Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BR6618

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
30-08-2011
Datum publicatie
02-09-2011
Zaaknummer
349704 CV EXPL 10-10071
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

art 2 lid 7 PSW, art 7: 613 BW

Eenzijdige wijziging pensioentoezegging door werkgever van gematigde eindloonregeling naar middelloonregeling per 1 januari 2005 wegens ingrijpende wijzging in de omstandigheden, te weten wijzgingen in de Wet Gelijke Behandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0716
PJ 2011/156
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Kanton

Locatie Enschede

Zaaknummer : 349704 CV EXPL 10-10071

Uitspraak : 30 augustus 2011

Vonnis in de zaak van:

[eiser]

wonende te [plaats]

eisende partij, hierna ook wel [eiser] te noemen

gemachtigde: mr. M. Colenbrander, advocaat te Zwolle

tegen

[GEDYECO B.V.]

statutair gevestigd te Oldenzaal en kantoorhoudende te Losser

gedaagde partij, hierna ook wel Gedyeco te noemen

gemachtigde: mr. D.S.M. Wouda, advocaat te Assen

1. procedure

Deze blijkt uit de navolgende stukken:

- de dagvaarding van 26 juli 2010;

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in voorwaardelijke

reconventie;

- het tussenvonnis van 5 oktober 2010;

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen gehouden op 23 november 2010;

- de akte overlegging aanvullende productie aan de zijde van Gedyeco;

- de conclusie van repliek in conventie, tevens akte vermeerdering van eis en conclusie van antwoord in reconventie;

- de conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie;

- de conclusie van dupliek in reconventie.

Het vonnis is bepaald op heden.

2. feiten

De navolgende feiten die enerzijds zijn gesteld en anderzijds niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn weersproken, worden als vaststaand aangenomen.

2.1 [eiser], geboren op […] 1944, is in oktober 1961 in dienst getreden bij [F]N.V. United Aniline Works te Tilburg. Binnen deze organisatie had [eiser] recht op pensioen volgens een eindloonregeling. Genoemd bedrijf - en derhalve ook [eiser] - is vervolgens in 1980 overgenomen door de besloten vennootschap Frado B.V.

2.2 Vervolgens is [eiser] op 1 januari 1985 in dienst getreden bij Gedyeco. De arbeidsovereenkomst is door het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd met ingang van medio juli 2009 beëindigd. De uitkeringen ingevolge het ouderdomspensioen en de AOW zijn ingegaan per 1 juli 2009.

2.3 In de aanstellingsbrief gedateerd 20 augustus 1984 (productie 1 dagvaarding), is onder meer het navolgende opgenomen:

“ [...]

b) […] zal het salaris f. 7.500,- tot f. 8.000,- bruto per maand bedragen. Indien het bedrijfsresultaat het toelaat, wordt er een tantième uitbetaald.

[…]

f) De firma sluit voor U een premievrij pensioen. Mogelijk kunnen wij de thans voor U lopende verzekering continueren.

[…].“

2.4 In de op 15 oktober 1984 gedateerde arbeidsovereenkomst staat onder meer dat [eiser] recht heeft op een salaris van fl. 8.000,- bruto per maand, vermeerderd met vakantietoeslag volgens de wettelijke norm. Voorts staat vermeld dat indien de bedrijfsresultaten het toelaten, er aan [eiser] een tantième zal worden uitgekeerd, welke ieder jaar opnieuw zal worden vastgesteld aan de hand van de cijfers.

Bij de secundaire arbeidsvoorwaarden staat vermeld dat [eiser] recht heeft op een premievrij pensioen.

2.5 In het algemeen gedeelte van de pensioenregeling 1985 staat onder meer:

“ […]

Artikel 3

Aanspraken

1. Deelnemer heeft aanspraak op:

a. Een ouderdomspensioen voor de gewezen deelnemer, dat ingaat op de pensioendatum en betaalbaar is tot de eerste van de maand volgende op de dag van zijn overlijden;

[…]

Artikel 4

Verzekering

1.De werkgever dekt de verleende aanspraken door het sluiten van verzekeringen bij de Utrecht.

[…]

Artikel 5

Pensioengrondslag

[…]

3.Onder jaarsalaris wordt verstaan het tot jaarsalaris herleide overeengekomen vaste periodieke salaris of loon, vermeerderd met vakantietoeslag.

Tantièmes, gratificaties, overwerkgelden of andere emolumenten zijn uitgesloten.

