Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BP3322

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
26-01-2011
Datum publicatie
07-02-2011
Zaaknummer
111944 / HA ZA 10-568
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Onrechtmatig handelen jegens netwerkbeheerder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 111944 / HA ZA 10-568

datum vonnis: 26 januari 2011 (yc)

Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Enexis B.V.,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

eiseres,

verder te noemen Enexis,

advocaat: mr. A. Vaarkamp te Zwolle,

tegen

[Gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde sub1],

niet in rechte verschenen,

2. [Gedaagde sub 2],

wonende [woonplaats],

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde sub 2],

advocaat: mr. M. van der Veen te Losser.

Het procesverloop

Enexis heeft [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] gedagvaard. Vervolgens zijn door

[gedaagde sub 2] respectievelijk Enexis een conclusie van antwoord, een conclusie van repliek en een conclusie van dupliek ingediend. [Gedaagde sub 1] is te dienende dage niet in rechte verschenen waarna tegen hem verstek is verleend. Nu [gedaagde sub 2] in het geding is verschenen, zal één vonnis worden gewezen, dat als vonnis op tegenspraak wordt beschouwd. Het vonnis is bepaald op heden.

De vaststaande feiten

In deze zaak staat het navolgende vast.

1.1 Enexis is de rechtsopvolgster van Essent Netwerk B.V.

1.2 Enexis is netbeheerder en zorgt voor het transport van elektriciteit naar de afnemers.

1.3 Enexis heeft met [gedaagde sub 1] een overeenkomst gesloten voor het (verbruiks)adres [adres] te [woonplaats].

1.4 Op 3 januari 2007 is door Enexis bij een inval aan het [adres] te [woonplaats] geconstateerd dat daar een hennepkwekerij was ingericht en dat op illegale wijze elektriciteit werd afgenomen.

1.5 In haar arresten van 6 september 2007 heeft het gerechtshof te Arnhem gedaagden strafrechtelijk (onder andere) veroordeeld voor het medeplegen van diefstal van elektriciteit.

1.6 Zowel in de strafzaak tegen [gedaagde sub 1] als in de strafzaak tegen [gedaagde sub 2] heeft Essent Netwerk B.V. zich als benadeelde partij gevoegd en heeft zij een vordering ingediend tot schadevergoeding van € 4.511,23. In beide strafzaken is Essent Netwerk B.V. door het gerechtshof te Arnhem niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.

De standpunten van partijen

Enexis

2.1 Enexis vordert gedaagden, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijk te veroordelen om aan haar tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de hoofdsom van

€ 4.511,23, de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 3 januari 2007 tot en met de dag der dagvaarding, althans 31 mei 2010, zijnde een bedrag van € 874,94, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening. Voorts vordert Enexis gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten van

€ 768,-- en de kosten van de procedure, waaronder nakosten advocaat. Tot slot vordert Enexis om [gedaagde sub 2], voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van de kosten van het gelegde conservatoire beslag.

2.2 Enexis stelt dat zij, doordat [gedaagde sub 1] voor het [verbruiksadres] te [woonplaats] illegaal elektriciteit heeft afgenomen buiten de meetinrichting om, € 4.511,23 schade heeft geleden. Door niet te betalen voor de aan het verbruiksadres geleverde elektriciteit, is [gedaagde sub 1] volgens Enexis toerekenbaar tekortgeschoten. Voorts stelt Enexis dat door de illegale afname van elektriciteit [gedaagde sub 1] zijn zorgverplichting jegens haar heeft geschonden, waardoor er sprake is van een toerekenbaar tekortschieten, dan wel onrechtmatig handelen jegens Enexis. Nu zowel [gedaagde sub 1] als [gedaagde sub 2] strafrechtelijk zijn veroordeeld voor het medeplegen van diefstal van elektriciteit, zijn ze volgens Enexis hoofdelijk aansprakelijk voor de door Enexis geleden schade als gevolg van het onrechtmatig handelen. Enexis stelt dat zij degene is die de in deze procedure gevorderde schade heeft geleden, doordat zij als netbeheerder netverliezen (in het door haar beheerde gebied) dient te compenseren, welke netverliezen ontstaan als gevolg van illegale stroomafnames. Dat het gerechtshof te Arnhem gedaagden heeft veroordeeld voor diefstal van elektriciteit welke in eigendom toebehoort aan Essent doet aan het voorafgaande volgens Enexis niet af, nu daar waar Essent in het arrest staat vermeld, Essent Netwerk B.V. bedoeld zal zijn, de rechtsvoorgangster van Enexis.

