Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BP9852

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
28-03-2011
Datum publicatie
04-04-2011
Zaaknummer
388827 / FA RK 11-1751
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De mediation is geslaagd. De Centrale Autoriteit heeft haar verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige naar België ingetrokken. Partijen hebben een vaststellingsovereenkomst ondertekend waarin zij zijn overeengekomen dat de gewone verblijfplaats van de minderjarige bij de moeder in Nederland zal zijn. Verder hebben zij onder meer een contactregeling afgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Nevenzittingsplaats 's-Gravenhage

Sector familie- en jeugdrecht

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 11-1751

Zaaknummer: 388827

Datum beschikking: 28 maart 2011

Internationale kinderontvoering

Beschikking op het op 22 februari 2011 ingekomen verzoek van:

de Directie Control, Bedrijfsvoering en Juridische Zaken, Afdeling Juridische en Internationale Zaken, van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, belast met de taak van Centrale Autoriteit als bedoeld in artikel 4 van de Wet van 2 mei 1990 (Stb. 202) tot uitvoering van het Haagse Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen van 25 oktober 1980 (Trb. 1987, 139), gevestigd te 's-Gravenhage,

verder te noemen: de Centrale Autoriteit, optredend voor zichzelf en namens:

[de vader],

de vader,

wonende te [woonplaats A], België.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende te [woonplaats B],

advocaat: mr. L.J. Krijgsman te Enter (gemeente Wierden).

Procedure

Van de zijde van de vader is op 20 mei 2010 bij de Centrale Autoriteit een verzoek ingediend tot teruggeleiding naar België van de minderjarige:

- [de minderjarige], geboren op [geboortedatum minderjarige] 1998 te [geboorteplaats minderjarige], België.

Op 22 februari 2011 heeft de Centrale Autoriteit onderhavig verzoekschrift bij de rechtbank te Almelo ingediend.

Bij beschikking d.d. 1 maart 2011 heeft de rechtbank te Almelo zich bevoegd geacht van de zaak kennis te nemen en op grond van artikel 8 van het Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen en het Aanwijzingsbesluit 's-Gravenhage als nevenzittingsplaats internationale kinderontvoeringen d.d. 4 februari 2009 van de Raad voor de Rechtspraak bepaald dat de behandeling van de zaak plaatsvindt in de nevenzittingsplaats 's-Gravenhage.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- de brief met bijlagen d.d. 8 maart 2011 van de Centrale Autoriteit;

- het verweerschrift van de zijde van de moeder.

Op 17 maart 2011 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

- de Centrale Autoriteit in de persoon van mr. M.M. Maljaars-Hendrikse;

- de vader bijgestaan door een tolk;

- de moeder bijgestaan door haar advocaat.

Het betrof een regiezitting met als behandelend rechter, tevens kinderrechter, mr. M. Kramer.

Na genoemde regiezitting hebben de vader en de moeder getracht door middel van mediation tot een minnelijke schikking te komen.

De rechtbank heeft vervolgens de volgende stukken ontvangen:

- de brief d.d. 22 maart 2011, van de zijde van de Centrale Autoriteit, met als bijlagen het wijzigingsverzoek en de vaststellingsovereenkomst;

- de brief met bijlagen d.d. 23 maart 2011, van de zijde van de moeder.

Feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting staat tussen partijen het volgende vast.

De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast het met gezag over de minderjarige.

De vader heeft de Belgische en Tunesische nationaliteit en de moeder heeft de Nederlandse nationaliteit.

Ter terechtzitting hebben de vader en de moeder besloten te trachten hun geschil door middel van mediation tot een oplossing te brengen.

De mediation heeft geresulteerd in algehele overeenstemming. De vader en de moeder hebben op 19 maart 2011 een vaststellingsovereenkomst ondertekend waarin zij zijn overeengekomen dat de gewone verblijfplaats van de minderjarige bij de moeder, woonachtig te [woonplaats B] in Nederland, zal zijn. Verder hebben zij onder meer een contactregeling afgesproken.

Verzoek en verweer

De Centrale Autoriteit heeft haar verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige naar België ingetrokken.

De Centrale Autoriteit heeft de rechtbank bij wijzigingsverzoek d.d. 22 maart 2011 verzocht conform punt 2.3 van de vaststellingsovereenkomst het verzoekschrift d.d. 18 februari 2011 te wijzigen in dier voege dat zij de rechtbank verzoekt uitspraak te doen conform de bijgevoegde vaststellingsovereenkomst, zoals omschreven in punt 4 van het wijzigingsverzoek.

Blijkens de brief d.d. 23 maart 2011 stemt de moeder met het verzoek van de Centrale Autoriteit in.

Beoordeling

Rechtsmacht en relatieve bevoegdheid

De vader en de moeder zijn op 19 maart 2011 overeengekomen dat de minderjarige zijn gewone verblijfplaats bij de moeder in Nederland zal hebben.

Derhalve is ingevolge artikel 10 aanhef en onder a Brussel IIbis aan de bevoegdheid van de Belgische rechter ter zake de ouderlijke verantwoordelijkheid aangaande de minderjarige [de minderjarige] vanaf die datum een einde gekomen.

Nu het thans voorliggende verzoek betreffende de ouderlijke verantwoordheid aangaande [de minderjarige] op 22 maart 2011 ter griffie is ingekomen - derhalve nadat de minderjarige zijn hoofdverblijfplaats in Nederland heeft verkregen - is de Nederlandse rechter op grond van artikel 8 lid 1 Brussel IIbis bevoegd om van dat verzoek kennis te nemen.

Nu de minderjarige zijn gewone verblijfplaats in het arrondissement Almelo heeft, is de rechtbank Almelo bevoegd om van het verzoek van de Centrale Autoriteit kennis te nemen. De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden in de nevenzittingsplaats 's-Gravenhage.

Toepasselijk recht

Overeenkomstig de bepalingen van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 past de rechtbank Nederlands recht toe als haar interne recht.

Inhoudelijke beoordeling

De Centrale Autoriteit, mede namens de vader, en de moeder hebben eensluidend verzocht de door de moeder en de vader ondertekende vaststellingsovereenkomst te bekrachtigen door de afspraken voor zover mogelijk in de beschikking op te nemen. De rechtbank zal het verzoek als na te melden toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:

neemt op de door de vader en de moeder getroffen onderlinge regeling ter zake de ouderlijke verantwoordelijkheid aangaande [de minderjarige], geboren op [geboortedatum minderjarige] 1998 te [geboorteplaats minderjarige], België, zoals neergelegd in de (in fotokopie) aan deze beschikking gehechte vaststellingsovereenkomst, en verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Kramer, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M.M.J.H. van den Hurk als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 maart 2011.