Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BQ4963

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
27-04-2011
Datum publicatie
18-05-2011
Zaaknummer
118998 / KG ZA 11-60
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot (opnieuw) levering van stoffen voor kleding. Internationale zaak. Franse gedaagde roept de onbevoegdheid van de voorzieningenrechter in. Voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd, op grond van de via het Weens Koopverdrag op de overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden van de Franse gedaagde, waarin een jurisdictieclausule is opgenomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 118998 / KG ZA 11-60

datum vonnis: 27 april 2011 (gww)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de naamloze vennootschap

Kwintet KLM Kleding N.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Enschede,

eiseres,

verder te noemen [eiseres],

advocaat: mr. M.R.F. Gerrits te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] ,

gevestigd te [plaats],[land]

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde],

advocaat: mr. R.I. Loosen te Amsterdam.

Het procesverloop

[eiseres] heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 13 april 2011. Ter zitting zijn verschenen:

de heren [H], [T], [D], [P] en de partijdeskundige [V], allen voor c.q. namens [eiseres] en vergezeld door mrs. Gerrits en Overbeek. Voorts zijn verschenen de heren [gedaagde], [G], [F], [K], [S], [C] en de tolk Tigrinate, allen voor c.q. namens [gedaagde], vergezeld door mr. Loosen.

De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. In deze zaak staat het navolgende – als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel onvoldoende weersproken – vast.

- [eiseres] is een leverancier van professionele beroepskleding en professionele persoonlijke beschermingsmiddelen.

- [gedaagde] is producent van technische stoffen.

- [eiseres] heeft met ingang van 1 september 2009 een (duur)overeenkomst van opdracht gesloten met het energienetwerkbedrijf Alliander N.V., tot levering van veiligheidskleding. In het kader van deze overeenkomst heeft [eiseres] (een deel van) de benodigde stoffen en tape voor de levering van voornoemde veiligheidskleding besteld bij [gedaagde]. De totale inkoopprijs bedraagt tot op heden € 680.664,75.

2. Bij dagvaarding vordert [eiseres] veroordeling van [gedaagde] om de door laatstgenoemde geleverde stoffen en tape te (doen) vervangen door stoffen die voldoen aan de wettelijke eisen en de door [gedaagde] zelf daaraan toegedichte stofeigenschappen. Voor het geval [gedaagde] niet in staat is of niet bereid is de door haar geleverde stoffen deugdelijk en tijdig te vervangen, vordert [eiseres] een machtiging om de betreffende stoffen en de tape te bestellen bij een andere leverancier dan [gedaagde]. Tenslotte vordert [eiseres] veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.

3. Partijen zijn gevestigd op het grondgebied van verschillende staten. Hierdoor draagt de zaak een internationaal karakter. Dit brengt met zich mee dat de voorzieningenrechter eerst een oordeel dient te geven omtrent zijn bevoegdheid om van de vordering(en) kennis te nemen.

4. [gedaagde] betoogt dat de voorzieningenrechter onbevoegd is om van de vordering(en) van [eiseres] kennis te nemen. De algemene voorwaarden van [gedaagde] zijn immers van toepassing en die bevatten een forumkeuzebeding voor, in casu, de rechtbank te Vienne (Frankrijk).

5. [eiseres] brengt hier tegenin dat haar eigen voorwaarden van toepassing zijn, waarin een forumkeuzebeding is opgenomen voor de rechtbank te Almelo. Ook als haar voorwaarden niet van toepassing zijn, dan nog geldt dat voorzieningenrechter te Almelo bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Uiterst subsidiair betoogt [eiseres] dat de voorzieningenrechter zijn bevoegdheid kan ontlenen aan het bepaalde in artikel 31 van de EEX-Verordening, nu het hier om een voorlopige dan wel bewarende maatregel gaat.

6. De voorzieningenrechter zal zich op grond van de volgende overwegingen onbevoegd verklaren om van de vordering kennis te nemen.