Enexis stelt voorts dat nu de door haar geleden schade niet (door verdere nakoming) kan worden weggenomen, gedaagden direct verplicht zijn tot schadevergoeding. Volgens Enexis zijn gedaagden dan ook vanaf 3 januari 2007, de datum van de ontdekking van de illegale afname van elektriciteit, in verzuim en gehouden tot betaling van de hoofdsom en de wettelijke rente vanaf dat moment. Enexis stelt dat bovendien uit artikel 6:83 sub b BW volgt dat het verzuim intreedt zonder ingebrekestelling.

[gedaagde sub 2]

2.3 [Gedaagde sub 2] voert verweer tegen de vordering van Enexis en concludeert tot niet-ontvankelijkheid, althans ontzegging van de vordering, met veroordeling van Enexis in de kosten van deze procedure.

[Gedaagde sub 2] stelt daartoe dat vanaf eind 2008 het proces van operationele splitsing tussen Essent en Essent Netwerk B.V., de rechtsvoorgangster van Enexis, voltooid is. [Gedaagde sub 2] stelt dat de vordering van Enexis is gebaseerd op de mening van Enexis dat gedaagde is veroordeeld voor diefstal van elektriciteit welke in eigendom toebehoort aan Essent.

[Gedaagde sub 2] stelt dat uit het arrest van het gerechtshof te Arnhem juist blijkt dat bewezen is verklaard dat de elektriciteit toebehoort aan Essent. [Gedaagde sub 2] stelt dat hij dan ook niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens Enexis, maar jegens de leverancier en eigenaar van de elektriciteit, zijnde Essent.

[Gedaagde sub 2] stelt verder dat indien de rechtbank tot het oordeel komt dat [gedaagde sub 2] wel jegens Enexis onrechtmatig heeft gehandeld, hij niet de wettelijke rente verschuldigd is vanaf 3 januari 2007. [Gedaagde sub 2] stelt dat hij niet is gesommeerd tot betaling van de wettelijke rente en dat hij niet in verzuim is. [Gedaagde sub 2] betwist voorts de gevorderde buitengerechtelijke kosten.

De beoordeling

In de zaak tegen [gedaagde sub 1]

3.1 Bij de dagvaarding zijn de wettelijke termijnen en formaliteiten in acht genomen.

3.2 De vordering van Enexis komt – behoudens het navolgende – niet onrechtmatig of ongegrond voor en kan daarom worden toegewezen.

3.3 Enexis heeft een bedrag aan buitengerechtelijke (incasso-)kosten gevorderd. De rechtbank hanteert het uitgangspunt dat dergelijke kosten alleen voor vergoeding in aanmerking komen, indien zij betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Enexis heeft weliswaar gesteld dat de gevorderde kosten geen betrekking hebben op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te sluiten, maar uit de gegeven omschrijving van deze werkzaamheden dient het tegendeel te worden afgeleid. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-) kosten moet daarom worden afgewezen.

3.4 De rechtbank zal een bedrag van € 874,94 toewijzen aan de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 3 januari 2007 tot en met 31 mei 2010, en niet tot en met de dag der dagvaarding. Uit productie acht van de dagvaarding blijkt immers dat het bedrag van € 874,94 aan wettelijke rente is berekend tot en met 31 mei 2010. De vordering van Enexis het bedrag van € 874,94 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, zal worden afgewezen. Enexis vordert hiermee rente op rente. Rente op rente mag alleen opnieuw in rekening worden gebracht over achterstallige rente die over een vol jaar verschuldigd is, tenzij partijen anders zijn overeengekomen. Dit is niet gesteld of gebleken, zodat deze vordering van Enexis zal worden afgewezen.

3.5 [Gedaagde sub 1] zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding worden veroordeeld.

In de zaak tegen [gedaagde sub 2]

Hoofdsom

3.6 In deze zaak staat vast dat [gedaagde sub 2] een onrechtmatige daad heeft gepleegd doordat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van diefstal van elektriciteit. Kern van geschil tussen partijen is jegens wie [gedaagde sub 2] een onrechtmatige daad heeft gepleegd.