[…]

Artikel 7

[…]

2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 wordt bij een wijziging van de pensioengrondslag na de 55e verjaardag de uit die wijziging voortvloeiende verhoging of verlaging van het pensioen gereduceerd met 10 % voor ieder jaar dat de deelnemer ouder is dan 55 jaar.

(Dit artikellid verwoordt de zogenoemde gematigde eindloonregeling, kantonrechter)

[…]

Artikel 13

Algemene bepalingen

1. Iedere belanghebbende ontvangt een exemplaar van dit reglement en de tekst van eventuele wijzigingen.

[…]

3. In alle bij dit reglement niet voorziene gevallen neemt de werkgever een beslissing in de geest van de bepalingen daarvan.

4. De bepalingen van dit reglement maken deel uit van de arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en werknemer.

5. De werkgever behoudt zich het recht voor de koopsom-/premiebetaling geheel of gedeeltelijk te beëindigen en derhalve de pensioenregeling te beperken of te beëindigen ingeval van ingrijpende wijziging van de omstandigheden. De door reeds betaalde bedragen verkregen rechten kunnen nimmer worden aangetast.

[…]”

2.6 In het specifiek voor [eiser] geldende deel van de pensioenregeling 1985 staat onder meer:

“De pensioengrondslag is gelijk aan het vaste overeengekomen jaarsalaris - inclusief vakantietoeslag en een 13e maand

[…].

Voor de heer [eiser] is het aldus bepaalde pensioen verhoogd met de reeds opgebouwde waarde uit hoofde van zijn dienstverband bij Frado International B.V.

Hierbij zijn de premievrije bedragen aangepast aan de in deze offerte toegepaste verhoudingen en uitbetalingswijze.

Bij de berekening - ook bij toekomstige verhogingen - worden alle dienstjaren (maximaal 40) in aanmerking genomen.

Voor verhogen van het ouderdomspensioen, welke plaatsvinden na de 55-jarige leeftijd, wordt het bedrag van de verhoging verminderd met 10 % voor elk jaar dat de verzekerde ouder is dan 55 jaar.

[…].”

2.7 In 1995 is een nieuw pensioenreglement tot stand gekomen, dat op wijziging van artikelnummers na, voor zover hier van belang, inhoudelijk geen relevante wijzigingen bevatte ten opzichte van het reglement 1985.

2.8 De door Gedyeco ten behoeve van [eiser] gesloten pensioenovereenkomst kenmerkte zich bij aanvang als een zogenoemde gematigde eindloonregeling. Met ingang van 1 januari 2005 is de regeling gewijzigd in een zogenoemde middelloonregeling. AMEV, de pensioenverzekeraar en rechtsvoorganger van ASR waar [eiser]’ pensioen thans is ondergebracht, heeft de pensioenovereenkomst met Gedyeco bij brief van 25 juni 2004, tegen 31 december 2004, opgezegd in verband met wijziging van wettelijke regels, onder aanbieding van een nieuwe pensioenovereenkomst. Gedyeco heeft daarop een nieuwe pensioenovereenkomst met ASR gesloten. Die nieuwe overeenkomst is gebaseerd op een middelloonregeling.

Dat heeft geleid tot een nieuw pensioenreglement in 2005 waarin inhoudelijke wijzigingen staan ten opzichte van het reglement 1995.

2.9 Vanaf 1989 heeft [eiser] jaarlijks een tantième ontvangen van één bruto maandsalaris, hier verder aan te duiden als een ‘13e maand’. Op een door Gedyeco in 1999 ingevulde werkgeversverklaring heeft Gedyeco ingevuld dat [eiser] onder meer aanspraak had op een 13-e maand. Vanaf 2007 heeft Gedyeco de 13e maand meegenomen bij de berekening van de pensioengrondslag.

2.10 Nadat [eiser] bij Gedyeco zijn beklag over de zijn inziens te lage pensioenuitkering heeft gedaan heeft Gedyeco na overleg met [eiser] in afwachting van nadere afspraken twee maal een bedrag van € 300,- per maand aan [eiser] ter compensatie eventuele schade.

3. geschil

de vordering in conventie

[eiser] vordert, na vermeerdering van eis, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I te verklaren voor recht dat Gedyeco tekort is geschoten in de nakoming van de pensioenovereenkomst met [eiser];

II te verklaren voor recht dat de pensioenschade van [eiser] € 6.145,02 bruto aan te laag ouderdomspensioen per jaar en € 4301,51 bruto aan te laag partnerpensioen per jaar bedraagt.

