Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BP7360

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
10-03-2011
Datum publicatie
10-03-2011
Zaaknummer
: 365049 EJ VERZ. 185/11 (gve
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoekschrift ontbinding ex artikel 7: 685 BW, wegens niet onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling voor het plegen van ontuchtige handelingen, waardoor grote onrust is ontstaan bij collega’s, toegewezen, hetgeen een wijziging van omstandigheden oplevert. Ontbinding per 1 juli 2011; geen toekenning van een vergoeding.

Beschikking kantonrechter van 10 maart 2011; zaaknummer 365049 EJ VERZ 11

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0193
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Kanton

Locatie Almelo

Zaaknummer : 365049 EJ VERZ. 185/11 (gve)

Beschikking van de kantonrechter d.d. 10 maart 2011 in de zaak van:

de besloten vennootschap Koninklijke Verpakkingsindustrie Stempher B.V.

gevestigd en kantoorhoudende te Rijssen

verzoekster

hierna te noemen Stempher

gemachtigde: mr. W.A.van Overbeek de Meyer,

advocaat te Deventer

tegen

[verweerder]

wonende te [plaats]

verweerder

hierna te noemen: [verweerder]

gemachtigde: mr. M.E. Kikkert

advocaat te Enschede

Gezien het op 2 februari 2011 ter griffie van dit gerecht binnengekomen verzoekschrift strekkende tot ontbinding ex artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst.

Gezien het ingekomen verweerschrift en de overige op het geding betrekking hebbende stukken.

Gelet op hetgeen door en/of namens partijen is verklaard bij de mondelinge behandeling van het verzoek op 24 februari 2011, bij welke gelegenheid de gemachtigde van Stempher zich bediend heeft van een pleitnota.

Overweegt:

1.Tussen partijen staat vast dat [verweerder], geboren op 1955, op 1 september 1980 bij Stempher in dienst is getreden en dat hij thans de functie vervult van eerste drukker tegen een bruto salaris van € 2.547,00 bruto per maand exclusief vakantietoeslag bij een werkweek van 36 uur.

2.Door Stempher is zakelijk weergegeven het volgende aan het verzoek ten grondslag gelegd.

Als eerste drukker stuurt [verweerder] de tweede drukkers aan en rapporteert aan de teamleider. Als eerste drukker is hij inzetbaar op alle drukmachines. Hij is werkzaam in wisselende ploegendiensten, is aanwezig bij besprekingen met het team en assisteert bij eenvoudig installatiewerkzaamheden. [verweerder] dient collega-operators vaktechnisch te ondersteunen en zijn kennis en vaardigheden aan hen over te dragen.

[verweerder] is bij vonnis van de rechtbank Almelo van 21 januari 2011 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk voor het plegen van ontucht met zijn minderjarige dochter, geboren in 1982, in de periode van 3 april 1988 tot 3 april 1994.

[verweerder] heeft zijn leidinggevende destijds op de hoogte gesteld van de tegen hem gerezen verdenking, met welke informatie discreet is omgegaan. Na overleg met de arbodienst is coaching en begeleiding aangeboden om weer terug te komen op het werk. Inmiddels was in de woonplaats van [verweerder] onder andere bij een collega de verdenking bekend geworden. Dit heeft onrust op de werkvloer veroorzaakt, die Stempher zoveel mogelijk heeft trachten te beperken door er op te wijzen dat er sprake was van een verdenking.

Op 23 januari 2011 heeft [verweerder] zijn leidinggevende ervan in kennis gesteld dat hij als gevolg van de veroordeling op 21 januari niet op 24 januari kon werken. In [plaats] en op de werkvloer is de veroordeling van [verweerder] snel bekend geworden wat tot onrust heeft geleid. Collega’s van [verweerder] wensen niet meer met hem samen te werken. Bovendien is het gezag van [verweerder] bij zijn collega’s nihil geworden. Er is een onwerkbare situatie ontstaan. Er is gekeken naar een alternatieve functie maar die is er niet. Ook is getracht in onderling overleg tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst te geraken maar die poging is mislukt.

