Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BR5080

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
16-08-2011
Datum publicatie
16-08-2011
Zaaknummer
710560-10, 710185-09, 710258-10 (tul) en 801309-08 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verdachte heeft agressieve delicten gepleegd jegens zijn ex-partner, te weten belaging, bedreiging en belediging.

Die feiten hebben veel impact gehad op de persoonlijke levenssfeer van die ex-partner. De rechtbank rekent het verdachte ernstig aan dat hij de feiten ook pleegde in aanwezigheid van hun nog jonge kinderen. Verdachte liep bovendien nog in twee proeftijden.

Hij heeft zich ook schuldig gemaakt aan op beroepsmatige wijze telen van hennep.

Dat wederrechtelijk verkregen voordeel wordt hem ontnomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Almelo

Sector strafrecht

Parketnummer: 710560-10, 710185-09, 710258-10 (tul) en 801309-08 (tul).

Datum vonnis: 16 augustus 2011.

Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortejaar],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in het huis van bewaring te Almelo.

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 2 februari 2011, 22 juni 2011 en 2 augustus 2011 voor wat betreft parketnummer 710560-10 op 11 april 2011, op 2 augustus 2011 wat betreft parketnummer 710185-09. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. Grooters en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. Onland, advocaat te Oldenzaal, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

wat betreft parketnummer 710560-10

Feit 1: in de periode 20 juli 2010 tot en met 14 oktober 2010 [slachtoffer] heeft belaagd;

Feit 2: in dezelfde periode [slachtoffer] heeft bedreigd;

Feit 3: in dezelfde periode [slachtoffer] heeft beledigd;

en wat betreft parketnummer 710185-09

Feit 1: in de periode 1 januari 2007 tot en met 11 maart 2009 als dan niet in vereniging met (een) ander(en) in hennep heeft gehandeld (dit feit wordt hierna feit 4 genoemd);

Feit 2: in dezelfde periode heeft deelgenomen aan een criminele organisatie (dit feit wordt hierna feit 5 genoemd);

Feit 3: in dezelfde periode al dan niet in vereniging met (een) ander(en) diefstal heeft gepleegd (dit feit wordt hierna feit 6 genoemd).

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

(parketnummer 710560-10)

1. hij in of omstreeks de periode vanaf 20 juli 2010 tot en met 14 oktober 2010 te Almelo,in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij (daartoe) (toen) (aldaar) veelvuldig/meermalen die [slachtoffer] bezocht en/of op de/een (voor)ruit van de woning van die [slachtoffer] getikt en/of die [slachtoffer] veelvuldig/meermalen (zogenaamde) sms-berichten en/of hyves-berichten doen toekomen en/of veelvuldig/meermalen opgebeld;

2. hij in of omstreeks de periode vanaf 20 juli 2010 tot en met 14 oktober 2010 te Almelo [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend meermalen althans eenmaal (telkens) die [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "Er komt geen andere vader in huis. Laat ik je er niet mee zien, dan schiet ik je dood." en/of "Ik maak je leven kapot", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3. hij in of omstreeks de periode vanaf 20 juli 2010 tot en met 14 oktober 2010 te Almelo opzettelijk beledigend [slachtoffer], (meerrmalen) in diens/dier tegenwoordigheid en/of schriftelijk (via brieven en/of hyvesberichten) mondeling heeft toegevoegd de woorden "vies wijf" en/of "vieze vieze rotte vis kut junkewijf, stink hoer", althans (telkens) woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

(parketnummer 710185-09)

4. hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 11 maart 2009, in de gemeente Almelo en/althans (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, (telkens) in de uitoefening van een beroep of bedrijf, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt

-in een pand aan de [adres] (perceel 18) te Almelo, (telkens) een (groot) aantal hennepplanten en/of delen daarvan en/althans (telkens) meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep (zakendossier 11) en/of

-in een pand aan de [adres] (perceel 9) te Almelo, (telkens) een (groot) aantal hennepplanten en/of delen daarvan en/althans (telkens) meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep (zakendossier 12) en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of (in elk geval) (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een (groot) aantal hennepplanten en/of delen daarvan en/althans (telkens) meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep (zakendossier 11 en 12), zijnde hennep (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

5. hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 11 maart 2009, in de gemeente Almelo en/althans (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, opzettelijk heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11 derde en/of vijfde lid, te weten het (telkens) in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van hennepplanten en/of delen daarvan en/althans (telkens) meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

6. hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 11 maart 2009, in de gemeente Almelo en/althans (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit/bij het/de hierna te noemen pand(en), te weten:

-een pand aan de [adres] (perceel 18) (zakendossier 11) en/of

-een pand aan de [adres] (perceel 9) (zakendossier 12), heeft weggenomen (een) hoeveelheid/hoeveelheden electriciteit, in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan de Conet en/of de Cogas, in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen electriciteit (telkens) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake alle feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig (30) maanden, met aftrek; onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen. Zij handhaaft haar beide vorderingen tot tenuitvoerlegging onder de parketnummers 710258-10 en 801309-08 van respectievelijk 3 maanden gevangenisstraf en 1 maand gevangenisstraf.

4. De verdediging door of namens verdachte

De raadsman heeft namens verdachte het woord tot verdediging gevoerd. De raadsman is van oordeel dat de hiervoor onder 1 tot en met 4 genoemde feiten en feit 6 bewezen kunnen worden verklaard, mede gelet op de eigen bekennende verklaring van zijn cliënt. De raadsman is van mening dat voor feit 5 vrijspraak dient te volgen, aangezien zijn cliënt geen weet had van het bestaan van een organisatie. De raadsman verzoekt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en wel zodanig dat deze eindigt op de dag van de uitspraak. De beide vorderingen tot tenuitvoerlegging kunnen worden toegewezen, doch de raadsman verzoekt beide om te zetten in een werkstraf.

5. De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 5 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. De rechtbank heeft niet de overtuiging gekregen dat verdachte onderdeel heeft uitgemaakt van een organisatie, noch dat hij van het bestaan van een organisatie op de hoogte was.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het sub 1, 2, 3, 4 en 6 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. hij in de periode vanaf 20 juli 2010 tot en met 14 oktober 2010 te Almelo, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], met het oogmerk die [slachtoffer] te dwingen iets te doen, niet te doen, en vrees aan te jagen, immers heeft hij daartoe toen aldaar meermalen die [slachtoffer] bezocht en op de voorruit van de woning van die [slachtoffer] getikt en die [slachtoffer] meermalen zogenaamde sms-berichten en hyves-berichten doen toekomen en meermalen opgebeld;

2. hij in de periode vanaf 20 juli 2010 tot en met 14 oktober 2010 te Almelo [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend meermalen die [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "Er komt geen andere vader in huis. Laat ik je er niet mee zien, dan schiet ik je dood." en "Ik maak je leven kapot";

3. hij in de periode vanaf 20 juli 2010 tot en met 14 oktober 2010 te Almelo opzettelijk beledigend [slachtoffer], meermalen in dier tegenwoordigheid en schriftelijk (via brieven en hyvesberichten) heeft toegevoegd de woorden "vies wijf" en "vieze vieze rotte vis kut junkewijf, stinkhoer";

4. hij in de periode van 1 januari 2007 tot en met 11 maart 2009, in de gemeente Almelo, tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en bewerkt

-in een pand aan de [adres] (perceel 18) te Almelo, een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan en

-in een pand aan de [adres] (perceel 9) te Almelo, een aantal hennepplanten en/of delen daarvan en

heeft verkocht en afgeleverd en vervoerd een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

6. hij in de periode van 1 januari 2007 tot en met 11 maart 2009, in de gemeente Almelo, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in de hierna te noemen panden, te weten:

-een pand aan de [adres] (perceel 18) en

-een pand aan de [adres] (perceel 9), heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan de Cogas, waarbij verdachte en zijn mededader die weg te nemen elektriciteit telkens onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

In geval van hoger beroep zullen de gebruikte bewijsmiddelen worden opgenomen in een aanvulling bij dit vonnis. De in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden zijn redengevend voor deze beslissing. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens alleen gebruikt voor het bewijs van het feit waarop het in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank heeft de eventueel in de bewezenverklaring voorkomende schrijffouten verbeterd. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij respectievelijk de artikelen 285b, 285, 266 Strafrecht, 11 Opiumwet en 311 Strafrecht. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert op

feit 1

het misdrijf: Belaging.

