Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BP6918

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
03-03-2011
Datum publicatie
07-03-2011
Zaaknummer
366093 CV EXPL 11-1604
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

eiser is op 1 september 2010 bij Biocuisine in dienst getreden als directeur. Biocuisine maakt biologische maaltijden en staat onder leiding van een driemanschap, tevens aandeelhouders. De nieuw aangetrokken directeur zou leiding krijgen over de vestiging van Biocuisine in Haaksbergen, de oorspronkelijk oprichter tevens aandeelhouder, zou zich richten op een nieuwe vestiging in Duitsland. De nieuwe directeur laat zich weinig zeggen door met name de oorspronkelijke oprichter. De verhoudingen troubleren binnen enkele maanden en de directeur heeft spanningsklachten. In Hengelo Ov is het gebruikelijk dat op 24 december de cafés massaal bezocht worden. Zo ook de directeur en één van de aandeelhouders. Onafhankelijk van elkaar bezoeken ze die middag hetzelfde café. Volgens de aandeelhouder zou hij die middag door de directeur bedreigd zijn. Dat wordt betwist door de directeur maar waar hij niet om heen kan is een sms van hem gericht aan de aandeelhouder waarbij die aandeelhouder bedreigd zijn met in die bedreiging ene verwijzing naar de gebeurtenissen van eerder die middag. De directeur wordt na kerstmis op staande voet ontslagen. Middels een kort geding vordert hij wedertewerkstelling. Die vordering wordt afgewezen omdat aannemelijk wordt geacht dat in een bodemprocedure de bodemrechter het gegeven ontslag op staande voet ex artikel 7:678 lid 2 onder e BW zal handhaven vanwege de bedreiging via de sms.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0194
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Kanton

Locatie Enschede

Zaaknummer : 366093 CV EXPL 11-1604

Uitspraak : 3 maart 2011 (mjw)

Vonnis in kort geding in de zaak van:

[eiser]

wonende te [plaats]

eisende partij

hierna te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. S. Bonsen,

advocaat te Almelo

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Biocuisine B.V.

gevestigd te Haaksbergen

gedaagde partij

hierna te noemen: Biocuisine.

gemachtigde: mr. K.K.B. Kögging,

advocaat te Hengelo

1. De procedure

1.1 [eiser] heeft gesteld en gevorderd als staat vermeld in de dagvaarding van 15 februari 2011. In aanvulling op de dagvaarding heeft [eiser] een akte vermeerdering van eis genomen.

1.2 De zaak is behandeld ter terechtzitting van 23 februari 2011.

Partijen hebben hun standpunten schriftelijk en mondeling doen toelichten door hun gemachtigden.

1.3 Het vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten

2.1 Bij de beoordeling van dit geschil wordt uitgegaan van de navolgende feiten. Deze worden als vaststaand beschouwd omdat zij door een van partijen zijn gesteld en door de andere partij onvoldoende of niet zijn betwist of zijn erkend.

2.2 [eiser] is op 1 september 2010 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Biocuisine in de functie van directeur tegen een salaris van € 5.500,00 exclusief 8% vakantietoeslag en overige emolumenten.

2.3 Bestuurders en aandeelhouders van Biocuisine zijn de heren [X], [Y] en [Z].

2.4 Op 25 november 2010 heeft [eiser] een gesprek gehad met voormelde bestuurders. Tijdens dit gesprek is [eiser] meegedeeld dat een vruchtbare samenwerking niet meer tot de mogelijkheden behoorde en dat zij tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst wensten over te gaan. [eiser] wenste daaraan niet mee te werken en hij heeft zich na dit gesprek ziek gemeld.

2.5 Op 10 december 2010 is [eiser] bij de bedrijfsarts geweest. De bedrijfsarts heeft mediation voorgesteld om te bemiddelen in het ontstane arbeidsconflict.

2.6 Op 24 december 2010 is [eiser] door vrienden meegevraagd voor een borrel in Hengelo waarbij hij op enig moment de bestuurder/aandeelhouder [Y] tegen is gekomen.