Als [verweerder] weer zijn werkzaamheden wil hervatten, dan kan [verweerder] per direct zijn werkzaamheden hervatten. Bij brief van 15 februari 2011 heeft de ondernemingsraad van Stempher de directie geadviseerd de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te beëindigen gelet op de negatieve reacties van bijna alle andere werknemers. Er is sprake van een gewichtige reden als bedoeld in artikel 7:685 BW, bestaande uit gewijzigde omstandigheden. Er zijn geen redenen aan [verweerder] een vergoeding toe te kenen.

3. Zijdens [verweerder] is geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek en is in geval van ontbinding van de arbeidovereenkomst verzocht hem een vergoeding toe te kennen van

€ 138.218,490 bruto in overeenstemming met de kantonrechtersformule met correctiefactor 1,5.

[verweerder] erkent wat Stempher heeft gesteld betreffende het vonnis van 21 januari 2011. [verweerder] betwijfelt of Stempher discreet met de situatie is omgegaan. Dat het overige personeel te kennen heeft gegeven niet meer met [verweerder] te willen samenwerken is geen reden voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Stempher heeft een inspanningsverplichting om onrust onder het overige personeel te voorkomen. [verweerder] is in hoger beroep gegaan van het vonnis van de rechtbank. De mogelijkheid bestaat dat hij alsnog wordt vrijgesproken. De feiten waarvan hij beschuldigd wordt en waarvoor hij veroordeeld is, hebben niets te maken met de relatie tussen hem als werknemer en Stempher als werkgever en met de door hem verrichte werkzaamheden.

Hij is daarom van mening dat de arbeidsovereenkomst niet ontbonden mag worden “hoewel [verweerder] niet ziet hoe de werkverhouding tussen hem en Stempher moet worden voortgezet”.

4.Naar aanleiding van wat partijen hebben aangevoerd wordt als volgt overwogen.

De arbeidsovereenkomst zal ontbonden worden. [verweerder] heeft bij gelegenheid van de mondelinge behandeling verklaard dat terugkeren bij Stempher hem niet zinvol en praktisch lijkt. Nu [verweerder] ook al in zijn verweerschrift aangeeft niet te zien hoe de werkverhouding tussen hem en Stempher voortgezet moet worden, kan niet anders geconcludeerd worden dan dat ook [verweerder] van oordeel is dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden die ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigen. Er is sprake van een ernstige vertrouwensbreuk tussen [verweerder] enerzijds en een groot deel zijn collega’s.

Van de gewijzigde omstandigheden kan Stempher geen, althans geen noemenswaardig verwijt gemaakt worden. Nadat de verdenkingen tegen [verweerder] bij Stempher bekend waren heeft Stempher [verweerder] begeleid bij het hervatten van zijn werkzaamheden. Ook nadat Stempher op de hoogte was gebracht van de veroordeling heeft Stempher niet indiscreet gehandeld. Uit niets is gebleken dat Stempher de veroordeling van [verweerder] binnen of buiten het bedrijf gecommuniceerd heeft. De ondernemingsraad is ook geheel op eigen initiatief tot haar advies aan de directie van Stempher gekomen. De collega’s van [verweerder] zijn door publicaties in de regionale krant en via internet bekend geworden met de inhoud van het veroordelend vonnis. Er is naar het oordeel van de kantonrechter dan ook geen grond aan [verweerder] ten laste van Stempher een vergoeding naar billijkheid toe te kennen.

Nu [verweerder] tijdens het langdurige dienstverband goed heeft gefunctioneerd, zijnde het tegendeel niet gebleken, en omdat de handelingen waarvoor [verweerder] is veroordeeld niets te maken hebben met arbeidsrelatie tussen partijen, zal bij het bepalen van de datum waarop de arbeidsovereenkomst eindigt aansluiting gezocht worden bij de opzegtermijn van artikel 7:672 BW, zijnde vier maanden.

De arbeidsovereenkomst zal derhalve ontbonden worden per 1 juli 2011.

5.Het verzoek houdt geen verband met de opzegverboden bedoeld in artikel 7:670 BW.

Er zijn termen aanwezig de proceskosten te compenseren.

Beschikt:

Ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst per 1 juli 2011 op grond van gewijzigde omstandigheden als bedoeld in artikel 7:685 BW.

Compenseert de proceskosten des dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Wijst af het meer of anders verzochte.

Aldus gegeven te Almelo door mr. G. van Eerden, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.