Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BP9432

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
24-03-2011
Datum publicatie
28-03-2011
Zaaknummer
118674 / KG ZA 11-47
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Werknemer is eenmanszaak gestart welke voor ex-werkgever concurrerende werkzaamheden verricht. Werkgever vordert verbod om met name genoemde klanten te bedienen en verbod om documenten van haar afkomstig in de eigen eenmanszaak te gebruiken op grond van schending van het contractueel overeengekomen concurrentiebeding/ onrechtmatige concurrentie. Daarnaast vordert werkgever een voorschot op door haar geleden schade op grond van schending van het geheimhoudingsbeding. Vorderingen in conventie afgewezen.

Werknemer is met zijn vordering in reconventie niet ontvankelijk nu deze vordering niet door een advocaat is ingediend en te laat is ingediend. De eisen van een goede procesorde en het beginsel van hoor en wederhoor staan hieraan in

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0269
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 118674 / KG ZA 11-47

datum vonnis: 24 maart 2011 (jm)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Bilanx Accountants B.V.,

gevestigd te Almelo,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

verder te noemen Bilanx,

advocaat: mr. G.H. Hoekman te Almelo,

tegen

[gedaagde],

wonende te [plaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

verder te noemen [gedaagde],

gemachtigde mr. W.J.R. Okx te Amsterdam.

Het procesverloop

Bilanx heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 17 maart 2011. Ter zitting zijn verschenen:

[X], directeur van Bilanx, vergezeld door mr. Hoekman en [gedaagde] vergezeld door mr. W.J.R. Okx, optredende als gemachtigde. De standpunten zijn toegelicht. [gedaagde] heeft ter zitting een vordering in reconventie ingesteld.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

In conventie:

1. In deze zaak staat het navolgende vast.

[gedaagde] is vanaf mei 1998 tot 1 december 2010 in dienst geweest bij Bilanx laatstelijk in de functie van relatiebeheerder tegen een salaris van € 3.010, - bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantiegeld. In de arbeidsovereenkomst is onder andere een verbod op nevenwerkzaamheden opgenomen (artikel 8), een concurrentiebeding (artikel 10) en een geheimhoudingsbeding (artikel 11). Daarnaast hanteert Bilanx een arbeidsreglement waarvan zij op 16 november 2007 een afschrift aan [gedaagde] heeft verstrekt. Naar dit arbeidsreglement wordt in de arbeidsovereenkomst verwezen. In het arbeidsreglement is behalve een concurrentiebeding en een geheimhoudingsbeding onder artikel 17 een passage opgenomen over het vrijgeven van bedrijfsinformatie. Hierin staat voor zover van belang:

(…) “Het is de werknemer verboden op welke wijze dan ook documenten, correspondentie of afschriften hiervan, dan wel andere zaken of goederen die hij in verband met zijn werkzaamheden bij de werkgever onder zich heeft gekregen, in zijn bezit te hebben of te houden, uitgezonderd voor zover en voor zolang dit voor de uitoefening van zijn werkzaamheden voor de werkgever is vereist. In ieder geval is de werknemer verplicht, zelfs zonder enig verzoek daartoe, om dergelijke documenten, correspondentie, afschriften, zaken of goederen aan het einde van het dienstverband (…) onmiddellijk aan de werkgever ter hand te stellen.”

2. [gedaagde] is na de uitdiensttreding bij Bilanx in zijn woonplaats [plaats] een eenmanszaak gestart waar hij voor Bilanx concurrerende werkzaamheden verricht.

3.1 Volgens Bilanx overtreedt [gedaagde] het geheimhoudingsbeding als vastgelegd in het arbeidsreglement en in artikel 11 van de arbeidsovereenkomst. Bilanx vordert daarom veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 5.000, - als zijnde een voorschot op de hierdoor geleden schade. De schade die Bilanx stelt te lijden bestaat uit omzetverlies vanwege het vertrek van een aantal van haar klanten.

3.2 Volgens Bilanx heeft [gedaagde] stelselmatig het reglement overtreden en zich daarmee als slecht werknemer gedragen door financiële gegevens van Bilanx door te sluizen naar zijn privéadres en vele standaarddocumenten van Bilanx te verduisteren en te gebruiken om zijn eigen eenmanszaak een vliegende start te geven. Bilanx vordert daarom [gedaagde] te verbieden op enigerlei wijze gebruik te maken van deze documenten, onder oplegging van een dwangsom.

