Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BR5835

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
06-07-2011
Datum publicatie
25-08-2011
Zaaknummer
113926 / HA ZA 10-866
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Is de wateroverlast in de Menkotoren op 10 juni 2007 te wijten geweest aan onvoldoende maatregelen van de gemeente ter zake van het waterbeheer in de wijk Roombeek?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 113926 / HA ZA 10-866

datum vonnis: 6 juli 2011 (wh)

Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

1. de naamloze vennootschap

Amlin Corporate Insurance N.V.,

gevestigd te Amstelveen,

verder te noemen Amlin,

en

2. de commanditaire vennootschap

AON Nederland C.V.,

gevestigd te Rotterdam,

verder te noemen AON,

eisers,

advocaat: mr. J.F. van Baarsen te Amsterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Enschede,

gevestigd te Enschede,

gedaagde,

verder te noemen de gemeente,

advocaat: mr. A.T. Bolt te Arnhem.

1. Het procesverloop

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

- dagvaarding met producties,

- conclusie van antwoord met producties,

- conclusie van repliek met producties,

- conclusie van dupliek met producties,

- een akte uitlating producties.

1.2. Na het wisselen van deze stukken hebben partijen vonnis gevraagd.

2. De feiten

2.1. De volgende feiten kunnen, als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd betwist, als vaststaand worden aangenomen.

- Nadat de wijk Roombeek in Enschede op 13 mei 2000 door de vuurwerkramp was getroffen, heeft de gemeente de grond en (de resten van) de gebouwen in deze wijk gekocht, en zijn plannen gemaakt om dit gebied opnieuw te ontwikkelen. Het gebied is daarbij bouwrijp gemaakt en voorzien van een ondergrondse infrastructuur, waaronder een rioleringsstelsel. Daarbij is gekozen voor een systeem van gescheiden waterafvoer, hetgeen betekent dat stedelijk afvalwater en regenwater gescheiden worden verzameld en getransporteerd.

- Eén van de weinige gebouwen die van de vuurwerkramp betrekkelijk weinig schade opliepen was de Menko toren, een opslagloods met watertoren uit 1856 aan de Bosuilstraat 11 tot en met 31. De gemeente heeft deze in of omstreeks 2005 verkocht aan [Y]. en aan Woningstichting De Woonplaats. De Menko toren is vervolgens geheel verbouwd en uitgebreid tot een complex met een school en appartementen.

- Het terrein, met uitzondering van de ondergrond van de Menko toren, is bij het bouwrijp maken opgehoogd. Omdat het maaiveld bij de Menko toren daarbij ongewijzigd bleef, kwam de Menko toren ongeveer een meter dieper te liggen dan de omgeving daarvan.

- Bij voormelde verbouwing en uitbreiding van de Menko toren is een riolering onder het complex aangelegd, waarop het water van de toiletten, douches en huishoudelijke werkzaamheden wordt geloosd. Die riolering is aangesloten op het gemeentelijk riool onder de Bosuilstraat, op een afstand van ongeveer 35 meter van de Menko toren. De afvoer geschiedt door natuurlijk verval, waarbij de aansluiting op het gemeentelijk riool ongeveer 30 centimeter lager ligt dan de rioolafvoer in het Menko complex.

- De bestrating van het opgehoogde terrein rondom het Menko complex is aangelegd in opdracht van de gemeente. Het maaiveld loopt vanaf het gebouw naar beneden af, zodat water, dat op de bestrating terecht komt, van het Menko complex weg stroomt. Dat water wordt vervolgens vanaf het lager gelegen gedeelte van de bestrating door middel van straatkolken en lijngoten afgevoerd naar de riolering. Het aantal ter plaatse aanwezige kolken, goten en andere afvoervoorzieningen is gerelateerd aan het oppervlak van het af te wateren gebied.

- Op 10 juni 2007 waren de verbouwing en uitbreiding van het Menko complex voltooid. Het gebouw was echter nog slechts in beperkte mate in gebruik genomen.

