Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BR3115

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
26-07-2011
Datum publicatie
26-07-2011
Zaaknummer
: 211549 CV EXPL 929/06
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dexiazaak en verjaring vordering echtgenote strekkende tot vernietiging van effectenleaseovereenkomst op de voet van de artikelen 1: 88 lid 1 sub d en 89 BW. Is het binnen Nederlandse gezinsverhoudingen gebruikelijk dat beleggingsbeslissingen door de echtelieden gezamenlijk worden genomen? Respecteren echtelieden onderling elkaars briefgeheim?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2011/492
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Kanton

Locatie Enschede

Zaaknummer : 211549 CV EXPL 929/06

Uitspraak : 26 juli 2011 (mvr)

Vonnis in de zaak van:

1. [eiser 1]

2. [eiseres 2]

wonende te [plaats]

eisende partijen, hierna ook wel [eiser 1] respectievelijk [eiseres 2] te noemen

gemachtigde: mr. E.H. Hoeksma, advocaat te Enschede

tegen

DEXIA BANK NEDERLAND N.V.

gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam

gedaagde partij, hierna ook wel Dexia te noemen

gemachtigde: Tijhuis Deurwaarders

1. Het verloop van de procedure:

1.1 Dit verloop blijkt uit:

- de dagvaarding van 19 januari 2006;

- de akte van schorsing;

- de akte uitlaten voortprocederen;

- de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende conclusie van eis in reconventie, genomen ter rolle van 11 januari 2011

- de conclusie van repliek in conventie tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie en akte verfijning nevenvordering;

- de conclusie van dupliek in conventie tevens houdende conclusie van repliek in reconventie;

- de conclusie van dupliek in reconventie.

2. De feiten:

2.1 [eiser 1] heeft twee effectenleaseovereenkomsten gesloten met de Bank Labouchere N.V. te Amsterdam. Beide overeenkomsten hebben de naam WinstVerDriedubbelaar en ze komen erop neer dat [eiser 1] met geleend geld van de Bank Labouchere, toentertijd ook handelend onder de naam Legio–Lease, aandelen koopt. De looptijd van de overeenkomsten is 36 maanden.

De eerste overeenkomst is gesloten op 22 juni 2000. [eiser 1] koopt aandelen voor een bedrag van € 39.145,97. Rente moet worden betaald ad € 8.213,76 De totale leasesom bedraagt € 47.359,71.

De tweede overeenkomst is gesloten op 7 augustus 2001. [eiser 1] koopt aandelen tot een bedrag van € 27.213,60. Rente moet worden betaald ad € 5.139,00. De totale leasesom bedraagt € 32.352,60.

2.2 De overeenkomst van 22 juni 2000 wordt, na ommekomst van de 36 maanden, verlengd. In totaal heeft [eiser 1] met betrekking tot deze overeenkomst 56 termijnen van telkens € 228,16 aan Dexia betaald, derhalve in totaal € 12.776,96. [eiser 1] staakt het voldoen van de overeengekomen termijnbetalingen en dat is voor Dexia aanleiding de aandelen te verkopen. De opbrengst is ontoereikend om de aangegane lening te voldoen en er ontstaat een restschuld.

2.3 De overeenkomst van 7 augustus 2001 eindigt nadat [eiser 1] aan zijn termijnverplichtingen heeft voldaan. De aandelen worden door Dexia verkocht. Ook nu blijkt dat de opbrengst ontoereikend is om de leensom te voldoen. Er ontstaat een restschuld.

2.4 Op 25 februari 2003 sluiten [eiser 1] en Dexia een vaststellingsovereenkomst, die is aangeduid als het Dexia Aanbod. Deze overeenkomst is niet ondertekend door [eiseres 2]. Het Dexia Aanbod houdt onder meer in dat [eiser 1] afstand doet van al zijn rechten voortvloeiende uit de twee WinstVerDriedubbelaars en dat hij afstand doet van de mogelijkheid Dexia in rechte te betrekken.