feit 2

het misdrijf: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

feit 3

het misdrijf: Eenvoudige belediging.

feit 4

Medeplegen van: in de uitoefening van een beroep op bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

feit 6

het misdrijf: Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8. De op te leggen straf of maatregel

8.1 De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

De onder 1 tot en met 3 bewezen verklaarde agressieve delicten heeft verdachte telkens gepleegd jegens zijn ex-partner. Hij heeft maandenlang op destructieve wijze zijn wil willen opleggen aan zijn ex-partner. De gezamenlijkheid van die feiten heeft, zo blijkt uit de verklaring van die ex-partner, veel impact gehad op haar persoonlijke levenssfeer.

De rechtbank rekent het verdachte daarbij ernstig aan dat de feiten door hem ook zijn gepleegd in aanwezigheid van hun nog jonge kinderen.

Verdachte is bovendien eerder ter zake geweldsdelicten veroordeeld en hij liep nog in twee proeftijden.

Voorts heeft verdachte welbewust en op beroepsmatige wijze samen met anderen hennep geteeld en bewerkt bij een door hem gehuurd pand en in zijn eigen woning in Almelo. Verdachte heeft zich uit louter financiële motieven beziggehouden met de handel in softdrugs. Daartoe hebben hij en zijn mededader in beide percelen ook de elektriciteit weggenomen.

Het is een feit van algemene bekendheid dat de verspreiding van verdovende middelen allerlei vormen van criminaliteit en overlast meebrengt.

Omtrent verdachte is op 15 november 2010 gerapporteerd door drs. B.Y. van Toorn,

GZ-psycholoog. De psycholoog vermeldt, zakelijk weergegeven, onder meer het navolgende.

Er is bij betrokkene zowel sprake van een ziekelijk stoornis als van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. De gebrekkige ontwikkeling bestaat uit een beperkt niveau van intellectueel functioneren en een antisociale persoonlijkheidsstoornis met daarnaast narcistische kenmerken.

Verder is er sprake van een alcoholverslaving en van symptomen die passen bij ADHD.

Door de zeer gebrekkige gewetensfunctie, het gebrek aan empathie en het onvermogen om zich te verplaatsen in anderen zijn er onvoldoende interne remmingen op het gedrag geweest.

Het advies is om betrokkene als licht verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

De rechtbank neemt dat advies over.

Voor de toekomst gelden als risicohanteringitems de geringe kans dat plannen zullen slagen, de blootstelling aan destabiliserende factoren, de geringe beschikbaarheid van persoonlijke steun, het hoge niveau van ervaren stress en het feit dat betrokkene tot nu toe geweigerd heeft mee te werken aan behandel en/of begeleidingsmogelijkheden.

Op basis van de DROS, een risico-taxatie instrument dat speciaal ontwikkeld is voor mensen met een cognitieve beperking, komt onderzoeker tot de inschatting dat de kans op recidive zeer hoog is.

Omtrent verdachte is op 17 januari 2011 gerapporteerd door M. Wissink, verbonden aan Tactus verslavingszorg. Ter terechtzitting van 2 augustus 2011 is M. Wissink ter terechtzitting als getuige/deskundige gehoord Zij heeft, zakelijk weergegeven, onder meer verklaard dat de reclassering wel bereid is toezicht op betrokkene te houden, maar uitsluitend indien ook een klinisch traject aan betrokkene wordt opgelegd. Uit het verleden is namelijk gebleken dat ambulante behandeling van betrokkene geen reële optie is.

Als meest geschikte kliniek noemt de getuige/deskundige Hoeve Boschoord. Zij heeft daarbij opgemerkt dat er een wachtlijst bestaat van 2 tot 5 maanden en dat, alvorens er sprake kan zijn van een opname, een indicatiestelling door het NIFP noodzakelijk is. Na de wachttijd zou een observatieperiode volgen van 5 à 6 maanden, een behandeling van 12 tot 18 maanden en een resocialisatie van 6 maanden.