3.3 Volgens Bilanx is er sprake van wanprestatie dan wel handelt [gedaagde] onrechtmatig jegens haar nu hij vanuit zijn eigen onderneming klanten bedient, die voorheen klant waren bij Bilanx en [gedaagde] werkzaamheden betreffende deze klanten heeft uitgesteld en doorgesluisd naar zijn eenmanszaak. Het gaat dan om de klanten: [V], [T], Medipreventiecentrum, Hands for Hair, Total Fitcare en [M] . Bilanx vordert daarom dat [gedaagde] wordt veroordeeld om zijn huidige werkzaamheden ten behoeve van deze klanten te staken.

4. Bilanx stelt spoedeisend belang te hebben bij de gevraagde voorziening nu zij door de handelwijze van [gedaagde] dagelijks schade lijdt.

5. [gedaagde] voert verweer, voor zover van belang zal hieronder op het verweer nader worden ingegaan.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt.

In conventie

Geheimhoudingsbeding

6. In artikel 11 van het arbeidscontract staat, voor zover van belang, vermeld:

“Artikel 11 - Geheimhoudingsplicht

1) Werknemer is zowel tijdens als na het dienstverband gehouden aan geheimhouding met betrekking tot alle bijzonderheden betreffende of verband houdende met het bedrijf van werkgever, alsmede het bedrijf van cliënten of opdrachtgevers van werkgever.

2) Het is de werknemer derhalve verboden, zowel gedurende de arbeidsovereenkomst als na afloop daarvan, op enigerlei wijze aan derden, direct of indirect, in welke vorm dan ook en ik welke wijze dan ook, enige mededeling te doen van of aangaande hetgeen bij de uitvoering van zijn/haar functie te zijner/harer kennis is gekomen in verband met zaken en belangen van werkgever en van met werkgever gelieerde ondernemingen. Deze geheimhouding omvat mede alle gegevens van cliënten en andere relaties van werkgever waarvan werknemer uit hoofde van zijn/haar functie kennis heeft genomen.”

7. In artikel 15 van het Arbeidsreglement staat, voor zover van belang, vermeld:

“15 Geheimhoudingsplicht

Werknemer is zowel tijdens als na het einde van het dienstverband gehouden aan een strikte geheimhouding van alles wat hem omtrent de onderneming van werkgever bekend is. Dit houdt in dat kennis van en omtrent activiteiten die door de werkgever worden uitgeoefend niet aan derden mag worden overgedragen. Deze kennis omvat onder meer maar is zeker niet beperkt tot de klantenkring, de organisatie, technieken van leidinggeven, middelen, gereedschappen, toegepaste apparatuur en werkmethoden. In het algemeen alles dat onder zakengeheim wordt verstaan waarvan het vertrouwelijke karakter de werknemer bekend dient te zijn of waarvan hij het vertrouwelijke karakter redelijkerwijs kan vermoeden. Derhalve dient de werknemer zich strikt te onthouden van elke vorm van communicatie met derden en of verstrekken van informatie aan derden welke de belangen van de werkgever nu of in de toekomst kan schaden. (…)”

8. [gedaagde] betwist gemotiveerd dat hij vertrouwelijke informatie aan derden heeft verstrekt. De voorzieningenrechter overweegt dat Bilanx geen feiten stelt waaruit blijkt dat [gedaagde] aan derden enige mededeling heeft gedaan aangaande hetgeen bij de uitvoering van zijn functie te zijner kennis is gekomen. Ook is niet gesteld of gebleken welke vertrouwelijke mededeling als bedoeld in artikel 11 en het reglement artikel 15 [gedaagde] aan derden zou hebben verstrekt of overgedragen. Uit de stelling dat [gedaagde] documenten naar zijn privémail heeft doorgezonden, volgt niet dat hij deze ook aan derden heeft verstrekt. Van schending van het geheimhoudingsbeding is de voorzieningenrechter dan ook niet gebleken.

Concurrentiebeding

9. Het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding is beperkt tot een straal van 25 kilometer gerekend vanaf de vestiging van eiseres, dus vanaf Almelo. [gedaagde] verricht met zijn eenmanszaak in [plaats] zijn werkzaamheden buiten deze straal van 25 kilometer en schendt hiermee derhalve het contractueel overeengekomen concurrentiebeding niet.

Het staat [gedaagde] derhalve vrij om vanuit zijn vestiging in [plaats]voor Bilanx concurrerende werkzaamheden te verrichten. Concurrentie is in dat geval eerst onrechtmatig indien sprake is van bijkomende onrechtmatige omstandigheden.

