Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BO7443

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
14-12-2010
Datum publicatie
15-12-2010
Zaaknummer
115873 / KG ZA 10-283
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot betaling van direct opeisbare boete NVM koopakte, geen grond voor matiging aanwezig. Wel afwijzing gevorderde schadevergoeding gezien de omstandigheid dat de contractuele boete één bedrag voor diverse tekortkomingen omvat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2011/48 met annotatie van P.J.M. Ros
NJF 2012/177
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 115873 / KG ZA 10-283

datum vonnis: 14 december 2010 (jk)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

1. [Eiser sub 1],

en

2. [eiser sub 2],

beiden wonende te [woonplaats],

eisers,

verder gezamenlijk ook te noemen [eiser],

advocaat: mr. J. Keupink te Hengelo (O),

tegen

1. [gedaagde sub 1],

en

2. [gedaagde sub 2],

beiden wonende te [woonplaats],

gedaagden,

verder gezamenlijk ook te noemen [gedaagde],

advocaat: mr. M. Nijkamp te Hengelo (O).

Het procesverloop

Eisers hebben gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 7 december 2010. Ter zitting zijn verschenen: [eiser sub 2] vergezeld door mr. Keupink en [gedaagde sub 2] vergezeld door mr. Nijkamp. De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De standpunten van partijen en de motivering van de voorzieningenrechter volgen – voor zover van belang – hieronder.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. In deze zaak staat het navolgende vast.

- [Eiser] en [gedaagde] hebben op 22 juni 2010 een koopovereenkomst gesloten, waarbij [gedaagde] het woonhuis staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats] van [eiser] heeft gekocht voor het bedrag van € 247.000,=.

- [Gedaagde] heeft de koop niet kunnen financieren en heeft bovendien geen gebruik gemaakt van zijn recht de koop te ontbinden gedurende de in de koopakte vermelde termijnen.

- Op grond van artikel 4 lid 1 van de koopakte was [gedaagde] gehouden uiterlijk 29 juli 2010 een bankgarantie te stellen voor een bedrag van € 24.700,=, dan wel ex artikel 4 lid 2 van de koopovereenkomst een waarborgsom ad € 24.700,= te storten op de door de notaris genoemde kwaliteitsrekening.

- Bij brief van 7 september 2010 heeft de door [eiser] aangewezen notaris [gedaagde] in gebreke gesteld. Deze ingebrekestelling is tevens per deurwaardersexploot op 8 september 2010 aan [gedaagde] betekend.

- De uiterlijke afname datum voor de woning was 1 oktober 2010. [Gedaagde] heeft niet afgenomen, waarop de notaris bij brief van 6 oktober 2010 [gedaagde] wederom in gebreke heeft gesteld en [gedaagde] nog een laatste termijn heeft gesteld waarbinnen [gedaagde] alsnog de woning kon afnemen. Die termijn is 14 oktober 2010 verstreken.

- Bij deurwaardersexploot van 8 november 2010 heeft [eiser] op grond van artikel 10 lid 1 van de koopakte de koopovereenkomst ontbonden, omdat [gedaagde] de verplichtingen uit de koopakte als omschreven in de artikelen 3 en 4 binnen de termijn van acht dagen na voornoemde ingebrekestellingen niet is nagekomen.

Het standpunt van [eiser].

2. [Eiser] vordert thans in deze procedure om [gedaagde], zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en bij wijze van voorschot, te veroordelen tot betaling van een bedrag van

€ 26.700,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 oktober 2010, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.

Partijen hebben een koopovereenkomst gesloten, waarbij [gedaagde] van [eiser] een woonhuis heeft gekocht. De levering heeft niet kunnen plaatsvinden, omdat [gedaagde] de financiering niet rond kon krijgen. Aangezien [gedaagde] binnen de in de koopakte genoemde termijnen evenmin de koopovereenkomst heeft ontbonden, is zij ingevolge die koopakte na ingebrekestelling en ontbinding van de koopakte door [eiser] thans een boete van € 24.700,= aan [eiser] verschuldigd.

Nu [gedaagde] de boete tot op heden onbetaald heeft gelaten, heeft [eiser] het recht om daarvan in rechte nakoming te vorderen, onverminderd het recht van [eiser] op aanvullende schadevergoeding en vergoeding van kosten van verhaal, welke kosten [eiser] voorlopig begroot op € 2.000,-.

[Eiser] stelt voorts dat hij een spoedeisend belang bij het gevorderde heeft. Hij beschikt niet over overig vermogen en er zijn onvoldoende liquiditeiten om onder andere de tussentijdse kosten van de advocaat en makelaar te betalen. Doordat de woning niet is afgenomen door [gedaagde] was [eiser] genoodzaakt om de woning opnieuw op de markt te zetten en moest een nieuwe advertentiecampagne worden opgestart.

Het standpunt van [gedaagde].

3. Ten aanzien van de onderhavige procedure stelt [gedaagde] dat het uitgangspunt bij het vorderen van betaling van een geldsom in kort geding terughoudendheid op zijn plaats is en dat het door [eiser] gestelde spoedeisend belang in deze procedure ontbreekt dan wel onvoldoende is onderbouwd.

