Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2011:BP2177

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
25-01-2011
Datum publicatie
26-01-2011
Zaaknummer
: 360.963 EJ VERZ 10-2080
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek ex art. 7: 685 BW. Ontbinding zonder vergoeding in verband met het uitgewerkt zijn van het concurrentiebeding en spoedige indiensttreding bij de concurrent.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0084
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Kanton

Locatie Almelo

Zaaknummer : 360.963 EJ VERZ 10-2080

Beschikking van de kantonrechter d.d. 25 januari 2011 in de zaak van:

[verzoekster]

gevestigd en kantoorhoudende te [plaats]

verzoekster,

hierna te noemen [verzoekster]

gemachtigde: mr S.M. Profijt

advocaat te Enschede

tegen

[verweerder]

wonende te [woonplaats]

verweerder,

hierna te noemen: [verweerder]

gemachtigde: mr. R.G. Verheij

advocaat te Leiden

Gezien het op 17 december 2010 ter griffie van dit gerecht binnengekomen verzoekschrift strekkende tot ontbinding ex artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst.

Gezien het ingekomen verweerschrift en de overige op het geding betrekking hebbende stukken.

Gelet op hetgeen door en/of namens partijen is verklaard bij de mondelinge behandeling van het verzoek op 18 januari 2011.

Overweegt:

1. Gebleken is dat het verzoek geen verband houdt met de in de wet bedoelde opzegverboden.

2. [verzoekster] verzoekt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op grond van een gewichtige reden, bestaande uit een wijziging van omstandigheden, welke met zich meebrengt dat er op korte termijn een einde aan die arbeidsrelatie tussen partijen dient te komen.

3. Die wijziging van omstandigheden zou bestaan uit een verstoorde arbeidsrelatie, c.q. gebrek aan vertrouwen.

4. [verweerder], bijna 32 jaar, is sedert 1 april 2007 bij (de voorganger van) [verzoekster] in dienst, laatstelijk als vertegenwoordiger. Zijn salaris bedraagt € 2.350,-- exclusief emolumenten.

Bij zijn eerste arbeidsovereenkomst is hij een concurrentiebeding aangegaan. Deze arbeidsovereenkomst is tot tweemaal toe verlengd, laatstelijk voor onbepaalde tijd.

Medio 2010 ontstond er een vacature bij een directe concurrent van [verzoekster], [E]

Enige maanden later heeft [verweerder] bij schrijven van 22 november 2010 [verzoekster] medegedeeld dat hij het voornemen had om bij [E] in dienst te treden. Bij brief van 1 december 2010 heeft [verzoekster] [verweerder] er uitdrukkelijk op gewezen dat hij zal worden gehouden aan het concurrentiebeding, hetgeen betekent dat hij bij een indiensttreding bij [E], in strijd handelt met dat beding.

[verweerder] heeft in dat kader aangeboden dat hij bereid is een beding te ondertekenen op grond waarvan het hem niet is toegestaan gedurende één jaar na einde dienstverband zakelijke contacten te onderhouden met relaties die hij bij [verzoekster] heeft opgedaan, doch [verzoekster] heeft dit aanbod niet geaccepteerd.

5. [verzoekster] is er van overtuigd dat [verweerder] al ver voor het schrijven van die brief bezig is geweest met het voorbereiden van zijn overgang naar [E] . Daarbij doelt zij op het doorsturen van bedrijfsgegeven naar zijn hotmail account, zonder dat daar een noodzaak voor aanwezig was. [verzoekster] hecht er aan om te zeggen dat dit ongebruikelijke gedrag niet noodzakelijk was, omdat die gegevens op eenvoudige wijze op andere manier bereikbaar waren.

6. Bij gelijktijdige uitspraak op 25 januari 2011 in een kort geding procedure, waar die problematiek specifiek aan de orde is gekomen, heeft de kantonrechter voorshands uitgemaakt dat het concurrentiebeding niet meer geldig is, omdat niet is voldaan aan het kenbaarheidvereiste.

7. Buiten iedere twijfel staat dat de verhouding tussen partijen niet meer van dien aard is dat te verwachten valt dat er nog sprake zou kunnen zijn van een vruchtbare voortzetting van het dienstverband. De verhoudingen zijn zodanig verstoord dat een ontbinding van de arbeids-overeenkomst de enige oplossing voor die problematiek is. De kantonrechter zal om die reden de arbeidsovereenkomst ontbinden en wel per 1 februari 2011.

8. Hoewel [verweerder] wel om een vergoeding ex artikel 7:685 BW heeft gevraagd, zal de kantonrechter daar niet aan voldoen. [verweerder] kan zonder concurrentiebeding in dienst treden bij [E] , zodat er geen sprake van inkomensverlies zal zijn. Zelfs in het geval dat hij niet aansluitend bij [E] in dienst kan treden, dan nog komt hem geen vergoeding toe, gelet op alle omstandigheden van het geval.

9. De kantonrechter acht termen aanwezig de proceskosten tussen partijen te compenseren als na te melden.

BESCHIKKENDE:

Ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 februari 2011.

Compenseert de proceskosten in zoverre dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Wijst af het meer of andere verzochte.

Aldus gegeven te Almelo door mr H.R.K. Valk, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 januari 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.