Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BR6762

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
11-08-2011
Datum publicatie
06-09-2011
Zaaknummer
381.334 EJ VERZ 11-4554
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het overeindhouden van een bedrijf door een moederbedrijf houdt een keer op.

Er bestaat geen verplichting voor die moedermaatschappij om vergoedingen voor werknemers te betalen.

Het betalen van de salarissen kan ook niet oneindig doorgaan.

"Habe nichts" verweer gehonoreerd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0719
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Kanton

Locatie EnschedeAlmelo

Zaaknummer : 381.334 EJ VERZ 11-4554

Beschikking van de kantonrechter d.d. 11 augustus 2011 in de zaak van:

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Rodelta Pumps International B.V.

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Hengelo (O)

verzoekster,

hierna te noemen Rodelta

gemachtigde: mr C.J. Budding

advocaat te Amsterdam

tegen

[verweerder]

wonende te [plaats]

verweerder,

hierna te noemen: [verweerder]

gemachtigde: mr S. da Silva Curiël

verbonden aan ARAG Rechtsbijstand te Leusden.

Gezien het op 18 juli 2011 ter griffie van dit gerecht binnengekomen verzoekschrift strekkende tot ontbinding ex artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst.

Gezien het ingekomen verweerschrift en de overige op het geding betrekking hebbende stukken.

Gelet op hetgeen door en/of namens partijen is verklaard bij de mondelinge behandeling van het verzoek op 4 augustus 2011.

Overweegt:

1. Gebleken is dat het verzoek geen verband houdt met de in de wet bedoelde opzegverboden.

2. Rodelta verzoekt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op grond van een gewichtige reden, bestaande uit een wijziging van omstandigheden, welke met zich meebrengt dat er op korte termijn een einde aan die arbeidsrelatie tussen partijen dient te komen.

3. Die wijziging van omstandigheden zou bestaan uit bedrijfseconomische noodzaak welke het bedrijf noopt tot het nemen van maatregelen in de personele sfeer.

4. Rodelta houdt zich bezig met het ontwerpen, fabriceren en verkopen van centrifugaalpompen die worden gebruikt ten behoeve van de industriële toepassingen. Bij het bedrijf zijn 31 personen in dienst.

Door de sterke concurrentie op de pompenmarkt en de economische crisis bleven en blijven bestellingen voor centrifugaalpompen sterk achter. Daarbij speelt een grote rol de omstandigheid dat veelal gehandeld wordt met landen in het Verre en Midden Oosten en waarbij exportvergunningen veel grote problemen opleveren.

Het blijkt vaak onmogelijk om financiering bij banken te verkrijgen voor projecten in Iran, zodat er geen middelen zijn om de opdrachten uit te voeren. Thans wordt de financiering met name verkregen van de Noorse aandeelhouder, Turoteknikk AS.

De vooruitzichten van Rodelta zijn zodanig dat zij zich genoodzaakt zag kostenbesparingen door te voeren. Deze bleken niet voldoende om het tij te keren. Dat kan wel wanneer de organisatie wordt ingekrompen naar een niveau dat aansluit op de stabiele orderontvangst van € 250.000,-- per maand, zo stelt Rodelta. Zo niet, dan staat het bedrijf op de rand van een faillissement, waarbij zij zich beroept op een schrijven van ten Kate & Huizinga van 8 juli 2011.

5. De Noorse aandeelhouder Turoteknikk heeft tot op heden telkens een fors aantal malen gelden gefourneerd om het bedrijf “overeind” te houden, maar daartoe is zij per 1 oktober a.s. niet meer bereid. Daardoor komt zij immers zelf in de problemen. Tot genoemde datum zijn de salarissen gegarandeerd, maar voor de periode daarna niet meer.

6. Om voorbedoelde inkrimping te realiseren is Rodelta genoodzaakt om 8 arbeidsplaatsen te doen vervallen. In de categorie 55+ en in die groep zullen twee arbeidsplaatsen vervallen, waaronder die van [verweerder].

7. [verweerder] is momenteel 61 jaar. Hij is op 1 september 2007 in dienst getreden bij de rechtsvoorganger van Rodelta, laatstelijk tegen een salaris van € 3.957 bruto per maand. De werkzaamheden van hem laten zich samenvatten in de functie van administrateur.