[Gedaagde] erkent dat hij de verplichtingen uit de koopovereenkomst niet is nagekomen en dat hij heeft nagelaten conform artikel 16 van de koopakte de overeenkomst schriftelijk te ontbinden. [Gedaagde] heeft echter niet nagelaten [eiser] vanaf het begin volledig op de hoogte te houden van de gang van zaken en [eiser] wist derhalve dat [gedaagde] problemen ondervond om de financiering tijdig rond te krijgen en derhalve niet op 1 oktober 2010 naar de notaris kon om de transportakte te laten passeren. De ING Bank heeft een fout gemaakt bij het afgeven van de bankgarantie. Dit heeft de bank ook toegegeven.

Aangezien [gedaagde] een eigen zaak heeft wordt hij bij de ING Bank thans nog steeds doorverwezen van de afdeling zakelijk naar privé en andersom. [Gedaagde] wil de woning echter nog altijd graag afnemen, zo heeft hij de huur van de door hem gehuurde bedrijfshal per 1 oktober 2010 reeds opgezegd en heeft hij al een nieuwe keuken voor de woning besteld. Nu [gedaagde] [eiser] volledig op de hoogte heeft gehouden en aldus getuigen moeten worden gehoord leent dit geschil zich niet voor een kort geding procedure, temeer nu enig spoedeisend belang ontbreekt. Voorts stelt [gedaagde] dat de koopovereenkomst niet door [eiser] is ontbonden nu zij de brief van 3 november 2010 die bij het deurwaardersexploot van 8 november 2010 zou zijn gevoegd niet heeft ontvangen. Tot slot verzoekt [gedaagde], bij toewijzing van de vordering van [eiser], de vordering te matigen conform artikel 6:94 BW, aangezien de gevolgen van het aanspraak maken op de boeteclausule buitensporig zijn en voor [gedaagde] zal leiden tot financiële problemen.

De overwegingen van de voorzieningenrechter.

4.1 Het door [eiser] gestelde spoedeisend belang is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk gemaakt, gelet op de duur van de tekortkoming en het gestelde omtrent het ontbreken aan liquide middelen om aan een aantal financiële verplichtingen te voldoen.

4.2 De voorzieningenrechter zal de vordering van [eiser] toewijzen als na te melden. Onomstreden staat vast dat [gedaagde] met [eiser] een koopovereenkomst heeft gesloten, waarbij hij van [eiser] een woonhuis te Hengelo heeft gekocht. De levering daarvan kon niet doorgaan, omdat [gedaagde] de financiering niet rond kon krijgen. [Gedaagde] heeft daarna nagelaten om tijdig, dat wil zeggen uiterlijk op 29 juli 2010, beroep te doen op de ontbindende voorwaarde als bedoeld in artikel 16 lid 1 van de koopakte, in welk artikel een financieringsvoorbehoud is opgenomen. [Gedaagde] is jegens [eiser] naar het oordeel van de voorzieningenrechter toerekenbaar tekort geschoten. Nu [gedaagde] door [eiser] in gebreke is gesteld en [eiser] de koopovereenkomst zijnerzijds heeft ontbonden, verbeurt [gedaagde] ten behoeve van [eiser] op grond van het bepaalde in artikel 10.2 van de koopovereenkomst een boete van € 24.700,=. De voorzieningenrechter gaat aldus voorbij aan de stelling van [gedaagde] dat zij de brief van 3 november 2010, zoals bijgevoegd bij het deurwaardersexploot van 8 november 2010, niet zou hebben ontvangen nu de deurwaarder juist op zijn ambtseed heeft verklaard dat hij die brief aan [gedaagde] heeft betekend.

4.3 Ten aanzien van de verzochte matiging van de vordering van [eiser] overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

In de eerste plaats moet worden nagegaan of de bedongen boete ten opzichte van de ernst van de tekortkoming buitensporig hoog is. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dat niet het geval. De hoogte van de boete is gerelateerd aan de koopsom zoals opgenomen in de koopakte en aan de duur van het verzuim. De hoogte van de boete is een standaard percentage van de overeengekomen koopprijs en is standaard opgenomen in de NVM koopakte. Voor de duur van het verzuim is [gedaagde] zelf verantwoordelijk.

Een andere reden om tot matiging over te gaan zou kunnen zijn dat de bedongen boete buitensporig hoog is ten opzichte van de door [eiser] geleden schade. Ook daarvan is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake. Hoewel de precieze schadebedragen niet bekend zijn, is voldoende komen vast te staan dat de gevolgen van de tekortkoming van [gedaagde] voor [eiser] een zodanige schade hebben opgeleverd dat een eventuele discrepantie tussen de overeengekomen boete en de geleden schade niet tot matiging dient te leiden. Voorts is in dit geval de omstandigheid dat de contractuele boete één bedrag voor diverse tekortkomingen omvat, met name gelet op de ernst van de onderhavige tekortkoming van [gedaagde], geen reden tot matiging van die boete over te gaan. Wel ziet de rechter hierin aanleiding om de gevorderde aanvullende schadevergoeding ad € 2.000,- af te wijzen.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn geen (andere) feiten en/of omstandigheden gesteld of gebleken die tot matiging van de overeengekomen boete zouden moeten leiden.

4.4 Als de in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Veroordeelt [gedaagde] tot betaling van het bedrag van € 24.700,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 oktober 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

II. Veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van eisers begroot op € 667,93 aan verschotten en € 527,- aan salaris van de advocaat.

III. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

IV. Wijst af het meer of anders verzochte.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 december 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.