Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BP2556

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
28-01-2011
Datum publicatie
31-01-2011
Zaaknummer
117426 / KG ZA 11-4
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ontruiming woning. Vordering tot verlenen van medewerking aan verkoop en overdracht van de woning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 117426 / KG ZA 11-4

datum vonnis: 28 januari 2011 (sr)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[eiseres]

wonende te [woonplaats]

eiseres,

verder te noemen [eiseres],

advocaat: mr. D.F. Briedé te Almelo,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats]

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde],

advocaat: mr. L. de Widt te Almelo.

Het procesverloop

[eiseres] heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 21 januari 2011. Ter zitting zijn verschenen: [eiseres] vergezeld door mr. Briedé en mr. De Widt.

De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

De feiten

1. In deze zaak staat het navolgende vast.

1.1 Partijen hebben een affectieve relatie gehad. In het kader van deze relatie hebben partijen op 27 juli 2000 een samenlevingsovereenkomst gesloten. De relatie tussen partijen is op 6 september 2009 geëindigd.

1.2 [eiseres] en [gedaagde] hebben het gezamenlijk eigendom van de woning staande en gelegen aan de [adres]en [woonplaats]kadastraal bekend gemeente [plaats], sectie {nummer}

1.3 [eiseres] en [gedaagde] zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de bij AXENT/AEGON aangegane hypotheekschuld. De actuele stand van de hypotheekschuld bedraagt € 114.578,49.

1.4 Op 1 september 2010 hebben partijen afgesproken dat [gedaagde] in de woning zou blijven wonen, de woning op zijn naam zou laten zetten en de hiermee gepaard gaande kosten voor zijn rekening zou nemen. [eiseres] heeft elders in Almelo een woning betrokken.

De vordering van [eiseres] en haar onderbouwing daarvan

2. [eiseres] heeft bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gevorderd:

I. [gedaagde] te veroordelen de woning aan de [adres] en [woonplaats] binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met al het zijne en de zijnen onder afgifte van de sleutels ter beschikking van [eiseres] dan wel een door haar aan te wijzen verkoopmakelaar te stellen;

II. in het geval [gedaagde] hieraan niet voldoet, [eiseres] te machtigen de ontruiming zelf te doen uitvoeren, desnoods met behulp van de sterke arm van justitie en politie;

III. te bepalen dat het vonnis binnen de in artikel 557a Rv genoemde termijn van een jaar ook zal kunnen worden ten uitvoer gelegd tegen een ieder die zich daar bevindt of daar binnentreedt;

IV. [gedaagde] te veroordelen zijn medewerking te verlenen aan de verkoop en overdracht van de woning via een door [eiseres] aan te wijzen notaris, waarbij onder verkoop mede moet worden begrepen het aanstellen van een makelaar door [eiseres] en het tekenen van het koopcontract door [gedaagde];

V. te bepalen dat [eiseres] vervangende toestemming wordt verleend voor hetgeen in alle bovengenoemde veroordelingen is genoemd indien [gedaagde] niet op eerste verzoek van [eiseres] medewerking verleent en te bepalen dat dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 2 BW mede in de plaats zal treden van de door de notaris op te stellen akte van levering met betrekking tot de woning met toebehoren voor zover het betreft het verlenen van toestemming van [gedaagde] tot die levering;

VI. te bepalen dat partijen de overwaarde minus kosten op datum transport bij helfte delen en dat een eventuele onderwaarde van de woning zonder verrekening tussen partijen komt van [gedaagde];

VII. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure.

2.1 [eiseres] stelt daartoe dat [gedaagde] reeds vier maanden zijn betalingsverplichtingen tegenover Aegon niet meer nakomt. [gedaagde] heeft naast geestelijke problemen ook een drugsprobleem. [gedaagde] heeft de woning niet op zijn naam doen zetten. De woning maakt momenteel een uitgewoonde indruk als gevolg van de losbandige levensstijl van [gedaagde]. Bij brief d.d. 29 december 2010 is [gedaagde] gesommeerd om alsnog medewerking te verlenen aan de onderhandse verkoop van de woning. [gedaagde] heeft hierop niet gereageerd.

Het verweer [gedaagde]

3. Ter zitting heeft mr. De Widt namens [gedaagde] verweer gevoerd en primair geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen en subsidiair verzocht om aanhouding van de zaak. In het navolgende zal de voorzieningenrechter voor zover nodig nader op dat verweer ingaan.

De overwegingen van de voorzieningenrechter

4. Op 19 januari 2011 heeft de voorzieningenrechter aanvullende stukken van [eiseres] ontvangen. Mr. De Widt heeft ter zitting verklaard deze stukken niet te hebben ontvangen. Nu [eiseres] deze stukken niet heeft betekend aan [gedaagde] (p/a locatie [naam]) kan niet worden vastgesteld of [gedaagde] voldoende gelegenheid heeft gehad tot kennisneming van deze stukken. De voorzieningenrechter laat deze stukken derhalve buiten beschouwing.

4.1 De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiseres] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft bij de onderhavige vorderingen nu zij ter zitting onweersproken heeft gesteld dat Aegon bezig is met het nemen van executiemaatregelen. Daarmee komt de voorzieningenrechter toe aan een materiële beoordeling van het geschil.