Ter terechtzitting van 22 juni 2011 heeft de getuige/deskundige Oude Huikink, zakelijk weergegeven, verklaard dat verdachte wel een gestructureerd plan met begeleiding is aangeboden, maar dat het erg moeilijk is om afspraken met hem te maken. Er is sprake van een constante weerstand waarbij hij uitgaat van “ik regel en bepaal het zelf allemaal wel”.

De rechtbank concludeert uit het bovenstaande dat de kans groot is dat verdachte een nieuw strafbaar feit begaat als geen maatregelen worden getroffen.

De meest voor de hand liggende maatregel om herhaling tegen te gaan, is een behandeling van verdachte. Zoals M. Wissink echter tot uitdrukking heeft gebracht, is een ambulante behandeling keer op keer onmogelijk gebleken. Het alternatief, een klinische opname in Hoeve Boschoord, zou twee jaar duren, waar nog een wachttijd van enkele maanden bij zou komen. Om verdachte zo veel mogelijk te dwingen deze behandeling te ondergaan zou een forse voorwaardelijke straf moeten worden opgelegd, nog daargelaten dat de behandeling zelf voor verdachte ook al een aanmerkelijke vrijheidsbeperking met zich meebrengt. Daarnaast heeft verdachte voor de feiten 1 tot en met 3 al acht maanden in voorlopige hechtenis doorgebracht. Al met al zou klinische behandeling daarom neerkomen op een straf die te zwaar is voor de feiten waarvoor verdachte wordt veroordeeld. Voor de oplegging van een straf kan de wens om herhaling te voorkomen niet allesbepalend zijn. De rechtbank moet ook kijken naar de gepleegde feiten. Zonder af te willen doen aan de gevolgen die de strafbare feiten naar haar zeggen voor [slachtoffer] hebben gehad, zijn deze feiten niet zo ernstig dat zij een straf van deze omvang rechtvaardigen.

Eerder is bij de behandeling van deze zaak gesproken over de mogelijkheid aan verdachte de maatregel van een terbeschikkingstelling op te leggen. Aan deze maatregel zou dan de voorwaarde kunnen worden verbonden van een klinische behandeling. Zou deze maatregel worden opgelegd, dan is naar het oordeel van de rechtbank de kans zeer groot dat verdachte deze voorwaarde niet zal nakomen. Hij wijst een klinische behandeling af. Deze afwijzing is bovendien voor een groot deel te wijten aan de stoornis die juist behandeld moet worden. Bij overtreding van de voorwaarde ligt het in de rede dat verdachte alsnog gedwongen in een TBS-kliniek zal worden opgenomen. Gelet op de complexiteit van de aandoening van verdachte, is de verwachting gerechtvaardigd dat deze opname jaren zal duren. Een dergelijk zware maatregel is alleen gerechtvaardigd als verdachte een groot gevaar vormt voor de veiligheid van anderen. De rechtbank kan op dit moment niet tot het oordeel komen dat daarvan sprake is. Het strafblad van verdachte vermeldt geen zware geweldsmisdrijven. Verder zijn er voorzichtige tekenen die wijzen op een vermindering van het gevaar. In de periode dat de voorlopige hechtenis geschorst is geweest, is het aantal incidenten met [slachtoffer] afgenomen. Geweldsescalatie is in deze periode niet komen vast te staan. Verdachte is verder bezig een nieuw gezin te stichten en heeft een eerste positief contact gehad met zijn kinderen. Op de zitting heeft verdachte laten merken meer inzicht te hebben in zijn middelengebruik. Een terbeschikkingstelling is daarom op dit moment niet aan de orde.

De rechtbank concludeert hieruit dat een verplichte behandeling in deze zaak niet kan worden opgelegd en dat alleen een gevangenisstraf de aangewezen straf is.

Daarbij overweegt de rechtbank ook dat het van groot belang is dat verdachte zijn ex-partner volledig met rust laat en dat hij uitsluitend op verantwoorde wijze - door tussenkomst van de Raad voor de Kinderbescherming – omgang heeft met zijn beide kinderen. Om die redenen zal de rechtbank een aanmerkelijk deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen, teneinde na te melden bijzondere voorwaarden mogelijk te maken en verdachte ervan te doordringen dat hij zich daadwerkelijk aan die voorwaarden dient te houden.

