Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BR4274

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
04-08-2011
Datum publicatie
05-08-2011
Zaaknummer
122057 / KG ZA 11-158
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Onverschuldigde betaling, spoedeisend belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 122057 / KG ZA 11-158

datum vonnis: 4 augustus 2011 (g)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

verder te noemen [eiser],

advocaat: mr. K.J. Coenen te Enschede,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Het Hogeveld B.V.,

gevestigd te Almelo,

gedaagde,

verder te noemen Hogeveld,

advocaat: mr. J.J.G. Pieper te Almelo.

1. Het procesverloop

1. [Eiser] heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding. De zaak is behandeld ter terechtzitting van 28 juli 2011. Ter zitting zijn verschenen [eiser] vergezeld door mr. K.J. Coenen en namens Hogeveld mr. J.J.G. Pieper. Het vonnis is bepaald op vandaag.

2. De vaststaande feiten

2.1 [Eiser] is eigenaar van een vakantiewoning aan de Boomsweg te Hoge Hexel, kavel 68. Deze woning staat in het recreatiepark Buitengoed het Lageveld. De vakantiewoning is in 2006 gebouwd. [Eiser] is de eerste eigenaar van de vakantiewoning.

2.2 Hogeveld exploiteert het recreatiepark Buitengoed het Lageveld. Hogeveld heeft in 2009 en 2010 de levering van gas, water en elektra (hierna: de nutsvoorzieningen) in het recreatiepark verzorgd. Hogeveld bracht voor de levering van de nutsvoorzieningen voorschotten in rekening. Vanaf 2011 geschiedt de levering van de nutsvoorzieningen via de vereniging van eigenaren. De infrastructuur voor de levering van de nutsvoorzieningen binnen het recreatiepark is het eigendom van Hogeveld. Op of omstreeks 11 mei 2011 heeft Hogeveld de levering van energie naar de vakantiewoning van [eiser] afgesloten.

3. De standpunten van partijen

Standpunt [eiser]

3.1 [Eiser] vordert -zakelijk weergeven- om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

A. Hogeveld te verbieden de levering van nutsvoorzieningen nog langer te beletten, dit op straffe van een dwangsom;

B. betaling door Hogeveld aan [eiser] van een bedrag van € 15.806,95 te vermeerderen met de wettelijke rente;

C. veroordeling van Hogeveld in de proceskosten.

3.2 [Eiser] stelt daartoe dat Hogeveld niet gerechtigd was de toevoer van energie te beletten. [Eiser] betwist de hoogte van de vordering van Hogeveld op [eiser] ter zake van achterstallige betaling van (voorschotten op) kosten van energie. Tevens stelt [eiser] dat Hogeveld in gebreke is gebleven met het geven van duidelijke uitleg en onderbouwing van de afrekeningen van de nutsvoorzieningen.

3.3. Ten aanzien van de vordering onder B stelt [eiser] dat hij een tweetal rekeningen ter zake van tegelwerk en bestrating dubbel heeft betaald. [Eiser] stelt daaromtrent dat hij in 2006 met Hogeveld is overeengekomen om een afgebouwde vakantiewoning te kopen van Hogeveld. Het tegelwerk en de bestrating maakten daarbij onderdeel uit van de aanneemsom. Nadat de werkzaamheden waren verricht zijn twee individuele facturen ter zake van het tegelwerk en de bestrating door Hogeveld doorgestuurd aan [eiser]. Deze facturen heeft [eiser] onverschuldigd (want dubbel) betaald.

Standpunt Hogeveld

3.4 Hogeveld concludeert tot afwijzing van de vorderingen. Hogeveld stelt daartoe dat zij gerechtigd was tot het afsluiten van de energietoevoer omdat [eiser] in 2009 en 2010 verstuurde facturen ter zake van de (voorschotten op) de nutsvoorzieningen niet heeft betaald.

3.5 Voorts betwist Hogeveld dat de door [eiser] betaalde facturen ter zake van tegelwerk en bestrating onverschuldigd zijn betaald. De facturen betroffen meerwerk dat niet verdisconteerd was in de koopprijs van de woning, zodat die voor rekening van [eiser] dienen te komen. Voorts dateren de facturen van 2006 en heeft [eiser] deze facturen tot 2 mei 2011 nooit ter sprake gebracht. Volgens Hogeveld ontbreekt dan ook een spoedeisend belang aan de vordering van [eiser] onder B.

3.6 Voor zover nodig zal de voorzieningenrechter hieronder nader ingaan op de standpunten van partijen.

4. De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

De energievoorziening

4.1 Uit de specificaties van de facturen voor de levering van nutsvoorzieningen in 2009 en 2010 blijkt dat [eiser] een deel van de rekeningen niet heeft betaald. Met Hogeveld is de voorzieningenrechter van oordeel dat [eiser] de vordering van Hogeveld heeft erkend in zijn brief van 26 mei 2011 aan GNN Tijhuis & Partners. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat Hogeveld gerechtigd was tot het opschorten van haar verbintenis tot het beschikbaar stellen van de infrastructuur voor de levering van energie nu deze in voldoende nauw verband staat met de verbintenis van [eiser] tot betaling van de voorschotten op de levering van nutsvoorzieningen in 2009 en 2010. De vordering van [eiser] zal worden afgewezen.

Onverschuldigde betaling

4.2 De voorzieningenrechter is van oordeel dat een spoedeisend belang aan de vordering onder B van het petitum van de dagvaarding ontbreekt. De facturen dateren van 2006 en [eiser] heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij voor 2 mei 2011 aan Hogeveld te kennen heeft gegeven dat hij de bewuste facturen onverschuldigd heeft betaald.

4.3 Ten overvloede overweegt de rechtbank dat in aanvulling op het ontbreken van een spoedeisend belang, [eiser] zijn vordering ook onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt, zodat de vordering niet voor toewijzing vatbaar is. Aan het lijstje overgelegd als productie 3 van de dagvaarding kan geen bewijskracht worden gehecht. Uit de productie blijkt immers niet wie, wanneer, waarom en met welk doel het lijstje is opgesteld. Ook ziet de voorzieningenrechter niet in waarom uit de stukken, ook wanneer deze in onderling verband worden gelezen, zou blijken dat het tegelwerk en de bestrating onderdeel zijn van de aanneemsom. Voorts zijn de facturen betaald aan de respectievelijke leveranciers en niet aan Hogeveld, zodat ook op grond hiervan de voorzieningenrechter niet inziet waarom onverschuldigd betaald zou zijn aan Hogeveld.

4.4 De voorzieningenrechter zal [eiser] als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de kosten van dit geding. De kosten aan de zijde van Hogeveld worden begroot op:

- vast recht € 560,00

- salaris advocaat € 527,00

- totaal € 1087,00

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. wijst af de vorderingen van [eiser];

II. veroordeelt [eiser] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Hogeveld begroot op € 560,00 aan verschotten en € 527,00 aan salaris van de advocaat.

III. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. U. van Houten, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 augustus 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.