2.7 Op 24 december 2010 te 23.38 uur is bij de heer [Y] op diens mobiele telefoon een sms-bericht van [eiser] binnengekomen met de volgende tekst:

“Laat vanavond een waarschuwing voor jullie zijn ! Jij moet net als dat dikke varken in Haaksbergen je levenlang achterom blijven kijken ! Jullie gaan er aan ! Ik maak jullie af !”

2.8 Bij brief van 28 december 2010 is [eiser] door Biocuisine op staande voet ontslagen wegens een dringende reden, gelegen in het feit dat [eiser] de heer [Y] zowel mondeling als per sms bedreigd heeft.

3. het geschil

de vordering:

3.1 [eiser] vordert, uitvoerbaar bij voorraad en na vermeerdering van eis:

• Biocuisine te bevelen om [eiser] binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis toe te laten tot de bedongen werkzaamheden, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag voor elke dag vanaf twee dagen na betekening van het vonnis, dat Biocuisine in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen;

• Veroordeling van Biocuisine tot betaling van het bedrag van € 6.500,00 bruto, verschuldigd als achterstallig salaris over de periode vanaf 28 december 2010 tot en met 1 februari 2011 te vermeerderen met 50% ter zake wettelijke verhoging ingevolge artikel 7:625 BW een en ander vermeerderd met wettelijke rente tot aan de dag der algehele voldoening;

• Veroordeling van Biocuisine tot betaling van het bedrag van € 5.500,00 bruto verschuldigd als salaris voor elke maand vanaf 1 februari 2011 tot aan de dag der rechtsgeldige beëindiging van de dienstbetrekking, te vermeerderen met 50% wettelijke verhoging ingevolge artikel 7:625 BW, een en ander vermeerderd met de verhoging, waarop [eiser] op grond van zijn arbeidsovereenkomst en het daarop van toepassing zijnde regelend recht verkrijgt, het totaal bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf elke laatste dag van elke maand, vanaf de dag van de opeisbaarheid van elke salaristermijn tot aan de dag der algehele voldoening;

• Veroordeling van Biocuisine om de pensioenpremie (werknemersaandeel) ad

€ 396,63 bruto alsmede de prepensioenpremie ad € 83,16 bruto die vanaf 1 september 2010 maandelijks is ingehouden op het salaris van [eiser] af te dragen c.q. te betalen aan de Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Vlees- en Vleeswarenindustrie en de Gemaksvoedingsindustrie tot aan de dag der rechtsgeldige beëindiging van de dienstbetrekking, een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag per elke dag dat Biocuisine 3 dagen na het betekenen van het te wijzen vonnis, in deze in gebreke is;

• Veroordeling van Biocuisine om haar bijdrage in de opbouw van het pensioen (werkgeversaandeel) ad € 610,50 bruto en het prepensioen ad € 115,50 bruto van [eiser] af te dragen c.q. te betalen aan de Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Vlees- en Vleeswarenindustrie en de Gemaksvoedingsindustrie tot aan de dag der rechtsgeldige beëindiging van de dienstbetrekking, een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag per elke dag dat Biocuisine 3 dagen na het betekenen van het te wijzen vonnis, in deze in gebreke is;

• Veroordeling van Biocuisine om bij niet tijdige c.q. volledige betaling van deze bijdragen aan [eiser] de wettelijke rente te voldoen.

• Veroordeling van Biocuisine tot betaling van de buitengerechtelijke kosten zoals bedoeld in rapport Voorwerk II;

• Veroordeling van Biocuisine in de kosten van dit geding.