III Gedyeco te veroordelen om [eiser] in de positie te brengen waarin hij zou hebben verkeerd indien Gedyeco de pensioenovereenkomst met [eiser] correct zou zijn nagekomen;

IV Gedyeco te veroordelen tot betaling van een koopsom aan ASR verzekeringen ten gunste van [eiser], die voldoende is om de onder punt II genoemde pensioenschade van [eiser] volledig te compenseren;

V Gedyeco te veroordelen om binnen twee weken naar betekening van het ten deze te wijzen vonnis aan [eiser] schriftelijk bewijs van ASR verzekeringen te verstrekken waaruit blijkt dat Gedyeco aan haar plicht zoals genoemd onder punt IV heeft voldaan, één en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,- per dag voor iedere dag dat Gedyeco hiermee in gebreke blijft;

VI Gedyeco te veroordelen tot betaling aan [eiser] van de kosten van het rapport van [X] en [Y], ten bedrage van fl. 8.282,40 (inclusief BTW);

VII Gedyeco te veroordelen aan [eiser] de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 2975,00 te voldoen;

VIII Gedyeco te veroordelen aan [eiser] de kosten van dit geding te voldoen, een bedrag aan salaris gemachtigde daar inbegrepen.

het verweer in conventie

Gedyeco concludeert bij vonnis voor zover mogelijk waarbij voorraad, [eiser] niet ontvankelijk te verklaren terzake van zijn vordering, dan wel deze aan hem geheel of gedeeltelijk te ontzeggen, met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure.

de vordering in voorwaardelijke reconventie

Gedyeco vordert bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de gevolgen pensioenovereenkomst tussen Gedyeco en [eiser] zodanig te wijzigen dat met ingang van 1 januari 2005 op de pensioenovereenkomst door Gedyeco van toepassing verklaarde middelloonregeling de overeenkomst tussen partijen beheerst en dat op basis daarvan pensioenuitvoerder de pensioenaanspraak mocht berekenen, met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure.

het verweer in reconventie

[eiser] concludeert primair de vorderingen van Gedyeco af te wijzen, subsidiair bij toewijzing van de vordering van [eiser] in conventie, Gedyeco in reconventie te veroordelen om [eiser] in de positie te brengen waarin hij zou hebben verkeerd indien de gematigde eindloonregeling zou zijn voortgezet, één en ander met veroordeling van Gedyeco in de kosten van de procedure.

4. beoordeling

4.1 in conventie

Wijziging van de pensioenovereenkomst van eindloon naar middelloon

4.1.1 In de arbeidsovereenkomst is [eiser] enkel een premievrij pensioen toegezegd. De aard en/of inhoud van het door Gedyeco ten behoeve van [eiser] te sluiten en te financieren pensioen is in de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet nader omschreven.

De in de arbeidsovereenkomst opgenomen pensioentoezegging is vervolgens nader uitgewerkt in het pensioenreglement 1985, opgesteld door de toenmalige pensioenverzekeraar/uitvoerder en - naar de kantonrechter voorlopig aanneemt - blijkens de aangehechte, door werkgever en [eiser] te ondertekenen verklaringen, door Gedyeco en [eiser] geaccepteerd.

Uit de met AMEV gesloten pensioenverzekering en het pensioenreglement 1985 (art. 7 lid 2), vervangen door onder meer het pensioenreglement 1995, blijkt dat Gedyeco ten behoeve van [eiser] een door de Gedyeco te financieren pensioenregeling op basis van een zogenoemde gematigde eindloonregeling heeft gesloten.

In de arbeidsovereenkomst wordt niet verwezen naar enig pensioenreglement, noch heeft Gedyeco zich in de arbeidsovereenkomst een eenzijdig wijzigingsbeding voorbehouden als bedoeld in art. 7: 613 BW. Wel is in art. 13 lid 4 van het pensioenreglement 1985 bepaald dat dit reglement deel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst en in zoverre kan dit reglement als aanvulling van de in de arbeidsovereenkomst gedane pensioentoezegging worden beschouwd.

