Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BR0280

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
05-07-2011
Datum publicatie
05-07-2011
Zaaknummer
08/700006-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft als pensioen/financieel adviseur vanaf januari 2000 mensen benaderd en hen adviezen gegeven over hun verzekeringen en pensioenen. Die adviezen luidden dat zij hun lopende polissen het voordeligst konden afkopen om de vrijgekomen bedragen in een andere verzekering te storten, een nieuwe verzekering of een koopsompolis af te sluiten. Verdachte liet de vrijgekomen bedragen echter storten op zijn eigen Aegonrekening waarna hij deze overboekte naar zijn privérekeningen bij de Rabo- en ING-bank en het geld voor zijn eigen doeleinden gebruikte. In geen enkel geval heeft hij de in het vooruitzicht gestelde verzekeringen of koopsompolissen afgesloten.

Om dat te verdoezelen verstrekte hij zijn klanten in een aantal gevallen rekenoverzichten (van niet bestaande verzekeringen) met het verwachte rendement om de betrouwbaarheid van het product te onderstrepen. Ook heeft verdachte een polis voor een koopsomverzekering vervalst en die vervalste polis gebruikt om te suggereren dat de polis met het betaalde geld was afgesloten.

De rechtbank vindt het van belang voor de benadeelden dat verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet ondergaan. Maar ook dat hij zo snel mogelijk weer inkomen gaat verwerven om daarvan zijn schulden af te lossen. Bovendien dient de straf ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten. Aan al deze strafdoelen wordt voldaan door oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke vrijheidsstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PJ 2011/134
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector strafrecht

parketnummer: 08/700006-11

datum vonnis: 5 juli 2011

Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

nu verblijvende in Huis van bewaring te Almere.

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 21 juni 2011. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. Y. Oosterhof en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw mr. D. Greven, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode 1 januari 2000 tot en met 16 februari 2011 meerdere personen heeft opgelicht en/althans meermalen geldbedragen heeft verduisterd;

feit 2: in de maand november 2010 een polis voor een koopsomverzekering valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst;

feit 3: in de maanden februari of maart 2008 een formulier “Beleggingsinformatie Aegon Koopsom” heeft vervalst.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2000 tot en met 16 februari 2011,

in de gemeente Rijssen-Holten en/of in de gemeente Tubbergen en/of in de

gemeente Almelo en/of in de gemeente Dinkelland en/of in de gemeente Enschede

en/of in de gemeente Twenterand en/of in de gemeente Hengelo (O) en/of in de

gemeente Lochem en/althans (elders) in Nederland,

meermalen, althans eenmaal (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een

valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) de hierna

te noemen perso(o)n(en) heeft bewogen tot de afgifte van de hierna te noemen

geldbedrag(en), in elk geval van enig geldbedrag, te weten

- [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] tot de afgifte van een geldbedrag van

Euro 27.312,83 (aangifte blz. 136 e.v.) en/of

- [benadeelde 3] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 118.823,38 (aangifte

blz. 207 e.v.) en/of

- [benadeelde 4] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 3.264,- (aangifte

blz. 272 e.v.) en/of

- [benadeelde 5] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 32.080,- (aangifte

blz. 277 e.v.) en/of

- [benadeelde 6] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 1.000,- (aangifte

blz. 303 e.v.) en/of

- [benadeelde 7] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 8.131,71

(aangifte blz. 309 e.v.) en/of

- [benadeelde 8] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 4.900,-

(aangifte blz. 324 e.v.) en/of

- [benadeelde 9] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 9.358,- (aangifte blz.