7. De vraag, wiens algemene voorwaarden van toepassing zijn, dient te worden beantwoord aan de hand van het op de overeenkomst tussen partijen van toepassing zijnde Weens Koopverdrag (CISG). Op grond van dit verdrag en de daarop gebaseerde jurisprudentie, moet voor de beoordeling van de toepasselijkheid van algemene voorwaarden worden aangenomen dat een enkele verwijzing naar algemene voorwaarden in het aanbod tot het sluiten van een overeenkomst onvoldoende is, wanneer niet tevens de tekst van die algemene voorwaarden voorafgaand aan, of tijdens het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij ter beschikking wordt gesteld. Van degene tot wie het aanbod is gericht, kan niet worden verlangd naar de inhoud van de algemene voorwaarden te informeren. Een dergelijke verplichting voor de wederpartij zou leiden tot ongewenste vertraging van het sluiten van de overeenkomst, terwijl het voor de gebruiker van de algemene voorwaarden, die bij het gebruik van algemene voorwaarden meestal baat heeft, in de regel een kleine moeite is de tekst van de algemene voorwaarden tijdig aan de wederpartij toe te zenden.

8. Voorshands is gebleken dat [gedaagde] consequent verwijst naar haar algemene voorwaarden op haar briefpapier, terwijl deze voorwaarden op de achterkant van datzelfde briefpapier zijn afgedrukt. [eiseres] heeft dat ook niet ontkend, maar beroept zich op de omstandigheid dat aan de onderhavige overeenkomst tussen [gedaagde] en [eiseres] purchase orders van [eiseres] zijn voorafgaan, waarin [eiseres] steeds naar haar algemene voorwaarden heeft verwezen. Dat verweer kan [eiseres] echter niet baten, nu niet is gebleken dat zij haar algemene voorwaarden – in tegenstelling tot [gedaagde] – aan laatstgenoemde ter hand heeft gesteld door bijvoorbeeld deze algemene voorwaarden mee te sturen (al dan niet elektronisch).

9. Subsidiair beroept [eiseres] zich op de omstandigheid dat het forumkeuzebeding van [gedaagde] slechts ziet op bodemgeschillen, zodat ingevolgde de bevoegdheidsregels van de EEX-Verordening de voorzieningenrechter zich bevoegd zou moeten achten om van het geschil kennis te nemen. Ook dat verweer gaat niet op. De tekst van het forumkeuzebeding aan de zijde van [gedaagde] biedt voor deze stelling onvoldoende aanknoping en [eiseres] heeft geen aanvullende feiten of omstandigheden gesteld op basis waarvan zou moeten worden aangenomen dat de tekst van het forumkeuzebeding zo moet worden uitgelegd dat de omschrijving ‘in the event of a dispute’ slechts bedoeld is voor bodemgeschillen en niet voor voorlopige voorzieningen in het kader van de onderhavige kort geding procedure.

10. De bevoegdheid van de Nederlandse voorzieningenrechter kan – anders dan [eiseres] uiterst subsidiair betoogt – ook niet worden gegrond op artikel 31 EEX-Verordening, omdat de door [eiseres] in dit geding ingestelde vordering niet kan worden gezien als een voorlopige of bewarende maatregel in de zin van die bepaling. [eiseres] vordert immers nakoming van de overeenkomst tussen partijen, bestaande in de levering van een grote en kostbare partij textiel, terwijl [eiseres] niet garandeert dat de tegenwaarde van die partij (kennelijk ruim € 600.000,00) aan [gedaagde] zal worden terugbetaald indien [eiseres] na uitlevering van de stof vervolgens in een bodemgeschil in het ongelijk wordt gesteld. De door [eiseres] nu van [gedaagde] gevorderde prestatie draagt daarom geen voorlopig karakter in de zin van artikel 31 EEX-Verordening, zoals die bepaling blijkens de jurisprudentie moet worden uitgelegd.

11. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure als na te melden.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. verklaart zich onbevoegd om van de zaak kennis te nemen.

II. Veroordeelt [eiseres] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 568,-- aan verschotten en € 816,-- aan salaris van de advocaat.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en uitgesproken door mr. M.M. Verhoeven ter openbare terechtzitting van 27 april 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.