedragen verschuldigd zijn.

Voorts vordert hij veroordeling van Trend Wheels:

? om binnen twee dagen na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis [eiser] in het bezit te stellen van:

1. de schriftelijke arbeidsovereenkomst;

2. alle salarisspecificaties vanaf 1 mei 2010;

3. de jaaropgave 2011,

zulks op straffe van een dwangsom van € 100,00 per onderdeel en per dag voor elke dag dat Trend Wheels nalaat aan die veroordeling te voldoen;

? om binnen twee dagen na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis [eiser] in de gelegenheid te stellen de overeengekomen arbeid in dienst van Trend Wheels te hervatten, zulks op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag voor elke dag dat Trend Wheels nalaat aan die veroordeling te voldoen;

? een en ander met veroordeling van Trend Wheels in de kosten van deze procedure.

3.2 Daartoe voert [eiser] aan dat hij tot 24 augustus 2011 gewoon zijn reguliere arbeid verricht heeft. Op die dag heeft hij een gesprek gehad met [J], waarna hij met vakantie werd gestuurd. Het bedrijf werd vervolgens wegens vakantie gesloten. [eiser] heeft zich vervolgens beschikbaar gesteld voor werk maar werd daartoe niet in de gelegenheid gesteld. Derhalve heeft hij na 24 augustus 2011 op grond van artikel 7:628 lid 1 BW recht op loon. Door en namens [eiser] is Trend Wheels herhaaldelijk verzocht en gesommeerd om over te gaan tot de betaling van het loon en de vakantietoeslag. Dit heeft niet tot betaling geleid zodat [eiser] om die reden aanspraak maakt op de wettelijke verhoging. Trend Wheels heeft nimmer loonstroken en/of een jaaropgave verstrekt. Dat is voor Trend Wheels een verplichting voortvloeiende uit de wet. Ter zitting is door Trend Wheels een aantal loonstroken in het geding gebracht, te weten de loonstroken van januari 2011, maart 2011, april 2011, mei 2011 en juni 2011, zodat de vordering op dit punt navenant verminderd wordt.

het verweer:

3.3 In haar verweer voert Trend Wheels – samengevat en ten deze relevant – het volgende aan. [N] en Trend Wheels zijn inmiddels gescheiden partijen. [N] heeft vervolgens aangekondigd dat hij Trend Wheels concurrentie zal aandoen en dat hij zich in de nabijheid van de winkel van Trend Wheels zou vestigen met een eigen bedrijf. [eiser] heeft zich aan de kant geschaard van zijn broer, zodat de situatie omtrent [eiser] ook problematisch werd. In dat kader werd door [J] op 24 augustus 2011 met [eiser] een gesprek gevoerd. Naar aanleiding van dat gesprek is [eiser] vrijwillig en zonder dwang naar huis gegaan. Uit de nadien door hem verzonden sms-berichten alsmede uit het gegeven dat hij zijn eigendommen bij Trend Wheels heeft opgehaald, is bij Trend Wheels het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat [eiser] geen aanspraak meer zou maken op het dienstverband en dat partijen uit elkaar zouden gaan. Trend Wheels staat primair op het standpunt dat er tussen haar en [eiser] geen dienstverband meer bestaat. Subsidiair is Trend Wheels van mening dat de arbeidsovereenkomst door [eiser] niet wordt nageleefd op een zodanige wijze dat van Trend Wheels niet mag worden verwacht dat zij haar verplichtingen daaruit jegens [eiser] wel zou moeten naleven. [eiser] mag zich dan wel beschikbaar hebben gesteld voor de bedongen arbeid, dat aanbod was niet reëel, vooral niet nu [eiser] werkzaamheden voor zijn broer verricht en dit aanbod voor de toekomst niet is gebaseerd op de wil om nog door Trend Wheels te worden ingezet. Ter onderbouwing van haar standpunt verwijst Trend Wheels naar een aantal voorbeelden uit de jurisprudentie ter zake de hoofdregel van artikel 7:627 BW (geen arbeid, geen loon).

