Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BP3430

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
26-01-2011
Datum publicatie
07-02-2011
Zaaknummer
117336 KG ZA 11-2
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ontruiming huurwoning wegens (geluids)overlast

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 117336 KG ZA 11-2

datum vonnis: 26 januari 2011 (l.)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de stichting,

Woningstichting De Woonplaats,

gevestigd te Enschede,

eiseres,

verder te noemen De Woonplaats,

advocaat: mr. R.J. Leijssen,

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde],

procederend in persoon.

Het procesverloop

De Woonplaats heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 19 januari 2011. Ter zitting zijn verschenen: [X] vergezeld door mr. R.J. Leijssen en [gedaagde] vergezeld door zijn partner en mevrouw [Y] casemanager van de Stichting Maatschappelijke Dienstverlening Enschede-Haaksbergen. De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

De feiten

1. In deze zaak staat het navolgende vast.

1.1. De Woonplaats verhuurt aan [gedaagde] sinds 28 mei 2010 de woning staande en gelegen aan [adres] en [woonplaats].

1.2. Aan de tussen partijen gesloten huurovereenkomst is een bijlage gehecht, omdat [gedaagde] in de vorige woning die hij van de Woonplaats heeft gehuurd overlast heeft veroorzaakt. In de bijlage staat de volgende doelstelling vermeld: “Het voorkomen van overlast aan omwonenden en het correct bewonen en onderhouden van de woning en de tuin”. Daarnaast zijn in de bijlage onder meer de volgende afspraken opgenomen: “U veroorzaakt geen overlast aan omwonenden”, “U zorgt ervoor dat omwonenden geen overlast ondervinden van u bezoek” en “U laat geen andere personen dan uw partner en kinderen bij u wonen”.

1.3. Vanaf augustus 2010 zijn er meerdere klachtbrieven van verschillende omwonenden binnengekomen waarin staat dat zij vanwege het door [gedaagde] veroorzaakte geluidsoverlast overdag, ’s avonds en ’s nachts ernstig worden gestoord.

1.4. De politie heeft op 13 augustus 2010, 30 september 2010 en 25 december 2010 geconstateerd dat [gedaagde] geluidsoverlast heeft veroorzaakt.

1.5. De Woonplaats heeft [gedaagde] bij brieven van 19 augustus 2010 en 22 november 2010 gewaarschuwd dat bij voortduring van de overlast de huurovereenkomst, althans het gebruik van het gehuurde zal worden beëindigd. Voorts heeft de Woonplaats [gedaagde] bij brieven van 27 oktober 2010 en 11 november 2010 gewaarschuwd dat hij in strijd met de huurovereenkomst andere personen in de woning liet verblijven. Tevens hebben er op 11 augustus 2010 en 30 september 2010 begeleidingsgesprekken plaatsgevonden tussen De Woonplaats en [gedaagde]. Bij brief van 8 december 2010 is [gedaagde] nogmaals er op gewezen dat hij, ondanks de gemaakte afspraken, nog steeds overlast veroorzaakt en andere personen in de woning laat verblijven en dat indien de overlast blijft aanhouden een juridische procedure wordt gestart tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. [gedaagde] is bij voornoemde brief uitgenodigd om een en ander te komen bespreken op 13 december 2010, maar op deze afspraak is [gedaagde] niet komen opdagen.

De vordering van De Woonplaats en de onderbouwing daarvan

2.1. De Woonplaats vordert [gedaagde] te voordelen om binnen tien dagen na betekening van het te wijzen vonnis de woning aan [adres] en [woonplaats] te ontruimen en te verlaten met al het zijne en de zijnen, De Woonplaats te vergunnen de ontruiming te bewerkstelligen met de sterke arm en gedaagde te veroordelen in de kosten van dit geding.

2.2. De Woonplaats heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde] en zijn bezoekers geluidsoverlast veroorzaken, welke geluidsoverlast bestaat uit het zeer luidruchtig praten, het luid afspelen van geluidsapparatuur en andere storende geluiden tot soms wel vier uur ’s nachts, waardoor de omwonenden – en tevens huurders van De Woonplaats – ernstig in hun rusturen worden gestoord. Voorts heeft [gedaagde] in strijd met de huurovereenkomst andere personen in de woning laten verblijven. Volgens De Woonplaats hebben van de acht omwonenden er zes over de door [gedaagde] veroorzaakte geluidsoverlast geklaagd. De geluidsoverlast treedt – ondanks dat er meerdere begeleidingsgesprekken hebben plaatsgevonden en [gedaagde] meerdere keren bij brief is gewaarschuwd dat bij voortduring van de overlast de huurovereenkomst, althans het gebruik van het gehuurde zal worden beëindigd – steeds opnieuw op. Door herhaaldelijk geluidsoverlast te veroorzaken heeft [gedaagde] zich niet als een goed huurder als bedoeld in artikel 7:213 BW gedragen en is [gedaagde] de huurovereenkomst niet nagekomen, waardoor het evident is dat de huurovereenkomst in de bodemprocedure zal worden ontbonden. Nu de geluidsoverlast steeds weer optreedt en de huurders herhaaldelijk worden gestoord in hun rustig huurgenot, kan een bodemprocedure bij de kantonrechter in redelijkheid niet worden afgewacht zodat een ontruiming vooruitlopend op de ontbinding van de huur geboden is.

