Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BO4951

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
23-11-2010
Datum publicatie
24-11-2010
Zaaknummer
08/700439-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verrichten van seksuele handelingen, waaronder het binnendringen van het lichaam, met een meisje met een autismespectrumstoornis aan wie hij rijles gaf. De rechtbank veroordeelt verdachte hiervoor tot een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis met aftrek. Daarnaast wijst de rechtbank de civiele vordering toe tot een bedrag van € 1.500,-- en verklaart de rest niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector strafrecht

parketnummer: 08/700439-09

datum vonnis: 23 november 2010

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo tegen:

[verdachte],

geboren [1953] in [geboorteplaats]

wonende in [woonplaats], [adres].

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 9 november 2010. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. E.J.M. Bos en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman

mr. A.C. Blankestijn, advocaat te Hengelo (O), naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 29 juli 2009 met [slachtoffer] seksuele handelingen heeft verricht.

Primair is dit ten laste gelegd als verkrachting, subsidiair als het seksueel binnendringen van een bewusteloze, onmachtige of gestoorde, meer subsidiair als feitelijke aanranding van de eerbaarheid en nog meer subsidiair als ontucht plegen met een bewusteloze, onmachtige, gestoorde of kind.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

hij op of omstreeks 29 juli 2009,

in de gemeente Hengelo (O),

door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen

tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

hebbende verdachte

- met (een van) zijn hand(en) over de al dan niet ontblote borsten van die

[slachtoffer] gewreven en/of geaaid, en/of

- de al dan niet ontblote borsten van die [slachtoffer] vastgepakt,

betast, gekust en/of gelikt, en/of

- meermalen, althans eenmaal, zijn tong in de mond van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht (tongzoenen), en/of

- meermalen, althans eenmaal, de al dan niet ontblote billen van die [slachtoffer]

bevoeld en/of betast, en/of

- meermalen, althans eenmaal, (een van) zijn vingers in de vagina die [slachtoffer]

gebracht en/of geduwd,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- die [slachtoffer] heeft meegevoerd naar een kelderbox/fotostudio,

en/of

- die [slachtoffer] stevig heeft vastgepakt, en/of

- de kleding van die [slachtoffer] heeft opengemaakt en/of omhoog

en/of omlaag heeft geschoven, en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd - zakelijk weergegeven - dat ze het

tegen niemand verder mocht vertellen, en/of

- gebruik heeft gemaakt van het psychisch en/of lichamelijk overwicht dat

hij, verdachte, (als volwassen man en/of als haar rij-instructeur) op die

[slachtoffer] had,

en/of uit het

- (voor die [slachtoffer]) onverhoedse en/of onverwachte en/of

schockerende karakter van dat wrijven, aaien, vastpakken, betasten, kussen

en/of likken aan/over de borsten en/of het duwen en/of brengen van

verdachte's tong in de mond van die [slachtoffer] en/of het

bevoelen en/of betasten van de billen van die [slachtoffer] en/of

het brengen en/of duwen van vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer],

en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft

doen ontstaan;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 29 juli 2009,

in de gemeente Hengelo (O),

met [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer]

in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of

lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige

ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar geestvermogens leed dat die

[slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was zijn/haar wil

daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,

een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte

- met (een van) zijn hand(en) over de al dan niet ontblote borsten van die

[slachtoffer] gewreven en/of geaaid, en/of

- de al dan niet ontblote borsten van die [slachtoffer] vastgepakt,

betast, gekust en/of gelikt, en/of

- meermalen, althans eenmaal, zijn tong in de mond van die [slachtoffer]

geduwd en/of gebracht (tongzoenen), en/of

- meermalen, althans eenmaal, de al dan niet ontblote billen van die [slachtoffer]

bevoeld en/of betast, en/of

- meermalen, althans eenmaal, (een van) zijn vingers in de vagina die [slachtoffer]

gebracht en/of geduwd;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 29 juli 2009,

in de gemeente Hengelo (O),

door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen

tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en),

bestaande uit het

- met (een van) zijn hand(en) wrijven en/of aaien over de al dan niet

ontblote borsten van die [slachtoffer], en/of

- vastpakken, betasten, kussen en/of likken van/over de al dan niet ontblote

borsten van die [slachtoffer], en/of

- meermalen, althans eenmaal, duwen en/of brengen van zijn tong in de mond van

die [slachtoffer] (tongzoenen), en/of

- meermalen, althans eenmaal, bevoelen en/of betasten van de al dan niet

ontblote billen van die [slachtoffer], en/of

- meermalen, althans eenmaal, brengen en/of duwen van (een van) zijn vingers

in de vagina die [slachtoffer],

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het

- meevoeren van die [slachtoffer] naar een kelderbox/fotostudio, en/of

- stevig vastpakken van die [slachtoffer], en/of

- openmaken en/of omhoog en/of omlaag schuiven van de kleding van die [slachtoffer], en/of

