Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BR3760

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
27-07-2011
Datum publicatie
01-08-2011
Zaaknummer
121754 / KG ZA 11-141
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering straatverbod afgewezen. Geen acuut bedreigende situatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 121754 / KG ZA 11-141

datum vonnis: 27 juli 2011 (gc)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[Eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat: mr. N.P. Scholte te Apeldoorn,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde.

Het procesverloop

Eiseres heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 20 juli 2011. Ter zitting zijn verschenen:

mr. Scholte namens eiseres en gedaagde in persoon. De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. In deze zaak staat vast dat partijen gedurende ongeveer tweeënhalf jaar een relatie hebben gehad en gedurende een half jaar samen hebben gewoond.

2. Eiseres vordert – kort gezegd – gedaagde voor een periode van twaalf maanden te verbieden contact te zoeken met eiseres, dan wel zich te bevinden in de omgeving van haar woning, zijnde het gebied dat aan de noordzijde wordt begrensd door de Deldenerstraat en de Oldenzaalsestraat, aan de oostzijde door de Oude Molenweg, aan de zuidzijde door de Parallelweg Ls en aan de Westzijde door De Marskant, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom en te bewerkstelligen met behulp van de sterkte arm. Verder vordert eiseres om gedaagde te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure.

3. Eiseres stelt daartoe het volgende. Partijen hebben een relatie gehad. Gedaagde heeft eiseres gedurende die relatie meerdere keren mishandeld. Eiseres heeft meerdere malen geprobeerd de relatie te verbreken, maar gedaagde bleef haar lastig vallen met telefoontjes, sms-berichten, via email en chat. Bovendien heeft gedaagde eiseres telefonisch en via voicemailberichten bedreigd. Ter zitting heeft mr. Scholten nog verklaard, dat eiseres hem een email met informatie over voicemailberichten heeft gestuurd waaruit blijkt dat gedaagde nog twee keer anoniem met eiseres heeft gebeld. Daarnaast bleef gedaagde ongevraagd bij haar langs komen in de hoop dat zij hem binnen zou laten. Verder stelt eiseres dat gedaagde heeft ingebroken in haar woning en haar mobiele telefoon en sleutelbos heeft gestolen. Eind maart 2011 is de situatie zodanig geëscaleerd, dat eiseres aangifte bij de politie heeft gedaan. Eiseres heeft gedaagde op zaterdagavond binnengelaten omdat haar buurman toen ook aanwezig was. Het gevoerde gesprek verliep goed en dat was voor de buurman reden om weer weg te gaan. Gedaagde werd echter weer gewelddadig en heeft eiseres toen mishandeld. Van die mishandeling heeft eiseres op 28 maart 2011 aangifte gedaan. Partijen kunnen onderling niet tot een oplossing komen en omdat de situatie onhoudbaar is geworden, heeft eiseres een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening.

4. Gedaagde heeft verweer gevoerd. Hij kan zich vinden in het verzochte contactverbod, maar dan moet er ook een contactverbod voor eiseres komen. Gedaagde wil namelijk geen enkel contact meer met eiseres. Gedaagde heeft sinds ongeveer zes weken geen contact meer met eiseres gezocht. Wel heeft eiseres eind mei via een sms nog contact met gedaagde gezocht. Dat bij het contactverbod een dwangsom wordt gevorderd, maakt gedaagde niets uit. Gedaagde wil immers geen enkel contact meer met eiseres en dat is ook de reden dat hij vanuit [X] weer naar [Y] is verhuisd. Gedaagde kan zich echter niet vinden in het verzochte straatverbod. Hij woont in [woonplaats] en als hij naar [X] gaat, dan doet hij dat met de trein. Het straatverbod zou inhouden dat hij dan niet meer naar (het centrum van) [X] kan gaan. Het verbod zou immers gelden voor nagenoeg het gehele het centrum, het station inbegrepen.

5. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Eiseres stelt dat partijen er onderling niet uit kunnen komen en dat de situatie onhoudbaar is geworden. Gedaagde heeft echter gesteld dat hij sinds ongeveer zes weken geen contact meer met eiseres heeft gezocht. Hij wenst ook geen enkel contact meer met eiseres en zal dan ook geen contact meer met haar zoeken. Gedaagde heeft eiseres weliswaar mishandeld maar dat speelde, getuige de door eiseres gedane aangifte, eind maart van dit jaar. Van mishandeling van eiseres door gedaagde na maart is de voorzieningenrechter niet gebleken. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat er een reële dreiging is dat gedaagde zich opnieuw aan mishandeling schuldig zal maken. Verder zou gedaagde eiseres anoniem hebben gebeld, maar dat is op grond van de stellingen van eiseres niet voldoende aannemelijk gemaakt. De mogelijkheid dat iemand anders zich als gedaagde heeft voorgedaan, kan dan ook niet worden uitgesloten. Eiseres had meer moeten stellen dan wel meer bewijs aan moeten dragen dat gedaagde verantwoordelijk is voor genoemde gedragingen. Hetzelfde geldt voor de door eisers aangevoerde chatsessies waarin gedaagde zich jegens eiseres bedreigend zou hebben geuit. Ook daar kan een ander zich ook hebben voorgedaan als gedaagde. Omdat de laatste mishandeling eind maart 2011 heeft plaatsgevonden en daarna niet meer en omdat niet voldoende is gebleken dat gedaagde anderszins contact met eisers heeft gezocht, acht de voorzieningenrechter de situatie dan ook niet zo bedreigend/acuut zoals door eiseres gesteld. De vorderingen van eiseres zullen dan ook worden afgewezen.

6. Omdat partijen een relatie hebben gehad zal de voorzieningenrechter de kosten compenseren.

7. Hetgeen overigens naar voren is gebracht behoeft geen verdere bespreking.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Wijst af de vorderingen van eiseres.

II. Compenseert de kosten in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Zweers, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juli 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.