Het verweer van [gedaagde]

3. [gedaagde] erkent dat de politie een aantal keren bij hem is geweest, maar hij betwist dat hij geluidsoverlast heeft veroorzaakt. Volgens [gedaagde] hebben zijn buren de verhalen verzonnen, omdat ze hem niet als buurman willen. Voorts heeft [gedaagde] gesteld dat in het geval de vordering van De Woonplaats tot ontruiming wordt toegewezen, dit tot gevolg heeft dat hij met zijn gezin op straat zal komen te staan, omdat [gedaagde] en zijn gezin niet langer dan een week bij zijn familie kunnen verblijven.

De overwegingen van de voorzieningenrechter

4.1. Ontruiming in kort geding kan worden uitgesproken als het voor de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk is geworden dat in een bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst zal worden uitgesproken. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit laatste voldoende aannemelijk is gemaakt en daartoe overweegt hij het navolgende.

4.2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft De Woonplaats voldoende aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de uit de huurovereenkomst en de daaraan gehechte bijlage voortvloeiende verplichtingen. Uit de door de Woonplaats bij dagvaarding overgelegde klachtbrieven van de omwonenden van [gedaagde] blijkt immers dat [gedaagde] meerdere malen geluidsoverlast heeft veroorzaakt, welke geluidsoverlast soms voortduurt tot vier uur ’s nachts. De stelling van [gedaagde] dat zijn buren de verhalen over het geluidsoverlast hebben verzonnen, treft - naar het oordeel van de voorzieningenrechter - geen doel nu blijkens de ter terechtzitting overgelegde producties ook de politie diverse keren geluidsoverlast bij [gedaagde] heeft geconstateerd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter bestaat niet de verwachting dat [gedaagde] zijn gedrag in de toekomst zal verbeteren, nu het opnemen van de onder punt 1.2. genoemde afspraken in de aan de huurovereenkomst gehechte bijlage, het voeren van diverse begeleidingsgesprekken en het versturen van meerdere waarschuwingsbrieven, ook niet heeft geleid tot een vermindering van het door [gedaagde] veroorzaakte geluidsoverlast. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de uit de huurovereenkomst en de daaraan gehechte bijlage voortvloeiende verplichtingen, welke wanprestatie het aannemelijk maakt dat de huurovereenkomst in de bodemprocedure zal worden ontbonden.

4.3. De voorzieningenrechter is met De Woonplaats van oordeel dat de bodemprocedure bij de kantonrechter niet kan worden afgewacht, nu zes van de acht omwonenden – en tevens huurders van De Woonplaats - over de door [gedaagde] veroorzaakte geluidsoverlast hebben geklaagd, de geluidsoverlast steeds weer optreedt en de Woonplaats daardoor tekortschiet in haar verplichting haar huurders het rustig woongenot te verschaffen. Op grond van het vorenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de vordering van De Woonplaats moet worden toegewezen.

4.4. De verklaring van [gedaagde] dat toewijzing van de vordering van De Woonplaats tot gevolg heeft dat hij met zijn gezin op straat zal komen te staan, maakt het vorenstaande niet anders. [gedaagde] had immers redelijkerwijs kunnen voorzien dat de huurovereenkomst, althans het gebruik van het gehuurde zou kunnen worden beëindigd, nu De Woonplaats hem hierop bij brieven van 19 augustus 2010, 27 oktober 2010, 11 november 2010, 22 november 2010 en 8 december 2010 heeft gewezen en [gedaagde] – ondanks deze waarschuwingen – niet voor een vermindering van de geluidsoverlast heeft gezorgd.

4.5. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Veroordeelt [gedaagde] om binnen tien dagen na betekening van het vonnis de woning aan de [adres] en [woonplaats] te ontruimen en te verlaten met al het zijne en de zijnen.

II. Vergunt De Woonplaats de ontruiming te bewerkstelligen met de sterke arm.

III. Veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Woonplaats begroot op € 667,13 aan verschotten en € 527,00 aan salaris van de advocaat.

IV. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. U. van Houten, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 januari 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.