Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BP3609

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
08-02-2011
Datum publicatie
08-02-2011
Zaaknummer
360953 EJ VERZ. 2078-10
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbindingsverzoek ex art. 7: 685 BW. Geen sprake van grensoverschrijdende gedragingen volgens protocol. Vergoeding volgens kantonrechtersformule met een C factor van iets meer dan 1.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0118
Prg. 2011/94
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Kanton

Locatie Almelo

Zaaknummer : 360953 EJ VERZ. 2078-10

Beschikking van de kantonrechter d.d. 8 februari 2011 in de zaak van:

De stichting

PROTESTANTS-CHRISTELIJKE STICHTING PHILADELPHIA ZORG,

gevestigd te Nunspeet,

verzoekster,

hierna te noemen Philadelphia,

gemachtigde: mr. M.G.P. Uipkes, jurist arbeidsrechtelijke zaken bij Philadelphia,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats] en [adres],

verweerder,

hierna te noemen: [verweerder],

gemachtigde: mr. M. Vetkamp, advocaat te Soest.

Gezien het op 16 december 2010 ter griffie van dit gerecht binnengekomen verzoekschrift strekkende tot ontbinding ex artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst.

Gezien het ingekomen verweerschrift en de overige op het geding betrekking hebbende stukken.

Gelet op hetgeen door en/of namens partijen is verklaard bij de mondelinge behandeling van het verzoek op 25 januari 2011.

Overweegt:

Tussen partijen staat onweersproken vast dat [verweerder] op 8 juni 2005 in dienst is getreden bij Philadelphia, laatstelijk in de functie van coördinerend begeleider zeer intensieve begeleiding, tegen een salaris van € 2486,70 bruto exclusief vakantietoeslag. [verweerder] is geboren op [datum] 1963.

Philadelphia is een landelijke netwerkorganisatie met circa 8200 medewerkers die in en vanuit circa 800 locaties (onderverdeeld in 14 regio’s) ondersteuning bieden aan ruim 8000 clienten in de gehandicaptenzorg. Zij verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden wegens gewijzigde omstandigheden als bedoeld in artikel 7:685 BW, tegen de kortst mogelijke termijn en zonder toekenning van een vergoeding. Onder meer het volgende is aangevoerd. Na diverse klachten en meldingen van grensoverschrijdend gedrag door [verweerder] jegens collega’s en problemen die zij in de samenwerking met [verweerder] ervaren is besloten tot een onderzoek door kwaliteitsfunctionarissen, werkzaam op het hoofdkantoor van Philadelphia te Nunspeet, op grond van het protocol grensoverschrijdend gedrag. De kwaliteitsfunctionarissen hebben hun bevindingen en conclusies vastgelegd in een rapport, waarin ook een advies aan de regiodirecteur is opgenomen. Tijdens het onderzoek is [verweerder] op non-actief gesteld. In reactie hierop heeft [verweerder] zich op 13 september 2010 ziek gemeld. In het rapport van de kwaliteitsfunctionarissen wordt ten aanzien van [verweerder] onder meer opgemerkt dat hij een belangrijk aandeel heeft in het kweken van negativiteit in de groep, dat hij een grote rol speelt in het roddelcircuit (voornamelijk gericht op de locatiemanager, de behandelcoördinator en de GZ psycholoog), dat er sprake is van een verziekte werksfeer en dat hij hierin een grote rol speelt en dat hij gebrek aan zelfreflectie toont. Volgens [verweerder] zou de kern, de locatiemanager, de behandelcoördinator en de GZ psycholoog, moeten vertrekken. In het rapport wordt ten aanzien van [verweerder] geadviseerd hem niet terug te laten keren in de huidige werksituatie omdat er sprake is van onaanvaardbaar gedrag in relatie naar collega’s en de leidinggevende, waardoor een onwerkbare situatie is ontstaan. Na het rapport vonden vervolgens gesprekken met [verweerder] plaats, op 2 en 11 november 2010. Tijdens het gesprek van 11 november 2010 heeft [verweerder] een schriftelijke reactie overgelegd waarin de bevindingen in het rapport worden be- en weersproken. Philadelphia heeft, na de gesprekken en de brief van [verweerder] van 11 november 2010, [verweerder] d.d. 18 november 2010 bericht dat terugkeer naar Erve Holland niet mogelijk is, dat er binnen de regio Oost geen mogelijkheden voor plaatsing van [verweerder] zijn gezien de specifieke doelgroep van [verweerder] (en de regiodirecteur geen zeggenschap heeft over andere regio’s) en dat Philadelphia wenst te komen tot beëindiging van het dienstverband.

[verweerder] heeft primair geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek en subsidiair om hem bij ontbinding een vergoeding toe te kennen van € 50.719,65 bruto.

