Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BP3789

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
01-02-2011
Datum publicatie
09-02-2011
Zaaknummer
117526 / KG ZA 11-5
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Geldvordering: toekenning voorschot.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 117526 / KG ZA 11-5

datum vonnis: 1 februari 2011 (yc)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AD Montage B.V.,

gevestigd te Oud-Ootmarsum,

eiseres,

verder te noemen AD Montage,

advocaat: mr. D.G. Geerdink te Oldenzaal,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Renovatie-Plan Kunststoftechniek B.V.,

gevestigd te Enschede,

gedaagde,

verder te noemen Renovatieplan,

advocaat: mr. F. Hoff te Wierden.

1. Het procesverloop

AD Montage heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding. De zaak is behandeld ter terechtzitting van 25 januari 2011. Ter zitting zijn verschenen: de heer [A] als bestuurder van AD Montage en mevrouw [B] vergezeld door mr. Geerdink, en de heer [X] als bestuurder van Renovatieplan vergezeld door mr. Hoff. De standpunten zijn toegelicht. Het vonnis is bepaald op vandaag.

Bij vonnis van 25 januari 2011 is zonder nadere motivering op het door AD Montage gevoerde beslist.

Het standpunt van AD Montage en Renovatieplan en de motivering van de voorzieningenrechter volgen hieronder.

2. De vaststaande feiten

2.1 AD Montage en Renovatieplan hebben mondeling een overeenkomst gesloten, welke overeenkomst inhoudt dat Renovatieplan klanten werft en AD Montage vervolgens de montagewerkzaamheden in onderaanneming uitvoert. Er ontstaat geen contractuele relatie tussen AD Montage en de klanten, zijnde de opdrachtgevers, wel tussen Renovatieplan en de opdrachtgevers.

2.2 AD Montage en Renovatieplan doen al ongeveer drie jaren zaken.

2.3 Op grond van de mondeling gesloten overeenkomst dient AD Montage bij de klanten de te plaatsen kunststof kozijnen en dergelijke in te meten en dient zij vervolgens bij de klanten de kunststof kozijnen en dergelijke te plaatsen en te monteren.

2.4 Op 28 oktober 2010 heeft Renovatieplan aan AD Montage toegezegd dat zij tot betaling zou overgaan van een serie openstaande facturen.

3. De standpunten van partijen

AD Montage

3.1 AD Montage heeft – kort weergegeven – gevorderd om bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Renovatieplan te veroordelen om binnen vijf dagen na betekening van het vonnis, aan AD Montage te betalen een bedrag van € 88.024,42, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente telkens per factuur vanaf 30 dagen na factuurdatum en te vermeerderen met de buitengerechtelijke kosten. Voorts heeft AD Montage gevorderd Renovatieplan te veroordelen om telkens per vervaldag te betalen de facturen vanaf

20 december 2010 tot en met 11 januari 2011 conform de lijst met facturen zoals die blijkt uit productie 1 van de dagvaarding, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente per vervaldag na 30 dagen per factuurdatum en te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten. Subsidiair vordert AD Montage Renovatieplan te veroordelen tot betaling van zodanige bedragen als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren. Tot slot vordert AD Montage Renovatieplan te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2 AD Montage voert aan dat zij in de periode van 13 oktober 2010 tot en met

11 januari 2011 werkzaamheden heeft verricht voor Renovatieplan, ter zake van welke werkzaamheden telkens facturen zijn verstuurd aan Renovatieplan. AD Montage voert aan dat deze facturen onbetaald zijn gelaten en dat alle facturen zonder protest door Renovatieplan zijn behouden. AD Montage stelt dat op de mondeling gesloten overeenkomst haar algemene voorwaarden van toepassing zijn, maar dat partijen in afwijking daarvan een betalingstermijn van 30 dagen na factuurdatum zijn overeengekomen. AD Montage stelt dat Renovatieplan bij brief van 3 januari 2011 opeens heeft geklaagd over de kwaliteit van de werkzaamheden, terwijl zij op 28 oktober 2010 nog had toegezegd tot betaling te zullen overgaan. AD Montage stelt dat zij gekwalificeerde en goed opgeleide monteurs in dienst heeft. Verder stelt AD Montage dat de servicewerkzaamheden soms samenhangen met het montagewerk, maar soms ook wel met fabricagefouten of loodgieterswerk dat niet door haar is verricht. AD Montage voert aan dat hoewel zij het recht had om de servicewerkzaamheden op te schorten, zij toch de klachten allemaal althans grotendeels heeft verholpen. Verder stelt AD Montage dat nu er al ruim voor € 138.000,-- aan vorderingen openstaat, Renovatieplan niet meer kan verwachten dat AD Montage nog steeds servicewerkzaamheden zal uitvoeren.