In art 13 lid 5 van het pensioenreglement 1985 en vervolgens in art 14 van het pensioenreglement 1995 heeft Gedyeco zich een eenzijdig wijzigingsbeding voorgehouden als bedoeld in art 2 lid 7 van de - destijds geldende en in deze zaak van toepassing zijnde - Pensioen en Spaarfondsenwet (PSW). In artikel 2 lid 7 PSW is het volgende bepaald:

“ Indien een werkgever zich bij de toezegging de bevoegdheid tot de vermindering of beëindiging van zijn bijdrage aan de pensioenregeling heeft voorbehouden, is hij verplicht van dit voorbehoud mededeling te doen aan degene aan wie hij de uitvoering van de pensioentoezegging heeft toevertrouwd. Hij kan dit voorbehoud slechts maken voor het geval van een ingrijpende wijziging van omstandigheden. Wanneer hij voornemens is tot uitoefening van de bevoegdheid op grond van dit voorbehoud over te gaan, deelt hij dit onverwijld schriftelijk mede aan degene aan wie hij de uitvoering van de pensioentoezegging heeft toevertrouwd, alsmede aan degenen, die een pensioen of aanspraak op pensioen daardoor wordt getroffen."

4.1.2 Partijen hebben noch art 2 lid 7 PSW noch art 13 pensioenreglement 1985/art 14 pensioenreglement 1995 in hun geschil betrokken. De kantonrechter is evenwel gehouden de juridische grondslagen aan te vullen. Wettelijke bepalingen horen daartoe. De kantonrechter zal daarom hieronder nader op genoemde bepalingen en de consequenties daarvan ingaan, doch slechts bij wijze van voorlopig oordeel, en vervolgens partijen in de gelegenheid stellen zich daarover nader uit te laten, mede teneinde een zogenoemde ‘verrassingsbeslissing’ te voorkomen.

4.1.3 Uitgaande van art. 2 lid 7 PSW en art. 14 pensioenreglement 1995 dient vervolgens de vraag beantwoord te worden of er ten tijde van het sluiten door Gedyeco van de nieuwe pensioenverzekering met AMEV/ASR sprake was van zodanig ingrijpende wijzigingen van omstandigheden als bedoeld in art. 2 lid 7 PSW en art .14 van het pensioenreglement 1995, dat Gedyeco met gebruikmaking van bedoeld beding tot eenzijdige wijziging van de aard en inhoud van de pensioenverzekering, te weten van een gematigde eindloonregeling naar een middelloonregeling, heeft kunnen overgaan.

Ter zake wordt als volgt overwogen. De pensioenverzekeraar, destijds AMEV, heeft de pensioenverzekering met Gedyeco na ommekomst van de looptijd van 10 jaar opgezegd tegen 1 januari 2005, onder meer vanwege strijd van de bestaande overeenkomst met wijzigingen in de Wet Gelijke Behandeling. Met de CGB (zie www.CGB.nl, uitspraken 2004, nummers 46 en 122) is de kantonrechter van oordeel dat op grond van bedoelde wijzigingen in de Wet Gelijke Behandeling de zogenoemde gematigde eindloonregeling na 1 januari 2005 niet langer was toegestaan. Nu de AMEV, indachtig onder meer die wetgeving, de pensioenovereenkomst opzegde, was Gedyeco genoodzaakt een nieuwe overeenkomst aan te gaan. De wijziging van de Wet Gelijke Behandeling, de uitleg die daaraan door de CGB en in de literatuur werd gegeven, te weten dat de gematigde eindloonregeling in strijd met de Wet Gelijke Behandeling werd geoordeeld, in samenhang met de opzegging van de overeenkomst door AMEV, leveren naar oordeel van de kantonrechter zodanige ingrijpende wijziging van de omstandigheden op als bedoeld in art. 2 lid 7 PSW en art .14 van het pensioenreglement 1995 dat Gedyeco bevoegd was eenzijdig tot wijziging van de pensioenovereenkomst over te gaan.

Naar oordeel van de kantonrechter heeft Gedyeco daarbij ook in redelijkheid tot het sluiten van een pensioen op basis van een middelloonregeling zoals destijds door AMEV voorgesteld, kunnen overgaan. Mogelijk is deze wijziging voor [eiser] ongunstig geweest, doch anders dan [eiser] stelt, is de middelloonregeling niet in alle gevallen zonder meer ongunstiger dan de gematigde eindloonregeling en is zulks afhankelijk van de loopbaan/salarisontwikkelingen in het concrete geval. Daarbij dient ook mede in ogenschouw te worden genomen dat in die jaren de trend is ingezet om (gematigde) eindloonregelingen om te zetten in middelloonregelingen. Voor zover [eiser] door deze wijziging al slechter af was, is dat gelet op de door hem in het geding gebrachte berekeningen - voor zover al juist - weliswaar begrijpelijk erg teleurstellend maar niet zodanig ernstig dat zulks er toe dient te leiden dat geoordeeld moet worden dat Gedyeco van het wijzigingsbeding gegeven de omstandigheden van dit geval, in redelijkheid geen gebruik had mogen maken.

