Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BR1676

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
24-06-2011
Datum publicatie
15-07-2011
Zaaknummer
08/710193-11 en 08/280513-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Openlijke geweldpleging in centrum gemeente Hengelo. Ruzie ontstaat bij automatiek en verplaatst zich door een gedeelte van de binnenstad. Eén van de twee slachtoffers wordt geslagen en geschopt als hij op de grond ligt. Daarna wordt er een verkeerspaal tegen hem aangegooid, waardoor hij een dubbele beenbreuk oploopt. Uitgebreide motivering v.w.b. de toewijzing van de gevorderde schade. Alle drie daders worden, ondanks hun aandeel, verantwoordelijk gehouden voor de gehele schade. Vierde verdachte wordt vrijgesproken, gelet op haar aandeel in het geheel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector strafrecht

parketnummers: 08/710193-11 en 08/280513-10

datum vonnis: 24 juni 2011

Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo tegen:

[verdachte],

geboren op [1990] in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres],

nu verblijvende in het huis van bewaring in Zwolle.

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 juni 2011. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. L. Grooters en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman

mr. R. Oude Breuil, advocaat te Almelo, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte ten aanzien van parketnummer 08/710193-11:

feit 1 primair: zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan zware mishandeling; subsidiair aan een poging tot zware mishandeling en meer subsidiair aan openlijke geweldpleging.

feit 2 primair zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging en subsidiair aan het samen met anderen plegen van mishandeling.

Ten aanzien van parketnummer 08/280513-10 dat verdachte: een politieambtenaar heeft beledigd.

De tenlastelegging onder parketnummer 08/710193-11 is ter terechtzitting gewijzigd.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

onder parketnummer 08/710193-11:

1.

hij op of omstreeks 20 februari 2011, in de gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer sub 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een dubbele beenbreuk), heeft toegebracht, door tezamen met zijn mededader(s), althans alleen, opzettelijk (terwijl deze persoon al dan niet op de grond lag) meermalen, althans eenmaal, (zeer) (krachtig en/of gewelddadig)

- in/op/tegen het hoofd en/althans het gezicht en/althans (elders) in/op/tegen

het lichaam van die persoon te schoppen of te trappen en/of te slaan of te

stompten, en/of

- met een (zogenaamde) verkeerspaal, althans een paal, althans een op een paal

gelijkend (groot of hard) voorwerp, in/op/tegen het hoofd en/althans het

gezicht en/althans (elders) in/op/tegen het lichaam van die persoon te slaan,

en/of te gooien en/of

- op het gezicht en/of het lichaam van die persoon te springen;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 20 februari 2011, in de gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer sub 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet tezamen met zijn mededader(s), althans alleen (terwijl deze persoon al dan niet op de grond lag) meermalen, althans eenmaal, (zeer) (krachtig en/of gewelddadig)

- in/op/tegen het hoofd en/althans het gezicht en/althans (elders) in/op/tegen

het lichaam van die persoon heeft geschopt of getrapt en/of geslagen of

gestompt, en/of

- met een (zogenaamde) verkeerspaal, althans een paal, althans een op een paal

gelijkend (groot of hard) voorwerp, in/op/tegen het hoofd en/althans het

gezicht en/althans (elders) in/op/tegen het lichaam van die persoon heeft

geslagen, en/of gegooid en/of

- op het gezicht en/of het lichaam van die persoon is/heeft gesprongen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 20 februari 2011, in de gemeente Hengelo (O), met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Marskant, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon genaamd [slachtoffer sub 1], welk geweld bestond uit het opzettelijk gewelddadig (terwijl deze persoon al dan niet op de grond lag) meermalen, althans eenmaal, (zeer) (krachtig en/of gewelddadig)

- in/op/tegen het hoofd en/althans het gezicht en/althans (elders) in/op/tegen

het lichaam van die persoon schoppen of trappen en/of slaan of stompten, en/of

- met een (zogenaamde) verkeerspaal, althans een paal, althans een op een paal

gelijkend (groot of hard) voorwerp, in/op/tegen het hoofd en/althans het

gezicht en/althans (elders) in/op/tegen het lichaam van die persoon slaan,

en/of te gooien en/of

- op het gezicht en/of het lichaam van die persoon springen;

2.

