Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BQ3807

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
27-04-2011
Datum publicatie
09-05-2011
Zaaknummer
120153 / KG ZA 11-92
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Executiegeschil.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 120153 / KG ZA 11-92

Vonnis in kort geding van 27 april 2011 (lm)

in de zaak van

[eiser],

wonende te [adres] en [plaats],

eiser,

advocaat mr. S.L. Geeraths te Almelo,

tegen

[gedaagde],

wonende te [plaats],

gedaagde,

gemachtigde mr. T. de Jong, werkzaam bij Wigger Van het Laar Gerechtsdeurwaarders te Almelo.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling.

1.2. Ten slotte is vonnis verzocht. Ter zitting is mondeling uitspraak gedaan.

2. De feiten

2.1. [eiser] woont in een recreatiewoning op het adres [adres]en [plaats] plaatselijk bekend als [adres] en [plaats]

2.2. Partijen zijn met betrekking tot voornoemde woning met ingang van 30 mei 2010 voor de duur van zes maanden een huurovereenkomst voor bepaalde tijd aangegaan. Partijen zijn daarbij overeengekomen dat [eiser] na 30 november 2010 overgaat tot koop van de onroerende zaak en dat [eiser] de onroerende zaak per 1 december 2010 gaat kopen voor de prijs van € 120.000,00 k.k. op straffe van een boete van 10% van de koopsom.

2.3. Bij verstekvonnis van de rechtbank Almelo, sector kanton, locatie Almelo van

15 maart 2011 is voornoemde huurovereenkomst ontbonden en is [eiser] onder meer veroordeeld om binnen drie dagen na betekening van dat vonnis het perceel te ontruimen en te verlaten, alsmede tot betaling van een contractuele boete van € 12.000,00.

2.4. Voornoemd vonnis is op 11 april 2011 aan [eiser] betekend en daarbij is [eiser] aangezegd dat de ontruiming zal plaatsvinden op 27 april 2011 vanaf 10:00 uur.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert samengevat - schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van de rechtbank Almelo, sector kanton, locatie Almelo van 15 maart 2011 en de ontruimingstermijn te verlengen dan wel op te schorten tot de uitspraak in hoger beroep in de bodemprocedure, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2. [gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Zoals de voorzieningenrechter ter zitting al aan partijen heeft meegedeeld dient de vordering van [eiser] te worden toegewezen en wel in de vorm zoals hierna beschreven. De voorzieningenrechter overweegt daartoe het volgende.

4.2. In een executiegeschil kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis slechts schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad - geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na het vonnis van 15 maart 2011 voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

4.3. Vooropgesteld wordt dat de onderhavige vordering enkel ziet op schorsing van de executie van het vonnis van 15 maart 2011 voor zover dat betrekking heeft op de termijn van ontruiming van de huurwoning.

Uit de stellingen van partijen en uit hetgeen ter zitting naar voren is gekomen kan

naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter worden afgeleid dat [gedaagde] misbruik van zijn bevoegdheid maakt door tot tenuitvoerlegging van het vonnis van

15 maart 2011 over te gaan. Genoegzaam is gebleken dat er sprake is van (nieuwe) feiten en omstandigheden die, indien tot tenuitvoerlegging van het vonnis wordt overgegaan, aan de zijde van [eiser] een noodtoestand zal doen ontstaan. Het op korte termijn ontruimen en verlaten van de woning zal leiden tot een noodsituatie aan de zijde van [eiser] aangezien hij en zijn minderjarige kinderen nergens anders terecht kunnen. Zijn minderjarige dochter staat ingeschreven op zijn adres. Zij verblijft de ene week bij hem en de andere week bij haar moeder. De minderjarige zoon van [eiser] staat ingeschreven op het adres van zijn moeder en verblijft de ene week bij zijn moeder en de andere bij hem. Verblijf van de kinderen bij hun moeder, totdat [eiser] andere woonruimte heeft gevonden, is geen optie. [eiser] wordt voorts, bij het zoeken naar andere woonruimte, beperkt door de bij beschikking van deze rechtbank in het kader van de omgangsregeling opgelegde verplichting om binnen fietsafstand van [plaats] te verblijven. Nu [eiser] voorts elke maand de huur betaalt aan [gedaagde], er geen huurbetalingsachterstand is en [gedaagde] (vooralsnog) geen andere bestemming heeft voor de woning anders dan tot verkoop van de woning over te gaan, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van [gedaagde] om tot tenuitvoerlegging van het vonnis over te gaan moet wijken voor het belang van [eiser] bij schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis. Executie van het vonnis van 15 maart 2011 is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter in het onderhavige geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid dan ook onaanvaardbaar.

Bespreking van de stellingen van partijen over de al dan niet juiste betekening van het exploot van dagvaarding dat tot het vonnis van 15 maart 2011 heeft geleid (waardoor al dan niet rekening moet worden gehouden met de (serieuze) mogelijkheid dat de kantonrechter de veroordeling niet zou hebben uitgesproken indien [eiser] ter zitting was verschenen en de in het executiegeschil opgeworpen argumenten als verweer had gevoerd), kan gelet op het voorgaande achterwege blijven.

4.4. De voorzieningenrechter overweegt tot slot dat [gedaagde] ter zitting onbetwist heeft gesteld dat [eiser] de kosten van gas/water/licht sinds 6 december 2010 niet meer heeft betaald en dat partijen voorts over die kosten hebben afgesproken dat [eiser] bij vooruitbetaling maandelijks een bedrag van € 150,00 aan [gedaagde] zal voldoen. Vanzelfsprekend dient [eiser] deze kosten, gerekend vanaf 6 december 2010, aan [gedaagde] te voldoen. Voorts dient [eiser] [gedaagde], gelet op het vertrek naar Canada op 23 mei 2011, in de gelegenheid te stellen de woning voor die datum verkoopklaar te maken.

4.5. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. schorst tot 30 mei 2011 de door [gedaagde] aangevangen executie van het tussen partijen op 15 maart 2011 door de rechtbank Almelo, sector kanton, locatie Almelo gewezen vonnis, voor zover [eiser] bij dat vonnis is veroordeeld om binnen drie dagen na betekening van dat vonnis het perceel te [plaats] en [adres] te ontruimen en te verlaten;

5.2. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.3. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.G. Vermeulen en in het openbaar uitgesproken op 27 april 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.?