- tegen die [slachtoffer] zeggen - zakelijk weergegeven - dat ze het

tegen niemand verder mocht vertellen, en/of

- gebruik maken van het psychisch en/of lichamelijk overwicht dat hij,

verdachte, (als volwassen man en/of als haar rij-instructeur) op die [slachtoffer]

had, en/of

- (voor die [slachtoffer]) onverhoedse en/of onverwachte en/of

shockerende karakter van dat wrijven, aaien, vastpakken, betasten, kussen

en/of likken aan/over de borsten en/of het duwen en/of brengen van

verdachte's tong in de mond van die [slachtoffer] en/of het

bevoelen en/of betasten van de billen van die [slachtoffer] en/of

het brengen en/of duwen van vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer],

en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft

doen ontstaan;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, NOG MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 29 juli 2009,

in de gemeente Hengelo (O),

met [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer]

in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of

lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige

ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar geestvermogens leed dat die

[slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was zijn/haar wil

daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,

een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het

- met (een van) zijn hand(en) wrijven en/of aaien over de al dan niet

ontblote borsten van die [slachtoffer], en/of

- vastpakken, betasten, kussen en/of likken van/over de al dan niet ontblote

borsten van die [slachtoffer], en/of

- meermalen, althans eenmaal, duwen en/of brengen van zijn tong in de mond van

die [slachtoffer] (tongzoenen), en/of

- meermalen, althans eenmaal, bevoelen en/of betasten van de al dan niet

ontblote billen van die [slachtoffer], en/of

- meermalen, althans eenmaal, brengen en/of duwen van (een van) zijn vingers

in de vagina die [slachtoffer];

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis en een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 4 jaren. Daarnaast vordert zij toewijzing van de civiele vordering met oplegging daarbij van de zogenaamde schadevergoedingsmaatregel.

4. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De beoordeling van het bewijs

5.1 De vaststaande feiten

De onderstaande feiten volgen rechtstreeks uit de bewijsmiddelen en hebben bij de behandeling van de zaak niet ter discussie gestaan. Het vaststellen van deze feiten behoeft daarom geen andere motivering door de rechtbank dan een verwijzing naar de betreffende bewijsmiddelen .

Verdachte heeft op 29 juli 2009 met zijn handen over de al dan niet ontblote borsten van [slachtoffer] gewreven, deze vastgepakt, betast, gekust en gelikt. Daarnaast heeft verdachte haar getongzoend en haar al dan niet ontblote billen bevoeld. Ook heeft verdachte over de blote vagina van [slachtoffer] gewreven. ,

5.2 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, inclusief het binnendringen met de vingers. Zij voert daartoe aan dat de aangifte van [slachtoffer] in grote lijn overeenkomt met de verklaring van verdachte. Daarnaast bevat het dossier het deskundigenrapport van het NFI waaruit blijkt dat verdachte aan de onderbroek van [slachtoffer] heeft gezeten.

De officier van justitie stelt zich daarnaast op het standpunt dat in het onderhavige geval sprake is geweest van een andere feitelijkheid waardoor verdachte aangeefster heeft gedwongen het seksuele binnendringen te ondergaan. Als een zodanige feitelijkheid zou hebben te gelden dat verdachte misbruik heeft gemaakt van het overwicht dat hij als rij-instructeur op aangeefster had en dat verdachte haar onder zodanige psychische druk heeft gezet dat aangeefster aan zijn wensen op seksueel gebied geen weerstand heeft kunnen bieden, mede gelet op de verminderde weerbaarheid van het slachtoffer. Daarnaast had verdachte aangeefster stevig vast.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat in ieder geval sprake is van binnendringen door de tongzoen. Uit het DNA-onderzoek kan worden afgeleid dat verdachte in ieder geval dichtbij de onderbroek van het slachtoffer is geweest, omdat DNA-sporen in de onderbroek van het slachtoffer zeer waarschijnlijk van verdachte zijn. Het kan echter zo zijn dat er enig gefriemel heeft plaatsgevonden zonder penetratie. Het hele gebeuren is geschied zonder expliciete (be)dreigingen en evident onder invloed van de zwakke geestelijke gesteldheid van [slachtoffer]. Zij had niet de geestelijke kracht om te protesteren zodat er gebruik is gemaakt van de geestelijke zwakte, zodat het subsidiair ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard.

