Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BT2062

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
14-09-2011
Datum publicatie
20-09-2011
Zaaknummer
120465 / HA ZA 11-399
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Forumkeuze: rechtbank verklaart zich onbevoegd van de vordering kennis te nemen; artikel 23 lid 1 en lid 5 EEX-vo; artikel 15 lid 1 sub c en 17 EEX-vo.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 120465 / HA ZA 11-399

datum vonnis: 14 september 2011 (ps)

Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

de vennootschap naar Duits recht

[Eiser],

gevestigd te [vestigingsplaats] te ([land]),

eiseres in de hoofdzaak,

incidenteel verweerster,

verder te noemen [eiser],

advocaat: mr. drs. E. Focke te Enschede,

tegen

1. [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats],

3. [gedaagde sub 3],

wonende te [woonplaats],

4. [gedaagde sub 4],

wonende te [woonplaats],

gedaagden in de hoofdzaak,

incidenteel eisers,

verder samen te noemen [gedaagden],

advocaat: voorheen mr. S.R. Hagen te Utrecht, thans mr.ing A. van Weverwijk te Geldermalsen.

Het procesverloop

In de hoofdzaak en in het incident

[Eiser] heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

[Gedaagden] hebben bij incidentele conclusie de onbevoegdheid van de rechtbank ingeroepen.

[Eiser] heeft geantwoord op de exceptie van onbevoegdheid en geconcludeerd tot afwijzing.

[Gedaagden] hebben een akte uitlaten producties genomen.

Vervolgens hebben partijen vonnis gevraagd in het incident.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

In de hoofdzaak

1. Bij dagvaarding vordert [eiser] [gedaagden] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, als hoofdelijke schuldenaren te veroordelen om aan [eiser] een bedrag van € 92.539,47 te betalen, vermeerderd met 8,12% rente per jaar over € 79.736,90 vanaf 1 april 2011 tot aan de dag van voldoening, alsmede in de kosten van het geding en het beslag.

2.1 [Eiser] stelt daartoe dat [gedaagden] bij ‘Schuldbeitritt’ van 7 augustus 2009 als hoofdelijke schuldenaren van de schulden van Big is Beautiful B.V. bij [eiser] van

€ 112.905,75 een deelbedrag van € 72.905,75 hebben overgenomen.

Na deelbetaling staat daarvan nog open:

- volgens specificatie € 38.571,52

- rente per 30 november 2009 volgens renteberekening € 4.687,95

- 8,12% per jaar over € 38.571,52 vanaf 1 december 2009

2.2 Voorts stelt [eiser] dat [gedaagden] bij ‘Schuldbeitritt’ van 21 juli 2010 als hoofdelijke schuldenaren de schulden van Big is Beautiful Deutschland GmbH bij [eiser] van € 71.152,23 te vermeerderen met verzuimrente hebben overgenomen.

Daarvan staat- na deelbetalingen- nog open:

a) volgens ‘Vollstreckungsbescheid’ rolnr. 10-7169310-0-2 van 10 maart 2010:

- hoofdsom € 37.790,60

- 8,12% rente per jaar over € 37.342,60 vanaf 18 februari 2010

- gerechtskosten € 199,00

- nevenvordering € 30,00

b) volgens ‘Vollstreckungsbescheid’ rolnr. 10-7232626-0-5 van 19 april 2010:

- hoofdsom € 1.740,27

- 8,12% rente per jaar over € 1.668,88 vanaf 18 maart 2010

- gerechtskosten € 36,50

- nevenvordering € 30,00

c)

- nota van 7 juli 2010 € 2.153,90

- 8,12% rente per jaar over € 2.153,90 vanaf 10 juli 2010

In het incident

3. De exceptie van onbevoegdheid is tijdig en op de juiste wijze voorgesteld.

4.1 [Gedaagden] stellen over de onbevoegdheid van deze rechtbank als volgt. Tussen partijen is een forumkeuze overeengekomen waarin de rechter te Würzburg (Duitsland) is aangewezen om kennis te nemen van geschillen over of voortvloeiende uit de tussen partijen geldende overeenkomsten. Conform artikel 23 van de Verordening van de Raad van 22 december 2000 (44/2001/EG) betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-vo) is de rechter in Würzburg exclusief bevoegd, nu partijen niet anders zijn overeengekomen. [Gedaagden] hebben gevorderd [eiser] in de kosten van de procedure te veroordelen.

5.1 [Eiser] brengt hiertegen in dat de aanwijzing van de rechter in Würzburg als bevoegde rechter op grond van artikel 23 lid 5 EEX-vo geen rechtsgevolg heeft omdat zij strijdig is met artikel 17 EEX-vo.

