Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BT7606

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
07-10-2011
Datum publicatie
14-10-2011
Zaaknummer
123197 / KG RK 2011-398
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbitrage via E-court. Exequatur geweigerd nu niet is gebleken dat verweerder (behoorlijk) in de gelegenheid is gesteld verweer te voeren. Diverse overwegingen ten overvloede.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 1063
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBPR 2012/13
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 123197 / KG RK 2011-398

datum beschikking: 7 oktober 2011 (ws)

Beschikking van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo op het verzoek

van:

stichting Stichting E-Court,

gevestigd te Staverden,

verzoekster,

verder te noemen E-Court,

advocaat: mr. R.R.G.M. van Beurden te ‘s- Gravenhage.

1. Het procesverloop

1.1. E-Court heeft een verzoekschrift, met producties 1 tot en met 3, ingediend ex artikel

1062 lid 1Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

1.2. E-Court is in de gelegenheid gesteld haar verzoek nader toe te lichten.

1.3. De beschikking is bepaald op vandaag.

2. De beoordeling

2.1. E-Court verzoekt, namens N.V. PWN Waterleiding bedrijf Noord-Holland, verlof tot tenuitvoerlegging ex artikel 1062 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van het door mr. [X] tussen N.V. PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland en [verweerder] (nummer: IPS-2011-023-002) gewezen arbitraal vonnis (nummer: IP-2011-023), hierna te noemen ‘het arbitraal vonnis’, van 19 augustus 2011.

2.2. De voorzieningenrechter te Almelo is bevoegd om van het verzoek kennis te nemen, aangezien het arbitraal vonnis ingevolge artikel 1058 lid 1 onder b Rv moet worden nedergelegd ter griffie van de rechtbank Almelo, nu de plaats van arbitrage, zoals door arbiter in het vonnis vermeld, is bepaald te Enschede.

De plaats van arbitrage, als bedoeld in artikel 1037 Rv is een juridisch begrip en geen feitelijk begrip en heeft geen betekenis voor de vraag waar feitelijk de handelingen in de context van een arbitraal geding worden verricht. Dat in het onderhavige geval de handelingen ‘online’ en feitelijk elders hebben plaatsgevonden dan in Enschede, doet aan de bevoegdheid van de voorzieningenrechter in dit geval dan ook niet af.

2.3. Ingevolge artikel 1063 lid 1 Rv moet de voorzieningenrechter het exequatur weigeren indien het vonnis, of de wijze waarop dit tot stand kwam, kennelijk in strijd is met de openbare orde of de goede zeden, dan wel in strijd met artikel 1055 Rv tenuitvoerlegging bij voorraad is bevolen of in strijd met artikel 1065 Rv een dwangsom is opgelegd (waarbij in het laatste geval de weigering alleen de tenuitvoerlegging van de dwangsom betreft). Een arbitraal vonnis is - onder meer - in strijd met de openbare orde of goede zeden als fundamentele beginselen van procesrecht, waaronder het beginsel van hoor en wederhoor, veronachtzaamd zijn.

2.4. Het door E-Court ingediende verzoek heeft betrekking op een arbitraal verstekvonnis. Ingevolge artikel 1040 Rv kan het scheidsgerecht aanstonds vonnis wijzen, indien de verweerder, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, in gebreke blijft verweer te voeren, zonder daartoe gegronde redenen aan te voeren. Dit betreft het beginsel van hoor en wederhoor. Getoetst moet worden of dit fundamentele rechtsbeginsel in acht is genomen door het scheidsgerecht E-Court. Bij het door E-Court ingediende verzoekschrift is geen stuk aangetroffen op grond waarvan kan worden beoordeeld of verweerder in het arbitrale geding, [verweerder], behoorlijk in de gelegenheid is gesteld verweer te voeren. De voorzieningenrechter heeft E-Court in de gelegenheid gesteld haar verzoek op dit punt nader toe te lichten. E-Court heeft tot op heden het verlangde stuk niet overgelegd, zodat het ervoor gehouden moet worden dat [verweerder] in het arbitrale geding niet (behoorlijk) in de gelegenheid is gesteld tegen de vordering van N.V. PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland verweer te voeren. De wijze waarop het vonnis tot stand is gekomen is daarmee kennelijk in strijd met de openbare orde. Dat heeft tot gevolg dat de voorzieningenrechter het gevraagde verlof tot tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis moet weigeren.