- Op die datum werd Enschede getroffen door zeer zware regenval. Een regenmeter op een afstand van ongeveer 1280 meter van het Menko complex gaf aan dat ter plaatse in ongeveer een uur tijd 48 mm regen viel. Deze hoeveelheid is gerapporteerd in de door de gemeente Enschede gepubliceerde ‘Evaluatie Wateroverlast 10 juni 2007’. Het gemeenteriool kon dat water niet, althans niet snel genoeg, afvoeren. In het Menko gebouw kwam het water uit de toiletten en de doucheruimtes omhoog. Aan de buitenzijde van het gebouw stond een laag water van enkele decimeters diep. Een deel van dat water is in het gebouw gelopen. Als gevolg van een en ander is schade aan het gebouw ontstaan.

3. De vordering

3.1. In aanvulling op de hiervoor opgesomde vaststaande feiten hebben Amlin en AON het volgende gesteld.

3.2. De gemeente is aansprakelijk voor de wateroverlast en de daardoor voor de VVE veroorzaakte schade, omdat de gemeente onvoldoende (tijdige) maatregelen heeft genomen inzake het waterbeheer in de wijk Roombeek. Pas na het schadevoorval op 10 juni 2007 heeft de gemeente aanvullende maatregelen getroffen, bestaande uit het aanbrengen van twee kolken (met goot) voor de ingang van het gebouw, het aan de bovenzijde van de trappen naar het lagere gedeelte doen aanbrengen van lijngoten, en het doen aanbrengen van opsluitbanden langs de pleinverhardingen, die moeten voorkomen dat er grote waterstromen door de plantsoenen kunnen lopen. Ondanks deze later aangebrachte voorzieningen kan het water (nog steeds) via de trappen en de hellingbaan naar beneden lopen, waardoor het wateraanbod daar hoger kan zijn dan waarop de ter plaatse aanwezige kolken berekend zijn. Door de geringe drempelhoogte in het gebouw kon water gemakkelijk het gebouw binnenstromen. Het ontwerp van de buitenruimte (afschot, straatkolken, etc.) was onvoldoende afgestemd op de randvoorwaarden uit het terrein en het gebouw. Uit het expertiserapport blijkt, dat de gemeentelijke riolering het grote aanbod van hemelwater op 10 juni 2007 niet kon verwerken, omdat een in de wijk Roombeek aan te leggen bergingsvijver, die bestemd was voor de opvang van overtollig regenwater, op dat moment nog niet gereed was.

3.3. Uit het voorgaande blijkt volgens Amlin en AON, dat de wateroverlast op 10 juni 2007 te wijten is geweest aan onvoldoende maatregelen van de gemeente ter zake van het waterbeheer in de wijk Roombeek. De ontstane schade was bovendien voorzienbaar, omdat de Menko toren door de ophoging van het omringende terrein ongeveer een meter lager was komen te liggen ten opzichte van het omringende maaiveld. De gemeente had de wateroverlast kunnen voorkomen door de nodige aanpak van het waterbeheer gelijktijdig te laten uitvoeren met de herontwikkeling van de wijk Roombeek, en niet pas jaren later. Amlin en AON baseren hun standpunt mede op een door Grontmij Nederland BV op 7 december 2009 uitgebracht rapport, waarvan de conclusie luidt als volgt:

“Door de profilering van het omliggende terrein – in het bijzonder het hoge niveau aan de oost- en zuidzijde – loopt het water richting de kolken en de open trappen en hellingbaan naar het lagere niveau, waardoor het wateraanbod hier hoger kan zijn dan waarop de kolken (voor zover aanwezig) berekend zijn.

Mede door de geringe drempelhoogtes (integrale toegankelijkheid, Bouwbesluit) is het hierdoor eenvoudig dat water naar binnen loopt. Daarnaast zijn kozijnen welke tot op vloerniveau doorlopen (puien) niet gedetailleerd om staand water (van onderaf) tegen te houden.

