Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BQ8551

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
17-06-2011
Datum publicatie
20-06-2011
Zaaknummer
119643 / KG ZA 11-74
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Verzoek opheffing conservatoire beslagen. Beroep op pauliana. Summierlijk gebleken van ondeugdelijkheid. Toekomstige vorderingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 119643 / KG ZA 11-74

datum vonnis: 17 juni 2011 (ps)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Hendrick Staete Vastgoed B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

eiseres,

verder te noemen Hendrick Staete,

advocaat: mr. H. Stroeve te ‘s-Gravenhage,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

1. Vastgoed Solide Maatschappij Beleggingen B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

verder te noemen: VSM Beleggingen,

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

2. Bewaarder Vastgoed Solide Maatschappij B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

verder te noemen: Bewaarder VSM,

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

3. Vastgoed Solide Maatschappij B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

verder te noemen: VSM,

de stichting

4. Stichting Belangen Obligatiehouders VSM,

gevestigd te Elst,

verder te noemen: de stichting,

gedaagden,

verder samen te noemen: VSM Beleggingen c.s.,

advocaat: mr. J.A.M.P. Keijser te Nijmegen.

Het procesverloop

Hendrick Staete heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 20 april 2011. Ter zitting zijn verschenen:

- namens Hendrick Staete: mr. Stroeve en de heer [M];

- namens gedaagden: mr. Keijser en mr. Van der Velden;

- namens VSM Beleggingen, Bewaarder VSM en VSM: de heer [D];

- namens de stichting: de heer [B].

De standpunten zijn toegelicht.

Bij faxbericht van 31 mei 2011 heeft Hendrick Staete bericht dat partijen niet geslaagd zijn overeenstemming te bereiken. Hendrick Staete heeft verzocht vonnis te wijzen.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

Feiten

1.1 In deze zaak staat het navolgende vast.

1.2 Op 14 februari 2008 heeft VSM Beleggingen verschillende percelen grond te Ooltgensplaat gekocht van Vof Ontwikkelcombinatie Ooltgensplaat voor € 2.400.000,- exclusief BTW.

1.3 Op 7 oktober 2009 hebben VSM Beleggingen en Bewaarder VSM dezelfde percelen grond verkocht en geleverd aan Hendrick Staete voor € 2.000.000,- exclusief BTW. Tevens is op die datum een geldleningsovereenkomst gesloten tussen Hendrick Staete enerzijds en VSM Beleggingen en Bewaarder VSM anderzijds.

1.4 Tussen VSM Beleggingen en Bewaarder VSM enerzijds en Hendrick Staete anderzijds is tevens een akte van cessie tot stand gekomen.

1.5 Op 30 juni 2009 respectievelijk 12 juni 2007 zijn tussen Hendrick Staete en VSM Beleggingen en Bewaarder VSM geldleningsovereenkomsten tot stand gekomen, welke samenhangen met de verkoop aan Hendrick Staete van onroerende zaken aan de Veldsteen 42 en 44 te Breda.

1.6 VSM Beleggingen en Bewaarder VSM hebben op 24 maart 2011 krachtens verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank Almelo van 23 maart 2011 voor een bedrag van

€ 2.700.000,-- conservatoir derdenbeslag gelegd onder een drietal schuldenaren van Hendrick Staete: CM Investments B.V., DoubleNN Real Estate B.V. en Dagga Invest B.V.

1.7 VSM heeft op 30 maart 2011 krachtens verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda van 29 maart 2011 conservatoir beslag tot afgifte gelegd op een aantal percelen grond, voorheen kadastraal bekend Gemeente Ooltgensplaat sectie E nr. 326 en 331, thans bekend Gemeente Ooltgensplaat sectie E 580 A1 tot en met A85, alsmede op de onroerende zaak aan de Veldsteen 44 te Breda, kadastraal bekend gemeente Breda, sectie H nummer 10717.