345 e.v.) en/of

- [benadeelde 10] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 8.000,- (aangifte

blz. 354 e.v.) en/of

- [benadeelde 11] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 4.300,- (aangifte

blz. 388 e.v.) en/of

- [benadeelde 12] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 3.438,02

(aangifte blz. 421 e.v.) en/of

- [benadeelde 13] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 10.000,- (aangifte

blz. 427 e.v.) en/of

- [benadeelde 14] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 400,- (aangifte

blz. 445 e.v.) en/of

- [benadeelde 15] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 9.247,89 (aangifte

blz. 453 e.v.) en/of

-[benadeelde 16] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 10.054,39 (aangifte

blz. 482 e.v.) en/of

-[benadeelde 17] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 3.366,86 (aangifte blz.

490 e.v.) en/of

- [benadeelde 18] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 35.000,- (aangifte blz.

498 e.v.),

immers heeft verdachte toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid in de hoedanigheid van pensioen- en/althans financieel

adviseur contact gezocht en/of gelegd en/of onderhouden met voornoemde

perso(o)n(en) en/of die perso(o)n(en) geadviseerd bepaalde (lopende)

(spaar)polis(sen) af te kopen en/of de (daaruit) vrijgekomen gelden en/althans

geldbedragen in een andere/nieuwe polis (van Aegon) te storten en/althans een

of meer (nieuwe) polis(sen) en/of verzekering(en) (bij Aegon) af te sluiten

en/of een of meer bankrekeningnummer(s) aan voornoemde perso(o)n(en)

doorgegeven en/of aangegeven dat hij/zij/men die gelden en/of premie(s) (al

dan niet via een spoedopdracht) moest(en) overmaken naar de door verdachte

opgegeven rekeningnummer(s) en/of een of meer zogenaamde rekenoverzichten

(Aegon Levensloop Koopsom) op naam van voornoemde perso(o)n(en)

opgesteld/gemaakt en/of aan die perso(o)n(en) verstrekt en/of een polis van

een Aegon koopsomverzekering (valselijk) opgemaakt en/of aan voornoemde

perso(o)n(en) verstrekt en/althans financiële stukken opgemaakt en/of aan

voornoemde perso(o)n(en) verstrekt en/of daarbij/aldus bij voornoemde

perso(o)n(en) de indruk gewekt en/althans die perso(o)n(en) het idee gegeven

dat de door verdachte opgegeven rekeningnummer(s) van Aegon was/waren en/of

gekoppeld was/waren aan een of meer (koopsom)polis(sen) en/of dat de door

voornoemde perso(o)n(en) betaalde gelden in/op een (nieuwe) polis/verzekering

van Aegon werd(en) gestort,

waardoor voornoemde perso(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

en/althans dat

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2000 tot en met 16 februari 2011,

in de gemeente Rijssen-Holten en/of in de gemeente Tubbergen en/of in de

gemeente Almelo en/of in de gemeente Dinkelland en/of in de gemeente Enschede

en/of in de gemeente Twenterand en/of in de gemeente Hengelo (O) en/of in de

gemeente Lochem en/althans (elders) in Nederland,

meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk de hierna te noemen

geldbedragen, in elk geval enig geldbedrag, dat/die (telkens) geheel of ten

dele toebehoorde(n) aan de hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, te weten

-een geldbedrag van Euro 27.312,83 toebehorende aan [benadeelde 1] en/of

[benadeelde 2] (aangifte blz. 136 e.v.) en/of

-een geldbedrag van Euro 118.823,38 toebehorende aan [benadeelde 3] (aangifte

blz. 207 e.v.) en/of

-een geldbedrag van Euro 3.264,- toebehorende aan [benadeelde 4] (aangifte

blz. 272 e.v.) en/of

-een geldbedrag van Euro 32.080,- toebehorende aan [benadeelde 5] (aangifte

blz. 277 e.v.) en/of

-een geldbedrag van Euro 1.000,- toebehorende aan [benadeelde 6] (aangifte

blz. 303 e.v.) en/of

-een geldbedrag van Euro 8.131,71 toebehorende aan [benadeelde 7] (aangifte

blz. 309 e.v.) en/of

-een geldbedrag van Euro 4.900,- toebehorende aan [benadeelde 8] (aangifte

blz. 324 e.v.) en/of

-een geldbedrag van Euro 9.358,- toebehorende aan [benadeelde 9] (aangifte blz.