3.4 Ten aanzien van de loonstroken stelt Trend Wheels dat die loonstroken gewoon zijn verstrekt via de postbus op het bedrijf. Ze zijn gewoon verstrekt en als [eiser] die stroken niet heeft ontvangen dan komt dat omdat iedereen binnen het bedrijf de post naar eigen believen open maakte.

3.5 Trend Wheels wijst erop dat de inleidende dagvaarding niet voldoet aan de substantiëringsplicht. Het is een flinterdunne dagvaarding die niet voldoet aan de eisen zoals opgenomen in de artikel 21 Rv en 278 Rv lid 1.

eis in reconventie

3.6 Gezien de reële dreiging dat [N] en [verweerder] hun woonruimte boven het bedrijf van Trend Wheels zullen gebruiken als uitvalsbasis om Trend Wheels concurrentie aan te doen, heeft Trend Wheels er een spoedeisend belang bij dat beide broers die woonruimte verlaten. Zij hebben geen huurovereenkomst en zij gebruikten de ruimte alleen omdat die bij het aanvaarden van het pand door Trend Wheels leeg stond. Trend Wheels heeft geen toestemming gegeven voor dit gebruik. [verweerder] is derhalve in het pand van Trend Wheels zonder recht en titel aanwezig. Om die reden vordert Trend Wheels in haar hoedanigheid van werkgever:

I [verweerder] te veroordelen om de bovenwoning aan het adres [adres] en [woonplaats] met al degenen die en al hetgeen dat zich daarin of daarop bevinden respectievelijk bevindt, binnen twee dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, althans binnen een zodanige andere termijn als de kantonrechter in goede justitie vermeent te behoren, te verlaten en te ontruimen en met overgifte der sleutels in lege en behoorlijke toestand ter vrije beschikking van Trend Wheels te stellen en vervolgens verlaten en ontruimd te houden, zulks met machtiging aan Trend Wheels bij gebreke van volledige voldoening hieraan, deze verlating en ontruiming zelf te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en justitie op kosten van [verweerder].

Op basis van hetgeen bij wijze van verweer door haar is aangevoerd vordert Trend Wheels:

II te beslissen dat de verplichtingen uit hoofde van de arbeidsovereenkomst tussen partijen over en weer in afwachting van een definitieve beslissing niet behoeven te worden nagekomen;

III [verweerder] te verbieden de winkel van Trend Wheels aan het adres [adres] en [woonplaats] te betreden, totdat in een bodemprocedure definitief uitspraak is gedaan omtrent het bestaan van de arbeidsovereenkomst in hoogste instantie en de beslissing onherroepelijk is geworden.

IV Beide veroordelingen onder I en III op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of per geval dat de veroordeling wordt overtreden.

V Veroordeling van [verweerder] in de kosten van deze procedure.

Verweer in reconventie:

3.7 Volgens [verweerder] is er voor Trend Wheels geen spoedeisend belang bij een ontruiming. De bovenwoning heeft een eigen opgang en eigen postbus. De woning was in het verleden verhuurd aan een oudere dame die niets van doen had met het bedrijf dat eronder zat. [verweerder] heeft de woning in overleg met de eigenaren van Trend Wheels, [M] en [S], opgeknapt. In ruil daarvoor mocht hij daar wonen met daarbij wel de voorwaarde dat hij zelf het gas, water en licht betaalde, hetgeen hij altijd gedaan heeft. Het belang van [verweerder], het bezitten van woonruimte, in deze is groter dan het belang van Trend Wheels. [verweerder] betwist dat hij werkzaamheden voor zijn broer verricht. Sterker nog, zijn broer heeft geen bedrijf en kan hem ook geen werk aanbieden. Van concurrerende bezigheden van zijn kant is dan ook geen sprake. Integendeel, [verweerder] heeft recentelijk Trend Wheels nog een vijftal offertes toe doen komen voor setjes winterbanden met bijbehorende velgen. Zou hij voor zijn broer bezig zijn, dan waren die offertes daar wel naar toe gegaan. Dat duidt erop dat van concurrerende werkzaamheden geen sprake is. [verweerder] erkent wel dat er sprake is van een gecompliceerde situatie, maar dat wordt veroorzaakt door de problematiek rondom zijn broer.