hij op of omstreeks 20 februari 2011, in de gemeente Hengelo (O), met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Marskant en/of een of meer andere openbare weg(en), in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon genaamd [slachtoffer sub 2], welk geweld bestond uit het opzettelijk gewelddadig

- indringen op genoemde persoon, en/of uit

- slaan, stompen, trappen en/of schoppen van/tegen genoemde persoon;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 20 februari 2011, in de gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer sub 2]) meermalen, althans eenmaal, een (zogenaamde) kopstoot tegen het voorhoofd en/of neus heeft gegeven en/of (zeer) (krachtig en/of gewelddadig) in/op/tegen het hoofd en/althans (elders) in/op/tegen het lichaam heeft geslagen of gestompt, waardoor voornoemde persoon letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

onder parketnummer 08/280513-10:

hij op of omstreeks 24 december 2010 in de gemeente Hengelo (O) opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [verbalisant X], gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd het woord "kankerwout", althans (een) woord(en) van gelijke beledigende aard en/of strekking.

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake sub 1 primair en sub 2 primair wordt veroordeeld tot

- een gevangenisstraf voor de tijd van 6 maanden en 23 dagen, waarvan 3 maanden

voorwaardelijk, proeftijd 2 jaren, met aftrek van voorarrest en met als bijzondere

voorwaarden toezicht door de reclassering en het zich onthouden van alcohol, soft- en

harddrugs;

- een werkstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis;

- toewijzing van de civiele vordering tot een bedrag van € 12.767,19 en oplegging daarbij

van de zogenaamde Terwee maatregel.

4. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder parketnummer 08/710193-11 sub 1 primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder parketnummer 08/710193-11 sub 1 meer subsidiair, sub 2 primair en het onder parketnummer 08/280513-10 tenlastegelegde heeft begaan. Zij acht bewezen dat:

onder parketnummer 08/710193-11:

1.

hij op 20 februari 2011, in de gemeente Hengelo (O), met anderen, op of aan de openbare weg, de Marskant, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon genaamd [slachtoffer sub 1], welk geweld bestond uit het opzettelijk gewelddadig meermalen, krachtig en gewelddadig

- tegen het lichaam van die persoon slaan of stompen;

2.

hij op 20 februari 2011, in de gemeente Hengelo (O), met anderen, op of aan de openbare weg, de Marskant openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon genaamd [slachtoffer sub 2], welk geweld bestond uit het opzettelijk gewelddadig

- indringen op genoemde persoon en

- slaan en stompen van genoemde persoon;

onder parketnummer 08/280513-10:

hij op 24 december 2010 in de gemeente Hengelo (O) opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [verbalisant X], gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd het woord "kankerwout".

In geval van hoger beroep zullen de gebruikte bewijsmiddelen worden opgenomen in een aanvulling bij dit vonnis. De in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens alleen gebruikt voor het bewijs van het feit waarop het in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank heeft de eventueel in de bewezenverklaring voorkomende schrijffouten verbeterd. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder parketnummer 08/710193-11 sub 1 meer subsidiair en sub 2 primair en onder parketnummer 08/280513-10 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder parketnummer 08/710193-11 sub 1 meer subsidiair en sub 2 primair bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 141 Sr en het onder parketnummer 08/280513-10 bewezenverklaarde bij artikel 266 en 267 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

onder parketnummer 08/710193-10 feit 1 meer subsidiair en feit 2 primair telkens het misdrijf: Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

onder parketnummer 08/280513-10 het misdrijf: Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8. De op te leggen straf of maatregel

De gronden voor een straf of maatregel

Verdachte heeft zich, naast de belediging van een politieambtenaar, schuldig gemaakt aan twee gevallen van openlijke geweldpleging. De rechtbank is van oordeel dat verdachte degene is geweest dat als eerste geweld heeft uitgeoefend. Hij is degene geweest die in de automatiek een kopstoot heeft uitgedeeld aan het slachtoffer [slachtoffer sub 2]. Hierna is de situatie volledig geëscaleerd en is er door verdachte en zijn mededaders fors geweld gepleegd tegen [slachtoffer sub 2] en [slachtoffer sub 1]. [Slachtoffer sub 1] is daarbij door de groep waartoe verdachte behoort fors geslagen en gestompt.