4.1.4 De enkele omstandigheid dat Gedyeco [eiser] niet heeft geïnformeerd staat aan de eventuele rechtsgeldigheid van de wijziging van het pensioenreglement niet in de weg. Weliswaar had Gedyeco op grond van het bepaalde in artikel 2 lid 7 PSW en op grond van goed werkgeverschap de verplichting [eiser] te informeren, doch op het nalaten daarvan is geen sanctie gesteld.

4.1.5 De kantonrechter zal, zoals hiervoor aangekondigd, alvorens definitief te beslissen, partijen in de gelegenheid stellen zich over het voorgaande uit te laten.

13e maand onderdeel pensioengrondslag?

4.1.6 Gedyeco heeft ter zake van de vordering van [eiser] voor zover die is gebaseerd op een door Gedyeco onjuist aan de pensioenuitvoerder doorgegeven pensioengrondslag vanwege het niet meenemen van een 13-e maand als salarisbestanddeel, een beroep op verjaring gedaan. [eiser] vordert schadevergoeding, geen nakoming van de overeenkomst door alsnog de juiste bedragen aan de pensioenuitvoerder door te geven en /of te storten. Het beroep op verjaring dient dan ook aan de hand van art. 3: 310 BW te worden beoordeeld. In dat kader dient beoordeeld te worden op welk moment [eiser] van de schade en degene die voor die schade aansprakelijk is, bekend is geworden (art. 3: 310 lid 1 BW). Gedyeco stelt dat [eiser] uit de jaarlijks verstrekte pensioenoverzichten heeft kunnen kennisnemen van de door Gedyeco gehanteerde pensioengrondslag, te weten het jaarsalaris met vakantiegeld maar zonder 13e maand. [eiser] heeft aangevoerd dat hij gedurende de jaren 1988 tot en met 2006 geen pensioenoverzichten heeft ontvangen. Wat daar ook van zij, nu in het pensioenreglement is bepaald dat de Gedyeco jaarlijks overzichten diende te verstrekken, had het op de weg van [eiser] gelegen om, indien hij die niet ontving, nakoming daarvan door zijn Gedyeco te vorderen, zoals een werknemer dat bijvoorbeeld ook dient te doen indien hij geen salarisspecificaties ontvangt en aldus de juistheid van de hoogte van het uitgekeerde salaris niet kan controleren. Dat [eiser] dat heeft nagelaten komt voor zijn rekening en risico en staat aan het beroep op verjaring niet in de weg. Het beroep op verjaring slaagt. Dit betekent dat [eiser] in zijn de vordering tot schadevergoeding voor zover gebaseerd op het ten onrechte niet door Gedyeco meenemen van een 13-e maand in het aan de pensioenverzekeraar doorgegeven jaarsalaris enkel ontvankelijk is voor zover betrekking hebbend op de periode na 27 juli 2005. [eiser] heeft niet dan wel onvoldoende gemotiveerd gesteld dat de verjaring eerder dan door betekening van de dagvaarding op 26 juli 2010 rechtsgeldig is gestuit.

4.1.7 Vervolgens dient beoordeeld te worden of Gedyeco ten onrechte de 13e maand niet bij de opgave jaarinkomen, op welk inkomen de pensioengrondslag wordt bepaald, heeft meegenomen.

Partijen zijn bij aanvang van de arbeidsovereenkomst geen 13e maand of vaste tantième overeengekomen. Volgens het pensioenreglement maken alleen vast overeengekomen loonbestanddelen deel uit van de pensioengrondslag. Bij aanvang van de arbeidsovereenkomst tussen Gedyeco en [eiser] behoorde de 13e maand daar niet toe. De vraagt dringt zich op of geconcludeerd dient te worden dat de feitelijk vanaf 1989 jaarlijks uitbetaalde 13e maand stilzwijgend deel van de arbeidsovereenkomst is gaan uitmaken en aldus tussen partijen een ‘vast overeengekomen loonbestanddeel’ is geworden, en zo ja, vanaf welk moment. Het is immers niet zo dat de pensioenregeling zo gelezen dient te worden dat alleen hetgeen bij aanvang van de arbeidsovereenkomst als vast loon(bestanddeel) is overeengekomen, als basis voor de pensioengrondslag dient. Immers dan zouden loonsverhogingen ook zijn uitgesloten en daarvan is geen sprake geweest. Nu Gedyeco zelf in de werkgeversverklaring van 1999 heeft opgegeven dat de 13e maand een vaste looncomponent betrof, is naar oordeel van de kantonrechter in ieder geval vanaf dat moment duidelijk dat van een - al dan niet stilzwijgend - overeengekomen vaste looncomponent sprake. Vanaf dat moment had de 13e maand meegenomen moeten worden bij de bepaling van de premiegrondslag.