4. beoordeling

t.a.v. de vorderingen van [eiser]:

4.1 Vooropgesteld dient te worden dat voor toewijzing van een vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening alleen dan aanleiding is, indien op grond van de thans gebleken feiten en omstandigheden aannemelijk is dat in een bodemprocedure de beslissing gelijkluidend zal zijn.

4.2 Het verweer van Trend Wheels dat de dagvaarding niet zou voldoen aan de substantiëringsplicht zodat alleen al om die reden de vorderingen zouden moeten worden afgewezen wordt gepasseerd. Schending van de substantiëringsplicht levert in het algemeen slechts een vertraging van de procedure op waarmee bij het vaststellen van de proceskosten rekening zou kunnen worden gehouden. Nu gesteld noch gebleken is dat Trend Wheels op basis van het gestelde in de dagvaarding in haar verdedigingsbelangen is geschaad, zullen aan het gestelde schenden van de substantiëringsplicht geen gevolgen worden verbonden.

4.3 Trend Wheels erkent dat [eiser] over de periode 1 t/m 24 augustus 2011 zijn normale arbeid heeft verricht. Zij erkent ook dat zij over die periode het aan [eiser] toekomende loon niet betaald heeft, net zo min als het vakantiegeld betaald is. Dat betekent, nu [eiser] zijn verplichtingen voortvloeiende uit de arbeidsovereenkomst wel is nagekomen en Trend Wheels de hare niet, dat het loon over de periode 1 t/m 24 augustus 2011 moet worden toegewezen.

4.4 In deze procedure ligt ter beantwoording de vraag voor of, op basis van een marginale toetsing, de stelling van Trend Wheels dat bij haar op 24 augustus 2011 door [eiser] het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat hij geen aanspraken meer zou maken op het dienstverband, dat partijen uit elkaar zouden gaan en dat er van die dag af aan geen arbeidsovereenkomst meer bestond, in een bodemprocedure stand zal houden.

4.5 Trend Wheels stelt in dat kader dat [eiser] op 24 augustus 2011 na het gesprek met [J] geheel vrijwillig naar huis is gegaan. Uit dat gegeven, in combinatie met het gegeven dat [eiser] nadien zijn spullen heeft opgehaald, concludeert Trend Wheels dat de arbeidsovereenkomst per 24 augustus 2011 met wederzijds goedvinden is geëindigd. [eiser] betwist dat hij vrijwillig is opgestapt: hij is door [J] met vakantie gestuurd en werd nadien niet meer toegelaten tot het werk.

4.6 Vast staat dat [eiser] op 5 september 2011 een sms-bericht heeft verstuurd aan [M]([M], ktr) waarin hij aangeeft dat hij ‘woensdag graag de rest wou ophalen’. Uit die mededeling zou zo op het eerste gezicht heel voorzichtig geconcludeerd kunnen worden dat [eiser] niet meer verder wil bij Trend Wheels. De kantonrechter plaatst dat bericht qua tijd in de juiste volgorde en in een andere context. Immers, het sms-bericht dateert zoals gezegd van 5 september 2011, drie dagen nadat [eiser] bij brief van 2 september 2011 Trend Wheels kenbaar heeft gemaakt zich beschikbaar te houden voor het verrichten van werkzaamheden conform de arbeidsovereenkomst. Inmiddels had de gemachtigde van Trend Wheels ook bij brief van 2 september 2011 [eiser] laten weten dat er een vertrouwenscrisis was en dat [eiser] de bovenwoning moest verlaten. Gevoegd bij het gegeven dat Trend Wheels inmiddels alle sloten van het bedrijf had laten vervangen dan is niet onbegrijpelijk dat [eiser] zijn eigendommen terug onder zich wilde hebben. Hij had immers geen toegang meer tot het bedrijf. De kantonrechter is voorshands dan ook van oordeel dat van een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring dat [eiser] de arbeidsovereenkomst heeft beëindigd dan wel wilde beëindigen geen sprake is. Zo er enige twijfel over de strekking van dat sms-bericht mocht bestaan, dan dient de balans door te slaan in het voordeel van de werknemer. Een opzegging heeft voor een werknemer nogal wat gevolgen vooral als daar geen andere dienstbetrekking tegenover staat en het is nog maar de vraag of [eiser] in dat geval voor een WW-uitkering in aanmerking zou komen. Trend Wheels stelt dan wel dat [N (wederom) een eigen bedrijf is gestart (althans dat van plan is) en dat hij zijn broer werk heeft aangeboden (dan wel in staat is werk aan te bieden) zodat de beschikbaarstelling door [eiser] voor het verrichten van werk slechts een papieren aanbod was en dus niet reëel, maar van die stelling is zelfs nog geen begin van bewijs in het geding gebracht. Dat in een eventuele bodemprocedure Trend Wheels op dit punt de bewijslast krijgt toebedeeld ligt, voorlopig oordelend, voor de hand. Of het vereiste bewijs te leveren is, schat de kantonrechter niet hoog in.