De slachtoffers zijn tijdens de geweldplegingen gevlucht, achtervolgd en opnieuw aangevallen. Voor de slachtoffers is dit zeer angstig en bedreigend geweest. Op het moment dat medeverdachten zich opnieuw keerden tegen het slachtoffer [slachtoffer sub 1], is verdachte achter de wegrennende [slachtoffer sub 2] aangegaan en heeft hij opnieuw geweld gepleegd tegen dit slachtoffer.

De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij en zijn medeverdachten door hun (extreem) gewelddadige handelingen hebben bijgedragen aan gevoelens van onveiligheid en angst bij het uitgaanspubliek en de samenleving. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij zwaar onder invloed van alcoholhoudende drank verkeerde en hij zich daardoor niet alles meer exact weet te herinneren. De rechtbank vindt het zorgelijk dat verdachte op dergelijke momenten kennelijk niet in staat in om zichzelf in de hand te houden. Dit gegeven is reden voor de rechtbank om aan verdachte (onder meer) toezicht door de reclassering op te leggen.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte wordt vrijgesproken van de onder parketnummer 08/710193-11 feit 1 primair en subsidiair tenlastegelegde poging tot doodslag c.q. zware mishandeling.

De rechtbank houdt bij het bepalen van de straf rekening met de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals dat onder andere tot uitdrukking komt in de wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. De rechtbank heeft bij haar overwegingen tevens de oriëntatiepunten straftoemeting betrokken, zoals deze voor de onderhavige feiten zijn vastgesteld. Deze geven als uitgangspunt voor “openlijke geweldpleging, enig lichamelijk letsel ten gevolge hebbend” een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. Verdachte heeft zich twee keer schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging, terwijl hij ook eerder voor geweldsdelicten met justitie in aanraking is geweest.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf onvoldoende recht doet aan de ernst van de bewezenverklaarde feiten. De rechtbank acht daarom een hogere straf passend en geboden. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar moet worden opgelegd. Als bijzondere voorwaarde bij het voorwaardelijk gedeelte van de straf stelt de rechtbank dat verdachte zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de reclassering Nederland. De door de officier van justitie gevorderde bijzondere voorwaarde dat verdachte zich onthoudt van het gebruik van alcohol, soft- en harddrugs acht de rechtbank niet geïndiceerd. Door het opleggen van het algemene reclasseringstoezicht kan hieraan naar het oordeel van de rechtbank voldoende invulling worden gegeven.

9. De schade van benadeelden

9.1 De vordering van de benadeelde partij

[Slachtoffer sub 1], wonende te [woonplaats] aan de [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 12.767,19, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

- kosten studievertraging € 5.972,12;

- kledingschade schoenen € 77,98

- kledingschade broek € 159,95

- inkomstenderving € 531,40

- eigen risico € 170,-

- ziekenhuis daggeld € 104,-

- thuiszorgkosten € 675,-

- reiskosten € 76,74

- immateriële schade € 5.000,-.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Verdachte heeft het verweer gevoerd dat de schade het gevolg is van het zwaar lichamelijk letsel dat aan de benadeelde partij [slachtoffer sub 1] is toegebracht, in het toebrengen van welk letsel verdachte zegt geen aandeel te hebben gehad.

De rechtbank volgt verdachte in dit betoog niet. Verdachte wordt weliswaar vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Verdachte wordt echter wel veroordeeld voor het plegen van het openlijk geweld tegen de benadeelde partij [slachtoffer sub 1]. Artikel 6:166 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) houdt in dat, indien één van tot een groep behorende personen onrechtmatig schade toebrengt en de kans op het aldus toebrengen van schade deze personen had behoren te weerhouden van hun gedragingen in groepsverband, zij hoofdelijk aansprakelijk zijn indien deze gedragingen hun kunnen worden toegerekend. De rechtbank is van oordeel dat (in ieder geval) verdachten [medeverdachte M], [medeverdachte W] en [verdachte] hier hebben opgetreden als groep. Zij hebben, ook volgens hun eigen verklaring, gezamenlijk [slachtoffer sub 1] en het mede-slachtoffer [slachtoffer sub 2] achtervolgd en zijn gezamenlijk het gevecht aangegaan. Dit gevecht heeft uiteindelijk geleid tot het toebrengen van het zwaar lichamelijk letsel door één of meerdere personen uit een groep van drie personen, zoals blijkt uit de bewijsmiddelen die ten grondslag liggen aan de bewezenverklaring. De kans op het ontstaan van dit letsel is vergroot door het handelen in groepsverband. Daardoor was er een getalsmatig overwicht op [slachtoffer sub 2] en [slachtoffer sub 1] en daarnaast heeft men elkaar opgehitst, zo blijk ook uit de getuigenverklaringen. Dit had iedereen ervan moeten weerhouden deel te nemen aan de groep. Door toch deel te nemen is verdachte hoofdelijk aansprakelijk voor de gehele aan [slachtoffer sub 1] toegebrachte schade.