8.2 De inbeslaggenomen voorwerpen

De inbeslaggenomen goederen, te weten 1 hennepkwekerij, 2 koolstoffilters, 1 koppelstuk, 2 delen tuinslang en 1 tas met diverse snoeren zal de rechtbank onttrekken aan het verkeer, aangezien de gezamenlijkheid van die goederen zijn bestemd tot het plegen van de hiervoor onder sub 4 bewezen verklaarde feiten en zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

9. De vorderingen tenuitvoerlegging

Betreffende parketnummer: 710258-10.

De rechtbank is ten aanzien van de vordering van de officier van justitie te Almelo d.d. 31 augustus 2010, tot het geven van een last tot tenuitvoerlegging van het bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 15 juli 2010 opgelegde voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf (te weten drie maanden), van oordeel, dat die vordering behoort te worden toegewezen, nu is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd meermalen aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Betreffende parketnummer 801309-08.

De rechtbank is ten aanzien van de vordering van de officier van justitie te Almelo d.d. 1 februari 2011, tot het geven van een last tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 23 oktober 2008 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf (te weten één maand), van oordeel, dat die vordering behoort te worden toegewezen, nu is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd meermalen aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

De rechtbank ziet geen reden deze gevangenisstraffen om te zetten in een werkstraf. Integendeel, verdachte dient ervan te worden doordrongen wat de consequenties zijn als hij de voorwaarden niet naleeft die aan een voorwaardelijke straf zijn verbonden.

10. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 36b, 36c, 57 en 91 Sr.

11. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 5 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 6 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 belaging;

feit 2 bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

feit 3 eenvoudige belediging;

feit 4 medeplegen van in de uitoefening van een beroep op bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 6 diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd.

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2, 3, 4 en 6 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van achttien (18) maanden, waarvan zes (6) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

- omdat de veroordeelde verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde mag gedurende de proeftijd niet mondeling, telefonisch, schriftelijk, of op enige andere wijze contact zoeken met (zijn ex-partner) [slachtoffer] en/of een eventuele partner van mevrouw [slachtoffer];

- de veroordeelde mag gedurende de proeftijd, uitsluitend door tussenkomst van de Raad voor de Kinderbescherming of het Bureau Jeugdzorg Overijssel, contact hebben met zijn beide kinderen en wel, ook wat betreft de frequentie, op een door voornoemde instantie te bepalen wijze;

- De veroordeelde mag zich gedurende proeftijd niet ophouden in de in Almelo gelegen straten de Canadahof, P.J. de Kokstraat, Lindemanstraat, Meester Hein Vrindstraat, Klaas Tabakstraat, Wethouder Frederikspad, Henk Höftestraat, Verzetslaan, Pater Bleijstraat, W.A. de Gruyterstraat en Derk Smoeslaan met uitzondering van het gedeelte van de Derk Smoeslaan vanaf het Aloespad naar de Derk Smoeslaan nummer 14 en weer terug;

- de veroordeelde mag zich gedurende de proeftijd niet ophouden binnen een straal van 500 m rondom de school van zijn kinderen (De Griffel, gelegen aan de Hedeveld 2 te Almelo);

- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

maatregel

onttrekt de inbeslaggenomen voorwerpen aan het verkeer, te weten: 1 hennepkwekerij, 2 koolstoffilters, 1 koppelstuk, 2 delen tuinslang en 1 tas met diverse snoeren;

tenuitvoerlegging vonnis met parketnummer 710258-10

- gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van 15 juli 2010, te weten van drie (3) maanden gevangenisstraf;

tenuitvoerlegging vonnis met parketnummer 801309-08

- gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van 23 oktober 2008, te weten van één (1) maand gevangenisstraf;

Dit vonnis is gewezen door mr. Wentink, voorzitter, mr. Melaard en mr. Van Wees, rechters, in tegenwoordigheid van Feijer, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 16 augustus 2011.

Buiten staat

Mr. Melaard is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.