Renovatieplan

3.3 Renovatieplan heeft verweer gevoerd – welk verweer hierna zal worden weergegeven voor zover relevant – tegen de vordering van AD Montage en heeft geconcludeerd dat de gevorderde voorlopige voorziening niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, dan wel dient te worden afgewezen, met veroordeling van AD Montage in de kosten van dit geding. Renovatieplan stelt dat AD Montage toerekenbaar is tekort geschoten, nu zij de overeengekomen werkzaamheden steeds niet goed heeft opgeleverd. Renovatieplan stelt dat zij met name sinds oktober 2010 veel klachten heeft gekregen van klanten met betrekking tot de door AD Montage uitgevoerde werkzaamheden, welke klachten voor een groot deel nog niet zijn verholpen. Renovatieplan stelt dat zij de betaling van de openstaande facturen dan ook mocht opschorten.

Renovatieplan betwist dat zij sinds oktober 2010 geen betalingen meer heeft verricht. Volgens Renovatieplan vordert AD Montage ook betaling van facturen die zij al heeft voldaan. Renovatieplan betwist voorts dat zij alle facturen van AD Montage zonder protest heeft behouden en stelt dat zij diverse keren mondeling als schriftelijk heeft geprotesteerd. Verder ontkent Renovatieplan dat partijen een betalingstermijn van 30 dagen zijn overeengekomen. Renovatieplan stelt dat partijen geen specifiek aantal dagen als betalingstermijn zijn overeengekomen, maar dat zij juist hebben afgesproken dat Renovatieplan tot betaling van de facturen zou overgaan als de klant tevreden zou zijn en aan haar betaald zou hebben. Volgens Renovatieplan vordert AD Montage betaling van facturen die niet opeisbaar zijn, nu er klachten zijn van klanten die niet zijn verholpen.

Verder stelt Renovatieplan dat er sprake is van een verhoogd restitutierisico en dat de vordering niet spoedeisend is.

4. De beoordeling

Geldvordering en spoedeisend belang

4.1 De vordering van AD Montage strekt tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is slechts dan plaats, als het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, bij afweging van de belangen van partijen, aan toewijzing niet in de weg staat.

4.2 AD Montage heeft gesteld spoedeisend belang te hebben bij haar vordering en heeft daarvoor gesteld dat zij een kleine onderneming is die in financiële problemen komt indien niet op korte termijn door Renovatieplan een substantieel deel van de openstaande vorderingen wordt betaald. Renovatieplan heeft dit niet onderbouwd betwist door enkel te stellen dat AD Montage geen spoedeisend belang heeft, zodat de voorzieningenrechter van oordeel is dat AD Montage spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Op het vereiste dat het bestaan en de omvang van de vordering voldoende dient komen vast te staan, zal hieronder nader worden ingegaan. Wat betreft het restitutierisico wordt als volgt overwogen. Renovatieplan heeft gesteld dat er sprake is van een verhoogd restitutierisico, nu uit het rapport van de accountant van AD Montage blijkt dat de continuïteit van AD Montage in gevaar zal komen indien de vordering niet wordt betaald. Door vanaf een bepaalde datum in het geheel niets te betalen aan AD Montage – tot welke betaling Renovatieplan ten dele is gehouden, zoals hieronder nader zal worden overwogen – en daardoor een grote vordering te laten ontstaan, veroorzaakt Renovatieplan zelf problemen, zodat Renovatieplan geen beroep toekomt op het restitutierisico. De stelling van Renovatieplan wordt dan ook verworpen.