345 e.v.) en/of

-een geldbedrag van Euro 8.000,- toebehorende aan [benadeelde 10] (aangifte

blz. 354 e.v.) en/of

-een geldbedrag van Euro 4.300,- toebehorende aan [benadeelde 11] (aangifte

blz. 388 e.v.) en/of

-een geldbedrag van Euro 3.438,02 toebehorende aan [benadeelde 12] (aangifte

blz. 421 e.v.) en/of

-een geldbedrag van Euro 10.000,- toebehorende aan [benadeelde 13] (aangifte

blz. 427 e.v.) en/of

-een geldbedrag van Euro 400,- toebehorende aan [benadeelde 14] (aangifte

blz. 445 e.v.) en/of

-een geldbedrag van Euro 9.247,89 toebehorende aan [benadeelde 15] (aangifte blz.

453 e.v.) en/of

-een geldbedrag van Euro 10.054,39 toebehorende aan [benadeelde 16] (aangifte

blz. 482 e.v.) en/of

-een geldbedrag van Euro 3.366,86 toebehorende aan [benadeelde 17] (aangifte blz.

490 e.v.) en/of

-een geldbedrag van Euro 35.000,- toebehorende aan [benadeelde 18] (aangifte blz. 498

e.v.),

en welk(e) geldbedrag(en) verdachte (telkens) uit hoofde van zijn

persoonlijke dienstbetrekking van/als pensioen- en/of financieel adviseur, in

elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft

toegeëigend;

2.

hij in de maand november 2010,

in de gemeente Rijssen-Holten en/of in de gemeente Tubbergen en/althans

(elders) in Nederland,

een polis voor een "Aegon Koopsomverzekering" - zijnde een geschrift dat

bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt

of vervalst, door zelf op (blanco) briefpapier van Aegon een polis op te

stellen (voor verzekeringnemer. [benadeelde 1]) en/of onderaan die polis een

(zelf bedachte) naam te vermelden (X), die door moest gaan

voor de naam van een persoon die namens Aegon bevoegd was deze polis te

tekenen en/of onder die polis een (zelf bedachte) handtekening te zetten,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of

door anderen te doen gebruiken en/of toen aldaar opzettelijk gebruik heeft

gemaakt van die vals(e) of vervalst(e) polis voor een Aegon Koopsomverzekering

- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -

als ware dat geschrift echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin

dat hij, verdachte, die (valse of vervalste) polis heeft overhandigd aan

[benadeelde 1] en/of [benadeelde 2];

3.

hij op of omstreeks 28 februari 2008, althans in de maand(en) februari en/of

maart 2008,

te Geesteren, gemeente Tubbergen en/althans (elders) in Nederland,

een formulier "Beleggingsinformatie Aegon Koopsom" - zijnde een geschrift dat

bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt

of vervalst, door zelf op (blanco) briefpapier van Aegon een formulier

"Beleggingsinformatie Aegon Koopsom" op te stellen (op naam van en/of bestemd

voor verzekeringnemer [benadeelde 9]) en/of in dat formulier aan te geven -

zakelijk weergegeven - dat voornoemde [benadeelde 9] in het jaar 2007 een bedrag van

Euro 9.358,- had betaald als premie voor een (koopsom)verzekering en/of dat

voornoemde [benadeelde 9] in 2007 een bedrag van Euro 673,77 had verdiend op deze

verzekering en/of dat het saldo van deze verzekering op 31 december 2007 een

bedrag van Euro 9.751,31 betrof en/of (vervolgens) dat formulier aan

voornoemde [benadeelde 9] te overhandigen,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of

door anderen te doen gebruiken en/of toen aldaar opzettelijk gebruik heeft

gemaakt van dat valse of vervalste formulier - zijnde een geschrift dat

bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift

echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte, dat

(valse of vervalste) formulier heeft overhandigd aan [benadeelde 9];

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens heeft de officier van justitie gevorderd de goederen die staan vermeld op de lijst inbeslaggenomen goederen verbeurd te verklaren.

4. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 3 is tenlastegelegd. De rechtbank is van oordeel dat, behoudens de verklaring van de verdachte ter terechtzitting, geen ander wettig bewijsmiddel in het strafdossier aanwezig is, zodat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het sub 1 en sub 2 tenlastegelegde heeft begaan. Zij acht bewezen dat:

1.

hij in de periode van 1 januari 2000 tot en met 16 februari 2011, in Nederland, meermalen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen telkens door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hierna te noemen personen heeft bewogen tot de afgifte van de hierna te noemen geldbedragen, te weten

- [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] tot de afgifte van een geldbedrag van

Euro 27.312,83 en/of

- [benadeelde 3] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 118.823,38 en/of

- [benadeelde 4] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 3.264,- en/of

- [benadeelde 5] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 32.080,- en/of

- [benadeelde 7] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 8.131,71 en/of

- [benadeelde 8] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 4.900,- en/of

- [benadeelde 9] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 9.358,- en/of

- [benadeelde 10] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 8.000,- en/of

- [benadeelde 11] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 4.300,- en/of

- [benadeelde 12] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 3.438,02 en/of

- [benadeelde 13] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 10.000,- en/of

- [benadeelde 14] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 400,- en/of

- [benadeelde 15] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 9.247,00 en/of

- [benadeelde 16] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 10.054,39 en/of

- [benadeelde 17] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 3.366,86 en/of

- [benadeelde 18] tot de afgifte van een geldbedrag van Euro 35.000,-,

immers heeft verdachte toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid in de hoedanigheid van pensioen- en financieel adviseur contact gezocht en/of gelegd en/of onderhouden met voornoemde personen en/of die personen geadviseerd bepaalde lopende

(spaar)polissen af te kopen en/of de daaruit vrijgekomen gelden in een andere/nieuwe polis van Aegon te storten en/of een nieuwe polis en/of verzekering bij Aegon af te sluiten en bankrekeningnummers aan voornoemde personen doorgegeven en/of aangegeven dat zij die gelden al dan niet via een spoedopdracht moesten overmaken naar de door verdachte opgegeven rekeningnummer(s) en/of zogenaamde rekenoverzichten (Aegon Levensloop Koopsom) opgesteld/gemaakt en aan die personen verstrekt en/of een polis van een Aegon koopsomverzekering valselijk opgemaakt en aan voornoemde persoon verstrekt en/of daarbij/aldus bij voornoemde personen de indruk gewekt dat de door verdachte opgegeven rekeningnummer(s) van Aegon waren en gekoppeld waren aan een koopsompolis en dat de door voornoemde personen betaalde gelden in/op een polis/verzekering van Aegon werden gestort, waardoor voornoemde personen werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en dat

hij in de periode van 28 februari 2006 tot en met 16 februari 2011, in de gemeente Tubbergen, opzettelijk een geldbedrag van Euro 1.000,- toebehorende aan.[benadeelde 6], welk geldbedrag verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk heeft toegeëigend;

2.

hij in de maand november 2010, in de gemeente Tubbergen, een polis voor een "Aegon Koopsomverzekering" - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, door zelf op blanco briefpapier van Aegon een polis op te stellen voor verzekeringnemer [benadeelde 1] en onderaan die polis een zelf bedachte naam te vermelden (X), die door moest gaan voor de naam van een persoon die namens Aegon bevoegd was deze polis te tekenen en onder die polis een zelf bedachte handtekening te zetten, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken en toen aldaar opzettelijk gebruik heeft gemaakt van die vervalste polis voor een Aegon Koopsomverzekering

- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte, die vervalste polis heeft overhandigd aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2].

