Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BQ8592

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
16-06-2011
Datum publicatie
21-06-2011
Zaaknummer
392573 / FA RK 11-3108
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kinderontvoeringszaak - partijen hebben door middel van mediation overeenstemming bereikt - verzoek tot teruggeleiding is ingetrokken - vaststellingsovereenkomst wordt opgenomen in de beschikking

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Nevenzittingsplaats 's-Gravenhage

Sector familie- en jeugdrecht

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 11-3108

Zaaknummer: 392573

Datum beschikking: 16 juni 2011

Internationale kinderontvoering

Beschikking op het op 13 april 2011 ingekomen verzoek van:

de directie Control, Bedrijfsvoering en Juridische Zaken van het directoraat-generaal Preventie, Jeugd en Sancties, afdeling Juridische en Internationale Zaken, van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, belast met de taak van Centrale Autoriteit als bedoeld in artikel 4 van de Wet van 2 mei 1990 (Stb. 202) tot uitvoering van het Haagse Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen van 25 oktober 1980 (Trb. 1987, 139), gevestigd te 's-Gravenhage,

verder te noemen: de Centrale Autoriteit, optredend voor zichzelf en namens:

[de vader],

de vader,

wonende te [woonplaats A], Denemarken.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende te [woonplaats B],

advocaat: mr. R.A. Remport Urban te Bergen op Zoom.

Procedure

Van de zijde van de vader is op 21 januari 2011 bij de Centrale Autoriteit een verzoek ingediend tot teruggeleiding van de minderjarigen:

- [de minderjarige A], geboren op [geboortedatum minderjarige A] 1999 te [geboorteplaats minderjarige A], Denemarken,

- [de minderjarige B], geboren op [geboortedatum minderjarige B] 2001 te [geboorteplaats minderjarige B], Denemarken,

- [de minderjarige C], geboren op [geboortedatum minderjarige C] 2003 te [geboorteplaats minderjarige C],

naar Denemarken. Op 13 april 2011 heeft de Centrale Autoriteit onderhavig verzoekschrift bij de rechtbank Almelo ingediend.

Bij beschikking d.d. 20 april 2011 heeft de rechtbank Almelo zich bevoegd geacht van de zaak kennis te nemen en op grond van artikel 8 van het Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen en het Aanwijzingsbesluit 's-Gravenhage als nevenzittingsplaats internationale kinderontvoeringen d.d. 4 februari 2009 van de Raad voor de Rechtspraak bepaald dat de behandeling van de zaak plaatsvindt in de nevenzittingsplaats 's-Gravenhage.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift.

Op 12 mei 2011 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de Centrale Autoriteit in de persoon van de heer J.A. Krab, de vader, alsmede de moeder, bijgestaan door haar advocaat. Het betrof hier een regiezitting in het kader van crossborder mediation in internationale kinderontvoeringszaken met als behandelend rechter, tevens kinderrechter, mr. drs. H.A.G. Nijman.

Na genoemde regiezitting hebben de vader en de moeder getracht door middel van mediation tot een minnelijke schikking te komen.

Na de terechtzitting heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen:

- de brief d.d. 7 juni 2011 van de Centrale Autoriteit, met als bijlagen een gewijzigd verzoekschrift en een door beide partijen ondertekende vaststellingsovereenkomst;

- het faxbericht d.d. 9 juni 2011 van de zijde van de moeder.

Feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting wordt van het volgende uitgegaan.

De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd op [huwelijksdatum] 1996 te [huwelijksplaats]. Tijdens dit huwelijk zijn genoemde thans nog minderjarige kinderen geboren:

- [de minderjarige A], geboren op [geboortedatum minderjarige A] 1999 te [geboorteplaats minderjarige A], Denemarken,

- [de minderjarige B], geboren op [geboortedatum minderjarige B] 2001 te [geboorteplaats minderjarige B], Denemarken,

- [de minderjarige C], geboren op [geboortedatum minderjarige C] 2003 te [geboorteplaats minderjarige C].

Op [datum uitspraak echtscheiding] 2004 is door de rechtbank 's-Hertogenbosch tussen de vader en de moeder de echtscheiding uitgesproken.

De vader en de moeder zijn gezamenlijk met het gezag over de minderjarigen belast.

Op [datum vertrek Denemarken] 2010 is de moeder met de minderjarigen vanuit Denemarken naar Nederland vertrokken, alwaar zij thans nog verblijven.

De vader, de moeder en de minderjarigen hebben de Nederlandse nationaliteit.

De na genoemde regiezitting plaatsgevonden mediation heeft geresulteerd in algehele overeenstemming. De vader en de moeder hebben op 14 mei 2011 een vaststellingsovereenkomst ondertekend waarin zij onder meer zijn overeengekomen dat de minderjarigen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben en dat de moeder, met inachtneming van de in de vaststellingsovereenkomst opgenomen voorwaarden, met de minderjarigen naar de Verenigde Staten mag verhuizen. Voorts zijn partijen een contactregeling tussen de minderjarigen en de vader overeengekomen.

Verzoek en verweer

De Centrale Autoriteit heeft bij genoemd gewijzigd verzoekschrift het verzoek tot teruggeleiding van genoemde minderjarigen naar Denemarken ingetrokken.

De Centrale Autoriteit verzoekt thans om de tussen partijen tot stand gekomen vaststellingsovereenkomst te bekrachtigen door de afspraken voor zover mogelijk op te nemen in de beschikking, althans (subsidiair) de afspraken te vermelden in de aan de beslissing ten grondslag liggende overwegingen, althans (meer subsidiair) in ieder geval de vaststellingsovereenkomst aan te hechten.

Blijkens het faxbericht van 9 juni 2011 stemt de moeder in met het gewijzigde verzoek van de Centrale Autoriteit.

Beoordeling

Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan.

De vader en de moeder zijn het er blijkens de vaststellingsovereenkomst d.d. 14 mei 2011 over eens dat de minderjarigen hun gewone verblijfplaats bij de moeder hebben.

Nu het thans voorliggende verzoek tot bekrachtiging van de vaststellingsovereenkomst op 7 juni 2011 is ingekomen - derhalve nadat de minderjarigen hun hoofdverblijfplaats in Nederland hebben verkregen - is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek zoals hierboven weergegeven.

De rechtbank acht het verzoek toewijsbaar als na te melden.

Beslissing

De rechtbank:

neemt op de door de vader en de moeder getroffen onderlinge regeling ter zake de ouderlijke verantwoordelijkheid aangaande de minderjarigen:

- [de minderjarige A], geboren op [geboortedatum minderjarige A] 1999 te [geboorteplaats minderjarige A], Denemarken,

- [de minderjarige B], geboren op [geboortedatum minderjarige B] 2001 te [geboorteplaats minderjarige B], Denemarken,

- [de minderjarige C], geboren op [geboortedatum minderjarige C] 2003 te [geboorteplaats minderjarige C],

zoals neergelegd in de (in fotokopie) aan deze beschikking gehechte vaststellingsovereenkomst, en verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. drs. H.A.G. Nijman, tevens kinderrechter, bijgestaan door P. Lahman als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juni 2011.