Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BQ7164

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
25-05-2011
Datum publicatie
06-06-2011
Zaaknummer
120425 / KG ZA 11-100
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verzoek straat- en contactverbod afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 120425 / KG ZA 11-100

datum vonnis: 25 mei 2011 (jk)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

1. [eiser 1],

2. [eiser 2],

beiden wonende te [plaats],

eisers,

verder ook te noemen [eiser 1] en [eiser 2],

advocaat: mr. M. Rijs te Enschede,

tegen

[gedaagde],

wonende te [plaats],

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde],

advocaat: mr. W. Hekkelman te Zutphen.

Het procesverloop

Eisers hebben gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 18 mei 2011. Ter zitting zijn verschenen: eisers, bijgestaan door mr. Rijs en [gedaagde], bijgestaan door mr. Hekkelman. De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1.1 In deze zaak staat het navolgende vast.

1.2 [eiser 1] is gehuwd geweest met [X]. Zij zijn op 26 april 2011 gescheiden. [X] heeft gedurende dit huwelijk twee zonen van [eiser 1] geadopteerd, onder wie [gedaagde]. Inmiddels heeft [eiser 1] een relatie met [eiser 2].

1.3 Eisers zijn woonachtig in [plaats] [gedaagde] is thans woonachtig bij zijn vader in [plaats]

1.4 [eiser 2] heeft op 5 maart 2011 aangifte gedaan van brandstichting aan zijn auto. Blijkens de aangifte vermoedde [eiser 2] dat een buurman, met wie hij veel onenigheid heeft, de dader zou zijn.

1.5 [eiser 1] heeft op 12 april 2011 aangifte gedaan van vernieling en opzettelijke brandstichting. Deze aangifte is gericht tegen [gedaagde].

1.6 [eiser 1] heeft op 19 april 2011 aangifte gedaan van vernieling. Deze aangifte is eveneens gericht tegen [gedaagde].

1.7 [gedaagde] is op 20 april 2011 verhoord door de politie. [gedaagde] heeft bij brieven van 14 mei 2011 van de Officier van Justitie vernomen dat niet tot vervolging zal worden overgegaan.

Standpunt eisers

2.1 Eisers vorderen - kort samengevat - een straat- en contactverbod voor de duur van drie jaar, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere overtreding en met machtiging van eisers om ten behoeve van de uitvoering van het te wijzen vonnis de hulp van de sterke arm in te roepen en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.

2.2 Eisers stellen daartoe dat zij sinds januari 2011 op diverse wijzen worden belaagd door [gedaagde], welke belaging ieder op zich onrechtmatig is jegens eisers. [gedaagde] benadert eisers veelal agressief, aldus eisers. Eisers stellen meer in het bijzonder dat [gedaagde] eisers onrechtmatig bejegent op de navolgende wijzen:

- [gedaagde] belt eisers wel veertig keer per dag;

- [gedaagde] heeft de auto van [eiser 2] in brand gestoken;

- [gedaagde] heeft een ruit van de woning van eisers ingegooid;

- [gedaagde] heeft de voordeur van de woning van eisers laten ontploffen;

- [gedaagde] stuurt mensen via sexsites naar de woning van eisers;

- [gedaagde] heeft de hyves van [eiser 2] gekraakt;

Gelet hierop stellen eisers spoedeisend belang bij het gevorderde straat- en contactverbod te hebben. [gedaagde] handelt voortdurend onrechtmatig jegens eisers door inbreuk te maken op hun lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer. Het vorenstaande levert volgens eisers grote spanningen en angst bij eisers op en zij zijn bang dat [gedaagde] de gevolgen van zijn daden niet langer kan overzien.

Standpunt [gedaagde]

3.1 [gedaagde] verweert zich en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

[gedaagde] stelt, kort samengevat, dat er geen rechtsgronden bestaan die tot toewijzing van het gevorderde kunnen leiden. De beschuldigingen die eisers aan het adres van [gedaagde] maken, worden alle met stelligheid door [gedaagde] ontkend. [gedaagde] is pas ten tijde van zijn verhoor door de politie van de vernielingen en brandstichtingen op de hoogte gebracht. De zaken zijn vervolgens geseponeerd en eisers stellen ook niet anders of méér dan dat zij vermoeden dat [gedaagde] de dader is. [gedaagde] stelt zelden of niet in [plaats] te komen, nu hij immers zelf woonachtig is te [plaats]. Hij is niet in staat om, zoals [eiser 1] stelt, met vlinderbommen te gooien nu hij door vuurwerk aanzienlijk letsel aan zijn linkerhand heeft opgelopen. Ten aanzien van de aantijgingen dat [gedaagde] wel veertig keer per dag zou bellen stelt [gedaagde] dat hij enkel op [...] 2011 meerdere malen heeft gebeld, meer specifiek veertien keer. [gedaagde] stelt dat hij die dag graag zijn moeder wilde spreken omdat zij die dag jarig was. Daarna heeft hij naar beste weten slechts nog eenmaal gebeld en dat was op […] 2011.

De overwegingen van de voorzieningenrechter

Spoedeisend belang

4.1 Eisers hebben voldoende aannemelijk gemaakt spoedeisend belang te hebben bij het gevorderde. [gedaagde] heeft daar ook geen verweer tegen gevoerd, zodat de voorzieningenrechter over zal gaan tot de materiële beoordeling.

Straat- en contactverbod

4.2 De gevorderde verboden maken inbreuk op het fundamentele recht van [gedaagde] om zich vrijelijk te bewegen en te gedragen. Voor toewijzing van een dergelijke maatregel in kort geding moet in hoge mate aannemelijk zijn dat er feiten en omstandigheden zijn die een zodanige inbreuk op zijn rechten rechtvaardigen. Hierbij is een grote mate van zorgvuldigheid geboden.

4.3 Voorshands oordelend concludeert de voorzieningenrechter dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op hun persoonlijke levenssfeer, laat staan op dusdanig ontoelaatbare wijze, dat het opleggen van een contact- en straatverbod is gerechtvaardigd. Eisers hebben hun stellingen, tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door [gedaagde], onvoldoende onderbouwd. De enkele vermoedens van eisers dat [gedaagde] de dader van de gedane vernielingen en brandstichtingen zou zijn, rechtvaardigen niet de gevorderde verboden. Dit klemt te meer nu niet is gebleken van enige betrokkenheid van [gedaagde] bij de vernielingen en brandstichtingen. Evenmin is komen vast te staan dat [gedaagde] eisers dagelijks telefonisch lastig valt en dat hij de hyves account van [eiser 2] heeft gekraakt: iedere onderbouwing door stukken, zoals bijvoorbeeld een overzicht van het telefonisch verleden van eisers of een uitdraai van de hyvespagina van [eiser 2], ontbreekt. De slotsom dient dan ook te zijn dat de vorderingen van eisers dienen te worden afgewezen.

4.5 Ten slotte overweegt de voorzieningenrechter het volgende. [gedaagde] mag onderhavige beslissing niet opvatten als een vrijbrief om eisers tegen hun wil op te zoeken of anderszins tegen hun wil te benaderen. Het is voor alle partijen van belang dat er rust komt, waarna de verhoudingen zich mogelijkerwijze zullen normaliseren.

4.6 In de omstandigheid dat [eiser 1] en [gedaagde] in familiaire betrekking tot elkaar staan, gevoegd bij de omstandigheid dat [eiser 1] en [eiser 2] samenwonen, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de proceskosten tussen partijen te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Wijst de vorderingen af.

II. Compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. A.E. Zweers, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 mei 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.