In geval van hoger beroep zullen de gebruikte bewijsmiddelen worden opgenomen in een aanvulling bij dit vonnis. De in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens alleen gebruikt voor het bewijs van het feit waarop het in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank overweegt over het bedrag bij [benadeelde 3] het volgende.

Het verweer dat [benadeelde 3] niet voor een bedrag van € 118.823,38 maar voor een bedrag van € 115.788,38 is opgelicht, verwerpt de rechtbank. De op bladzijde 268 van het dossier vermelde post van 29 juni 2010 van € 3.035 correspondeert met de post voor datzelfde bedrag op 29 juni 2009 in het overzicht op bladzijde 178 van het dossier. De rechtbank leest deze kennelijke verschrijving in het jaartal verbeterd, waarmee de grond aan het verweer komt te ontvallen. Aan de raadsvrouw moet worden toegegeven dat bij [benadeelde 15] (naam) het overzicht op bladzijde 178 een totaalbedrag van € 9.247,00 in plaats van € 9.247,89 vermeldt.

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting aangevoerd dat er sprake is van een voortgezette handeling omdat de oplichtingshandelingen mede hebben bestaan in het vervalsen van rekeningoverzichten en polissen.

De rechtbank is van oordeel dat de feiten die voor de voortgezette handelingen in aanmerking komen, feiten moeten zijn die voortkomen uit één ongeoorloofd wilsbesluit. Van één wilsbesluit is nog geen sprake als meer feiten enkel met elkaar in verband staan zoals is betoogd door de raadsvrouwe (HR 4-12-1990 NJ 1991, 345). Naar het oordeel van de rechtbank is er daarom geen sprake van een voortgezette handeling.

Bij de bepaling van de hoogte van de straf zal de rechtbank wel rekening houden met het feit dat er sprake is van een meerdaadse samenloop zoals subsidiair door de raadsvrouwe is aangevoerd.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 en sub 2 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 225, 321 en 326 lid 1 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: oplichting, meermalen gepleegd en

het misdrijf: verduistering

feit 2

het misdrijf: valsheid in geschrift.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8. De op te leggen straf of maatregel

8.1 De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen.

De rechtbank overweegt daarbij het volgende.

- De aard en ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder ze zijn begaan

Verdachte heeft als pensioen/financieel adviseur vanaf januari 2000 mensen benaderd en hen adviezen gegeven over hun verzekeringen en pensioenen. Die adviezen luidden dat zij hun lopende polissen het voordeligst konden afkopen om de vrijgekomen bedragen in een andere verzekering te storen, een nieuwe verzekering of een koopsompolis af te sluiten. Verdachte liet de vrijgekomen bedragen echter storten op zijn eigen Aegonrekening waarna hij deze overboekte naar zijn privérekeningen bij de Rabo- en ING-bank en het geld voor zijn eigen doeleinden gebruikte. In geen enkel geval heeft hij de in het vooruitzicht gestelde verzekeringen of koopsompolissen afgesloten.

Om dat te verdoezelen verstrekte hij zijn klanten in aantal gevallen rekenoverzichten (van niet bestaande verzekeringen) met het verwachte rendement om de betrouwbaarheid van het product te onderstrepen. Ook heeft verdachte een polis voor een koopsomverzekering vervalst en die vervalste polis gebruikt om te suggereren dat de polis met het betaalde geld was afgesloten.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zijn klanten heeft voorgelogen omdat hij door hoge privé lasten dringend om geld verlegen zat. In totaal heeft verdachte anderen voor ongeveer € 270.000 benadeeld. Door deze ernstige feiten heeft verdachte gedurende ruim tien jaren anderen benadeeld om zichzelf in een betere financiële positie te brengen. Daardoor zijn de slachtoffers hun spaargelden en pensioenaanspraken kwijtgeraakt. Naast deze financiële schade is ook het vertrouwen van de slachtoffers in financiële adviezen beschadigd, zoals uit de toelichtingen op enkele van de vorderingen van de benadeelde blijkt. Dat vertrouwen genoot verdachte bovendien vaak omdat men hem kende, uit het dorp, van vroeger, uit het gemeenschapsleven.