2.5 [eiser 1] en [eiseres 2] zijn met elkaar gehuwd. Dat was in 2000 en 2001 ook het geval. [eiser 1] deed zijn betalingen aan Dexia vanaf een bankrekening die ten name stond van [eiser 1] te [plaats].

3. De vorderingen in conventie:

3.1 Na hun vorderingen te hebben gewijzigd vorderen [eiser 1] en [eiseres 2], verkort weergegeven, dat bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

De in het geding zijnde effectenleaseovereenkomsten worden vernietigd en dat Dexia wordt veroordeeld aan [eiseres 2] te betalen het bedrag van € 16.548,48 te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de totstandkoming van de overeenkomst(en?) althans vanaf 19 januari 2006 tot de dag van de betaling;

subsidiair:

Voor recht wordt verklaard dat Dexia jegens [eiser 1] onrechtmatig heeft gehandeld en Dexia daarom schadeplichtig is en voorts dat Dexia wordt veroordeeld als schadevergoeding aan [eiser 1] te betalen het bedrag van € 13.436,97 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de totstandkoming van de overeenkomst(en) althans vanaf 19 januari 2006 tot aan de dag van de betaling,

en

voor recht wordt verklaard dat de restschuld van [eiser 1] is vervallen;

meer subsidiair:

Voor recht wordt verklaard dat de in het geding zijnde effectenleaseovereenkomsten nietig zijn en voorts dat Dexia wordt veroordeeld aan [eiser 1] te betalen het bedrag van € 3.560,55 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de totstandkoming van de overeenkomst(en) althans vanaf 19 januari 2006 tot aan de dag van de betaling;

primair, subsidiair en meer subsidiair:

Dexia wordt bevolen het BKR te verzoeken de A-notering ten name van [eiser 1] ongedaan te maken, zulks op straffe van het verbeuren van een dwangsom.

Hetgeen primair wordt gevorderd is gebaseerd op de feiten en op de volgende stellingen:

3.2 De gemachtigde van [eiser 1] en [eiseres 2] schrijft op 16 september 2005 aan Dexia een brief waarin hij namens [eiseres 2] op de voet van artikelen 1: 88 lid 1 sub d BW en 1: 89 BW de vernietiging inroept van de twee effectenleaseovereenkomsten. Deze overeenkomsten zijn zonder toestemming van [eiseres 2] door [eiser 1] gesloten. In de brief wordt Dexia gesommeerd het door [eiser 1] uit hoofde van beide overeenkomsten betaalde bedrag ad € 17.915,96 terug te betalen. Het vernietigen van de WinstVerDriedubbelaars door [eiseres 2] brengt mee dat Dexia aan [eiseres 2] moet terugbetalen hetgeen door [eiser 1] aan Dexia is voldaan. In mindering kan daarop strekken het aan [eiser 1] uitgekeerde dividend. Indien daarmee rekening wordt gehouden bedraagt het terug te betalen bedrag € 13.436,97. Eerst in augustus 2004 heeft [eiseres 2] vernomen dat [eiser 1] de WinstVerDriedubbelaars met Dexia was overeengekomen. [eiseres 2] deed haar eigen belastingaangiften. Dexia is in verzuim geraakt het voormelde bedrag aan [eiseres 2] te voldoen.

3.3 Nu er geen sprake kan zijn van restschulden zal Dexia het BKR in Tiel moeten verzoeken de A-notering ten name van [eiser 1] ongedaan te maken,

4. Het verweer in conventie

4.1 Dexia is van mening dat de vorderingen van [eiser 1] en [eiseres 2] moeten worden afgewezen, althans dat zij daarin niet ontvankelijk moeten worden verklaard. Wat betreft hetgeen primair wordt gevorderd is het volgende naar voren gebracht:

4.2 Door het aanvaarden van het Dexia Aanbod heeft [eiser 1] afstand gedaan van zijn rechten Dexia in rechte te betrekken.