10. Bilanx stelt dat [gedaagde] stukken van klanten van Bilanx naar zijn privémailadres heeft gestuurd met als doel om vanuit zijn eigen onderneming die klanten verder te kunnen bedienen. [gedaagde] betwist deze stelling. Bilanx verwijst naar de als productie 4 overgelegde mails van [gedaagde] over heel 2010, zonder daarbij specifiek aan te geven welke mail dan dient ter onderbouwing van welke stelling. Uit de mailwisselingen blijkt weliswaar dat [gedaagde] documenten naar zijn privémailadres heeft verstuurd, maar niet dat hij met gebruikmaking van deze documenten klanten van Bilanx vanuit zijn eigen onderneming thans verder bedient. Daarbij staat vast dat [gedaagde] in 2010 regelmatig thuis werkte. Het verweer van [gedaagde] dat hij de documenten nodig had om vanaf zijn eigen huis voor Bilanx te werken komt dan ook niet onaannemelijk voor. Een daling van de omzet van Bilanx in 2010 vergeleken met 2007 is, zonder nadere onderbouwing die ontbreekt, onvoldoende om uit af te leiden dat [gedaagde] werkzaamheden van klanten van Bilanx heeft uitgesteld om deze thans vanuit zijn eigen onderneming uit te kunnen voeren.

11. Bilanx stelt verder dat [gedaagde] actief klanten van Bilanx voor zijn eigen eenmanszaak geworven heeft. [gedaagde] betwist deze stelling gemotiveerd en voert aan enkel voor [T] thans werkzaamheden te verrichten en dat dit tot stand is gekomen, nadat zij hem had benaderd. Bilanx adstrueert haar stelling niet maar stelt enkel dat het haar wel heel toevallig voorkomt dat het net die stukken zijn die [gedaagde] naar zijn privémail heeft gestuurd die afkomstig zijn van klanten welke thans bij Bilanx weggaan en dat het ook toevallig is dat die klanten nu [gedaagde] bellen. Volgens [gedaagde] is het logisch dat de klanten hem bellen omdat hij de klanten circa 12 jaar heeft bediend en zij over zijn mobiele nummer beschikken, omdat hij geen zakelijk mobilenummer had.

12. Partijen betwisten over en weer elkaars stellingen. Een procedure in kort geding leent zich echter niet voor een uitgebreide bewijsvoering in deze. Het is aan Bilanx, als eisende partij in deze procedure in conventie om de grondslag van haar vordering met voldoende concrete stellingen te onderbouwen. Geconcludeerd dient te worden dat Bilanx hieraan niet heeft voldaan. Uit geen enkel stuk blijkt dat [gedaagde] klanten van Bilanx geworven heeft.

De voorzieningenrechter stelt verder voorop dat het klanten die hun contract met Bilanx rechtsgeldig hebben opgezegd, vrij staat om een ander, als ook, [gedaagde], te benaderen.

13. Dat [gedaagde] in zijn huidige onderneming gebruik maakt van documenten die afkomstig zijn van Bilanx, betwist [gedaagde] en is overigens niet gebleken. Ook deze stelling onderbouwt Bilanx niet. Voor welke documenten Bilanx een gebruiksverbod vordert onder oplegging van verbeurte van een dwangsom is evenmin duidelijk. Bilanx kan hiervoor niet volstaan met een algemene verwijzing naar de mailwisseling die zij als productie 4 heeft overgelegd. Nu niet is gebleken dat [gedaagde] in zijn huidige onderneming gebruik maakt van documenten die afkomstig zijn van Bilanx ontbreekt voor toewijzing van een verbod daartoe ieder belang. Of [gedaagde] zich als slecht werknemer heeft gedragen door financiële gegevens van Bilanx door te sluizen naar zijn privémail, hetgeen Bilanx stelt en [gedaagde] betwist, is dan niet meer van belang.

14. Uit het bovenstaande volgt dat van onrechtmatige concurrentie niet is gebleken.

Van een grond voor toewijzing van de vorderingen is de voorzieningenrechter niet gebleken zodat de vorderingen dienen te worden afgewezen.

In reconventie

15. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [gedaagde] niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering in reconventie. De eisen van een goede procesorde en het beginsel van hoor en wederhoor staan hieraan in de weg. Een eis in reconventie kan alleen worden ingesteld door een partij die bij advocaat is verschenen en dient bovendien uiterlijk 24 uur vóór de zitting schriftelijk aan de wederpartij en de voorzieningenrechter te zijn meegedeeld en niet zoals in casu eerst tijdens de mondelinge behandeling na de toelichting van Bilanx (artikel 7.1 en 7.2 Procesreglement kort gedingen rechtbanken sector civiel/familie).

De beslissing

De voorzieningenrechter:

In conventie:

I. wijst de vorderingen af;

II. veroordeelt Bilanx in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van

[gedaagde] begroot op € 258, - aan verschotten en € 527, - aan salaris van de gemachtigde.

In reconventie:

III. verklaart [gedaagde] niet ontvankelijk in zijn vordering;

IV. veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Bilanx begroot op € 527, - aan salaris van de advocaat.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Vermeulen, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.