Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BR2201

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
19-07-2011
Datum publicatie
19-07-2011
Zaaknummer
08/710766-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een overval op een bedrijfspand, grenzend aan het woonhuis van twee van de slachtoffers. Hij is samen met zijn mededader met bedekt gelaat de zaak binnengegaan en heeft de daar aanwezige personen met een vuurwapen bedreigd. Twee van de slachtoffers zijn ook met het wapen tegen het hoofd geslagen.

Bij de strafoplegging heeft de rechtbank rekening gehouden met de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg van Voorzitters Strafsectoren (LOVS). Ook is rekening gehouden met de enigszins verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden waarvan tien maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met aftrek van de door verdachte in voorarrest doorgebrachte tijd. Aan de voorwaardelijke straf zal de rechtbank de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht verbinden, zoals omschreven in het reclasseringsadvies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector strafrecht

parketnummer: 08/710766-10

datum vonnis: 19 juli 2011

Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortejaar] in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

nu verblijvende in HvB de Karelskamp te Almelo.

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

5 juli 2011. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. D. van den Berg en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. J. Michels, advocaat te Amersfoort, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

hij op of omstreeks 5 november 2010 te Reutum, in de gemeente Tubbergen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen en/althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2]

en/of [benadeelde 3] te dwingen tot de afgifte van (een) geldbedrag(en),

en/althans/in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die

familie [familienaam] en/of het bedrijf van die familie [familienaam],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

met zijn mededader(s), althans alleen, naar voornoemde woning en/of

bedrijfs/kantoorpand van die familie [familienaam] aan de [adres]

is gegaan en/of (vervolgens)

- (ieder) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op

het hoofd en/of lichaam van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 3] en/of

[benadeelde 2] heeft/hebben gericht gehouden, en/of

- (daarbij) tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde2] heeft/hebben gezegd/geroepen: "Waar is het geld" en/of "Waar is

geld, wij willen geld", en/of

- die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (meermalen) al dan niet met een

(vuur)wapen, althans hard voorwerp, op/tegen het hoofd en/of lichaam

heeft/hebben geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 5 november 2010 te Reutum, in de gemeente Tubbergen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning en/of bedrijfs/kantoorpand aan

de [adres] weg te nemen (een) geldbedrag(en) en/althans/in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de familie [familienaam]

en/of het bedrijf van die familie [familienaam], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die

voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te

doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 1] en/of

[benadeelde 2] en/of [benadeelde 3], te plegen met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar voornoemde woning

en/of bedrijfs/kantoorpand van die familie [familienaam] aan de

[adres] is gegaan en/of (vervolgens)

- (ieder) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op

het hoofd en/of lichaam van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 3] en/of

[benadeelde 2] heeft/hebben gericht gehouden, en/of

- (daarbij) tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 2] heeft/hebben gezegd/geroepen: "Waar is het geld" en/of "Waar is

geld, wij willen geld", en/of

- die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (meermalen) al dan niet met een

(vuur)wapen, althans hard voorwerp, op/tegen het hoofd en/of lichaam

heeft/hebben geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het primair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van veertig maanden waarvan tien maanden voorwaardelijk met aftrek van de periode die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en met een proeftijd van twee jaar. Aan het voorwaardelijke deel van de vrijheidsstraf dient als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht te worden verbonden.

De officier concludeert daarnaast tot toewijzing van de civiele vorderingen van

[benadeelde 1], [benadeelde 2] en [benadeelde 3], met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

4. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan. Zij acht bewezen dat:

hij op 5 november 2010 te Reutum, in de gemeente Tubbergen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [benadeelde 1] en [benadeelde 2] en [benadeelde 3] te dwingen tot de afgifte van geld, toebehorende aan die familie [familienaam], met zijn mededader naar de woning en bedrijfs/kantoorpand van die familie [familienaam] aan de [adres] is gegaan en vervolgens

- ieder een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd en/of lichaam van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 2] heeft gericht gehouden en

- daarbij tegen die [benadeelde 1] en [benadeelde 3] en [benadeelde 2] heeft gezegd/geroepen: "Waar is het geld" en/of "Waar is geld, wij willen geld" en

- die [benadeelde 1] en [benadeelde 2] met een vuurwapen, op/tegen het hoofd heeft geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