3.2 Daartoe stelt [eiser] dat hij nagenoeg vanaf het begin dat hij bij Biocuisine in dienst is getreden steeds geconfronteerd werd met onterechte kritieken op zijn functioneren van met name de heer [X]. Het gesprek van 25 november 2010, waarbij hem werd meegedeeld dat hij diende te vertrekken kwam als een donderslag bij heldere hemel temeer omdat [eiser] van mening is dat hij wel goed functioneerde. De door Biocuisine aangevoerde argumenten om hem op staande voet te ontslaan zijn gezochte redenen om zodoende eenvoudig en kosteloos van hem af te komen. Uit niets blijkt dat [eiser] [Y] bedreigd heeft. Weliswaar valt niet te ontkennen dat [eiser] het hiervoor onder 2. geciteerde sms-bericht heeft toegezonden maar daarbij heeft te gelden dat Biocuisine niet gehandeld heeft zoals van een goed werkgever verwacht mag worden. Vanaf 25 november 2010 heeft Biocuisine namelijk niets meer van haar laten horen terwijl hem een voorstel zou worden gedaan om tot een oplossing te komen. [eiser] kreeg daardoor last van spanningsklachten en op 24 december 2010 zijn bij hem de stoppen doorgeslagen. [eiser] betwist evenwel dat hij [Y] die dag in een café te Hengelo bedreigd zou hebben. Er is weliswaar aangifte gedaan maar die kwestie is door de officier van justitie geseponeerd. [eiser] is van mening dat er geen dringende redenen voor ontslag op staande voet aanwezig zijn, zodat dat ontslag nietig is. [eiser] wil dan ook terugkeren op de werkvloer temeer nu het vinden van een andere baan uitgesloten is dan wel de kans daarop nagenoeg nihil is.

3.3 Op grond van het vorenstaande heeft [eiser] een spoedeisend belang bij een onmiddellijke voorziening, uitvoerbaar bij voorraad, in kort geding.

het verweer

3.4 Biocuisine verweert zich, zakelijk weergegeven, als volgt. Het gesprek van 25 november 2010 kan bij [eiser] niet als een donderslag bij heldere hemel zijn overgekomen. Met hem zijn van meet af aan al, nagenoeg wekelijks, gesprekken gevoerd aangezien al snel bleek dat [eiser] onvoldoende in staat was zijn taken als directeur correct uit te oefenen. Verwezen wordt o.a. naar het gesprek van 25 oktober 2010. Uiteindelijk hebben de aandeelhouders, vanwege de aanhoudende problemen op de werkvloer, het ontbreken van goede leiding en controle op het produktieproces door [eiser], diens weigering iets aan te nemen van [X] en de daardoor steeds verslechterende verstandhouding tussen [eiser] en [X] besloten dat het zo niet langer kon. Dat werd hem op 25 november 2010 dan ook meegedeeld. Biocuisine betwist dat nadien niet meer gecommuniceerd werd met [eiser]. Integendeel, afgesproken was zelfs dat [eiser] voorlopig ziek zou blijven waardoor hij aanspraak kon maken op doorbetaling van zijn salaris terwijl Biocuisine daarvoor verzekerd is. Dat opzetje mislukte omdat de bedrijfsarts concludeerde dat er sprake was van een arbeidsconflict en niet van ziekte. Biocuisine was dan ook van plan op korte termijn [eiser] een voorstel te doen omtrent een beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Dat voorstel is er niet gekomen vanwege de incidenten op 24 december 2010. Het eerste incident vond die dag plaats in een café te Hengelo, alwaar [eiser] [Y]bedreigd heeft. Verwezen wordt naar de schriftelijke getuigenverklaring van de echtgenote van [Y]. Zij is niet de enige getuige, meerdere mensen waren van het voorval getuige en Biocuisine zal, indien het tot een bodemprocedure mocht komen, niet aarzelen deze mensen als getuigen op te roepen en te laten horen. Vervolgens heeft [eiser] op de avond van 24 december 2010 middels een sms-bericht [Y] wederom bedreigd. De tekst van dit bericht (zie onder de feiten 2.7, ktr) is niet voor meerdere uitleg vatbaar en is een regelrechte bedreiging aan het adres van [Y] en ook [X]. Een dergelijke bedreiging aan het adres van de werkgever kan op geen enkele wijze worden getolereerd en rechtvaardigt zonder meer het gegeven ontslag op staande voet. Op grond hiervan kan van een wedertewerkstelling geen sprake zijn, zodat de vorderingen van [eiser] afgewezen dienen te worden.

4. beoordeling

4.1 Vooropgesteld dient te worden dat voor toewijzing van een vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening alleen dan aanleiding is, indien op grond van de thans gebleken feiten en omstandigheden aannemelijk is dat in een bodemprocedure de beslissing gelijkluidend zal zijn.

4.2 De kantonrechter acht het spoedeisend belang van de vordering in voldoende mate aangetoond, ook met betrekking tot de pensioenafdracht, zodat [eiser] kan worden ontvangen in zijn vordering.