Het ontwerp van de buitenruimte (afschot, straatkolken etc.) is onvoldoende afgestemd op de randvoorwaarden uit het terrein en het gebouw. De aanvullende maatregelen uit 2008 (afwijkingen van de aanlegtekening) duiden hier ook op.”

3.4. In een in opdracht van Amlin en AON door ‘RVJ Expertises en Taxaties’ te Amsterdam uitgebracht expertiserapport is de omvang van de schade vastgesteld op € 165.595,- inclusief BTW. Op basis van dat expertiserapport heeft Fortis Corporate Insurance NV, door tussenkomst van haar tussenpersoon AON Nederland CV, op 5 mei 2008 dit bedrag doen uitkeren aan haar verzekerde, de Vereniging van Eigenaren (VVE) “Menko Watertoren”. Tussen het toenmalige Fortis, de rechtsvoorganger van Amlin, en AON werd daarbij afgesproken, dat AON vooralsnog een bedrag van € 25.000,- te eigen laste zou boeken, zodat Amlin een schaderekening ontving van € 140.595,- en € 5.789,35 aan expertisekosten. Amlin en AON zijn gesubrogeerd in de verhaalsrechten van hun verzekerde (voormelde VVE). Uit hoofde daarvan maken zij jegens de gemeente aanspraak op € 140.595,- en € 25.000,-. Amlin maakt daarnaast aanspraak op de kosten van expertise door ‘RVJ Expertises en Taxaties’ ad

€ 5.789,35, alsmede op € 8.301,44, zijnde de kosten van een in haar opdracht door Grontmij Nederland BV uitgevoerd onderzoek naar de aansprakelijkheid.

3.5. Op grond van het voorgaande vorderen Amlin en AON veroordeling van de gemeente:

- tot betaling aan Amlin van € 140.595,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag van 5 mei 2008 tot de datum der algehele voldoening;

- tot betaling aan AON van € 25.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag van 5 mei 2008 tot de dag der algehele voldoening,

- tot betaling aan Amlin de expertisekosten ad € 5.789,35, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag van 5 mei 2008 tot de datum der algehele voldoening;

- tot betaling aan Amlin de kosten van Grontmij Nederland BV ad € 8.301,44, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag van 5 mei 2008 tot de datum der algehele voldoening;

- tot betaling aan Amlin van de buitengerechtelijke kosten ad € 4.724,30, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag van 9 februari 2010 tot de datum der algehele voldoening, subsidiair tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ad € 2.842,- conform rapport Voorwerk II, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag van 9 februari 2010 tot de datum der algehele voldoening, en

- tot betaling van de proceskosten.

4. De verweren

4.1. De gemeente heeft de vordering in alle onderdelen bestreden op de volgende gronden.

4.2. De wettelijke taken van de gemeente op het gebied van het verzamelen en afvoeren van stedelijk afval- en hemelwater hebben het karakter van zorgplichten. De gemeente heeft in deze materie een inspanningsverplichting, en geen resultaatsverplichting. De gemeente hoeft er niet voor in te staan dat geen schade ontstaat tengevolge van haar handelen of nalaten als rioolbeheerder. Aan de gemeente kan in het kader van haar zorgplicht voor de waterhuishouding slechts onrechtmatig handelen worden verweten als zij in de concrete omstandigheden van het geval, en gelet op de verschillende bij het door haar te voeren beleid betrokken belangen van derden en de haar ten dienste staande financiële middelen, beneden de zorg van een goed beheerder is gebleven.

4.3. Dat laatste is in deze zaak niet het geval, en het blijkt ook niet uit de door Amlin en AON gestelde feiten. De gemeente heeft voldaan aan haar zorgplicht, die op grond van de Wet milieubeheer en de Wet op de waterhuishouding op haar rust. Zij heeft voldaan aan al haar verplichtingen op het gebied van de waterhuishouding in Roombeek en heeft alle voorwaarden geschapen voor de inzameling en het transport van het afval- en regenwater en meer in het algemeen voor een goede waterhuishoudkundige situatie in de wijk.