5.2 Daartoe stelt [eiser] dat er sprake is van een consumentenovereenkomst in de zin van artikel 15 lid 1 sub c EEX-vo. De overeenkomst tot schuldoverneming is gesloten tussen [gedaagden], zijnde consumenten en [eiser], zijnde een rechtspersoon die commerciële beroepsactiviteiten ontplooit en zich heeft gericht op de lidstaat Nederland, waar [gedaagden] woonplaats hebben.

5.3 [Eiser] heeft haar dienstverlening met de eis verbonden dat [gedaagden] in persoon instaan voor de bedongen prijs en heeft zich met deze eis stelselmatig op consumenten met woonplaats in Nederland gericht.

5.4 Door [gedaagden] bij het gerecht van hun woonplaats te dagvaarden worden de kosten zo laag mogelijk gehouden. [Gedaagden] hebben geen redelijk belang bij een procedure in Würzburg. Zij maken misbruik van procesrecht door zich te beroepen op de forumkeuze die alleen in het belang van [eiser] is gemaakt.

6.1 Bij akte uitlaten producties stellen [gedaagden] dat, gelet op de forumkeuze van partijen voor de Duitse rechter, niet kan worden ingezien dat [gedaagden] thans misbruik van procesrecht maken door te stellen dat deze rechter exclusief bevoegd is.

6.2 Voorst hebben [gedaagden] gesteld dat evident is dat partijen zakelijk hebben gecontracteerd. Van een consumentenovereenkomst in de zin van artikel 15 EEX-vo is geen sprake. Dat een procedure bij de rechtbank Almelo voor partijen gunstiger zou zijn is rechtens irrelevant.

Overwegingen van de rechtbank

7.1 Vaststaat dat in de tussen partijen tot stand gekomen ‘Schuldbeitritt’ van 7 augustus 2009 en die van 21 juli 2010 een forumkeuzebeding is opgenomen, dat luidt:

“Diese Vereinbarung untersteht den Recht der Bundesrepublik Deutschland. Erfüllungsort und Gerichtsstand ist – soweit gesetzlich- zülassig- Würzburg.”

7.2 In geschil is of er sprake is van een consumentenovereenkomst in de zin van artikel 15 EEX-vo en daarmee of voornoemd forumkeuzebeding rechtsgevolg heeft.

7.3 Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een consumentenovereenkomst in de zin van artikel 15 EEX-vo. Het begrip consument dient verdragsautonoom te worden uitgelegd en restrictief te worden opgevat. Niet is gebleken dat [gedaagden] de overeenkomsten hebben gesloten voor een gebruik dat niet bedrijfs- of beroepsmatig kan worden beschouwd. Dat [gedaagden] in persoon hebben gecontracteerd, betekent niet dat zij als consument hebben gehandeld.

7.4 De uitzondering als genoemd in artikel 23 lid 5 EEX-vo, inhoudende dat het forumkeuzebeding geen rechtsgevolg heeft indien deze strijdig is met onder meer artikel 13 EEX-vo, is gelet op het bovenstaande in casu niet van toepassing.

7.5 Nu ten minste één van partijen woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat en partijen bij schriftelijke overeenkomst het gerecht van een lidstaat, zijnde Würzburg in Duitsland, hebben aangewezen, is conform artikel 23 lid 1 EEX-vo dat gerecht exclusief bevoegd. Niet is gebleken dat partijen ten aanzien van de exclusiviteit anders zijn overeengekomen.

7.6 Partijen hebben het forumkeuzebeding zelf opgenomen in hun overeenkomst, althans hebben de overeenkomst waar dit beding in is opgenomen ondertekend. Dat achterafgezien het procederen bij een ander gerecht goedkoper is, levert, in het geval een partij zich beroept op het forumkeuzebeding geen misbruik van procesrecht op.

7.7 Nu de rechter in Würzburg (Duitsland) exclusief bevoegd is en er geen sprake is van misbruik van procesrecht, dient de rechtbank zich in de hoofdzaak onbevoegd te verklaren om kennis te nemen van het geschil. De rechtbank zal de incidentele vordering van [gedaagden] toewijzen.

8. [Eiser] dient als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding te worden veroordeeld.

In de hoofdzaak

9. Gelet op hetgeen is overwogen in het incident is de rechtbank niet bevoegd van de vordering kennis te nemen.

De beslissing

In het incident

De rechtbank:

I. wijst de vordering van [gedaagden] toe.

In de hoofdzaak

De rechtbank:

II. verklaart zich onbevoegd van de vordering kennis te nemen;

In het incident en in de hoofdzaak

De rechtbank:

III. veroordeelt [eiser] in de kosten van dit geding, tot op de uitspraak aan de zijde van [gedaagden] begroot op € 588,- aan verschotten en € 452,- aan salaris van de advocaat.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. G.G. Vermeulen en op 14 september 2011 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.