4.2 Op 1 september 2010 hebben partijen afgesproken dat [gedaagde] in de woning zou blijven wonen, de woning op zijn naam zou laten zetten en de hiermee gepaard gaande kosten voor zijn rekening zou nemen. [eiseres] heeft gesteld dat [gedaagde] vanaf dat moment de betalingsverplichtingen tegenover Aegon niet is nagekomen. Ter zitting is namens [gedaagde] een betalingsachterstand erkend. [gedaagde] is echter thans niet in staat om te bekijken hoe hoog deze betalingsachterstand is. [gedaagde] verblijft wegens zijn geestelijke problemen sinds 15 dagen op een gesloten afdeling van de [naam] en is derhalve niet in staat om zijn papieren te pakken. De verwachting is dat hij daar nog een week moet verblijven. [gedaagde] wil graag overleg met zijn familie over hulp bij de ontstane achterstand. [gedaagde] stelt in staat te zijn op basis van zijn eigen inkomsten de woning aan houden, nu hij een uitkering van € 1.300,00 per maand heeft en de maandelijkse kosten van de woning € 500,00 bedragen.

4.3 De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiseres], gelet op de huidige stand van zaken, belang heeft bij toewijzing van de vorderingen die zien op de ontruiming, de verkoop en de overdracht van de woning. Een executoriale verkoop van de woning levert immers zeer waarschijnlijk een lagere verkoopopbrengst op dan een onderhandse verkoop van de woning en [eiseres] is nog steeds aansprakelijk voor de hypothecaire verplichtingen. Voorts heeft [eiseres] onweersproken gesteld dat de woning momenteel een uitgewoonde indruk maakt als gevolg van de losbandige levensstijl van [gedaagde]. [eiseres] heeft een (financieel) belang om de woning voor de verkoop te fatsoeneren. [gedaagde] kan de gevorderde ontruiming echter voorkomen door alsnog de integrale achterstand aan Aegon te voldoen en wel zodanig dat Aegon afziet van het nemen van verdere executiemaatregelen. Het met betrekking tot de verkoop en overdracht gevorderde is toewijsbaar. Uiteraard kan [gedaagde] de executie van dit vonnis voorkomen door alsnog de oorspronkelijke overeenkomst na te komen in welk kader [gedaagde] ervoor zorg dient te dragen dat [eiseres] wordt ontslagen uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire verplichtingen.

4.4 Ten aanzien van het overige overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

4.5 De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren, zo nodig met behulp van de sterke arm van politie en justitie, zal worden afgewezen nu dit ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering overbodig is.

4.6 [eiseres] heeft gevorderd te bepalen dat het vonnis binnen de in artikel 557a Rv genoemde termijn van een jaar ook zal kunnen worden ten uitvoer gelegd tegen een ieder die zich daar bevindt of daar binnentreedt. Deze vordering zal worden afgewezen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiseres] hierbij geen belang heeft nu niet gebleken is dat gevreesd wordt dat anderen dan [gedaagde] zich in de woning ophouden.

4.7 De vordering van [eiseres] tot veroordeling van [gedaagde] tot medewerking aan de verkoop en overdracht van de woning zal met inachtneming van het onder 4.3 worden toegewezen. Indien [gedaagde] weigerachtig is hieraan te voldoen, zal de voorzieningenrechter bepalen dat dit vonnis in de plaats treedt van de door de notaris op te stellen akte van levering met betrekking tot de woning. Gelet hierop acht de voorzieningenrechter de gevorderde vervangende toestemming overbodig en rechtens zinledig.

Dit deel van de vordering zal daarom worden afgewezen.

4.8 Tot slot heeft [eiseres] gevorderd te bepalen dat partijen de overwaarde van de woning minus de kosten op datum transport bij helfte delen en dat een eventuele onderwaarde van de woning zonder verrekening tussen partijen komt van [gedaagde]. Deze vordering zal de voorzieningenrechter afwijzen nu een beslissing op zo’n vordering constitutief van aard is, hetgeen niet verenigbaar is met het karakter van een kort geding.

4.9 In de omstandigheid dat het een geding betreft tussen twee personen die een affectieve relatie hebben gehad, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de proceskosten tussen partijen te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. veroordeelt [gedaagde], tenzij hij binnen een termijn van twee weken na betekening van dit vonnis de achterstand aan Aegon heeft voldaan en wel zodanig dat Ageon afziet van het nemen van verdere executiemaatregelen, de woning aan de [adres] en [woonplaats] binnen veertien na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met al het zijne en de zijnen onder afgifte van de sleutels ter beschikking van [eiseres] dan wel een door haar aan te wijzen verkoopmakelaar te stellen.

II. veroordeelt [gedaagde] zijn medewerking te verlenen aan de verkoop en overdracht van de woning aan de [adres] en [woonplaats], kadastraal bekend gemeente [plaats], sectie [nummer] via een door [eiseres] aan te wijzen notaris, waarbij onder verkoop mede moet worden begrepen het aanstellen van een makelaar door [eiseres] en het tekenen van het koopcontract door [gedaagde].

III. Bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van een door de notaris op te stellen akte van levering met betrekking tot de woning met toebehoren gelegen aan de [adres] en [woonplaats]), kadastraal bekend gemeente [plaats]sectie [nummer[, indien [gedaagde] weigerachtig is aan het onder II. bepaalde te voldoen.

IV. Compenseert de kosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

V. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

VI. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 januari 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.