In geval van hoger beroep zullen de gebruikte bewijsmiddelen worden opgenomen in een aanvulling bij dit vonnis. De in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 45, 47 en 317 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

primair

het misdrijf: poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

7. De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

8. De op te leggen straf of maatregel

8.1 De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen.

De rechtbank overweegt daarbij het volgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een overval op een bedrijfspand, grenzend aan het woonhuis van twee van de slachtoffers. Hij is samen met zijn mededader met bedekt gelaat de zaak binnengegaan en heeft de daar aanwezige personen met een vuurwapen bedreigd. Twee van de slachtoffers zijn ook met het wapen tegen het hoofd geslagen. De slachtoffers zijn daadwerkelijk bang geweest dat zij beschoten zou worden. Uit de toelichting van de civiele vorderingen en ook uit de ter terechtzitting door [benadeelde 3] voorgelezen slachtofferverklaring, komt naar voren dat de overval een enorme impact heeft gehad op de slachtoffers. Hoewel er sindsdien ruim acht maanden zijn verstreken, ondervinden de slachtoffers nog dagelijks de nadelige gevolgen van het feit. Zij voelen zich niet meer veilig in hun bedrijf en huis en hebben het vertrouwen in de medemens verloren.

Voor een feit als dit heeft het Landelijk Overleg van Voorzitters Strafsectoren (LOVS) oriëntatiepunten voor straftoemeting vastgesteld. Voor een voltooide overval dient een gevangenisstraf van drie tot vijf jaren daarbij als uitgangspunt te gelden. Voor een poging geldt dan als uitgangspunt twee jaar tot veertig maanden.

Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafoplegging rekening met de enigszins verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde, zoals blijkt uit de pro justitia rapportages. In het nadeel van verdachte geldt dat zijn optreden doelgericht en goed voorbereid was. Hij had gezichtsbedekkende kleding en zelfs een vuurwapen bij zich en heeft dat zonder aarzelen gebruikt om de slachtoffers te bedreigen. Daarnaast heeft verdachte daadwerkelijk geweld gebruikt waardoor de slachtoffers letsel hebben bekomen. Uit de verklaring van verdachte is niet aannemelijk geworden dat hij onder zodanige druk stond van anderen dat hij tot het plegen van de overal is overgegaan. Tenslotte constateert de rechtbank dat verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

Alles afwegende komt de rechtbank tot het oordeel dat aan verdachte een gevangenisstraf moet worden opgelegd voor de duur van zesendertig maanden waarvan tien maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met aftrek van de door verdachte in voorarrest doorgebrachte tijd. Aan de voorwaardelijke straf zal de rechtbank de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht verbinden, zoals omschreven in het reclasseringsadvies van 28 februari 2011.

9. De schade van benadeelden

9.1 De vordering van de benadeelde partij

[benadeelde 1] heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.750, - (als “voorschot” voor geleden schade), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende post:

- een immateriële schadevergoeding.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in zijn vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadepost is niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 1.750,- , inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[benadeelde 2] heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.750, - (als “voorschot” voor geleden schade), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende post:

- een immateriële schadevergoeding.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 1.750,- , inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[benadeelde 3] heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 2500,- (als “voorschot” voor geleden schade), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende post:

- een immateriële schadevergoeding.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in zijn vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 2.500,- , inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.2 De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal ten aanzien van alle drie civiele vorderingen de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde feit is toegebracht.

10. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 36f Sr.

11. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

- verklaart bewezen, dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

primair:

het misdrijf: poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van zesendertig maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

- omdat de veroordeelde verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland, welke aanwijzingen mede kunnen inhouden een meldingsgebod, het volgen van een Cognitieve Vaardigheidstraining, een Arbeidsvaardighedentraining, een Module budgetteren en een poliklinische behandelverplichting bij de Forensische Polikliniek JustTact van Tactus Verslavingszorg, een en ander zoals omschreven in het reclasseringsadvies van Tactus Verslavingszorg van

28 februari 2011;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 1] – bij wege van voorschot – van een bedrag van € 1.750,- (zeventienhonderd en vijftig euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 november 2010, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.750,- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 27 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

schadevergoeding

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 2] – bij wege van voorschot – van een bedrag van € 1.750,- (zeventienhonderd en vijftig euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 november 2010, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.750,- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 27 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

schadevergoeding

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 3] – bij wege van voorschot – van een bedrag van € 2.500,- (vijfentwintighonderd euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 november 2010, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.500,- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 35 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. Ellenbroek, voorzitter, mr. Stoové en mr. Teekman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Falkmann, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op

19 juli 2011.