De rechtbank stelt vast dat verdachte niet heeft ontkend dat [slachtoffer sub 1] als gevolg van zijn letsel schade heeft geleden op de posten kleding (€ 237,93), eigen risico (€ 170,--), ziekenhuisdaggeld (€ 104,--), thuiszorgkosten (€ 675,--), reiskosten (€ 76,74) en inkomstenderving (€ 531,40). Wel heeft verdachte in zijn algemeenheid aangevoerd dat de mate waarin de schade mede aan [slachtoffer sub 1] kan worden toegerekend, niet in dit strafgeding kan worden vastgesteld. Verder heeft verdachte het verweer gevoerd dat niet is komen vast te staan dat de studievertraging (€ 5.972,12) het gevolg is van het letsel. Ook was het voor [slachtoffer sub 1] niet noodzakelijk de studiefinanciering door te laten lopen, maar had hij bijvoorbeeld aanspraak kunnen maken op bijstand. Verdachte concludeert daarom tot gedeeltelijke niet ontvankelijkverklaring van de vordering [slachtoffer sub 1].

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende komen vast te staan dat [slachtoffer sub 1] enig aandeel heeft gehad in het ontstaan van het eerste gevecht van die avond bij de automatiek. Ten eerste verklaren vrijwel alle verdachten in deze zaak dat [slachtoffer sub 1] en [slachtoffer sub 2] verdachten buiten opwachtten en begonnen met het maken van opmerkingen en met slaan. Ten tweede verklaart [slachtoffer sub 1] zelf dat hij door [slachtoffer sub 2] is gebeld en op diens verzoek naar de automatiek is gekomen omdat [slachtoffer sub 2] daar "problemen" had gehad. Omdat er geen reden was voor [slachtoffer sub 2] om zich na het ontstaan van de "problemen" bij de automatiek op te houden, concludeert de rechtbank dat [slachtoffer sub 2] en [slachtoffer sub 1] de confrontatie met verdachten bewust opzochten.

Dat betekent echter niet dat de schade mede het gevolg is van een omstandigheid die aan [slachtoffer sub 1] is toe te rekenen (artikel 6:101 BW). De schade is immers het gevolg van het incident waarbij aan [slachtoffer sub 1] zwaar lichamelijk letsel is toegebracht, toen hij aan de Marskant werd geraakt door een ijzeren paal en hij werd geslagen en geschopt toen hij op de grond lag. De vechtpartij bij de automatiek was toen al voorbij. [Slachtoffer sub 1] en [slachtoffer sub 2] hadden zich hiervan verwijderd. Zoals blijkt uit de getuigenverklaringen en de beschrijving van de camerabeelden, waren het (in ieder geval) de verdachten [medeverdachte M], [medeverdachte W], [verdachte] die daarna opnieuw de confrontatie hebben gezocht door [slachtoffer sub 2] en [slachtoffer sub 1] te achtervolgen en het gevecht met hen aan te gaan. Daarvoor bestond geen enkele rechtvaardiging. Schade die hiervan het gevolg is, staat in een zodanig ver verwijderd verband tot het handelen van [slachtoffer sub 1], dat die schade niet geheel of gedeeltelijk aan [slachtoffer sub 1] kan worden toegerekend.

Verdachte heeft aangevoerd dat niet vaststaat dat de studievertraging het gevolg is van het opgelopen letsel. Het zou volgens verdachte niet bekend zijn hoe [slachtoffer sub 1] er in zijn studie voorstond en of er niet om een andere reden vertraging zou zijn ontstaan. De rechtbank verwerpt dit betoog. Het gaat hier om de inschatting van een toekomstige omstandigheid, die daarom nooit met zekerheid kan worden vastgesteld. Uit de overgelegde schriftelijke verklaring van Saxion Hogeschool blijkt echter dat [slachtoffer sub 1] het overgrote deel van zijn studie had afgerond. Er is dan geen reden om aan te nemen dat [slachtoffer sub 1] niet in staat zou zijn de studie binnen de resterende termijn af te maken.