Trend Wheels heeft [eiser] met vakantie gestuurd en hem vervolgens niet meer toegelaten tot het bedrijf daar waar [eiser] zich wel beschikbaar heeft gehouden. Trend Wheels heeft het niet-presteren door [eiser], waartoe hij volgens de arbeidsovereenkomst wel was gehouden, dan ook zelf veroorzaakt zodat de gevolgen voor haar rekening dienen te komen (7:628 lid 1 BW): [eiser] heeft recht op loon.

4.7 Op grond van het vorenstaande acht de kantonrechter het onaannemelijk dat in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat [eiser] op 24 augustus 2011 bij Trend Wheels het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat hij geen aanspraak meer zou maken op het voortzetten van het dienstverband. Dat betekent dat de loonvordering van [eiser] bij wijze van voorlopige voorziening zal worden toegewezen met dien verstande dat de wettelijke verhogingen ex artikel 7:625 BW beperkt zullen worden tot 10%.

4.8 De vorderingen ter zake het in het bezit stellen van de schriftelijke arbeidsovereenkomst en de jaaropgave 2011 zijn door Trend Wheels niet gemotiveerd bestreden zodat die vordering voor toewijzing gereed ligt.

4.9 Ten aanzien van de gevorderde salarisspecificaties constateert de kantonrechter in het verweer van Trend Wheels een discrepantie. Enerzijds stelt zij dat deze specificaties zijn gedeponeerd in de brievenbus op het bedrijf, anderzijds wordt betoogd dat ze verstuurd zouden zijn naar de [adres] en [plaats]. Wat er van dat verweer ook zij (de kantonrechter verwijst partijen naar artikel 3:37 lid 3 BW), nu door Trend Wheels niet is aangetoond danwel aannemelijk is gemaakt dat [eiser] de thans nog ontbrekende specificaties wel heeft ontvangen, moet in rechte geconcludeerd worden dat Trend Wheels niet aan haar wettelijke verplichtingen voldaan heeft. Deze vordering ligt daarmee eveneens voor toewijzing gereed. Wel beperkt de kantonrechter de op te leggen dwangsommen tot

€ 25,00 per dag tot een maximum van € 1.000,00 per onderdeel. De termijn waarbinnen deze stukken aan [eiser] moeten zijn verstrekt zal worden vastgesteld op 10 dagen na betekening van dit vonnis.