5.3 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

5.3.1 Binnendringen met de vingers

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de aangifte van [slachtoffer] klopt, behalve het vingeren. Hij heeft haar daar wel betast, maar is niet met zijn vingers in haar vagina geweest.

[Slachtoffer] heeft bij de politie verklaard dat [verdachte] haar broek open en naar beneden heeft gedaan. Nadat verdachte haar broek naar beneden had gedaan, deed hij haar onderbroek naar beneden. Op een gegeven moment ging hij met beide handen naar haar kruis. Zij voelde dat hij met een vinger in haar vagina ging. Zij heeft daarbij gezegd dat het haar pijn deed.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van verdachte in grote lijn overeenkomst met de gedetailleerde aangifte van [slachtoffer]. De rechtbank heeft dan ook geen reden te twijfelen aan de juistheid van de gang van zaken, zoals door aangeefster is geschetst, zodat de rechtbank op grond van vorenstaande concludeert dat verdachte zijn vingers in de vagina van aangeefster heeft gebracht. Daarbij betrekt de rechtbank ook de omstandigheid dat verdachte ter zitting heeft gezegd dat hij is gestopt met het betasten van de vagina van [slachtoffer], nadat zij hem duidelijk had gemaakt dat het haar pijn deed.

5.3.2 Het primair ten laste gelegde

De rechtbank is anders dan de officier van justitie van oordeel dat niet bewezen is dat er sprake is geweest van dwang als bedoeld in art. 242 Sr. Voor een bewezenverklaring van het door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid iemand dwingen tot het ondergaan van de in art. 242 Sr genoemde handelingen zal moeten komen vast te staan dat de verdachte opzettelijk door dat geweld, die andere feitelijkheid of die bedreiging daarmee heeft bereikt dat het slachtoffer die handelingen heeft verricht c.q. geduld. De rechtbank zal zich hier beperken tot de vraag of er sprake is van psychisch of lichamelijk overwicht waardoor [slachtoffer] gedwongen zou worden, aangezien noch uit het dossier, noch uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken van geweld of bedreiging met geweld.

Het bestaan van dwang door een dergelijke feitelijkheid kan niet enkel worden afgeleid uit de tussen verdachte en het slachtoffer bestaande rij-instructeur/leerling relatie en het daarmee verband houdende overwicht van de verdachte op het slachtoffer. Vereist is dat komt vast te staan dat het slachtoffer binnen die relatie door bepaalde gedragingen van de verdachte, waardoor een bedreigende sfeer is ontstaan, is gedwongen de seksuele handelingen te ondergaan. Nu zowel door verdachte als door het slachtoffer niets is verklaard met betrekking tot enige vorm van dwang in die zin, is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat het psychisch/lichamelijk overwicht, dat verdachte als rij-instructeur/volwassen man over het slachtoffer zou hebben, ertoe heeft geleid dat het slachtoffer de tenlaste gelegde handelingen heeft verricht c.q. geduld. De rechtbank zal verdachte dan ook van het primair tenlaste gelegde vrijspreken.

5.3.3 Het subsidiair ten laste gelegde

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat [slachtoffer] en haar vriend bij verdachte thuis zijn gekomen. Zij zijn een lange lesperiode overeengekomen in verband met de epilepsie van [slachtoffer]. Verdachte kan zich niet meer herinneren of er over autisme bij [slachtoffer] is gesproken. Verdachte vond wel dat zij traag van begrip was en dat de communicatie met haar moeilijk verliep. Tijdens het rijden kreeg hij met praten niet de aandacht van [slachtoffer], zodat hij tegen haar been zou tikken. Wanneer hij haar zou overspoelen met informatie raakte ze in paniek.

Verdachte heeft daarnaast bij de politie verklaard dat hij weet dat [slachtoffer] een geestelijke achterstand heeft. Autisme ziet hij meer als een geestelijke achterstand.

De vader van aangeefster heeft bij de politie verklaard dat hij met zijn vrouw en [slachtoffer] met [verdachte] een gesprek heeft gehad. Tijdens dat gesprek is door de ouders van [slachtoffer] aangegeven dat [slachtoffer] beperkingen heeft. Zij hebben verteld dat [slachtoffer] licht autistisch is en epileptische aanvallen heeft en dat ze functioneert op het niveau van een 14-jarige. [Verdachte] heeft daarop gezegd dat hij wel meerdere leerlingen met beperkingen had.