4.1.8 Nu de vordering voor 27 juli 2005 is verjaard, kan de vordering tot vergoeding van schade als gevolg van het niet meenemen van de 13e maand enkel worden toegewezen voor zover het de gevolgen daarvan betreft gedurende de periode van 27 juli 2005 tot 2007. Derhalve kan de vraag of voor 1999 de 13e maand als vaste looncomponent beschouwd diende te worden, onbeantwoord worden gelaten.

Om welk bedrag het gaat zal nader moeten worden bepaald. Nu Gedyeco de pensioenverzekeringsovereenkomst heeft gesloten en verantwoordelijk was voor het verstrekken van het juiste jaarinkomen, ligt het op de weg van Gedyeco om - door tussenkomst van ASR - inzicht te verschaffen in het verschil tussen het pensioen dat [eiser] thans ontvangt en dat hj zou hebben ontvangen indien de 13e maand ook over de periode van 27 juli 2005 tot 2007, het moment waarop de 13e maand wel is meegnomen, als jaarinkomen zou zijn opgegeven en aldus deel uit had gemaakt van de te berekenen pensioengrondslag/premie. De kantonrechter zal de zaak verwijzen voor het nemen van een akte aan de zijde van Gedyeco. Tevens wenst de kantonrechter geïnformeerd te worden op welke wijze eventueel gekapitaliseerd dit tekort gedicht kan worden.

Inbreng opgebouwd pensioen Frado

4.1.9 Gedyeco heeft bij conclusie van dupliek, onder verwijzing naar de brief van 21 maart 2011 van ASR (productie 29) erkend dat de inbreng van het eerder door [eiser] bij Frado opgebouwde en aan de rechtsvoorganger van ASR overgedragen pensioen niet (op de juiste wijze) is meegenomen in de pensioenaanspraken van [eiser]. Dit betekent dat de vordering van [eiser] tot vergoeding van de schade die hij daardoor lijdt in beginsel voor toewijzing gereed ligt. Om welk bedrag het in concreto gaat, is de kantonrechter nu niet duidelijk.

ASR heeft toegezegd voor correctie te zullen/willen zorg dragen, doch niet duidelijk is op welke wijze zij voornemens is dat te doen. Gedyeco zal in de gelegenheid worden gesteld – door tussenkomst van ASR – inzicht te verschaffen in de wijze waarop ASR/ Gedyeco bedoeld tekortschieten zal (kunnen) compenseren alsmede inzicht te verschaffen in het verschil tussen pensioen dat [eiser] thans ontvangt en hij ontvangen zou hebben indien het bij Frado opgebouwde pensioen wel juist zou zijn meegenomen. Tevens wenst de kantonrechter geïnformeerd te worden op welke wijze eventueel gekapitaliseerd dit tekort gedicht kan worden.

4.1.10 Teneinde partijen in de gelegenheid te stellen zich over de hiervoor opgeworpen vragen en voorlopig gegeven overwegingen uit te laten, zal de kantonrechter de zaak verwijzen naar de rol voor het nemen van een akte uitlaten, eerst aan de zijde van Gedyeco , vervolgens aan de zijde van [eiser]. De kantonrechter aansluitend vonnis wijzen dan wel indien wenselijk een comparitie van partijen gelasten ten einde nog nader geïnformeerd te worden.

4.1.11 Alle verdere beslissingen, onder meer omtrent de kosten deskundigenrapport, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten worden aangehouden.

in reconventie

Gelet op de samenhang met de vorderingen in conventie zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

5. beslissing

in conventie

Verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 27 september 2011 voor het nemen van een akte uitlaten aan de zijde van Gedeyco, teneinde Gedeyco in de gelegenheid te stellen de informatie als gevraagd in alinea 4.1.8 en alinea 4.1.9 te verstrekken, alsmede teneinde zich uit te laten omtrent hetgeen is overwogen in alinea 4.1.5., ambtshalve peremptoir.

Houdt iedere verdere beslissing aan.

In voorwaardelijk reconventie

Houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen te Enschede door mr. E.W. de Groot, kantonrechter, en op

30 augustus 2011 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.