Verdachte heeft ter zitting de indruk gewekt dat hij inziet dat zijn handelen verkeerd, strafbaar en afkeurenswaardig is.

De persoon van verdachte

Verdachte is in november 2011 veroordeeld voor het plegen van valsheid in geschrift. In die tijd was hij, zoals nu is komen vast te staan, al bezig met het plegen van nieuwe strafbare feiten. De ontdekking daarvan heeft zeer ingrijpende gevolgen voor verdachte en zijn familie gehad. Verdachtes maatschappelijke positie is sterk aangetast en op zijn huidige en toekomstige vermogen zal de enorme schuld worden verhaald.

De rechtbank vindt het van belang voor de slachtoffers dat verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet ondergaan. Maar ook dat hij zo snel mogelijk weer inkomen gaat verwerven om daarvan zijn schulden af te lossen. Bovendien dient de straf ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten. Aan al deze strafdoelen wordt voldaan door oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke vrijheidsstraf. Het onvoorwaardelijk deel daarvan is lager dan de officier van justitie heeft gevorderd om te bereiken dat verdachte zo snel mogelijk met terugbetaling begint.

Verdachte zal zich moeten realiseren dat hij in een proeftijd loopt en dat bij hernieuwde overtredingen de voorwaardelijke opgelegde gevangenisstraf ten uitvoer wordt gelegd.

8.2 De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank overweegt verder dat de onder verdachte inbeslaggenomen goederen aan hem moeten worden teruggegeven, aangezien niet kan worden vastgesteld dat deze voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring volgens de eisen die art. 33a Sr daarvoor stelt.

9. De schade van benadeelden

9.1 De vordering van de benadeelde partijen

[Benadeelde 3], wonende te [plaats] aan de [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 130.000,= vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 118.823,38 vermeerderd met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

De gestelde schade voor wat betreft een bedrag van € 11.176,62 is door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om zijn stelling nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van het strafgeding, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schadepost niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering voor dat gedeelte slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

[Benadeelde 4], wonende te [plaats] aan [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 3.264,=, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 3.264,=, vermeerderd met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[Benadeelde 5], wonende te [plaats] aan de [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 32.080,=, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 32.080,=, vermeerderd met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[Benadeelde 7], wonende te [plaats] aan de [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 8.131,71, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 8.131,71, vermeerderd met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[Benadeelde 8], wonende te [plaats] aan de [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 4.900,=, vermeerderd met de misgelopen 4% rente , zijnde een bedrag van € 832,=.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 4.900,=, vermeerderd met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd, en de vordering voor wat betreft de 4% rente voor een bedrag van € 832,= niet-ontvankelijk verklaren.

[Benadeelde 9], wonende te [plaats] aan de [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 9.358,=, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 9.358,= toewijzen, vermeerderd met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[Benadeelde 10], wonende te [plaats] aan de [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 8.000,=, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 8.000,=, vermeerderd met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[Benadeelde 11], wonende te [plaats] aan de [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 4.300,=. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 4.300,=. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[Benadeelde 12], wonende te [plaats] aan de [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 3.663,02. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