De vriend van aangeefster heeft bij de politie verklaard dat hij op een gegeven moment samen met [slachtoffer] op internet is gaan zoeken naar een geschikte rijschool voor [slachtoffer]. Nadat ze er aan aantal gevonden hadden, zijn ze gaan bellen waarbij onder meer door de vriend van aangeefster is gevraagd of zij ervaring hadden met autistische mensen en mensen met epilepsie. Uiteindelijk bleven er drie rijscholen over, waarvan de rijschool van verdachte het aantrekkelijkste pakket had. Aan de telefoon vertelde [verdachte] dat hij ervaring had met meerdere leerlingen met autisme en epilepsie. Vervolgens is een afspraak gemaakt voor een kennismakingsgesprek. Tijdens dit gesprek is hem nogmaals gevraagd naar zijn ervaring met mensen met epilepsie en autisme. Hij vertelde dat hij ongeveer 6 mensen had opgeleid, waarvan er 4 direct waren geslaagd en 2 op een later tijdstip. Ook vertelde hij dat hij deze leerlingen vaak extra aandacht geeft.

[Naam] heeft bij de politie verklaard dat zij begeleidster is bij de J.P. van den Bentstichting in Hengelo (O) [...]. [Slachtoffer] heeft een vorm van autisme en epilepsie. [Slachtoffer] kan heel goed aangeven wat ze wil, maar ze kan moeilijk haar grenzen aangeven. Ook kan ze moeilijk “nee” zeggen. Ze begrijpt niet altijd de intentie van iets. Ze kan dus voor alles een makkelijke prooi zijn.

Door drs. J.J.G. Hofman, gezondheidszorgpsychologe, is een psychologisch onderzoek naar [slachtoffer] gedaan. Concluderend kan onder meer worden gezegd dat [slachtoffer] functioneert op zwakbegaafd niveau. De verbale intelligentie is op zeer zwakbegaafd niveau en de praktische intelligentie is op zwakbegaafd niveau. Taken die een beroep doen op inzicht en oordeel over diverse praktische zaken uit het dagelijks leven gaan [slachtoffer] minder goed af. Dat is te verklaren vanuit haar autistisch spectrum stoornis.

De rechtbank is van oordeel dat het uiteraard zo is dat een volwassene, functionerend op het niveau van een 14-jarige zoals aangeefster, initiatief kan nemen tot seksueel contact en daarin verantwoorde keuzes kan maken, maar de ontwikkeling van een dergelijke persoonlijkheid is zodanig dat hij/zij in bescherming moet worden genomen tegen de consequenties van de eigen onrijpheid. De rechtbank stelt vast dat niet is gebleken dat aangeefster het initiatief tot de seksuele handelingen heeft genomen, dan wel dat anderszins is gebleken dat het slachtoffer deze heeft gewenst, waardoor het ontuchtige karakter aan de seksuele handelingen onder omstandigheden zou kunnen hebben ontbroken.

Tot slot overweegt de rechtbank dat vast staat dat de opzet van verdachte gericht is geweest op de geestestoestand van het slachtoffer met het daaruit voortvloeiende wilsgebrek hetgeen zij baseert op het gegeven dat verdachte het slachtoffer kende en wist van haar psychische beperkingen en met die wetenschap zich (ongevraagd) in haar richting heeft begeven om haar vervolgens te tongzoenen, over haar al dan niet ontblote borsten te wrijven, vast te pakken, te betasten, te kussen en te likken, haar al dan niet ontblote billen te bevoelen en zijn vingers in haar vagina te brengen.

5.4 De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte primair is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 29 juli 2009 in de gemeente Hengelo (O) met [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer] onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte

- met zijn handen over de al dan niet ontblote borsten van die [slachtoffer] gewreven, en

- de al dan niet ontblote borsten van die [slachtoffer] vastgepakt,

betast, gekust en gelikt, en

- meermalen zijn tong in de mond van die [slachtoffer] gebracht (tongzoenen), en

- de al dan niet ontblote billen van die [slachtoffer] bevoeld, en

- zijn vingers in de vagina die [slachtoffer] gebracht;

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 243 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

Subsidiair

het misdrijf: met iemand van wie hij weet dat hij aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt dat hij niet of onvolkomen in staat is zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezen verklaarde feit.