[verweerder] heeft onder meer het volgende aangevoerd. Ondanks vele verzoeken van [verweerder] is hem nimmer duidelijkheid gegeven over de exacte inhoud en specifieke aard van de klachten, zodat hij ook niet in de gelegenheid is gesteld om daarop te reageren. Hij herkent zich niet in het beeld dat van hem wordt geschetst. Volgens [verweerder] kan slechts een klein aantal collega’s geklaagd hebben, àls er al geklaagd is. De enige concrete aangelegenheid die over tekortschieten van [verweerder] in de communicatie is benoemd is de kwestie van de vermiste bewonersgelden. [verweerder] heeft geprobeerd dit eerst zelf op te lossen in plaats van dit te melden bij de leidinggevende. Hij heeft de vermissing wel direct gemeld in de algemene rapportagemap die voor iedereen toegankelijk is. [verweerder] is na de gesprekken over het onderzoek depressief geraakt en daarvoor heeft hij zich onder behandeling van een psychiater moeten stellen. Volgens [verweerder] zijn er geen feiten gebleken waaruit grensoverschrijdend gedrag blijkt (volgens het protocol grensoverschrijdend gedrag van Philadelphia betreft dit: seksuele initmidatie, discriminatie, agressie en geweld en pesten) en wordt er een beeld geschapen van een ontredderde locatie waarbinnen [verweerder] de kwade genius is. De meerderheid van de collega’s is niet gehoord en [verweerder] heeft zijn twijfels bij de onafhankelijkheid van het onderzoek. Als er al sprake zou zijn van disfunctioneren dan ligt een verbetertraject in de rede en dat is niet gebeurd. [verweerder] is nog steeds arbeidsongeschikt en doet een beroep op reflexwerking van het opzegverbod bij ziekte.

De kantonrechter is aan de hand van het over en weer aangevoerde van oordeel dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden die ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigen. [verweerder] heeft wel aangegeven terugkeer nog denkbaar te vinden maar Philadelphia heeft de deur wat dat betreft dicht gedaan, het vertrouwen is weg en zij acht terugkeer niet verantwoord. Mede gelet op de verstandhouding tussen [verweerder] en de kern op de betreffende locatie (de locatiemanager, de behandelcoördinator en de GZ psycholoog) is voldoende aannemelijk geworden dat een vruchtbare samenwerking in de toekomst er niet meer in zit. Het beroep van [verweerder] op reflexwerking van het opzegverbod bij ziekte wordt gepasseerd. Het is niet gebleken dat het verzoek daarmee verband houdt.

Rest de vraag of in verband met de ontbinding van de arbeidsovereenkomst aan [verweerder] ten laste van Philadelphia vanwege de omstandigheden van het geval naar billijkheid een ontbindingsvergoeding moet worden toegekend. De kantonrechter is van oordeel dat een ontbindingsvergoeding zeker op zijn plaats is. De kantonrechter stelt allereerst vast dat van grensoverschrijdende gedragingen als bedoeld in het protocol (productie 5 bij het verzoekschrift) niet is gebleken. In het rapport van de kwaliteitsfunctionarissen wordt die conclusie ook niet getrokken, er wordt gesteld dat in dat kader andere zaken naar voren zijn gekomen die vallen onder disfunctioneren en die na de reactie van [verweerder] op het rapport hebben geleid tot een verlies van vertrouwen. Philadelphia heeft gelet op het rapport voldoende aannemelijk gemaakt dat er aan het functioneren van [verweerder] wat heeft geschort, maar de ernst daarvan is moeilijk te beoordelen als niet preciezer wordt toegelicht wat er is gebeurd en waarop de conclusies van het rapport zijn gebaseerd. Die toelichting ontbreekt. Uitgaande van geen grensoverschrijdende gedragingen maar van disfunctioneren lag het voor de hand om [verweerder] een verbetertraject te laten volgen. Philadelphia heeft een verbetertraject niet willen starten en zij heeft mogelijkheden tot herplaatsing binnen de

-grote- organisatie overigens onvoldoende bekeken. De kantonrechter is gelet hierop en op de overige omstandigheden van het geval, van oordeel dat een ontbindingsvergoeding van

€ 30.000,00 bruto dient te worden toegekend, zijnde een vergoeding volgens de kantonrechtersformule met een brutoloon van € 3381,31 (inclusief ORT, vakantietoeslag en eindejaarsuitkering) en een C-factor van iets meer dan 1.

Gebleken is dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in de artikelen 7:647, 648, 670, 670a van het Burgerlijk Wetboek of enig ander verbod tot opzegging van de arbeidsovereenkomst.

De kantonrechter acht termen aanwezig de kosten van deze procedure te compenseren tenzij Philadelphia het verzoek intrekt, in welk geval Philadelphia in de kosten wordt veroordeeld.

Beschikt:

Ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst per 1 maart 2011, tenzij Philadelphia het verzoek uiterlijk 24 februari 2011 intrekt.

Kent ingeval van ontbinding aan [verweerder], ten laste van Philadelphia, een vergoeding toe van € 30.000,00 bruto en veroordeelt mitsdien Philadelphia tot betaling van dit bedrag aan [verweerder].

Compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt, tenzij Philadelphia het verzoek intrekt, in welk geval Philadelphia in de kosten wordt veroordeeld, welke tot en met deze beschikking aan de zijde van [verweerder] wordt begroot op € 400,00, zijnde het salaris gemachtigde.

Aldus gegeven te Almelo en op 8 februari 2011 in het openbaar uitgesproken door mr. G. van Eerden, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.