Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BQ8609

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
15-06-2011
Datum publicatie
21-06-2011
Zaaknummer
120585 / KG ZA 11-108
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ontruiming woning ivm geluidsoverlast/brandstichting (voorziening vooralsnog geweigerd ivm geen recente geluidsoverlast en niet aannemelijk maken dat sprake is van brandstichting).

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 213
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Burgerlijk Wetboek Boek 6 265
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JHV 2011/155 met annotatie van Cor Goudriaan/Brigitte Vanatova
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 120585 / KG ZA 11-108

datum vonnis: 15 juni 2011 (gc)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de stichting

Woningstichting De Woonplaats,

gevestigd te Enschede,

eiseres,

verder te noemen De Woonplaats,

advocaat: mr. R.J. Leijssen te Enschede,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde].

Het procesverloop

De Woonplaats heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 8 juni 2011. Ter zitting zijn verschenen: mevrouw [G] en de heer [Z], namens De Woonplaats, vergezeld door mr. Leijssen. Verder is [gedaagde] verschenen. De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. In deze zaak staat het navolgende vast. Bij huurovereenkomst van 30 juni 2009 is aan [gedaagde] verhuurd de woning aan de [adres] te [woonplaats]. Op de huurovereenkomst zijn de huurvoorwaarden van toepassing alsmede een bijlage huurovereenkomst, waarin staat vermeld dat overlast voor omwonenden moet worden voorkomen.

2. De Woonplaats vordert – kort gezegd – ontruiming van de woning, zonodig met behulp van de sterke arm en om [gedaagde] te veroordelen in de kosten van de procedure.

3. De Woonplaats stelt daartoe het volgende. [Gedaagde] huurt de woning aan De [adres] sinds 30 juni 2009. Deze woning heeft zij gekregen als zogenaamde laatste kanswoning. Daarvoor huurde [gedaagde], ook van De Woonplaats, een woning in Winterswijk, welke woning zij vanwege geluidsoverlast na een ontruimingsvonnis moest verlaten. Thans is gebleken dat [gedaagde] wederom herhaaldelijk diverse vormen van geluidsoverlast heeft veroorzaakt en zij gedraagt zich dan ook niet als een goed huurder. [Gedaagde] is herhaaldelijk door De Woonplaats gewaarschuwd. Diverse omwonenden hebben bij De Woonplaats geklaagd over de door [gedaagde] veroorzaakte geluidsoverlast. Bovendien heeft [gedaagde] brand gesticht in de woning en dat levert gevaar op voor de omwonenden. Dat brand is gesticht blijkt uit het proces-verbaal van constateringen opgemaakt door de politie. De betreffende rapporteurs hadden een brandlucht geroken en zij hebben geconstateerd dat in de woning enkele bijbels in brand waren gestoken. Er zijn foto’s gemaakt van het interieur van de woning.

De Woonplaats is verplicht de (andere) huurders het rustig huurgenot te verschaffen en in de huurovereenkomst is een apart overlastbeding opgenomen. [gedaagde] veroorzaakt geluidsoverlast en bovendien is de kans op herhaling voor wat betreft de brandstichting aanzienlijk. De Woonplaats kan haar huurders niet aan een dergelijk (brand)gevaar blootstellen. Gelet op de herhaalde overlast, blijkende uit de in het geding gebrachte overlastmeldingen, pleegt [gedaagde] ernstige wanprestatie in de nakoming van de huurovereenkomst en die wanprestatie geeft grond voor het beëindigen van de huurovereenkomst. Daar komt bij dat de binnenzijde van de woning niet goed door [gedaagde] wordt onderhouden en dat trekt ongedierte aan. Gelet op de aard en de ernst van de overlast kan een bodemprocedure niet worden afgewacht en dient de ontruiming op korte termijn te worden gerealiseerd.

