Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BO6530

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
29-11-2010
Datum publicatie
07-12-2010
Zaaknummer
115732 / KG ZA 10-279
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verstekvonnis. Koop obligaties. Uitkering rente blijft achterwege. Vordering toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 115732 / KG ZA 10-279

datum vonnis: 29 november 2010 (l.)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[Eiser sub 1],

en

[eiser sub 2],

beiden wonende te [woonplaats],

eisers,

verder gezamenlijk te noemen [eiser],

advocaat: mr. P.P.J.T.M. Seelen te Vriezenveen,

tegen

1.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Vastgoed Solide Maatschappij B.V.,

gevestigd te Rijswijk,

verder te noemen VSM,

2.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Vastgoed Solide Fondsen B.V.,

gevestigd te Rijswijk,

verder te noemen VSF,

gedaagden,

verder gezamenlijk aan te duiden als VSM c.s.,

niet verschenen.

Het procesverloop

VSM c.s. is te dienende dage niet in rechte verschenen, waarna tegen haar verstek is verleend. [Eiser] heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding. De zaak is behandeld ter terechtzitting van 22 november 2010. Ter zitting zijn verschenen: [eiser sub 1] en [eiser sub 2] vergezeld door mr. Seelen. Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. Bij de dagvaarding zijn de wettelijke formaliteiten en termijnen in acht genomen.

2. Bij dagvaarding heeft [eiser] gevorderd dat VSM en VSF hoofdelijk worden veroordeeld om binnen drie dagen na betekening van het vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 25.000,00. Ook heeft [eiser] gevorderd dat VSM en VSF hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld.

3. [Eiser] voert daartoe aan dat zij met VSM een overeenkomst heeft gesloten terzake de koop van obligaties. [Eiser] heeft een inschrijvingsformulier ingevuld, waarvan de ontvangst door VSM schriftelijk is bevestigd. VSM heeft vervolgens [eiser] een kennisgeving betreffende de uitgifte van de obligaties gestuurd. Op de overeenkomst zijn de voorwaarden uit het door VSM opgestelde prospectus van 8 december 2006 van toepassing. Volgens het inschrijvingsformulier, de bevestiging van de ontvangst van het inschrijvingsformulier en pagina 41 van het prospectus zou ieder kwartaal een vaste rente van 4,5 % op jaarbasis worden uitgekeerd, zijnde momenteel een bedrag van € 1.015,00 per kwartaal. Dit bedrag moet volgens het prospectus betaald worden binnen 14 dagen na de laatste dag van het voorafgaande kwartaal.

4. VSM is vanaf 1 juli 2010 met de betaling van de rente in gebreke. Bij e-mail van 24 juni 2010 heeft de directeur van VSM, de heer [X], aan de raadsman van [eiser] bevestigd dat de rente vanaf het tweede kwartaal aan [eiser] zal worden uitgekeerd. Ondanks deze bevestiging heeft [eiser] over het tweede en het derde kwartaal geen rentebijschrijving ontvangen. [Eiser] heeft bij e-mail van 13 augustus 2010 de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst ingeroepen.

5. Op grond van het bepaalde over opeising van de lening op pagina 47 en 48 van het prospectus, heeft [eiser] van VSM te vorderen een bedrag van € 90.603,53 (de waarde van de obligatielening volgens de laatst ontvangen waardeopgave van 21 juli 2010), te vermeerderen met de verschenen en niet betaalde vaste rentetermijnen. [Eiser] vordert in dit kort geding uit kostenoverwegingen betaling van € 25.000,00.

6. VSF staat garant voor de nakoming van de verplichtingen van VSM.

7. Nu VSM c.s. niet ter zitting is verschenen, moeten de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden als vaststaand worden aangenomen.

8. De vordering komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en kan daarom worden toegewezen.

9. VSM c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding worden veroordeeld.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. veroordeelt VSM en VSF hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om binnen drie dagen na betekening van het vonnis aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting € 25.000,00 te betalen;

II. veroordeelt VSM en VSF hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 685,78 aan verschotten en € 527,00 aan salaris van de advocaat;

III. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. A.E. Zweers, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 november 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.