8. [verweerder] erkent op zich zelf wel dat de onderneming noodlijdend is, maar hij meent dat de gevolgen voor hem bij verlies van zijn baan groter zijn dan die voor Rodelta. Hij meent dan ook dat Rodelta wel degelijk in staat is hem een vergoeding overeenkomstig de kantonrechtersformule te betalen, zeker wanneer men daarbij betrekt de omstandigheid dat Rodelta geen vergoeding behoeft te betalen aan de andere werknemers, zodat er geld overblijft voor een vergoeding aan hem.

9. Voormelde mening van [verweerder] getuigt niet van een solidariteitsgedachte: als een collega van hem, die in nagenoeg hetzelfde schuitje zit, geen vergoeding krijgt, dan meent [verweerder] dat de daardoor ontstane ruimte in de financiële middelen naar hem kan worden doorgeschoven.

Los daarvan is de kantonrechter van oordeel dat zijn wijze van redeneren ook indruist tegen elke logica, want minder verlies noemt [verweerder] een besparing, welke ten goede zou kunnen komen aan andere zaken dan het verminderen van het verlies. Als de kantonrechter die redenering zou volgen, dan stevent Rodelta ontegenzeggelijk direct op een faillissement af. Het is de bedoeling dat de besparingen moeten voeren tot een verlaging van het verlies en/of een betere verhouding tussen omzet en liquiditeit.

10. Voorts heeft [verweerder] betoogd dat uit niets blijkt dat de Noorse aandeelhouder niet verder zou kunnen gaan met het verstrekken van leningen en donaties voor en aan Rodelta. Ook dit standpunt verwerpt de kantonrechter. Van een aandeelhouder kan en behoeft niet te worden verwacht dat zij maar door blijft gaan met het “overeind houden” van Rodelta, en telkens maar weer geld ter beschikking stelt om bijvoorbeeld de salarisbetaling van het personeel van Rodelta weer veilig te stellen. Aan die bijdrage van Turoteknikk komt een keer een einde. In voldoende mate is gebleken dat dat tijdstip is aangebroken op 1 oktober 2011.

11. Naar aanleiding van de wens van [verweerder] om een vergoeding te koppelen aan die ontbinding van de arbeidsovereenkomst, heeft Rodelta betoogd dat daarvoor geen enkele ruimte is: zij voert dan ook het “habe nichts” verweer. De cijfers die zij daartoe heeft overgelegd geven een beeld te zien dat zodanig is, dat er voor Rodelta geen mogelijkheid overblijft om aan [verweerder] een vergoeding, zoals door hem gewenst, toe te kennen.

De salarisbetaling is gegarandeerd door een externe financier en wel tot 1 oktober 2011 en zoals gezegd die externe financier wenst dat niet te continueren. Er rest dan ook geen andere mogelijkheid dat de arbeidsovereenkomst tussen Rodelta en [verweerder] te ontbinden per 1 oktober 2011, zodat hij tot die datum nog zijn salaris zal ontvangen.

12. De kantonrechter begrijpt dat deze gang van zaken voor [verweerder] zeer frustrerend is en dat zijn toekomstperspectief met betrekking tot zijn kansen op de arbeidsmarkt, bepaald niet rooskleurig is, maar anderzijds moet hij de ogen niet sluiten voor de werkelijkheid. Rodelta staat er zeer beroerd voor en bij gelijkblijvend beleid zal een faillissement onvermijdelijk zijn. In die situatie zijn alle 31 werknemers hun baan kwijt en dat is wel degelijke een aspect waar de kantonrechter rekening mee moet houden.

13. Conclusie is dan ook dat de kantonrechter per 30 september 2011 een einde aan het dienstverband van [verweerder] bij Rodelta zal maken en dat daaraan, hoe spijtig ook voor [verweerder], geen vergoeding zal worden gekoppeld.

14. De kantonrechter acht termen aanwezig de proceskosten tussen partijen te compenseren als na te melden.

BESCHIKKENDE:

Ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 30 september 2011.

Compenseert de proceskosten in zoverre dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Wijst af het meer of anders verzochte.

Aldus gegeven te Enschede door mr H.R.K. Valk, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 augustus 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.