Bestaan en omvang vordering

4.3 AD Montage heeft gesteld dat Renovatieplan de facturen ter zake van de werkzaamheden die AD Montage in de periode van 13 oktober 2010 tot en met

11 januari 2011 heeft verricht onbetaald heeft gelaten, zodat zij in totaal een bedrag van € 138.000,-- heeft te vorderen. Renovatieplan heeft betwist dat zij de facturen sinds

oktober 2010 niet heeft betaald. Vervolgens heeft AD Montage onbetwist gesteld dat de door Renovatieplan gedane betalingen – laatstelijk van 12 oktober 2010 – zien op de facturen die eindigen met het nummer 30, terwijl zij in dit geding betaling vordert van de facturen die eindigen met het nummer 40. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat Renovatieplan de facturen waarvan in dit geding betaling wordt gevorderd, onbetaald heeft gelaten. Met betrekking tot de stelling van Renovatieplan dat zij van haar klanten klachten heeft ontvangen ter zake de door AD Montage verrichte werkzaamheden en dat zij daarom haar betalingsverplichting mocht opschorten, wordt als volgt overwogen. Renovatieplan heeft niet gesteld wanneer zij bij AD Montage heeft geklaagd over de kwaliteit van de door AD Montage verrichte werkzaamheden. Gelet op de stelling van AD Montage dat Renovatieplan pas bij brief van 3 januari 2011 is gaan klagen over de kwaliteit van de verrichte werkzaamheden, is niet gebleken dat Renovatieplan binnen een redelijke termijn heeft geklaagd omtrent de kwaliteit van alle door AD Montage verrichte werkzaamheden waarvan zij in dit geding betaling vordert. Iedere onderbouwing van de stelling met betrekking tot het tijdig klagen onderbreekt. Een totale opschorting door Renovatieplan van haar betalingsverplichting is dan ook niet gerechtvaardigd, mede doordat ook niet is komen vast te staan dat deze vermelde klachten door AD Montage niet zijn verholpen. Uit het voorgaande volgt dat het bestaan van in ieder geval een aanzienlijk deel van de vordering van AD Montage in hoge mate aannemelijk is.

4.4 Partijen verschillen van mening over de termijn waarbinnen de facturen ter zake van de verrichte werkzaamheden door Renovatieplan dienden te worden betaald. De stelling van Renovatieplan dat partijen hadden afgesproken dat zij aan AD Montage de facturen diende te betalen nadat de klant tevreden was en aan Renovatieplan had betaald, is betwist en is dan ook niet komen vast te staan. Het is niet duidelijk geworden welke afspraken partijen omtrent de betalingstermijn hebben gemaakt. Er dient daarom in het kader van dit geding uitgegaan te worden van een redelijke betalingstermijn van dertig dagen. Uit het door AD Montage bij dagvaarding als productie 1 overgelegde overzicht van de openstaande facturen blijkt dat, gelet op de betalingstermijn van dertig dagen, een aantal facturen nog niet opeisbaar is. Verder kan Renovatieplan ten aanzien van een aantal facturen nog binnen een redelijke termijn klagen omtrent de kwaliteit van de verrichte werkzaamheden. Uit deze punten vloeit voort dat niet de gehele vordering van AD Montage voor toewijzing in aanmerking komt. AD Montage zal een in redelijkheid en billijkheid te betalen voorschot worden toegekend, welk voorschot zal worden bepaald op een bedrag van € 75.000,--. Nu aan AD Montage een voorschot wordt toegekend, komen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke handelsrente niet voor toewijzing in aanmerking. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, behoeven de overige stellingen van partijen geen bespreking.

4.5 De conclusie uit het voorgaande is dat de vordering van AD Montage zal worden toegewezen tot een bedrag van € 75.000,--.

4.6 Renovatieplan zal als de in het grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding worden veroordeeld.

Verstrekt te Almelo door mr. M.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 februari 2011.