De vordering van Hendrick Staete en de - zakelijk weergegeven- toelichting daarop:

2.1 Hendrick Staete vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

- de door VSM Beleggingen en Bewaarder VSM onder de crediteuren van Hendrick Staete reeds gelegde conservatoire derdenbeslagen met onmiddellijke ingang op te heffen;

- de door VSM reeds gelegde beslagen op de onroerende zaken van Hendrick Staete met onmiddellijke ingang op te heffen;

- eventuele overige op dezelfde grondslag of een uitwerking daarvan nog door één of meer gedaagden te leggen beslagen die ten tijde van de opstelling van deze dagvaarding nog niet bekend waren, met onmiddellijke ingang op te heffen;

- VSM Beleggingen c.s. te verbieden om in de toekomst op dezelfde grondslag of een uitwerking daarvan beslag onder of ten laste van Hendrick Staete te leggen, onder verbeurte van een door de overtreder(s) te betalen dwangsom van € 10.000,-- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat één of meer gedaagden in strijd met het gevorderde verbod een beslag onder of ten laste van Hendrick Staete leggen/houden;

- in goede justitie een eventuele andere dan hierboven gevorderde voorziening te treffen die recht doet aan de feiten en omstandigheden;

- hoofdelijke veroordeling van VSM Beleggingen c.s. in de kosten van deze procedure.

2.2 Hendrick Staete stelt zich op het standpunt dat er evident sprake is van ondeugdelijkheid van het door VSM Beleggingen, Bewaarder VSM en VSM ingeroepen recht, op grond waarvan krachtens artikel 705 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.) tot opheffing van de gelegde beslagen dient te worden overgegaan.

2.3 Daartoe heeft Hendrick Staete aangevoerd dat VSM Beleggingen, Bewaarder VSM en VSM geen beroep toekomt op pauliana, nu zij geen schuldeisers zijn, er geen sprake is van benadeling en Hendrick Staete niet wist of behoorde te weten dat van de verrichte rechtshandeling benadeling van een of meer schuldeisers het gevolg zou zijn. Evenmin kunnen VSM Beleggingen, Bewaarder VSM en VSM een beroep op onrechtmatige daad doen.

Het -zakelijk en voor zover relevant weergegeven- verweer van gedaagden:

3.1 VSM Beleggingen c.s. heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van Hendrick Staete.

3.2 Daartoe heeft VSM Beleggingen c.s. zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake van is dat summierlijk is gebleken van ondeugdelijkheid van het door hen ingeroepen recht. Hendrick Staete heeft paulianeus gehandeld, aldus VSM Beleggingen c.s. VSM en de stichting zijn schuldeiser, nu zij een vordering op VSM Beleggingen hebben. Dat er sprake is van benadeling van de schuldeisers is duidelijk, nu de transacties zo evident ongunstig en riskant zijn voor de verkopende partij en zo onverdeeld profijtelijk voor Hendrick Staete.

Hendrick Staete wist en behoorde te weten dat de transacties benadeling van de schuldeisers van VSM Beleggingen inhielden.

Bovendien heeft Hendrick Staete misbruik gemaakt van het feit dat het voormalige bestuur van VSM Beleggingen frauduleus dan wel ernstig verwijtbaar, derhalve onrechtmatig, heeft gehandeld.

Tenslotte hebben VSM Beleggingen en Bewaarder VSM zich op het standpunt gesteld dat zij belang hebben bij het conservatoir beslag aangezien VSM tegenover hen de nietigheid van de cessieovereenkomst met betrekking tot de rentevordering jegens de schuldenaren heeft ingeroepen en indien de vernietiging in rechte stand houdt, VSM Beleggingen en Bewaarder VSM rechthebbenden zijn gebleven met betrekking tot de rentevorderingen.

Overwegingen van de voorzieningenrechter:

4.1 Partijen hebben ervoor gekozen om de zaak aan de voorzieningenrechter te Almelo voor te leggen. Deze heeft zich bevoegd verklaard om kennis te nemen van deze procedure.

4.2 Krachtens artikel 705 Rv. kan de voorzieningenrechter in kort geding het beslag op vordering van elke belanghebbende opheffen, onverminderd de bevoegdheid van de gewone rechter. De opheffing wordt onder meer uitgesproken bij verzuim van op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag blijkt, of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid wordt gesteld

4.3 Hendrick Staete heeft gesteld dat VSM Beleggingen en Bewaarder VSM geen schuldeisers zijn, alsmede dat VSM als bestuurder van VSM Beleggingen de betreffende transactie heeft goedgekeurd. VSM Beleggingen c.s. heeft zulks erkend.