8. De op te leggen straf of maatregel

De gronden voor een straf of maatregel

Verdachte heeft seksuele handelingen verricht met een meisje met een autismespectrumstoornis aan wie hij rijles gaf. Verdachte heeft door zijn grensoverschrijdend seksueel gedrag de lichamelijke en psychische integriteit van een meisje met een dergelijke stoornis geschonden en bovendien het vertrouwen dat een leerling in een rij-instructeur en in een volwassene mag hebben op grove wijze beschaamd. Daarnaast neemt de rechtbank het verdachte kwalijk dat hij, ondanks dat hij bekend was met haar psychische beperkingen, toch zijn eigen lustgevoelens heeft laten voorgaan.

De rechtbank houdt bij het bepalen van de straf en de hoogte daarvan rekening met de ernst van het bewezenverklaarde feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Voor dit feit zijn geen oriëntatiepunten vastgesteld, zodat de rechtbank de strafoplegging in vergelijkbare zaken in haar overwegingen zal betrekken.

De rechtbank is van oordeel dat voor onderhavig feit in beginsel een lange onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op zijn plaats is. Verdachte heeft er ter terechtzitting achter blijk van gegeven dat hij het kwalijke van zijn handelen inziet. Ook heeft hij ter terechtzitting spijt getoond. Daarnaast houdt de rechtbank er in het voordeel van verdachte rekening mee dat hij nooit eerder voor soortgelijke feiten met justitie in aanraking is geweest. Ook houdt de rechtbank rekening met het feit dat door onderhavig feit een aantal van verdachtes klanten naar een andere rijschool zijn gegaan, hetgeen zijn weerslag vindt op het inkomen van verdachte.

Gelet op het door B. Eijssink, reclasseringswerker bij de Reclassering Nederland, omtrent verdachte opgemaakte reclasseringsrapport van 8 juni 2010, zal de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke straf opleggen. De rechtbank acht geen redenen aanwezig om ten aanzien van de algemene voorwaarde een langere proeftijd op te leggen, zoals door de officier van justitie gevorderd.

Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een werkstraf dient te worden opgelegd van 240 uren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren.

9. De schade van benadeelden

9.1 De vordering van de benadeelde partij

[Slachtoffer], wonende te [woonplaats] aan de [adres], en voor wie mr. R.N. Wessels, advocaat te Amsterdam, als gemachtigde optreedt, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 9.682,45 (negenduizend-zes-honderd-tweeëntachtig euro en vijfenveertig eurocent). Deze schade bestaat uit de volgende posten:

- Basispakket rijlessen € 1.031,--

- Pluspakket B € 367,--

- Extra rijlessen € 400,--

- Theorie examen CBR € 160,--

- Reiskosten naar politie en hulpverleners € 224,45

- Smartengeld € 7.500,--

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 7.500,-- als “voorschot”. De rechtbank begrijpt dit als een vordering tot schadevergoeding van slechts een deel van de geleden schade. De benadeelde partij behoudt zich kennelijk het recht voor een ander deel van de schade buiten het strafgeding van verdachte te vorderen.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in het geheel toewijsbaar is.

Namens de verdachte is aangevoerd dat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor afdoening in het strafgeding en is de vordering inhoudelijk betwist.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn weliswaar betwist, maar de rechtbank acht voor de immateriële schade een bedrag van

€ 1.500,-- (vijftienhonderd euro) op zijn plaats en verklaart het overige deel niet-ontvankelijk. Ten aanzien van de materiële schadeposten is de rechtbank van oordeel dat deze niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard, nu de schade vermeld onder de posten “extra kosten voor de rijlessen” en “het rij-examen” geen direct gevolg is van het bewezen verklaarde feit en de schade vermeld onder de post “extra reiskosten” onvoldoende onderbouwd en onvoldoende aannemelijk is geworden. De benadeelde partij kan haar vordering voor het niet-ontvankelijk te verklaren deel slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.2 De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.

10. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 27 Sr.

11. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen, dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte subsidiair meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

subsidiair

het misdrijf: met iemand van wie hij weet dat hij aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt dat hij niet of onvolkomen in staat is zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

- verklaart verdachte strafbaar voor het subsidiair bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van zes (6) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

- omdat de veroordeelde verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van 240 uren;

- beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;

- beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering (te weten 2 dagen) heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt, zodat resteren 236 uren subsidiair 118 dagen vervangende hechtenis;

Schadevergoeding

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van € 1.500,-- (vijftienhonderd euro);

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.500,-- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 25 dagen zal worden toegepast;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 8.182,45 euro en niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.M. Bordenga, voorzitter, mr. H. Bloebaum en

mr. B.T.C. Jordaans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 23 november 2010.

Buiten staat

Mr. Jordaans is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.