4.4. Het rapport van Grontmij, waarop Amlin en AON zich beroepen, vertoont zo veel tekortkomingen, dat het onbruikbaar is als basis voor de beoordeling van deze zaak. Het wordt weerlegd door een door de gemeente overgelegd rapport van ing.[X] van ‘BCT Architecten, Ingenieurs en Adviseurs B.V.’ De conclusie en aanbevelingen uit dat rapport luiden als volgt:

“De oorzaak van de waterschade na de hevige regenbui op 10 juni 2007 ligt bij het terugstromen vanuit het gemeenteriool naar het gebouw, doordat er onvoldoende voorzieningen zijn getroffen om dit terugstromen te voorkomen of om het overtollige water weg te pompen. Omdat het verschil in maaiveldhoogte een meter is, is het in dit geval – als al voor een aansluiting op het gemeenteriool via vrij verval werd gekozen – aan te bevelen om zowel ontlastputten en terugslagkleppen in de riolering te plaatsen als een extra pomp aan te brengen. De pomp moet bij calamiteiten het water tot buiten het verdiepte gedeelte brengen.”

4.5. Uit dit rapport blijkt duidelijk dat de wateroverlast niet te wijten valt aan een tekortkoming van de gemeente. Het door de gemeente aangelegde rioleringsstelsel, waarvan het door Arcadis gemaakte ontwerp is getoetst door het Waterschap, is deugdelijk, voldoet aan alle geldende normen en beantwoordt aan de behoeften van de wijk. Echter: de aansluiting van de riolering van het Menko gebouw op het gemeenteriool is gebrekkig gebleken, zoals het rapport [X] beschrijft. De inrichting van die aansluiting viel en valt echter niet onder verantwoordelijkheid van de gemeente, maar die van de eigenaren van het gebouw.

4.6. Ook de afwateringsvoorzieningen ter plaatse zijn volgens de geldende normen uitgevoerd. De bestrating ter plaatste is zo aangelegd, dat deze vanaf de Menko toren naar beneden afloopt, zodat wordt voorkomen dat water naar de Menko toren toestroomt en dat water bij het Menko complex blijft staan. Het water loopt direct naar beneden tot de punten, waar het water wordt afgevoerd via lijngoten en straatkolken. Het aantal straatkolken beantwoordt aan de daarvoor geldende norm, gerelateerd aan het oppervlak van het terrein, waarvan het water moet worden afgevoerd. De lijngoot kan naar behoren de hoeveelheid water afvoeren, waarmee bij het aanleggen van een bestrating als de onderhavige rekening moet worden gehouden.

4.7. Aan het voorgaande kan niet afdoen dat de bergingsvijver op 10 juni 2007 nog niet gereed was. De functie van die vijver is slechts de opvang van regenwater, dat van de daken in het daarvoor bestemde afvoerstelsel terechtkomt. Ook de Roombeek is alleen bestemd voor de afvoer van oppervlaktewater, en niet van het in het rioleringsstelsel opgevangen stedelijke afvalwater. Die functie staat los van de onderhavige wateroverlast, die werd veroorzaakt door stagnerende vuilwaterafvoer in de Menko toren.

4.8. Evenmin kan aan de gemeente met succes worden tegengeworpen dat zij na het schadevoorval enkele aanvullende maatregelen heeft genomen. Zij heeft toen, vlakbij de aansluiting van de riolering van het Menko complex op het gemeenteriool, terugvalkleppen aangebracht in de rioolafvoerleiding van het Menko complex, om te voorkomen dat water uit het riool terug kon stromen in de richting van de toiletten in het Menko complex, en twee kolken in de bestrating bij het complex verplaatst en aangesloten op het regenwaterriool, zodat het water bij zware regenval sneller kan worden afgevoerd. De gemeente deed dit uitsluitend om de bewoners en gebruikers van het Menko complex ter wille te zijn en niet omdat de gemeente voorheen was tekortgeschoten in het treffen van noodzakelijke voorzieningen.