4.4 De beslagleggingen door VSM Beleggingen, Bewaarder VSM en VSM zijn gegrond op pauliana, alsmede onrechtmatige daad.

4.5 Krachtens artikel 3:45 Burgerlijk Wetboek (BW) is, indien een schuldenaar bij het verrichten van een onverplichte rechtshandeling wist of behoorde te weten dat daarvan benadeling van een of meer schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden het gevolg zou zijn, de rechtshandeling vernietigbaar en kan de vernietigingsgrond worden ingeroepen door iedere door de rechtshandeling in zijn verhaalsmogelijkheden benadeelde schuldeiser, onverschillig of zijn vordering vóór of na de handeling is ontstaan.

4.6 Uit de tekst van artikel 3:45 BW blijkt reeds dat uitsluitend aan schuldeisers de bevoegdheid toekomt om een beroep op pauliana te doen. Er dient sprake te zijn van een persoonlijke verbintenis tussen de schuldenaar en degene die zich op pauliana beroept (zie HR 8 juli 1918, NJ 1918, 793, W 10302). Voorshands is de voorzieningenrechter van oordeel dat niet is gebleken dat VSM een dergelijke persoonlijke verbintenis heeft met Hendrick Staete. VSM Beleggingen en Bewaarder VSM zijn partij bij de betreffende overeenkomsten en geen schuldeiser in de zin van artikel 3:45 BW. Reeds daarom is de voorzieningenrechter voorlopig van oordeel dat VSM Beleggingen, Bewaarder VSM en VSM geen beroep op pauliana toekomt.

4.7 Voorshands is de voorzieningenrechter van oordeel dat onvoldoende duidelijk is waaruit de onrechtmatige daad aan de zijde van Hendrick Staete heeft bestaan. Evenmin is gebleken dat aan alle andere vereisten van artikel 6:162 BW is voldaan.

4.8 De voorzieningenrechter is op grond van het voorgaande van oordeel dat summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door VSM Beleggingen, Bewaarder VSM en VSM ingeroepen recht is gebleken. De voorzieningenrechter zal de door VSM Beleggingen, Bewaarder VSM en VSM gelegde conservatoire beslagen opheffen. Een afweging van de belangen van partijen leidt niet tot een ander oordeel.

4.9 Niet gebleken is van beslagen die op dezelfde grondslag of een uitwerking daarvan zijn gelegd en ten tijde van de opstelling van de dagvaarding nog niet bekend waren. De voorzieningenrechter zal de vordering van Hendrick Staete om dergelijke beslagen op te heffen dan ook afwijzen, nu deze vordering te onbepaald is.

4.10 Hendrick Staete heeft gevorderd VSM Beleggingen c.s. te verbieden om in de toekomst op dezelfde grondslag of een uitwerking daarvan beslag onder of ten laste van Hendrick Staete te leggen, onder verbeurte van een dwangsom. Op voorhand kan niet worden vastgesteld dat elk toekomstig beslag dat op dezelfde grondslag of een uitwerking daarvan is gebaseerd onrechtmatig zal zijn jegens Hendrick Staete. Bovendien kan niet worden uitgesloten dat in de toekomst nieuwe feiten en omstandigheden zullen blijken. De voorzieningenrechter zal dit gedeelte van de vordering van Hendrick Staete dan ook afwijzen.

4.11 Het verweer van de stichting in deze procedure behoeft geen verdere bespreking, nu zij geen beslag heeft gelegd waarvan in deze procedure opheffing is gevorderd.

4.12 De voorzieningenrechter zal VSM Beleggingen, Bewaarder VSM en VSM veroordelen in de kosten van deze procedure.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. heft op de door VSM Beleggingen en Bewaarder VSM onder de crediteuren van Hendrick Staete gelegde conservatoire derdenbeslagen op basis van het verlof dat hen daartoe door de voorzieningenrechter is verleend op 23 maart 2011;

II. heft op het door VSM gelegde beslag op de onroerende zaken van Hendrick Staete op basis van het verlof dat haar daartoe door de voorzieningenrechter is verleend op 29 maart 2011;

III. veroordeelt VSM Beleggingen, Bewaarder VSM en VSM in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Hendrick Staete begroot op € 644,31 aan verschotten en € 816,- aan salaris van de advocaat;

IV. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

V. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. G.J. Stoové, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 juni 2011, in tegenwoordigheid van mr. P.M.F. Schreurs, griffier.