4. [Gedaagde] heeft verweer gevoerd. De door De Woonplaats gestelde geluidsoverlast is gedeeltelijk door haar erkend en werd veroorzaakt door haar emotionele gesteldheid. Die gesteldheid heeft [gedaagde] inmiddels onder controle. Bovendien heeft zij alle geluidsapparatuur en haar televisie het huis uit gedaan. Dat door [gedaagde] bijbels in brand zouden zijn gestoken wordt door haar ten stelligste ontkend. Die bijbels zijn voor haar te waardevol om in brand te steken. Wel erkent zij dat zij op het balkon een klein briefje van haar ex-partner in brand heeft gestoken, maar dat was niet in de woning. [Gedaagde] verklaart dat zij is opgenomen in De Helmerzijde en dat zij onder andere in de weekenden in haar huis verblijft. Zij verblijft thans regelmatig in haar huis en dat gaat goed, zij veroorzaakt geen overlast. Zij is zelfs recent bij één van de omwonenden op bezoek geweest om koffie te drinken.

5. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. [Gedaagde] erkent geluidsoverlast te hebben veroorzaakt. Die overlast heeft echter enige tijd geleden plaatsgevonden. Dat thans nog sprake is van het veroorzaken van geluidsoverlast heeft De Woonplaats niet voldoende aannemelijk kunnen maken. Er zijn weliswaar verklaringen van omwonenden in het geding gebracht, maar uit die verklaringen blijkt onder andere dat sinds enige tijd geen sprake meer is van geluidsoverlast. In die verklaringen wordt wel gerept over het stichten van brand door [gedaagde], maar dat wordt door [gedaagde] ten stelligste ontkend. Ter onderbouwing van de stelling dat [gedaagde] brand in de woning heeft gesticht heeft De Woonplaats een proces-verbaal van constateringen in het geding gebracht waarin wordt gesproken over brandstichting, maar uit de daarbij gevoegde foto’s en uit de ter zitting getoonde in kleur geprinte versies kan de voorzieningenrechter niet opmaken dat brand is gesticht. Het stichten van brand in de woning levert weliswaar een ernstige wanprestatie op, welke wanprestatie grond geeft de huurovereenkomst te ontbinden, maar die brandstichting is onvoldoende aannemelijk gemaakt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de situatie thans niet zo acuut dan wel dreigend dat de ontruiming bij wijze van voorlopige voorziening moet worden bevolen.

Voor een dergelijke voorziening is slechts plaats indien vast staat dat er sprake is geweest van zodanige overlast, dat kan worden aangenomen dat in een bodemzaak de huurovereenkomst zal worden ontbonden. In het kader van dit kort geding is dat laatste onvoldoende gebleken. Uit de overgelegde verklaringen van de buren en uit wat [gedaagde] ter zitting naar voren heeft gebracht, volgt dat de (geluids)overlast tot het verleden behoort. [Gedaagde] heeft verklaard dat zij in de toekomst geen overlast meer zal veroorzaken.

Omdat er echter in het verleden ook al eens sprake van is geweest dat de overlast verminderde, waarna deze toch weer terugkwam, is de voorzieningenrechter er niet volledig van overtuigd dat toekomstige (geluids)overlast achterwege zal blijven. Om te voorkomen dat De Woonplaats, als [gedaagde] weer overlast mocht veroorzaken, opnieuw van voren af aan moet beginnen, zal de voorzieningenrechter de onderhavige procedure aanhouden tot maandag 3 oktober 2011 te 14:00 uur. Indien [gedaagde] na 8 juni 2011 (de dag van de mondelinge behandeling van dit kort geding) wederom aantoonbare overlast (mocht hebben) veroorzaakt, kan De Woonplaats de voorzieningenrechter verzoeken deze procedure bij vervroeging te behandelen. [Gedaagde] kan dit tussenvonnis beschouwen als een laatste kans.

4. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. houdt iedere verdere beslissing aan en bepaalt dat de onderhavige procedure zal worden voortgezet op maandag 3 oktober 2011 te 14.00 uur.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. A.E. Zweers, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 juni 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.