4.3 Artikel 3: 51 lid 3 BW is niet van toepassing op de vernietigingsgrond die is gebaseerd op hetgeen is bepaald in artikel 1: 88 lid 1 sub d BW. Verwezen wordt naar de parlementaire geschiedenis betrekking hebbend op artikel 1: 89 lid 3 BW.

4.4 Dexia heeft de door de gemachtigde van [eiser 1] en [eiseres 2] verzonden brief van

16 september 2005 niet ontvangen. Dexia gaat er derhalve, bij gebrek aan tegenbewijs. vanuit dat het vernietigingsberoep eerst is gedaan bij dagvaarding die op 19 januari 2006 aan haar is betekend. Hoe dan ook, de WinstVerDriedubbelaars zijn niet rechtsgeldig door [eiseres 2] vernietigd. De mogelijkheid deze overeenkomsten te vernietigen was ook al op 16 september 2005 verjaard. [eiser 1] en [eiseres 2] voeren geen feiten en omstandigheden aan waaruit kan worden afgeleid dat [eiseres 2] niet bekend was met de overeenkomsten op het moment dat [eiser 1] deze aanging. Binnen Nederlandse gezinsverhoudingen is het gebruikelijk dat beleggingsbeslissingen, zoals het aangaan van effectenleaseovereenkomsten, met medeweten en toestemming van de beide echtelieden worden genomen. Er moet ook van worden uitgegaan dat [eiseres 2] kennis heeft genomen van de correspondentie die Dexia naar het huisadres van [eiser 1] en [eiseres 2] heeft gezonden. Daarenboven gaat Dexia ervan uit dat [eiser 1] en [eiseres 2] gezamenlijk hun belastingaangiften deden.

4.5 De wettelijke rente, het wordt in subsidiair verband naar voren gebracht, kan eerst verschuldigd zijn vanaf 2 februari 2006 (twee weken na 19 januari 2006).

4.6 Dexia is niet in staat de registratie van [eiser 1] bij het BKR ongedaan te maken.

5. De vordering in reconventie:

5.1 Dexia vordert [eiser 1] te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van

€ 24.304,07 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 15.486,13 vanaf 20 augustus 2004 en over € 8.817,93 vanaf 1 november 2004 telkens tot aan de dag van de voldoening, althans [eiser 1] te veroordelen aan Dexia te betalen een zodanig bedrag als door de kantonrechter in goede justitie wordt bepaald.

De vordering is gebaseerd op de feiten, op hetgeen in conventie naar voren is gebracht en op de volgende stellingen:

5.2 Dexia heeft een opeisbare vordering op [eiser 1] van € 24.304,07. Het gaat hier om het totaal van de restschulden. Bij het vaststellen van dit bedrag is rekening gehouden met verrekening van dividend, het Dexia Aanbod en de Ahold-vergoeding. [eiser 1] is in verzuim geraakt voormeld bedrag te voldoen. De vordering is niet verjaard. Bij brieven van 12 september 2006 is [eiser 1] door Dexia gesommeerd te betalen.

6. Het verweer in reconventie:

6.1 [eiser 1] is van mening dat de vordering van Dexia moet worden afgewezen. Verwezen wordt naar hetgeen in conventie naar voren is gebracht en voorts is aangevoerd:

6.2 De effectenleaseovereenkomsten zijn vernietigd en daarom bestaat er geen vordering van Dexia op [eiser 1].

6.3 De vordering van Dexia is verjaard. De laatst ontvangen sommatiebrief van Dexia is gedateerd 21 maart 2005. Eerst bij conclusie van eis in reconventie van 11 januari 2011, derhalve meer dan 5 jaar later, is er door Dexia weer actie ondernomen. [eiser 1] betwist dat hij sommatiebrieven van Dexia, gedateerd 12 september 2006, heeft ontvangen.

7. De beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie:

7.1 Onderschreven wordt het onder 4.2 weergegeven verweer van Dexia. Gelet op de inhoud van het Dexia Aanbod heeft [eiser 1] afstand gedaan van de mogelijkheid Dexia in rechte te betrekken.