Enexis heeft haar stelling dat door [gedaagde sub 2] jegens haar als netbeheerder onrechtmatig is gehandeld uitgebreid onderbouwd. Enexis heeft – kort weergegeven – gesteld dat als gevolg van illegale afname van elektriciteit een deel van de elektriciteit op het elektriciteitsnet niet via de kWh-meters is afgenomen en/of geregistreerd. Deze verbruikte, maar niet op een kWh-meter van een afnemer geregistreerde elektriciteit is volgens Enexis niet door de leverancier afgerekend met de producent. Enexis heeft gesteld dat zij als netbeheerder deze netverliezen compenseert, zodat zij degene is die de in deze procedure gevorderde schade heeft geleden. Deze onderbouwde stelling van Enexis heeft

[gedaagde sub 2] niet onderbouwd betwist door hierop enkel te stellen dat hij onrechtmatig heeft gehandeld jegens de leverancier en eigenaar van de elektriciteit, zijnde Essent, die een geheel andere rechtspersoon en juridische entiteit is dan de netbeheerder Enexis. Wat er ook zij van de overige stellingen van [gedaagde sub 2], er dient er dan ook van uitgegaan te worden dat [gedaagde sub 2] jegens Enexis onrechtmatig heeft gehandeld, nu Enexis is gehouden netverliezen te compenseren en Enexis dus degene is die schade lijdt. Bovendien lijkt [gedaagde sub 2] dit te erkennen, daar waar hij onder punt acht van de conclusie van dupliek stelt dat de rechtspersoon die de schade heeft geleden netbeheerder Essent Netwerk B.V., de rechtsvoorgangster van Enexis, is. Nu voorts de hoogte van de door Enexis gevorderde hoofdsom van € 4.511,23 niet is betwist door [gedaagde sub 2], zal deze worden toegewezen.

Wettelijke rente

3.7 [gedaagde sub 2] is de wettelijke rente verschuldigd over de hoofdsom vanaf de dag dat hij met de voldoening daarvan in verzuim is. Uit artikel 6:83 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat het verzuim intreedt zonder dat de schuldenaar in gebreke dient te worden gesteld, nu de verbintenis uit onrechtmatige daad voortvloeit. Nu vaststaat dat Enexis op

3 januari 2007 heeft ontdekt dat [gedaagde sub 2] de onrechtmatige daad heeft gepleegd, is hij vanaf die datum in verzuim en is hij derhalve vanaf dan de wettelijke rente over de hoofdsom verschuldigd. Enexis heeft gesteld dat de wettelijke rente tot en met de dag der dagvaarding, althans 31 mei 2010 € 874,84 bedraagt. Uit productie acht die door Enexis is overgelegd, blijkt dat dit bedrag aan wettelijke rente is berekend tot en met 31 mei 2010.

[gedaagde sub 2] zal dan ook worden veroordeeld tot betaling van de wettelijke rente vanaf

3 januari 2007 tot en met 31 mei 2010, zijnde een bedrag van € 874,84.

3.8 Enexis vordert voorts dat het bedrag van € 874,94 wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening. Enexis vordert hiermee rente op rente. Rente op rente mag alleen opnieuw in rekening worden gebracht over achterstallige rente die over een vol jaar verschuldigd is, tenzij partijen anders zijn overeengekomen. Dit is niet gesteld of gebleken, zodat deze vordering van Enexis zal worden afgewezen.

Buitengerechtelijke kosten

3.9 Enexis heeft een bedrag aan buitengerechtelijke (incasso-)kosten gevorderd. De rechtbank hanteert het uitgangspunt dat dergelijke kosten alleen voor vergoeding in aanmerking komen, indien zij betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Enexis heeft weliswaar gesteld dat de gevorderde kosten geen betrekking hebben op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te sluiten, maar uit de gegeven omschrijving van deze werkzaamheden dient het tegendeel te worden afgeleid. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-) kosten moet daarom worden afgewezen.

3.10 Als de in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde sub 2] worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Tevens zal [gedaagde sub 2] worden veroordeeld in de kosten van het gelegde beslag.

De beslissing

De rechtbank:

I. Veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Enexis te betalen een bedrag van € 5.386,17 (vijfduizend driehonderd zesentachtig euro en zeventien eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over een bedrag van € 4.511,23 vanaf 31 mei 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

II. Veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten tot op deze uitspraak aan de zijde van Enexis begroot op € 390,74 aan verschotten en € 768,-- aan salaris van de advocaat en veroordeelt

[gedaagde sub 2] voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Enexis te betalen de kosten van het gelegde beslag, zijnde een bedrag van € 247,10 aan verschotten, en tot betaling van € 384,-- aan salaris van de advocaat.

III. Veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, in de nakosten van deze procedure ten bedrage van respectievelijk

€ 131,-- zonder betekening en € 199,-- in geval van betekening, indien en voor zover

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] niet binnen een termijn van veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis hebben voldaan.

IV. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

V. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.M. Verhoeven en is op 26 januari 2011 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.