Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BR2200

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
19-07-2011
Datum publicatie
19-07-2011
Zaaknummer
08/710014-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Op grond van de processtukken en het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat er sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en een of meer anderen bij de poging tot afpersing dan wel de poging tot diefstal met geweld.

De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het primair en subsidiair tenlastegelegde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector strafrecht

parketnummer: 08/710014-11

datum vonnis: 19 juli 2011

Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortejaar] te [geboorteland],

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

5 juli 2011. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. D. van den Berg en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw

mr. M.E. Kikkert, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

hij op of omstreeks 5 november 2010 te Reutum, in de gemeente Tubbergen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] te dwingen tot de afgifte van (een) geldbedrag(en), en/althans/in elk

geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die familie [familienaam]

en/of het bedrijf van die fam. [familienaam], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

met zijn mededader(s), althans alleen, naar voornoemde woning en/of

bedrijfs/kantoorpand van die fam. [familienaam] aan de [adres] is gegaan

en/of (vervolgens)

- (ieder) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op

het hoofd en/of lichaam van die vader en/of zoon [benadeelde 1 en 2] en/of moeder

[benadeelde 3] heeft/hebben gericht gehouden en/of

- (daarbij) tegen die vader en/of zoon [benadeelde 1 en 2] en/of moeder [benadeelde 3]

heeft/hebben gezegd/geroepen: "Waar is het geld" en/of "Waar is geld, wij

willen geld" en/of

- die vader [benadeelde 1] en/of moeder [benadeelde 3] (meermalen) al dan niet met een

(vuur)wapen, althans hard voorwerp, op/tegen het hoofd en/of lichaam

heeft/hebben geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 5 november 2010 te Reutum, in de gemeente Tubbergen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning en/of bedrijfs/kantoorpand aan

de [adres] weg te nemen (een) geldbedrag(en) en/althans/in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de familie [familienaam] en/of het

bedrijf van die fam. [familienaam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen

voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of

aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar voornoemde woning

en/of bedrijfs/kantoorpand van die fam. [familienaam] aan de [adres] is

gegaan en/of (vervolgens)

- (ieder) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op

het hoofd en/of lichaam van die vader en/of zoon [benadeelde 1 en 3] en/of moeder

[benadeelde 2] heeft/hebben gericht gehouden en/of

- (daarbij) tegen die vader en/of zoon [benadeelde 1 en 3] en/of moeder [benadeelde 2]

heeft/hebben gezegd/geroepen: "Waar is het geld" en/of "Waar is geld, wij

willen geld" en/of

- die vader [benadeelde 1] en/of moeder [benadeelde 2] (meermalen) al dan niet met een

(vuur)wapen, althans hard voorwerp, op/tegen het hoofd en/of lichaam

heeft/hebben geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft primair gevorderd dat verdachte ter observatie wordt overgebracht naar het Pieter Baan Centrum. Hij heeft subsidiair gevorderd dat verdachte voor het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden met aftrek van de periode die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De officier concludeert daarnaast tot toewijzing van de civiele vorderingen van

[benadeelde 1], [benadeelde 2] en [benadeelde 3], met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

4. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. Het oordeel van de rechtbank

Op grond van de processtukken en het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat er sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en een of meer anderen bij de poging tot afpersing dan wel de poging tot diefstal met geweld. De rechtbank stelt vast dat het door de slachtoffers gegeven signalement van de tweede mededader, in het bijzonder de omschrijving van het postuur, niet overeenkomt met dat van verdachte. Bovendien kan niet worden vastgesteld dat de mobiele telefoon met nummer [telefoonnummer], in de periode rond de overval in gebruik is geweest bij verdachte. Ook indien dat wel het geval zou zijn geweest, zou dit niet tot de conclusie kunnen leiden dat verdachte als mededader betrokken is geweest bij de overval in Reutum op 5 november 2010.

De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het primair en subsidiair tenlastegelegde.

6. De schade van benadeelden

6.1 De vordering van de benadeelde partij

[benadeelde 1] heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.750,- (als “voorschot” voor geleden schade), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende post:

- een immateriële schadevergoeding.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

[benadeelde 2] heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.750,- (als “voorschot” voor geleden schade), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende post:

- een immateriële schadevergoeding.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

[benadeelde 3] heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 2.500,- (als “voorschot” voor geleden schade), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende post:

- een immateriële schadevergoeding.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partijen [benadeelde 1], [benadeelde 2] en [benadeelde 3] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in hun vorderingen, nu verdachte van het primair en subsidiair tenlastegelegde feit wordt vrijgesproken.

7. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

schadevergoeding

- verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 1], [benadeelde 2] en [benadeelde 3]niet ontvankelijk in hun vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. Ellenbroek, voorzitter, mr. Stoové en mr. Teekman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Falkmann, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op

19 juli 2011.