2.5. De voorzieningenrechter overweegt voorts - geheel ten overvloede - het volgende.

2.6. Ingevolge artikel 1040 Rv wordt, bij een arbitraal verstekvonnis de eis toegewezen, tenzij deze aan het scheidsgerecht onrechtmatig of ongegrond voorkomt. In het onderhavige arbitraal verstekvonnis wordt de uitspraak als volgt gemotiveerd: “De vordering van Eisende Partij, waartegen geen verweer is gevoerd door Gedaagde na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, komt het scheidsgerecht niet onredelijk of ongegrond voor en ligt daarmee voor toewijzing gereed.’. Hoewel de woorden ‘onredelijk ’en onrechtmatig’ geen synoniemen van elkaar zijn, laat staan dat de woorden dezelfde juridische betekenis hebben, kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter in de door de arbiter (weinig fraai) gebezigde term ‘onredelijk’ mede ‘onrechtmatig’ worden begrepen, zodat daarin naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen grond kan zijn gelegen om tot weigering van het onderhavige verzoek over te gaan.

2.7. Op grond van artikel 1052 lid 1 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv), is het scheidsgerecht gerechtigd over zijn bevoegdheid te oordelen. In het arbitrale vonnis wordt overwogen dat partijen zijn overeengekomen hun geschil te beslechten via het Arbitrage Reglement van E-Court, van welke (schriftelijke) overeenkomst arbiter is gebleken. De overgelegde algemene voorwaarden van N.V. PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland bevatten geen arbitragebeding, zodat er vanuit wordt gegaan dat de arbiter het oog heeft op een overeenkomst tot arbitrage die na het ontstaan van het geschil tussen N.V. PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland en [verweerder] is ontstaan.

De voorzieningenrechter heeft niet de beschikking over de overeenkomst tot arbitrage waarnaar arbiter verwijst. Indien, zoals E-Court in de toelichting op haar verzoekschrift stelt, echter sprake is van een, eerst bij deurwaardersexploot, gedaan aanbod van N.V. PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland aan [verweerder] om het geschil door arbitrage te laten beslechten onder verwijzing naar het op internet gepubliceerde Arbitrage Reglement van E-Court, tenzij [verweerder] kenbaar maakt dat hij het geschil door de bevoegde kantonrechter wil laten beslechten, is het enkele feit dat [verweerder], een consument, in het geheel niet heeft gereageerd op dat aanbod onvoldoende om te kunnen oordelen dat [verweerder] daarmee stilzwijgend arbitrage heeft aanvaard. Stilzitten is nu eenmaal niet gelijk te stellen aan stilzwijgende aanvaarding. Stilzitten impliceert naar het oordeel van de voorzieningenrechter, in tegenstelling tot stilzwijgende aanvaarding, een geheel inactieve houding. Uit stilzitten kan en mag dan ook niet worden geconcludeerd dat wordt ingestemd met arbitrage. Dit klemt in dit geval temeer nu [verweerder] wordt afgehouden van de bevoegde ‘gewone’ overheidsrechter en van hem initiatief wordt verlangd indien hij het geschil door de overheidsrechter wenst te laten beslechten. Indien daarom uit de stellingen van E-Court zou moeten worden begrepen dat haar bevoegdheid is gegeven nu [verweerder] niet heeft gereageerd op het aanbod van

N.V. PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland om het geschil door E-Court te laten beslechten, is de wijze waarop het arbitrale vonnis is tot stand gekomen, kennelijk in strijd met de openbare orde. Immers, in dat geval moet worden geoordeeld dat er geen overeenkomst tot arbitrage tot stand is gekomen en dat [verweerder] ten onrechte -in eerste instantie - de toegang tot de bevoegde ‘gewone’ overheidsrechter is ontnomen.

2.8. Bij dit alles komt dat uit artikel 26 lid 1 van het Arbitrage Reglement van E-Court kan worden afgeleid dat gedaagde (anders dan eiser) in de arbitrageprocedure niet de mogelijkheid heeft om te verzoeken om zijn standpunt mondeling op een zitting te mogen toelichten. Vooralsnog levert dit naar het oordeel van de voorzieningenrechter spanning op met het beginsel als bepaald in artikel 1039 leden 1 en 2 Rv. hetgeen uiteindelijk grond zou kunnen zijn voor vernietiging van het arbitrale vonnis. Ook miskenning van het beginsel van artikel 1039 Rv. kan leiden tot het oordeel dat sprake is van strijd met de openbare orde en derhalve tot weigering van tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis.

2.9. Tot slot wordt overwogen dat niet elke burger in Nederland over een eigen toegang tot internet beschikt. Uit het arbitragereglement van E-Court blijkt niet op welke wijze een persoon die geen eigen internetaansluiting heeft, in een arbitrageprocedure bij E-Court verweer kan voeren. Indien die mogelijkheid er niet is, kan de conclusie geen andere zijn dan dat de wijze waarop het vonnis tot stand is gekomen kennelijk in strijd is met de openbare orde.

3. De beslissing

De voorzieningenrechter:

3.1. weigert de tenuitvoerlegging van het door mr. [X] tussen

N.V. PWN Waterleiding bedrijf Noord-Holland en [verweerder] (nummer: IPS-2011-023-002) gewezen arbitraal vonnis (nummer: IP-2011-023) van 19 augustus 2011.

Aldus gewezen te Almelo door mr. Vermeulen, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 oktober 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.