4.3 Waar het in deze procedure om draait is of het op 28 december 2010 aan [eiser] gegeven ontslag op staande voet in een bodemprocedure stand zal houden. Dat ontslag was niet gebaseerd op een vermeend disfunctioneren maar op grond van de stelling dat [eiser] zijn werkgever, in de persoon van de heer [Y], bedreigd zou hebben. Het tweede lid van artikel 7:678 BW bepaalt onder e dat een dringende reden aanwezig geacht zal kunnen worden indien de werknemer zijn werkgever, diens familie of huisgenoten of zijn medewerknemers mishandelt, grovelijk beledigt of op ernstige wijze bedreigt.

In onderhavige kwestie staat onbetwist vast dat [eiser] op 24 december 2010 de heer [Y] een sms-bericht heeft toegezonden waarvan de inhoud niet voor meerdere uitleg vatbaar is. De kantonrechter onderschrijft het standpunt van Biocuisine dat dat bericht niets meer of minder is dan een regelrechte bedreiging.

Dat betekent dat alleen al op basis van dit incident, zijnde een dringende reden als bedoeld in artikel 7:678 lid 2 onder e BW, voorshands voldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat het ontslag op staande voet in stand zal blijven. De kantonrechter laat daarbij het incident in de Schaatshut, eerder op de dag van 24 december 2010, buiten beschouwing aangezien de standpunten van partijen vanaf het moment dat [eiser] en [Y] elkaar in de Schaatshut zijn tegengekomen uiteenlopen.

Onderhavige procedure leent zich niet voor een uitgebreid feitenonderzoek dan wel getuigenverhoor zodat de juistheid van de stellingen van partijen met betrekking tot dit incident in een eventuele bodemprocedure en de eventuele gronden waarop [eiser] zich kan disculperen, maar uitgezocht moeten worden. In ieder geval is een deel van de inhoud van het sms-bericht,”Laat vanavond een waarschuwing voor jullie zijn !“ een indicatie dat zich bij de Schaatshut wel eens meer afgespeeld kan hebben dan [eiser] zich kan herinneren.

Uit het vorenstaande volgt dat de gevorderde wedertewerkstelling alsmede het gevorderde loon en de gevorderde buitengerechtelijke kosten behoren te worden afgewezen.

4.4 Daarentegen zijn wel toewijsbaar de vorderingen met betrekking tot de pensioenafdracht en wel vanaf datum indiensttreding tot en met 28 december 2010. Het afdragen van de pensioenpremies, zowel het werknemers- als het werkgeversdeel, behoort tot de verplichtingen van de werkgever, voortvloeiende uit de op de arbeidsovereenkomst van toepassing zijnde CAO. Van een goed werkgever mag verwacht worden dat deze verplichting stipt en bij voortduring wordt nagekomen. De gevorderde wettelijke rente over deze bedragen is toewijsbaar als hierna te melden.

4.5 [eiser] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

5. rechtdoende:

I. Veroordeelt Biocuisine om de pensioenpremie (werknemersaandeel) ad

€ 396,63 bruto alsmede de prepensioenpremie ad € 83,16 bruto die vanaf 1 september 2010 tot en met 28 december 2010 maandelijks is ingehouden op het salaris van [eiser] af te dragen aan de Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Vlees- en Vleeswarenindustrie en de Gemaksvoedingsindustrie, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag per elke dag dat Biocuisine 3 dagen na betekening van dit vonnis, in deze in gebreke is, een en ander tot een maximum van € 5.000,00;

II. Veroordeelt Biocuisine om haar bijdrage in de opbouw van het pensioen (werkgeversaandeel) ad € 610,50 bruto en het prepensioen ad € 115,50 bruto van [eiser] vanaf 1 september 2010 tot en met 28 december 2010 af te dragen aan de Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Vlees- en Vleeswarenindustrie en de Gemaksvoedingsindustrie op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag per elke dag dat Biocuisine 3 dagen na betekening van dit vonnis, in deze in gebreke is, een en ander tot een maximum van € 5.000,00;

III. Veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van Biocuisine begroot op € 400,00 wegens het salaris van de gemachtigde.

IV. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

V. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Enschede door mr. H.J. Vos, kantonrechter, en op 3 maart 2011 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.