4.10 Ten aanzien van de vordering ter zake de wedertewerkstelling is de kantonrechter van oordeel dat voorshands voldoende vaststaat dat Trend Wheels het vertrouwen in [eiser] heeft verloren. Wat allerminst vast staat is dat dit veroorzaakt is door het handelen van [eiser]. Integendeel, Trend Wheels heeft erkend dat [eiser] een goede werknemer was die zijn werkzaamheden altijd zonder enig probleem uitvoerde. De relatie Trend Wheels/[eiser] is alléén én onmiskenbaar negatief beïnvloed door ‘alle heisa’ rondom [N. Dat [eiser] zich verbonden voelt met zijn broer is begrijpelijk, het is tenslotte naaste familie, met wie hij ook nog eens samenwerkte en een woonruimte deelt, maar dat betekent niet automatisch dat [eiser] niet meer bij Trend Wheels zou kunnen functioneren. Trend Wheels ziet dat kennelijk anders. Uit alles blijkt dat zij absoluut niet meer verder wil met [eiser]. Terugkeer van [eiser] op de werkvloer zou naar inschatting van de kantonrechter een conflictueuze situatie opleveren waar geen van partijen mee gebaat is. Louter om pragmatische reden, juridisch valt [eiser] immers niets te verwijten, zal de vordering tot wedertewerkstelling dan ook worden afgewezen. Dat betekent niet dat daarmee de loondoorbetalingverplichting van Trend Wheels stopt. Die verplichting loopt net zo lang door tot de datum van een rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

4.11 Trend Wheels zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

t.a.v. de vorderingen in reconventie

4.12 Trend Wheels heeft haar bedrijfsruimte met bovenwoning aan de [adres] en [plaats]gehuurd van [B] c.q. haar eigenaar de heer [P]. Vast staat ook dat er tussen Trend Wheels en de broers [N] ten aanzien van de bovenwoning géén (onder)huurovereenkomst en géén andere contractuele relatie bestaat. Ter zitting werd door [verweerder] zelfs onweersproken aangevoerd dat hij met toestemming van de beide aandeelhouders kon verblijven in de bovenwoning indien hij die bovenwoning op zou knappen. Niet valt in te zien op welke rechtsgrond Trend Wheels, bij gebreke van enige contractuele relatie, ontruiming zou kunnen vorderen. Indien Trend Wheels de beschikking wil hebben over het gehele, door haar gehuurde pand dan zal zij zich moeten wenden tot de verhuurder die eventueel actie zal kunnen ondernemen. Het vorenstaande leidt er toe dat de (reconventionele) vordering onder I van het petitum wordt afgewezen.

4.13 Uit hetgeen is overwogen ten aanzien van de vorderingen van [verweerder], vloeit voort dat de overige vorderingen in reconventie moeten worden afgewezen en geen verdere bespreking meer behoeven.

4.14 Trend Wheels zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

5. rechtdoende

ten aanzien van de vorderingen van [eiser]:

Veroordeelt Trend Wheels om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen:

? een bedrag van € 1.500,00 netto verschuldigd wegens loon per maand, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW tot een maximum van 10%, te rekenen vanaf 1 augustus 2011 tot de datum van rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst;

? een bedrag van € 1.440,00 netto verschuldigd wegens vakantietoeslag;

? een bedrag van € 144,00 verschuldigd wegens wettelijke verhoging van de gevorderde vakantietoeslag;

? de wettelijke rente over alle hiervoor gevorderde bedragen vanaf de dag dat die bedragen verschuldigd zijn.

Veroordeelt Trend Wheels om binnen tien dagen na betekening van dit vonnis [eiser] in het bezit te stellen van:

1. de schriftelijke arbeidsovereenkomst;

2. alle salarisspecificaties vanaf 1 mei 2010 met uitzondering van die specificaties welke ter zitting in het geding zijn gebracht;

3. de jaaropgave 2011,

zulks op straffe van een dwangsom van € 25,00 per onderdeel en per dag voor elke dag dat Trend Wheels nalaat aan die veroordeling te voldoen met een maximum van € 1.000,00 per onderdeel.

Veroordeelt Trend Wheels in de kosten van deze procedure tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 692,81 waaronder € 400,00 wegens het salaris van de gemachtigde.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Ten aanzien van de vorderingen in reconventie:

Wijst de vorderingen af.

Veroordeelt Trend Wheels in de kosten van deze procedure tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 100,00 wegens het salaris van de gemachtigde.

Aldus gewezen te Enschede door mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 oktober 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.