Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BT7281

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
03-10-2011
Datum publicatie
11-10-2011
Zaaknummer
123309 KG ZA 11-192
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Geldvordering onvoldoende aannemelijk gemaakt om in kort geding toewijzing te kunnen rechtvaardigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

Zaaknummer/rolnummer: 123309 KG ZA 11-192

Vonnis in kort geding van 3 oktober 2011

inzake:

[eiseres],

gevestigd te [plaats],

eiseres,

verder te noemen: [eiseres],

advocaat mr. D.G. Geerdink te Oldenzaal,

tegen

[gedaagde].,

gevestigd te [plaats],

gedaagde,

verder te noemen: [gedaagde],

advocaat mr. H. Holland te Enschede.

1. Procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

" de dagvaarding met producties;

" de door [gedaagde] ingediende producties;

" de mondelinge behandeling, alwaar zijn verschenen namens [eiseres], [X], bijgestaan door mr. Geerdink en namens [gedaagde], [Y], bijgestaan door mr. Holland;

" de pleitnota van [eiseres];

" de pleitnota van [gedaagde];

" de aantekeningen van de griffier.

1.2 Het vonnis wordt heden bij vervroeging uitgesproken.

2. Geschil

2.1 [eiseres] vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag groot € 35.466,35, te vermeerderen met een bedrag van € 1.190,00 aan buitengerechtelijke kosten, met rente en kosten rechtens. [eiseres] voert daartoe aan dat zij in opdracht en voor rekening van [gedaagde] in de periode van maart 2011 tot en met augustus 2011 kunststoframen en kozijnen heeft geleverd voor een totaalbedrag van € 132.466,35. [gedaagde] heeft ondanks aanmaning een gedeelte groot € 35.466,35 onbetaald gelaten.

2.2 [gedaagde] betwist de vordering van [eiseres] en concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van [eiseres] in haar vordering, althans deze vordering af te wijzen, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.

Voor alle weren stelt [gedaagde] dat de vordering van [eiseres] een spoedeisend belang ontbeert. Daarnaast acht [gedaagde] een zeer groot restitutierisico aanwezig indien de vordering aan [eiseres] wordt toegewezen.

[gedaagde] erkent het bestaan van een overeenkomst met [eiseres] met betrekking tot kunststoframen en kozijnen voor het werk [M] in Duitsland, doch slechts tot een waarde van € 95.000,00. Dit bedrag is voldaan.

[gedaagde] stelt dat [eiseres] in de uitvoering van genoemd werk [M] tekort is geschoten, omdat het door haar geleverde glas niet voldeed aan de geluidseisen. De toezichthouder van haar opdrachtgever heeft het glas afgekeurd. Op de begane grond en de eerste verdieping moest reeds geplaatst glas vervangen worden. Voor de tweede verdieping moest ander glas besteld worden. [eiseres] diende de gemaakte fouten op haar eigen kosten te herstellen.

3. Beoordeling

3.1 Voor de toewijzing van een geldvordering in kort geding is in de regel vereist dat:

a. het bestaan van die vordering voldoende aannemelijk is;

b. er sprake is van feiten of omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening wordt getroffen;

c. bij afweging van de belangen van partijen het restitutierisico onder ogen is gezien.

Anders gezegd: indien in dit kort geding met grote mate van waarschijnlijkheid kan worden aangenomen dat [gedaagde] het gevorderde geldbedrag aan [eiseres] schuldig is en indien de kans dat [eiseres] door de uitslag van een eventuele bodemprocedure genoopt zal worden dit bedrag terug te betalen, hoogst onwaarschijnlijk wordt geacht, staat in beginsel niets toewijzing van een vordering in kort geding in de weg.

3.2 De onderhavige vordering dient op grond van het sub a gestelde vereiste reeds te stranden. [gedaagde] betwist uitdrukkelijk dat zij op grond van een met [eiseres] gesloten overeenkomst met betrekking tot het werk [M], naast het reeds door haar betaalde bedrag van € 95.000.00, nog een bedrag van ruim € 35.000,00 aan [eiseres] verschuldigd is. Het gemotiveerde verweer van [gedaagde] brengt met zich mee dat voor een beslissing op de onderhavige vordering nadere instructie noodzakelijk is, waarvoor in dit kort geding geen plaats is. Dit klemt temeer nu door [eiseres] een door [gedaagde] aanvaarde offerte voor een bedrag van € 95.000,-- in het geding is gebracht. Bij afwezigheid van bedoelde nadere instructie is te moeilijk te taxeren wat de waarschijnlijke uitkomst zal zijn in een bodemprocedure. Een en ander betekent dat de vordering vooralsnog zal worden afgewezen.

3.3. De aan de zijde van [eiseres] gemaakte buitengerechtelijke kosten die zijn gemaakt om voornoemde, vooralsnog niet toewijsbare, vordering buitengerechtelijk te innen, dienen eveneens te worden afgewezen.

3.4. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.

4. Rechtdoende

4.1 Wijst de vordering af.

4.2 Veroordeelt [eiseres] in de kosten van dit geding tot op heden aan de zijde van

[gedaagde] gevallen en begroot op € 1.744,-- aan verschotten en € 527,-- aan salaris advocaat.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.M. Lorist, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 3 oktober 2011 in aanwezigheid van de griffier.