4.9. De primaire oorzaak van de wateroverlast was de extreme, uitzonderlijke regenval op 10 juni 2007. Een regenbui als de onderhavige komt minder dan eenmaal per 100 jaar voor. Geen enkel afwateringsstelsel is ingericht om zulke hoeveelheden regen in zo korte tijd te verwerken, en hoeft dat ook niet te zijn. Zo’n noodweer rechtvaardigt een beroep op overmacht. Amlin en AON stellen ook niet, dat de waterschade zouden zijn voorkomen als de gemeente vóór 10 juni 2007 bepaalde, van haar in redelijkheid te vergen, concrete maatregelen zou hebben getroffen.

4.10. Een tweede hoofdoorzaak van de schade is gelegen in de omstandigheid, dat de eigenaar of eigenaren van het Menko complex niet zelf, overeenkomstig hun uit de wet voortvloeiende eigen verantwoordelijkheid voor een goede waterhuishouding van hun gebouw, de riolering en de afwatering van het gebouw niet goed hebben ingericht. Daartoe bestond des te meer aanleiding, nu ten tijde van de aankoop van het gebouw duidelijk zichtbaar was dat het gebouw ook toen al in een kuil lag, en dat daarom extra aandacht nodig was voor een op die bijzondere omstandigheid adequaat toegesneden inrichting van de riolering en de afwatering. De eigenaren hebben bijvoorbeeld genoegen genomen met een rioleringsafvoer van het gebouw naar het gemeenteriool met een natuurlijk verval van slechts 30 centimeter over een afstand van (ongeveer) 35 meter. Dat hoogteverschil is zo klein, dat onder extreme omstandigheden als de onderhavige het risico bestaat op schade als de onderhavige, doordat rioolwater uit het riool terugstroomt in de afvoerpunten (zoals de toiletten) in het gebouw. Dat risico heeft zich in dit geval ook verwerkelijkt. Het risico zou veel kleiner zijn geweest, als de eigenaren bij de renovatie van het gebouw de aansluiting van de riolering op het gemeenteriool hadden voorzien van terugslagkleppen ter voorkoming van uit het riool naar het gebouw terugstromend water en/of het plaatsen van een ontlastput, die overtollig water opvangt, waarna met een rioolwaterpomp wordt op- en weggepompt tot de hoogte van het gemeenteriool.

5. De beoordeling

5.1. De rechtbank beoordeelt de vordering als volgt. Gemeenten hebben een zorgplicht ten aanzien van de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater en ten aanzien van een behoorlijke verzameling en afvoer van hemelwater. Die zorgplicht omvat de verplichting van de gemeente om een rioleringsstelsel en een afwateringsstelsel in te richten, die voldoen aan de eisen, die aan deugdelijke riolerings- en afwateringssystemen mogen worden gesteld. De gemeente heeft in dat kader echter geen resultaatsverbintenis, en de door de gemeente in acht te nemen zorgplicht omvat dan ook niet de garantie, dat zich nooit wateroverlast kan voordoen.

5.2. De gemeente heeft in dit verband in de eerste plaats gesteld, dat de riolering in Roombeek aan alle op dit punt gelden normen beantwoordt. Daartegenover hebben Amlin en AON niet concreet aangegeven in welke opzichten de gemeentelijke riolering op 10 juni 2007 niet aan de geldende normen voldeed. Amlin en AON hebben er weliswaar op gewezen dat op 10 juni 2007 een bergingsvijver nog niet gereed was, maar de gemeente heeft er op gewezen dat die bergingsvijver geen functie heeft voor de afvoer van afvalwater, maar slechts voor de opslag en afvoer van (schoon) regenwater. Hiertegenover hebben Amlin en AON niet concreet onderbouwd en toegelicht dat tussen enerzijds de omstandigheid, dat de bergingsvijver op 10 juni 2007 nog niet af was, en anderzijds de onderhavige schade een significant causaal verband bestaat. Ook het door Amlin en AON in het geding gebrachte rapport van Grontmij zegt hierover niets.