- € 3438,02 gestorte bedragen

- € 225,-- immateriële schadevergoeding.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 3.438,02 en voor een bedrag van € 225,= niet ontvankelijk verklaren. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde dit laatste bedrag niet in voldoende mate heeft onderbouwd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[Benadeelde 13], wonende te [plaats], aan de [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 10.000 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 10.000, vermeerderd met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[Benadeelde 14], wonende te [plaats] aan de [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 400,=, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 400,=, vermeerderd met de de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[Benadeelde 15], wonende te [plaats] aan de [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 9.247,89, ter zitting vermeerderd met de wettelijke rente.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer tot een bedrag van € 9.247,00, vermeerderd met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 9247,= en voor een bedrag van € 0,89 afwijzen. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[Benadeelde 16], wonende te [plaats] aan de [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 10.054,39, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond.. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 10.054,39, vermeerderd met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[Benadeelde 17], wonende te [plaats] aan de [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 3.366,86. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is niet komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 3.366,86. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[Benadeelde 18], wonende te [plaats] aan de [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 35.000,=, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 35.000,=, vermeerderd met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.2 De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de hierboven genoemde slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 1 is toegebracht.

De rechtbank verwerpt het verweer dat oplegging van de schadevergoedingsmaatregel achterwege moet blijven omdat verdachte niet in staat zal zijn om binnen de door het Centraal Justitieel Incassobureau gehanteerde termijn van drie jaren volledig betaald te hebben.

Het is onvoldoende aannemelijk geworden dat verdachte niet in staat zal zijn zodanige voorzieningen voor de aflossing van zijn schuldenlast te treffen, al dan niet in overleg met de slachtoffers, dat tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis onontkoombaar is. De rechtbank zal daarom die maatregel opleggen. De op grond van artikel 60a Sr in verbinding met art. 24c, derde lid, Sv maximale vervangende hechtenis van 365 dagen is naar rato van de schadebedragen over de verschillende maatregelen verdeeld.

10. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36f en 57 Sr.

11. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het sub 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen, dat verdachte het sub 1 en sub 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 1 en sub 2 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder sub 1 en sub 2 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast;

- omdat de veroordeelde verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 3] van een bedrag van € 118.823,38 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 118.823,38 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 166 dagen zal worden toegepast;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is in haar vordering en deze voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij. [benadeelde 4] van een bedrag van € 3.264,= vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.264,= ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 5 dagen zal worden toegepast;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 5] van een bedrag van € 32.080,= vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 32.080,= ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 45 dagen zal worden toegepast;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 7] van een bedrag van € 8.131,71 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 8.131,71 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 11 dagen zal worden toegepast;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 8] van een bedrag van € 4.900,= vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is in haar vordering en deze voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 4.900,= ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 7) dagen zal worden toegepast;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 9] van een bedrag van € 9.358,= vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 9.358,= ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 13 dagen zal worden toegepast;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 10] van een bedrag van € 8.000,= vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 8.000,= ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 11 dagen zal worden toegepast;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 11] van een bedrag van € 4.300,= vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 4.300,= ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 6 dagen zal worden toegepast;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 12] van een bedrag van € 3.438,02,= vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is in haar vordering en deze voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.438,02 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 5 dagen zal worden toegepast;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 13] van een bedrag van € 10.000,= vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 10.000,= ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 14 dagen zal worden toegepast;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 14] van een bedrag van € 400,= vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 400,= ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 1 dag zal worden toegepast;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 15] van een bedrag van € 9.247,=;

- bepaalt dat de vordering voor het overige deel van € 0,89 wordt afgewezen;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 9.247,= ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 13 dagen zal worden toegepast;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 16] van een bedrag van € 10.054,39 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 10.054,39 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 14 dagen zal worden toegepast;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 17] van een bedrag van € 3.366,86;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.366,86 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 5 dagen zal worden toegepast;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 18] van een bedrag van € 35.000,= vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 35.000,= ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 49 dagen zal worden toegepast;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

inbeslaggenomen voorwerpen

- bepaalt dat de inbeslaggenomen voorwerpen zullen worden terug gegeven aan verdachte;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van de dag dat het voorarrest gelijk wordt aan de opgelegde onvoorwaardelijke straf.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.G. Ellenbroek, voorzitter, mr. G.J. Stoové en mr. K.J.C. Geeve, rechters, in tegenwoordigheid van H.J. Veldhuis, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2011.