Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BT7341

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
10-10-2011
Datum publicatie
12-10-2011
Zaaknummer
123313 HA RK 11-77
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wraking van alle rechters van Nederland.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

Zaaknummer: 123313 HA RK 11-77

Datum beschikking: 10 oktober 2011

Beschikking van de meervoudige kamer voor burgerlijke zaken op een verzoek tot wraking als bedoeld in artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) gedaan door:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker tot wraking, verder te noemen [verzoeker],

gemachtigde: mr. P.J. de Bruin, advocaat te Rotterdam.

Het procesverloop

1.1 Bij de rechtbank Almelo, sector bestuursrecht, is onder zaaksnummer 10/981 WET V1 aanhangig de procedure tussen [verzoeker] als eisende partij en de Minister van Verkeer en Waterstaat als verwerende partij. In de procedure was de inhoudelijke zitting bepaald op

15 september 2011. [Verzoeker] heeft bij brieven van 6 september 2011 verzocht alle rechters in Nederland te wraken, inclusief de rechter voor de zitting van 15 september 2011, zijnde mr. [X] en inclusief mr. [Y].

1.2 Het wrakingsverzoek van [verzoeker] is behandeld ter openbare terechtzitting van de meervoudige kamer voor burgerlijke zaken (verder te noemen: de wrakingskamer) van

4 oktober 2011. Daarbij zijn verschenen verzoeker en zijn advocaat mr. De Bruin.

1.3 Tijdens deze zitting heeft [verzoeker] zijn standpunt toegelicht, gedeeltelijk in persoon en - nadat hij de zittingszaal verlaten had - vertegenwoordigd door zijn advocaat.

1.4 De wrakingskamer heeft na sluiting van de behandeling bepaald zo spoedig mogelijk op het verzoek te zullen beslissen.

De beoordeling van het verzoek

2.1 De wrakingskamer is van oordeel dat het schriftelijke wrakingsverzoek van [verzoeker] is verwoord in zijn brieven van 6 september 2011. De inhoud van de later door [verzoeker] overgelegde brieven aan derden worden niet betrokken bij de vaststelling van de gronden en omvang van het wrakingsverzoek. Bij brief van 6 september 2011 met het kenmerk “10/981 WET V1” heeft [verzoeker] verzocht tot wraking van mr. [X]. De wrakingskamer begrijpt dat de brief van 6 september 2011 met het kenmerk “11/929 BSTPl” ziet op het verzoek tot wraking van mr. [Y] en alle andere rechters in Nederland.

2.2 [Verzoeker] verzoekt alle rechters in Nederland te wraken, omdat zij zich schuldig maken aan corruptie, schending van de mensenrechten, machtsmisbruik, valsheid in geschrifte, fraude en onbeschoft gedrag. Voorts verzoekt [verzoeker] mr. [Y] te wraken. [Verzoeker] stelt daartoe dat mr. [Y] hem in een voorlopige voorzieningsprocedure niet de mogelijkheid heeft geboden om te reageren op de informatie die door de gemeente in die procedure in het geding was gebracht, zodat er volgens [verzoeker] geen sprake is geweest van een eerlijk proces. [Verzoeker] stelt verder dat hij daarom ook verzoekt om de volgende rechter te wraken voor wie hij zou verschijnen, zijnde mr. [X].

2.3 Ingevolge artikel 8:15 van de Awb kan elk van de rechters die een zaak behandelen, door een partij worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2.4 Naar aanleiding van het verzoek van [verzoeker] om alle rechters in Nederland te wraken, overweegt de wrakingskamer als volgt.

2.5 Een wrakingsverzoek moet zijn gericht tegen de rechter (rechters) die de betreffende zaak behandelt (behandelen). Het onderhavige onderdeel van het wrakingsverzoek richt zich niet uitsluitend tegen de behandelende rechter(s) in de zaak waarin het wrakingsverzoek is gedaan, maar tegen alle rechters in Nederland. [Verzoeker] zal gelet op hetgeen hiervoor is overwogen dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek tot wraking van alle rechters in Nederland.

2.6 Met betrekking tot het verzoek van [verzoeker] tot wraking van mr. [Y], overweegt de wrakingskamer als volgt. In de zaak van [verzoeker] tegen het College van Burgermeester en Wethouders van de gemeente Enschede bij deze rechtbank bekend onder het zaaknummer 11/929 BSTPL BN1 V, heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo – in de persoon van mr. [Y] – bij uitspraak van 6 september 2011 zijn verzoek om een voorlopige voorziening, zonder mondelinge behandeling, als kennelijk ongegrond afgewezen, omdat het bezwaar van [verzoeker] naar verwachting niet-ontvankelijk zou worden verklaard omdat het niet was gericht tegen een besluit in de zin van de Awb.

2.7 In de onderhavige procedure is mr. [Y] geen behandelend rechter. Om de redenen die hiervoor zijn vermeld voor alle andere rechters in Nederland die niet zijn belast met de behandeling van deze specifieke zaak, is het wrakingsverzoek ook jegens

mr. [Y] niet-ontvankelijk. Daaraan wordt toegevoegd dat het middel van de wraking niet beschikbaar is om te ageren tegen een rechterlijke uitspraak waar de verzoeker het niet mee eens is. Daarvoor zijn er wegen. [Verzoeker] kan desgewenst in de bodemprocedure, althans in een hoger beroep procedure tegen de uitspraak in de bodemzaak, naar voren brengen dat hij vindt dat de beslissing op zijn verzoek tot een voorlopige voorziening zonder een eerlijk proces tot stand is gekomen. Uit het voorgaande volgt dat het wrakingsverzoek van [verzoeker] jegens mr. [Y] niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2.8 Met betrekking tot het verzoek van [verzoeker] tot wraking van mr. [X], overweegt de wrakingskamer tot slot als volgt.

2.9 De wrakingskamer stelt hierbij voorop dat volgens vaste jurisprudentie van de

Hoge Raad, in navolging van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens te Straatsburg, bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en artikel 14 lid 1 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans de bij de rechtzoekende dienaangaande vrees objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met de uiterlijke schijn van vooringenomenheid. De enkele omstandigheid dat volgens [verzoeker] de rechtbank Almelo, in de persoon van mr. [Y], hem geen eerlijk proces heeft geboden, brengt niet met zich dat er sprake is van een uitzonderlijke omstandigheid als hiervoor bedoeld ten aanzien van mr. [X]. Dit wrakingsverzoek zal dan ook ongegrond worden verklaard.

De beslissing

De wrakingskamer:

- verklaart het verzoek van [verzoeker] tot wraking van alle rechters in Nederland niet-ontvankelijk;

- verklaart het verzoek van [verzoeker] tot wraking van mr. [Y] niet-ontvankelijk;

- wijst het verzoek van [verzoeker] tot wraking van mr. [X], als ongegrond, af.

Deze beschikking is gegeven te Almelo door mrs. A.R. Van der Winkel, C. Verdoold en G.G. Vermeulen en is in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.

Mr. G.G. Vermeulen is niet in de gelegenheid deze beschikking mede te ondertekenen.