Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BR6441

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
30-08-2011
Datum publicatie
31-08-2011
Zaaknummer
364238 CV EXPL 11-1070
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een commanditaire vennootschap en "de gevolmachtigde"'worden gedagvaard. Vordering tegen "de gevolmachtigde"wordt afgewezen, Wie tot machtiging is overgegaan is ongewis gebleven en niet is gesteld of gebleken dat "de gevolmachtigde" (beherend) vennoot is van de

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Kanton

Locatie Enschede

Zaaknummer : 364238 CV EXPL 11-1070

Uitspraak : 30 augustus 2011 (mvr)

Vonnis in de zaak van:

[eiseres],

wonende te [plaats]

eisende partij, hierna ook wel [eiseres] te noemen

gemachtigde: mr. M.T.A. Lamers, verbonden aan FNV Bondgenoten te Deventer

tegen

1. [gedaagde 1]

gevestigd en kantoorhoudende te [plaats]

2. [gedaagde 2]

wonende te [plaats]

gedaagden, hierna ook wel [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te noemen

procederende in persoon

1. Het verloop van de procedure:

1.1 Dit verloop blijkt uit:

- de dagvaarding van 19 januari 2011;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld heeft [gedaagde 1] noch [gedaagde 2] een conclusie van dupliek genomen. Vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten:

2.1 [eiseres] is op basis van een arbeidsovereenkomst op 24 augustus 2009 voor een periode van zes maanden als verkoopmedewerkster in dienst getreden van [gedaagde 1]. Vervolgens is de overeenkomst stilzwijgend verlengd met zes maanden tot 24 augustus 2010. Het ging om een dienstverband van 40 uren per week. Op de overeenkomst is van toepassing de CAO Gespecialiseerde Detailhandel in Bloemen en Planten, hierna te noemen de CAO. [eiseres] verdiende laatstelijk een salaris van

€ 11,65 bruto per uur te vermeerderen met 8% vakantietoeslag.

3. De vorderingen:

3.1 [eiseres] vordert dat bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk worden veroordeeld aan haar te betalen:

a. als achterstallig salaris het bedrag van € 6.546,71 netto en het bedrag van

€ 2000,29 bruto;

b. als wettelijke verhoging over de twee voormelde bedragen € 3.273,35 netto en

€ 1.000,15 bruto;

c. als vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke kosten het bedrag van

€ 700,00;

d. de wettelijke rente over alle voormelde bedragen vanaf de dag dat die bedragen verschuldigd zijn.

De vorderingen zijn gebaseerd op de feiten en op de volgende stellingen.

3.2 [gedaagde 1] is in verzuim geraakt de onder 3.1 sub a en b vermelde bedragen te voldoen. [eiseres] vordert daarom thans dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden veroordeeld deze bedragen aan haar te betalen, te vermeerderen met de daarover verschuldigde wettelijke verhoging en de wettelijke rente. De voor [eiseres] optredende gemachtigde heeft buitengerechtelijke kosten gemaakt die [eiseres] dient te vergoeden, voor zover deze kosten verhaalbaar zijn op [gedaagde 1] en [gedaagde 2].

4. Het verweer:

4.1 [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn van mening dat de vorderingen moeten worden afgewezen. Het volgende is naar voren gebracht:

4.2 [gedaagde 1] is gestopt met de deelbetalingen aan [eiseres]. Dat is gedaan omdat zij het niet met [eiseres] eens was over hoeveel telkens moest worden betaald. De vordering van [eiseres] klopt niet. Zij dient haar vordering nader te specificeren. De accountant van [gedaagde 1] is door drukke werkzaamheden nog niet in staat geweest een overzicht te maken van hetgeen [eiseres] eventueel nog te vorderen heeft.

5. De beoordeling van het geschil:

5.1 De vordering tegen [gedaagde 2] zal worden afgewezen. Hij is gedagvaard in de hoedanigheid van gevolmachtigde. Wie hem gemachtigd heeft is ongewis gebleven. Indien [gedaagde 1] dat heeft gedaan, behoeft dat niet zonder meer te betekenen dat [gedaagde 2] met haar hoofdelijk aansprakelijk is voor het voldoen van salarisvorderingen van werknemers die in dienst zijn van [gedaagde 1]. Niet is gesteld noch is gebleken dat [gedaagde 2] (beherend?) vennoot is van [gedaagde 1]. Kortom: In deze kwestie heeft [eiseres] niet aan haar stelplicht voldaan.

5.2 Het gevoerde verweer wordt verworpen. [eiseres] heeft haar vordering uitvoerig gespecificeerd, productie 8 gehecht aan de dagvaarding. [gedaagde 1] heeft daarop inhoudelijk niet afgedongen. Het komt erop neer dat is volstaan met de opmerking dat de vordering niet klopt en dat is onvoldoende om als serieus verweer te kunnen worden beschouwd.

5.3 Behoudens de gevorderde wettelijke rente zullen de vorderingen van [eiseres] worden toegewezen. De wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen, omdat gesteld noch gebleken is dat deze kosten inmiddels daadwerkelijk zijn gemaakt en door [eiseres] zijn voldaan. De gevorderde wettelijke rente over achterstallig salaris zal worden toegewezen vanaf de dag der dagvaarding. [eiseres] heeft in onvoldoende mate aangegeven vanaf welke dagen [gedaagde 1] met deelbetalingen in verzuim is geraakt. De wettelijke rente over de wettelijke verhoging zal worden toegewezen vanaf de dag dat dit vonnis wordt gewezen.

5.4 [gedaagde 1] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

Beslissing:

Veroordeelt [gedaagde 1] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen:

a. onder de titel van achterstallig salaris de bedragen van € 6.546,71 netto en

€ 2.000,29 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf 19 januari 2011 tot de dag van de voldoening;

b. onder de titel van wettelijke verhoging over voormelde bedragen de somma’s van € 3.273,35 netto en € 1.000,15 bruto te vermeerderen met de wettelijke rente over voormelde bedragen vanaf 13 september 2011 tot de dag van de voldoening;

c. als vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke kosten het bedrag van

€ 700,00.

Veroordeelt [gedaagde 1] in de kosten van de procedure tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot op € 232,80 wegens verschotten en op € 600,- wegens het salaris van de gemachtigde

Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen te Enschede door mr. M.H. van Rhijn, kantonrechter, en bij vervroeging op 30 augustus 2011 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.