5.3. Amlin en AON hebben voorts aangevoerd, dat de op 10 juni 2007 in Roombeek aanwezige systemen voor riolering en afwatering niet aan de daaraan te stellen eisen voldeden, omdat de gemeente na 10 juni 2007 (kennelijk in of omstreeks 2008 en naar aanleiding van de onderhavige waterschade) terugslagkleppen heeft aangebracht bij de aansluiting van de riolering van het Menko complex op de gemeentelijke riolering, en dat de gemeente daar toen ook het aantal kolken heeft uitgebreid en heeft aangesloten op de regenwaterafvoer, alsmede andere voorzieningen heeft aangebracht, bestaande in het aanbrengen van lijngoten aan de bovenzijde van de trappen naar het lagere gedeelte (kennelijk wordt bedoeld: van het terrein bij het Menko gebouw), alsmede het aanbrengen van opsluitbanden langs de pleinverhardingen, om te voorkomen dat grote waterstromen door de plantsoenen kunnen lopen.

5.4. De gemeente heeft betwist dat het aantal kolken is uitgebreid. Zij heeft wel erkend dat zij twee kolken heeft verplaatst en die op de regenafvoer heeft aangesloten. Zij heeft met betrekking tot de door haar na 10 juni 2007 ter plaatse getroffen maatregelen verklaard dat zij die uitsluitend heeft uitgevoerd om (kort samengevat) de eigenaren van Menko ter wille te zijn.

5.5. De rechtbank gaat ook aan dit geschilpunt verder voorbij, omdat uit de hier door Amlin en AON gestelde werkzaamheden, die de gemeente na 10 juni 2007 heeft verricht, niet zonder meer volgt (althans niet zonder nadere toelichting, die ontbreekt), dat de gemeentelijke riolering en afwatering vóór die werkzaamheden niet adequaat aan de daaraan te stellen eisen voldeed. Ook het rapport van Grontmij licht dit niet toe. Dat de gemeente achteraf terugslagkleppen bij de aansluiting van de rioolafvoer van de Menko toren op het gemeenteriool heeft aangebracht kan haar niet worden verweten omdat, zoals hieronder nader zal worden gemotiveerd, het feit dat zulke kleppen niet eerder waren aangebracht niet viel onder de verantwoordelijkheid van de gemeente, maar van de eigenaren van de Menko toren.

5.6. Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel, dat noch de gemeentelijke riolering, noch het afwateringsstelsel, op 10 juni 2007 onderhevig was aan zodanige gebreken, dat aan de gemeente op goede gronden kan worden verweten dat zij haar hiervoor omschreven zorgplicht of zorgplichten niet goed heeft vervuld.

5.7. Als belangrijke oorzaak van de onderhavige schade moeten daarom worden aangemerkt de weersomstandigheden ter plaatse op 17 juni 2007, die een uitzonderlijk karakter droegen. De gemeente heeft onweersproken gesteld dat zulke heftige regenval slechts één keer per honderd jaar voorkomt, en dat de regen op 10 juni 2007 ook op andere plaatsen in de stad zulke problemen heeft opgeleverd, dat het gemeentelijke rampenplan in werking moest worden gesteld. Aan de gemeente valt niet te verwijten dat de afwatering en de riolering niet tegen zulke regenval was opgewassen. Van nalatigheid van de gemeente is geen sprake.