7.2 De kantonrechter kan zich niet vinden in het betoog van Dexia over de parlementaire geschiedenis van artikel 1:89 lid 3 BW. [eiser 1] en [eiseres 2] zijn immers nog altijd gehuwd en voormeld wetsartikel heeft betrekking op een situatie dat aan een huwelijk een einde is gekomen. De verjaringstermijn van vernietigbare rechtshandelingen zoals die in deze procedure aan de orde zijn, begint te lopen vanaf de dag waarop de rechtshandelingen ter kennis van de niet handelende echtgenoot ([eiseres 2]) komen.

7.3 De kantonrechter deelt niet het standpunt van Dexia dat beleggingsbeslissingen van een echtgenoot altijd dan wel meestal met medeweten en toestemming van de andere echtgenoot worden genomen. Echtelieden respecteren veelal onderling elkaars briefgeheim. Hetzelfde geldt voor hun e-mailverkeer en internetbankieren. Het is daarom niet zonder meer aannemelijk dat [eiseres 2] kennis heeft genomen van correspondentie van Dexia die aan [eiser 1] was geadresseerd.

7.4 Dexia zal in conventie worden toegelaten feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit afgeleid kan worden dat [eiseres 2] tenminste drie jaar voorafgaand aan haar vernietigingsverklaring (vooralsnog wordt in het midden gelaten of moet worden uitgegaan van medio september 2005 of 19 januari 2006) met het bestaan van de twee WinstVerDriedubbelaars bekend is geworden.

7.5 Om proceseconomische redenen zal ook worden ingegaan op de stelling van Dexia dat zij de verjaring van haar rechtsvordering tot nakoming van hetgeen met [eiser 1] is overeengekomen, heeft gestuit door twee aanmaningsbrieven naar [eiser 1] te zenden, beide gedateerd 12 september 2006. De omstandigheid dat [eiser 1] de ontvangst van deze brieven betwist brengt mee, dat Dexia zal worden toegelaten te bewijzen dat deze brieven [eiser 1] daadwerkelijk hebben bereikt. In artikel 3: 37 lid 3 BW is bepaald dat wil een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring haar werking hebben, de verklaring die persoon moet hebben bereikt. De bewijslast in dergelijke kwesties rust op degene die zich op de gevolgen van de verklaring – in dit geval een stuiting van een verjaring – beroept.

7.6 Het lijkt erop dat [eiser 1] en [eiseres 2] afzien van hetgeen subsidiair en meer subsidiair is gevorderd. Verwezen wordt naar hetgeen zij onder 22 in het conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie te berde hebben gebracht. Trekken zij deze vordering in? [eiser 1] zal de gelegenheid krijgen zich daarover in een akte uit te laten.

7.7 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

Beslissing:

In conventie:

Laat Dexia toe door alle middelen rechtens te bewijzen hetgeen onder 7.4 breder is omschreven.

Verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 30 augustus 2011 voor uitlating door Dexia omtrent de wijze waarop zij bewijs wenst te leveren en, zo zij daartoe getuigen wil voorbrengen, voor dagbepaling van het getuigenverhoor, ambtshalve peremptoir.

Tevens dienen partijen op voormelde datum verhinderdata op te geven en kunnen [eiser 1] en [eiseres 2] zich uitlaten over hetgeen onder 7.6 in dit vonnis is overwogen.

In reconventie:

Laat Dexia toe door alle middelen rechtens te bewijzen hetgeen onder 7.5 breder is omschreven.

Verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 30 augustus 2011 voor uitlating door Dexia omtrent de wijze waarop zij bewijs wenst te leveren en, zo zij daartoe getuigen wil voorbrengen, voor dagbepaling van het getuigenverhoor, ambtshalve peremptoir.

Tevens dienen partijen op voormelde datum verhinderdata op te geven.

In conventie en in reconventie:

Houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen te Enschede door mr. M.H. van Rhijn, kantonrechter, en op

26 juli 2011 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.