Wat betreft de stelling dat [slachtoffer sub 1] de studiefinanciering niet had hoeven laten doorlopen, overweegt de rechtbank dat [slachtoffer sub 1] gedurende zijn ziekte in zijn inkomen dient te voorzien. Hij heeft dit gedaan door zijn leningen in het kader van de studiefinanciering door te laten lopen. Daardoor zal hij een grotere schuld opbouwen, die hij later zal moeten terugbetalen. Dat is voor hem een schadepost. Voor die schade is verdachte verantwoordelijk. Zou [slachtoffer sub 1] de leningen niet laten doorlopen, dan had verdachte rechtstreeks de kosten van levensonderhoud van [slachtoffer sub 1] moeten vergoeden. [Slachtoffer sub 1] was daar zelf immers niet toe in staat. De suggestie dat de gemeenschap, via een eventuele bijstandsuitkering, had moeten opdraaien voor deze schade die verdachte heeft veroorzaakt, wijst de rechtbank van de hand.

Omdat verder tegen de hoogte van deze post geen verweer is gevoerd, zal de rechtbank het gehele bedrag van € 5.972,12 toewijzen.

Wat het smartengeld betreft, komt uit het dossier, waaronder de onderbouwing van de vordering en de schriftelijke slachtofferverklaring, het volgende naar voren. [Slachtoffer sub 1] heeft zeer angstige momenten meegemaakt toen hij werd geraakt door een ijzeren paal en werd geschopt en geslagen toen hij op de grond lag en zich nauwelijks kon verweren. Dat dit heeft geleid tot boosheid, herbelevingen en onbegrip bij [slachtoffer sub 1] is aannemelijk. Verder is duidelijk dat hij veel pijn heeft geleden, dat hij nog steeds last heeft van het letsel en dat voor hem nog een lange weg te gaan is voordat hij weer volledig is hersteld, als volledig herstel al mogelijk is. Lange tijd was hij niet in staat tot werken, sporten, studeren of om andere normale activiteiten te verrichten. De rechtbank acht het billijk [slachtoffer sub 1] voor deze immateriële schade een vergoeding toe te kennen. Bij het vaststellen van deze vergoeding houdt de rechtbank rekening met alle omstandigheden van het geval, waaronder de ernst van het feit en de ernst van de (tot op heden bekende) gevolgen voor het slachtoffer. Al met al acht de rechtbank, mede gelet op de bedragen die andere rechters in soortgelijke gevallen hebben toegekend, een vergoeding van € 4.000,-- op zijn plaats.

Uit het voorgaande volgt dat een totale schadevergoeding zal worden toegewezen van € 11.767,19. Tegen de gevorderde wettelijke rente is geen afzonderlijk verweer gevoerd, zodat de rechtbank deze rente zal toekennen vanaf 20 februari 2011, zijnde de datum van de schadetoebrengende gebeurtenis. Zoals hiervoor overwogen, is verdachte voor dit bedrag hoofdelijk aansprakelijk. Dat wil zeggen dat hij het bedrag samen met de andere veroordeelden verschuldigd is. Wanneer één van hen het bedrag geheel of gedeeltelijk heeft voldaan, vermindert dat de betalingsplicht van de anderen.

9.2 De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door feit 1 is toegebracht.

10. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f en 57 Sr.

11. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder parketnummer 08/710193-11 sub 1 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen, dat verdachte het onder parketnummer 08/710193-11 sub 1 meer subsidiair, sub 2 en het onder parketnummer 08/280513-10 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder parketnummer 08/710193-11 sub 1 meer subsidiair, sub 2 en onder parketnummer 08/280513-10 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder parketnummer 08/710193-11 sub 1 meer subsidiair, sub 2 en het onder parketnummer 08/280513-10 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 (zes) maanden, waarvan 2 (twee) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

- omdat de veroordeelde verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de reclassering Nederland;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer sub 1], voornoemd van een bedrag van € 11.767,19, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 februari 2011, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 11.767,19 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 93 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van de dag dat het voorarrest gelijk wordt aan de opgelegde onvoorwaardelijke straf.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Bloebaum, voorzitter, mr. M.E. van Wees en

mr. M.H. van der Lecq, rechters, in tegenwoordigheid van J. Last, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2011.