5.8. Als belangrijke tweede oorzaak van de schade geldt het volgende. Het Menko gebouw ligt sinds de ophoging van het omringende terrein voor iedereen zichtbaar in een kuil met een diepte van een meter. Dat was ook zichtbaar voor de kopers, die het gebouw vervolgens hebben gerenoveerd. Op grond van de verdiepte ligging van het gebouw bestond daarbij alle aanleiding om bijzondere aandacht te schenken aan afwatering en een goede werking van de riolering. Dat de kopers dat niet of onvoldoende hebben gedaan komt, zoals adequaat wordt beschreven en toegelicht in het overgelegde rapport van [X], naar voren uit de volgende feiten en omstandigheden.

5.9. De rioolafvoer van het Menko gebouw liep over een afstand van ongeveer 35 meter, met een afschot van in totaal slechts 30 centimeter, naar de aansluiting op het gemeenteriool. Als gevolg van die (zeer) lichte helling, kon vrij gemakkelijk, bij een hoge waterbelasting van het gemeenteriool als gevolg van de zeer hevige regenval, water uit het gemeenteriool in de rioolafvoer van het Menko gebouw stromen of terugstromen. Dat dit ook daadwerkelijk gebeurd is valt af te leiden uit het onbetwiste feit, dat het water uit de toiletten en andere afvoerpunten in het gebouw naar boven kwam.

5.10. Dit terugstromen had kunnen zijn voorkomen, zo beschrijft het rapport [X], door het treffen van tegenmaatregelen, bestaande in (1) het plaatsen van terugslagkleppen in de rioolafvoer van het Menko complex, die het terugstromen van rioolwater in het gebouw zouden beletten, en (2) door een extra veiligheid tegen terugstromen van rioolwater in te bouwen door middel van een ontlastput met een rioolpomp.

5.11. [X] heeft de voorzienbare noodzaak van zulke maatregelen beschreven en toegelicht als volgt: “De oorzaak voor de ontstane schade ligt naast het gegeven dat er sprake was van ongewoon extreme regenval hierin, dat bij het ontwerp van het gebouw op het punt van de aansluiting van de binnenriolering op het gemeenteriool onvoldoende veiligheid is ingebouwd. Immers, wanneer een gebouw wordt ontworpen waarvan de omgeving 1 meter hoger ligt dan het vloerniveau van het gebouw, dient vanzelfsprekend de wijze van aansluiting van het binnenriool op het gemeentelijk riool een belangrijk punt van aandacht te zijn. Daarbij geldt dat bouwers de verantwoordelijkheid hebben om gebouwen wind- en waterdicht op te leveren. Deze verantwoordelijkheid mag niet te beperkt worden opgevat. (…) Het is onvoldoende wanneer de afwatering in gevallen als hier aan de orde op één manier wordt geregeld. In dit bijzondere geval zijn de risico’s te groot om alleen te vertrouwen dat het water altijd door het gemeenteriool wordt afgevoerd. Immers, een riool kan verstopt raken of overvol, zoals in dit geval.(….) er hadden aanvullende maatregelen moeten worden genomen door bijvoorbeeld terugslagkleppen in de afvoeren onder het Menko gebouw te plaatsen en door een rioolpomp in een ontlastput aan te brengen”.

5.12. De rechtbank acht de in de rapportage van [X] neergelegde visie inzichtelijk en geloofwaardig en neemt deze over. Uit deze rapportage blijkt voldoende dat de wateroverlast door een andere inrichting van de riolering van het gebouw, en derhalve niet onder verantwoordelijkheid van de gemeente maar van de eigenaren zelf, had kunnen zijn voorkomen.

5.13. Uit het voorgaande volgt, dat aan de gemeente geen onzorgvuldigheid of nalatigheid te verwijten valt. De vorderingen moeten daarom worden afgewezen, met veroordeling van Amlin en AON in de proceskosten.

6. De beslissing

De rechtbank:

I. Wijst de vorderingen af.

II. Veroordeelt Amlin en AON in de kosten van deze procedure, aan de zijde van de gemeente tot deze uitspraak begroot op € 4.055,- voor verschotten en op € 2.842,- voor salaris van haar advocaat (Tarief V, twee punten).

III. Verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Hangelbroek, en op woensdag 6 juli 2011 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier